Boosaardige posts en akelige commentaren: hoe deal je met onlinepesten op school?

Scholen krijgen vaak moeilijk grip op het pesten via sociale media

Hoe ga je als school om met onlinepesten - van leerlingen, maar ook van leraren? Deze reconstructie van een affaire laat zien hoe ingewikkeld dat is.

Foto Eleni Debo

Iedere school heeft een paar van die geboren docenten. Zoals Paula, die op een middelbare school in de vinex-wijk van een grote stad lesgeeft in drama en cultureel-kunstzinnige vorming. Paula is een lange vrouw van in de vijftig, de blond geverfde haren warrig opgestoken. Ze is direct, warm en sterk betrokken bij haar leerlingen. Na afloop van haar les geeft ze iedere leerling een hand. Zegt ze 'goed gedaan' of 'ging niet helemaal lekker hè, vandaag? Volgende week beter'. Ze krijgt dingen voor elkaar door de band die ze met haar leerlingen opbouwt. 'Door ze te zien en te laten weten, hé, ik weet wie je bent. Ik zie het als het goed met je gaat en ook als het niet goed met je gaat.'

Op een namiddag halverwege het vorige schooljaar zit Paula voor in de aula bij de presentatie van het talentprogramma van de school. De presentatie loopt op zijn eind. In de aula is twee uur lang theater, dans en muziek opgevoerd, en de leerlingen in het publiek zijn er klaar mee, merken de leraren. Op het podium staat nog een bandje te spelen, maar iedereen zit een beetje te kletsen en te rommelen. Een van de begeleiders schiet Paula aan: 'Hoe lang duurt het nog? Want ik hou ze niet heel lang meer.'

'Zeehond is weer bezig'

Paula werpt een blik op het publiek en begint te klappen op de maat van de muziek. Misschien kan ze de aandacht nog terugleiden naar het bandje, de tienerzin nog een paar minuten opzwepen. Het werkt: iedereen begint mee te klappen, telefoons worden op het podium gericht. Paula weet dan nog niet dat zij ook wordt gefilmd.

Dat blijkt pas later, als ze door de rector van de school wordt gewezen op een filmpje op Instagram. Het heet 'Zeehond is weer bezig' en onder beelden van een klappende Paula staan kwetsende commentaren over haar figuur. 'Wollah wat eet zij', '#bierbuik', '#zwerver'.

'Niemand die mij iets nieuws vertelt', denkt Paula. 'Ik koop mijn kleding niet in maat 36.' Zou ze het op een wc-deur hebben zien staan, dan had ze het zo van zich afgeschud: 'Dan denk je haha en dan ga je je handen wassen en dan ben je het weer vergeten.' Maar dit account heeft meer dan zevenhonderd volgers. 'Het wordt nu met de hele wereld gedeeld, en dat heeft impact.' Paula heeft het filmpje nog maar net onder ogen gekregen als een van haar leerlingen blaffend als een zeehond de klas binnenloopt. Even later wordt ze in de aula geconfronteerd door een haar onbekende leerling: 'Gaat het wel goed met u, mevrouw?', vraagt hij. Het klinkt sarcastisch. Ze is niet snel geschrokken, vertelt ze later, 'maar dat was ik nu wel'.

Onveilig gevoel

Paula is niet de eerste van haar collega's die zo op Instagram wordt gezet. Daags na de talentpresentatie ontdekt de rector een account met de naam van de school, waarschijnlijk aangemaakt door een leerling. Leraren waren erop gewezen door brugklassers, die daar 'een raar filmpje' hadden zien staan. De rector herkent op het filmpje een paar van zijn leerlingen die aan het vechten zijn, en een jongen die in het voorhalletje van de wc heel hard tegen een muur staat te schoppen. 'Een stukje woede', aldus de rector. Hij gaat met de jongens in gesprek: realiseren ze zich wel dat zo'n filmpje ze nog jaren kan achtervolgen? Dat potentiële werkgevers ze gaan googelen in een sollicitatieproces? Dat deden ze niet, maar nu dringt het tot ze door. Na het gesprek met de jongens verneemt de school niets meer van het account.

Tot er een paar weken later een wildgroei aan Instagramaccounts blijkt te zijn met steeds de naam van de school in de titel. Eentje bevat foto's en filmpjes waarop leraren belachelijk worden gemaakt. Aanvankelijk relatief onschuldige beelden van ongelukkige momenten - een docent met zijn middelvingers omhoog, eentje die in zijn neus peutert. Flauwe teksten erbij. Maar snel komen daar accounts bij met boosaardige posts en akelige commentaren: één is er getiteld 'Pesten', er bestaat zelfs kortstondig een account 'Kanker'. Docenten worden uitgemaakt voor pedo, meisjes voor hoer. Er worden foto's geplaatst van leerlingen met de vraag of ze wel of niet gepest moeten worden. En leerlingen zitten elkaar zomaar opeens te filmen. Dat tast de sfeer op school aan, merkt de rector. Als hij er met leerlingen over praat, blijkt dat die zich er onveilig door voelen.

Verbaasde leraren

Leraren zijn vooral verbaasd over het onlinegedrag van de leerlingen die zich in de klas gewoonlijk keurig gedragen. Paula ziet het filmpje geliked worden door kinderen met wie ze een band heeft, die ze al hun hele schoolcarrière lesgeeft en met wie ze soms ook buiten de lesuren samenwerkt. Ze begeleidt het techniekteam van de school, dat bij theater- en andere voorstellingen het licht en geluid verzorgt. Als ze op de avond voorafgaand aan een voorstelling voor hen heeft gekookt, ziet ze opeens een jongen die haar filmpje een like gaf heerlijk mee-eten. 'Wat is dit nu?' vraagt ze zich verbijsterd af. Maar de jongen is zich van geen kwaad bewust. Die like betekent voor hem wat anders dan voor Paula, laat ze zich vertellen door een collega die er met de jongen over sprak. Hij weet nauwelijks nog dat hij het deed, dat liken. Raar verhaal, vindt Paula. En als ze heel eerlijk is, vraagt ze zich inmiddels echt even af: 'Hoe leuk vind ik mijn werk nog?'

De incidenten op de school van Paula zijn exemplarisch voor de nieuwe realiteit waar scholen mee te maken hebben. Ze zien zich voor het eerst geconfronteerd met een generatie tieners die niet beter weten dan dat hun leven zich ook online afspeelt. Hun puberteit is onlosmakelijk verbonden met de gezamenlijke opkomst van de smartphone en sociale media. En die heeft, zoals de Amerikaanse psycholoog Jean Twenge het verwoordt in haar nieuwste boek over deze generatie, 'een aardbeving veroorzaakt van een grootte die we lang niet gezien hebben, misschien wel nooit'.

Op de school van Paula zijn nagenoeg alle twaalfhonderd leerlingen in het bezit van een smartphone. Wil je erbij horen en weten wat er speelt, dan kun je niet zonder zo'n ding, is de algemene opvatting. Eigenlijk zijn telefoons verboden in de schoolgangen, maar dat valt praktisch niet na te leven. Dus dringen de apps altijd, overal door in het schoolleven. Foto's en likes spoken over het schoolplein en door de gangen, hangen in de aula, dringen de lokalen in en de wc's.

Dat Paula en de rector van de school de Volkskrant te woord willen staan over de Instagram-affaire, is omdat ze weten dat hun situatie niet uniek is. Dat horen ze als ze collega's van andere scholen spreken - in de buurt, of in andere steden, van vmbo's tot categoriale gymnasia. Overal wordt het reilen en zeilen sterk beïnvloed door de onlinecultuur, vaak ook negatief.

Niettemin willen Paula en de rector hun verhaal alleen anoniem doen. De zaak ligt nog altijd gevoelig en ze willen nieuwe pestincidenten voorkomen.

Ongemerkt gefilmd

Het verhaal van deze school klinkt lerarenvakbond AOb niet onbekend in de oren. 'Onlinepesten is natuurlijk enorm toegenomen', zegt woordvoerder Esther Sloots. 'Het pesten op sociale media is een relatief nieuwe vorm, waar een school niet altijd greep op heeft. Want het speelt zich af buiten het zicht van de leraar.' Ook de ongewenste plaatsing van filmpjes van leraren is een bekend probleem. Een paar jaar geleden kreeg de vakbond weleens meldingen van leraren die in het geniep waren gefilmd, bijvoorbeeld als ze boos werden, of iemand de klas uitzetten. 'Als zoiets online wordt geplaatst, is dat schadelijk voor een docent. Hij of zij is ongemerkt gefilmd bij het corrigeren van een leerling en dat wordt uit verband getrokken. Je ziet niet wat eraan voorafging.' Momenteel lijkt het wat filmpjes betreft wat rustiger: 'We zien met dit soort dingen steeds een golfbeweging, periodes dat het opspeelt. Maar niet buitenproportioneel, zoals in Engeland.'

Daar luidde de lerarenvakbond NASUWT in 2015 de noodklok toen het aantal leraren dat online werd bejegend in een jaar was verdubbeld.

Scholen wereldwijd zien zich voor soortgelijke problemen gesteld, want kinderen gebruiken wereldwijd dezelfde apps. En op sommige plekken doet het gebruik van die apps meer dan alleen de sfeer aantasten. 'Amerikaanse scholen hebben moeite om onlineruzies niet fysiek te laten worden', kopte het technologietijdschrift Wired vorig jaar oktober. In het artikel wordt beschreven hoe leerlingen in New Orleans - die toch al veel te maken hebben met geweld - 's avonds ruzie maken op Instagram of Snapchat, en de volgende ochtend klaar om te vechten op school aankomen. 'Vuistgevechten die op sociale media zijn aangesticht, zijn verontrustend normaal geworden.'

Hoe sterk sociale media een stempel drukken op het dagelijks leven van pubers blijkt misschien ook uit de populariteit van de omstreden Netflix-serie 13 Reasons Why (2017), over een meisje dat postuum de redenen voor haar zelfmoord uit de doeken doet. Hoe klasgenoten haar behandelden op sociale media blijkt een grote rol te hebben gespeeld. De serie toont de complexe lagen die sociale media aan het tienerleven geven en dat leraren en ouders, maar ook leerlingen vaak niet goed weten wat ze overkomt. En we zien hoe makkelijk zaken zich tegenwoordig buiten het zicht van leraren om afspelen op school.

Juist dat laatste maakt het zo ingewikkeld, ook in Nederland. 'Docenten hebben vaak weinig idee van welke media jongeren gebruiken', zegt Peter Nikken, bijzonder hoogleraar mediaopvoeding en specialist jeugd en media bij het Nederlands Jeugdinstituut. 'Kinderen trekken hun eigen plan en delen er weinig over. Het is vaak pas een gespreksthema in de klas als er iets misgaat.'

Maatregelen

Het verklaart waarom de kwetsende Instagram-accounts op de school van Paula al actief gevolgd en ruimhartig geliked worden voordat leraren ze ontdekken. Als de rector merkt dat de accounts echt groot worden, besluit hij het aan te kaarten in de lerarenkamer. Hebben we dezelfde beelden gezien? Welke leerlingen en docenten zijn de dupe? De rector licht tevens de wijkagent van dienst in, met wie de school sowieso wekelijks contact heeft. Die is geschokt en spreekt van smaad, laster en belediging. Als het aantal geposte beelden dan nog verder toeneemt, realiseert de rector zich: 'We hebben geen idee waar dit heen gaat.' De school weet niet wie er achter de accounts zit, en besluit aangifte te doen tegen iedereen die aan de accounts bijdraagt door ze te volgen, te liken, of reacties te schrijven. De rector verzamelt de bewijsstukken en gaat naar het politiebureau.

De ontdekking van de accounts door de school is direct merkbaar in de schoolgangen, waar telefoons plots niet meer worden getolereerd door leraren. De gemoederen lopen hoog op als blijkt waarom. Sommige lessen monden uit in uitputtende discussies over het recht en onrecht van de maatregel. Omdat leerlingen vinden dat het niet over hen gaat, dat ze onjuist gestraft worden, dat ze hun rooster op hun telefoon zouden moeten mogen checken, dat het ronduit kut is. 'Alleen maar omdat Instagram bestaat mogen we onze telefoons niet meer gebruiken', is hun conclusie.

Bang voor aangifte

Het nieuws van de voorgenomen aangifte slaat vooral in bij de onderbouw, waar de accounts het sterkst zijn ingeburgerd. Eerste- en tweedejaars zijn, in de woorden van een leerling, 'bijna aan het janken omdat ze zo bang zijn te worden aangegeven bij de politie'. Ze lijken niet te begrijpen waar de grens ligt, 'waar de politie bij kan komen, wanneer iets wel schadelijk is en wanneer niet'.

'Niet dat kinderen echt doodsbang waren om te worden aangegeven', nuanceert de rector. 'Maar ze beseften niet goed dat ze iets deden wat kwalijk was, en dat is wel wat we kinderen hebben geprobeerd duidelijk te maken. Net als met pesten is ook de rol van het meekijken en meelachen cruciaal.'

De like is in die zin ook het grote twistpunt. 'Wat je volgt en liket hou je in stand', zegt Paula. 'Want als niemand dat doet is een account snel weg, toch?' Maar de leerlingen vinden zichzelf niet medeplichtig, die zien dit als 'gewoon de cultuur' en menen dat het onbeleefd is om wat een vriend doet niet te liken. 'Zo de omgekeerde wereld', vindt Paula.

'Ik zeg er toch niet mee dat ik het leuk vind?', protesteert een leerling in een klassendiscussie. 'Like', antwoordt Paula. 'Je liket het.' Was zij nou wereldvreemd aan het worden?

Na een lange ochtend op het politiebureau komt de rector van een koude kermis thuis. De politie houdt de boot af, de kans dat aangifte leidt tot vervolging zou klein zijn.

Hard taalgebruik

Anders dan veel leraren op de school, zijn de leerlingen eraan gewend dat het er op sociale media hard aan toe kan gaan. Zij merken het vooral in het taalgebruik. Een van de leerlingen vertelt aan de Volkskrant dat ze op verschillende apps voor kankerhoer, hoer en aandachtshoer werd uitgescholden. Ze was zelfs eens via sociale media bedreigd door de vader van een klasgenoot. 'Ik sta je op te wachten bij school', had de man haar gezegd, en hij benaderde ook sommige van haar vrienden. Voor de zekerheid werd ze die dagen door haar eigen vader naar school gebracht.

Maar doorgaans zijn het medescholieren die dreigen, kwetsen en beledigen - 'haten', in socialemedialingo. Zo vertelt een andere leerling hoe hij eens naar een begeleider was gestapt om drukte tijdens een toets te melden. Daarna kon hij de toets rustig maken, maar een uur later ontstak een scheldkanonnade in de groepsapp. 'Homo', 'kankerhomo', 'ik ga je neersteken' en andere doodsbedreigingen. Daarna wilde hij eigenlijk niet meer naar school. 'Ik ben best wel een extravert persoon, maar ik heb de rest van het jaar niks meer gezegd.'

Voor de minder TEch savvy docenten is het soms lastig om in zo'n situatie van betekenis te zijn. 'Mijn mentor vroeg of ik een screenshot kon sturen', vertelt de bedreigde leerling, 'want ze had zelf niet zoveel verstand van Whatsapp.' De uitgescholden jongen weigerde om over de kwestie in gesprek te gaan, omdat hij eerder al had meegemaakt dat iets op zo'n manier werd besproken in de klas dat meteen duidelijk was om wie het ging. 'Dan ben je een snitch en vervolgens gaat dat door. Een incidentje in de eerste klas wordt jaren later nog steeds besproken.'

Gewoonlijk hanteert de school met pesten een noblamemethode, waarbij in gesprek wordt gegaan met alle betrokkenen - gepeste, pester, omstander - over wat er is gebeurd en om tot een gezamenlijke oplossing te komen. Dat werkt vaak goed en snel. Maar bij onlinepesten is het door de eindeloze doorstuurmogelijkheden van Instagram en Whatsapp moeilijk alles boven water te krijgen. Het slachtoffer wordt ook buiten school geraakt, en de groep betrokken kinderen is veel groter. Maar, zegt de rector, 'er is altijd een brandhaard'.

Brede aanpak

De school besluit tot een brede aanpak. Ouders worden geïnformeerd over de situatie en gevraagd om er met hun kind over in gesprek te gaan. Sommige ouders komen in groepjes overleggen over hoe zij samen met de school kunnen optrekken. En medewerkers steken de koppen bij elkaar: waar moeten we op letten en hoe beschermen we de kinderen? Hoe bespreken we dit met leerlingen en - misschien nog wel het belangrijkst - hoe zorgen we dat kinderen er met ons over durven te praten?

Door de leerlingen deelgenoot te maken zijn ze niet alleen slachtoffer, maar ook deel van de oplossing.

En dan valt het een docent plots op dat een van zijn mentorleerlingen zich de hele pauze op de wc verschuilt. En de volgende dag weer, en de volgende dag weer. Hij nodigt het meisje uit op gesprek - met een vriendinnetje, want alleen wil ze niet. En dan bekent ze: ik ben de aanstichter. Leraren zijn stomverbaasd. Deze brave brugklasleerling, die goed luistert en prima cijfers haalt, nooit iets mee aan de hand, blijkt de motor achter het drama. Zij heeft de accounts gemaakt en gepubliceerd wat haar werd toegestopt. Met de populariteit van de accounts was ook de druk gegroeid: als ze ergens spijt van kreeg en het eraf haalde, zoals het filmpje van Paula, werd er zo op haar ingepraat dat ze het er toch weer op plaatste. Inmiddels werd ze constant belaagd door medescholieren die ze soms niet eens kende - je moet dit erop zetten, je moet dat erop zetten, dat kan jij wel doen, waarom doe je dat niet - de aula ging ze liever niet meer in. De rector nodigt haar direct met haar ouders uit op gesprek om samen tot een oplossing te komen.

Ongemak

Als de Instagram-accounts eindelijk zijn verdwenen, blijft het nog even ongemakkelijk bij Paula in de les. Steeds wanneer het meisje in kwestie aanwezig is, zit iedereen Paula aan te staren. Staat er een stagiair voor de klas, zijn toch alle blikken op haar gericht. 'Ik dacht dat we het met elkaar konden vinden', zegt Paula als ze elkaar uiteindelijk spreken. 'Ja maar dat is ook zo', zegt het meisje.

'Het gekke', zegt Paula achteraf, 'is dat ze die dingen helemaal niet heeft geschreven en geplaatst omdat ze een hekel aan me heeft. Dat is helemaal niet aan de orde. En dat is wat mij het meest verbaasd heeft over het hele gebeuren: hoe kun je dat van elkaar scheiden?'

De rector heeft nog steeds gesprekken over het voorval. 'Ik was bang dat er misschien gevolgen zouden zijn voor de betrokkenen', zegt hij. 'Maar het viel allemaal erg mee. Voor die kinderen was het een hype, en nu is het weer voorbij. Ze zijn alweer zo snel op het volgende gefocust.'

De leraren, die herinneren het zich nog goed. Maar, zegt Paula: 'Ik begin elke les met iedere leerling met een schone lei. Als je dat niet kunt, kun je bijna geen docent zijn. Leerlingen doen en zeggen nu eenmaal stomme dingen, daar zijn het pubers voor.'

Dat maakte ze ook het meisje duidelijk: 'We hebben nu met elkaar gesproken en jij hebt je excuses aangeboden. Daarmee is het voor mij ook gewoon klaar.'

Verantwoording

De Volkskrant heeft voor dit artikel uitgebreid gesproken met de genoemde docente, de rector en enkele leerlingen van de school. Ook heeft de krant screenshots ingezien van de betreffende Instagram-accounts. Omdat herkenbaarbeid mogelijk nieuw pestgedrag in de hand kan werken, is besloten de school, alle betrokkenen en de Instagram-accounts te anonimiseren. Paula is een gefingeerde naam.


Liken moet eigenlijk altijd

Wanneer volg je iemand op sociale media? Wanneer like je iets? En wat zegt dat? Vier leerlingen van de school uit het artikel hierboven (hun namen zijn gefingeerd) doen een poging het uit te leggen.

Wat volgen betreft, blijken de regels enigszins troebel. Sommige scholieren volgen andere leerlingen puur omdat ze bij elkaar op school zitten. Als iemand jou volgt, en je volgt hem niet terug, kan dat als een belediging worden opgevat. Volgersaantallen lopen voor de scholieren al snel in de honderden. Daarbij spelen allerlei factoren mee: leeftijd, populariteit, en het soort foto's dat je post. Sexy foto's leveren meer volgers en likes op, maar ook meer haatreacties. Emma: 'Als je jezelf heel wat vindt, heb je al snel duizend volgers, omdat je dan mensen opzoekt die jou ook terugvolgen. Daarna ontvolg je hen weer zonder dat zij dat door hebben.'

En dan de like. Die is belangrijk. Liken, zegt Tessa, doe je 'eigenlijk gewoon sowieso bijna altijd'. Van je vrienden like je alles. Ook als je het niet echt leuk vindt wat je ziet: desnoods geef je een like en zeg je dat je het lelijk vindt. Liken is een bevestiging dat je de foto hebt gezien. Het is een statement om het niet te doen.

Om voldoende likes te vergaren denk je goed en lang na over een foto, meestal een selfie, en overleg je misschien met een ander alvorens te posten. Zouden er weinig likes op je post komen, daar is iedereen het over eens, dan haal je 'm er weer af. Eigenlijk is die invloed te groot, vindt Koen: 'Het is irritant om te kijken welke post wel veel likes heeft en welke niet. Dan ga je erg twijfelen over wat je zelf leuk vindt, dat is wel jammer.'

Iedereen weet hoeveel likes hun laatste post heeft gekregen, en wie er geliked heeft. Dan ga je ze niet allemaal af, nee, maar je checkt specifieke personen. Als die ertussen staan, zegt Emma, 'dan kunnen de volgende vijf minuten best wel vrolijk zijn.' Dat weet ook Sofie: 'Als Emma mijn foto liket dan vind ik dat helemaal fantastisch. Want Emma liket bijna nooit mijn foto.'

Emma: 'Aww. Echt?'

Sofie: 'Het is één keer gebeurd. Een keer in mijn leven heb jij mijn foto geliked.'

Meer over