Boos op Gordon, dát is pas integratie

Met hun protest tegen de racistische uitspraken van Gordon, laten jonge Aziatische Nederlanders zien dat ze geïntegreerd zijn.

Ruim honderd jaar ondergingen Aziatische Nederlanders stilzwijgend en glimlachend een niet-aflatende stroom stereotiepe en racistische opmerkingen en afbeeldingen. De racistische grappen van Gordon tijdens een uitzending van Holland's Got Talent blijken voor jonge Nederlanders van Chinese en andere Aziatische afkomst de laatste druppel. Zij laten nu luid en duidelijk weten genoeg te hebben van dit soort denigrerende opmerkingen.

De gekwetste gevoelens van Aziatische Nederlanders en hun kritiek op de gewraakte grappen worden gebagatelliseerd door Gordon en veel andere Nederlanders, onder wie de bewindslieden Teeven, Kamp en Opstelten - in een uitzending van PowNews. Volgens hen is er niets aan de hand: het zijn maar grappen en van 'echte' discriminatie jegens Aziatische Nederlanders is geen sprake.

Op het eerste gezicht lijken Aziatische Nederlanders inderdaad weinig last te hebben van uitsluiting in de Nederlandse samenleving. Zo zullen zij niet snel afgewezen worden voor een baan op basis van afkomst, zoals onlangs de Surinaams-Nederlandse Jeffrey Koorndijk overkwam. Maar Aziatische Nederlanders hebben wel degelijk te maken met discriminatie. Ook zij worden geconfronteerd met etnisch profileren door de douane op Schiphol, en in bepaalde winkels mogen Aziatische Nederlanders geen babymelkpoeder kopen- om maar twee voorbeelden te noemen.

De negatieve consequenties van de 'onschuldig' geachte opmerkingen van Gordon mogen niet worden onderschat. Racistische grappen kunnen leiden tot gevoelens van uitsluiting. Ze versterken het gevoel 'anders' te zijn dan 'echte' Nederlanders. Dit kan weer leiden tot het gevoel niet thuis te (mogen) horen in Nederland.

Voor Aziatische Nederlanders bestaat de symbolische uitsluiting uit de welbekende kwetsende opmerkingen van het kaliber 'poepchinees', 'pinda', 'spleetoog', 'ching-chang-chong' en 'ga terug naar je eigen land', die zij sinds hun kinderjaren naar het hoofd geslingerd krijgen. Daarnaast gaat het om ondervertegenwoordiging en stereotiepe afbeeldingen van Aziatische Nederlanders in Nederlandse media, reclame en populaire cultuur. Een voorbeeld daarvan is de tenenkrommende figuur 'meneer Chung' die de spruitjeslucht versterkt van het monoculturele en conservatieve Ik Hou van Holland.

In 2010 hield ik een enquête onder jonge Aziatische Nederlanders. Ruim eenderde van hen voelde zich buitengesloten. Deze Aziatische Nederlanders hebben het gevoel niet gezien en behandeld te worden als volwaardige Nederlanders en zeggen te maken te hebben met discriminatie vanwege hun Aziatische achtergrond. In diepte-interviews en focusgroepen die ik sindsdien heb gehouden, maken jonge Aziatische Nederlanders duidelijk dat hun gevoel van uitsluiting onder meer te maken heeft met pesterijen en denigrerende opmerkingen gerelateerd aan hun Aziatische afkomst. Dat de data van mijn enquête er vervolgens op wijzen dat deze gevoelens van uitsluiting negatief samenhangen met 'je Nederlands voelen', 'je thuis voelen in Nederland' en 'je verbonden voelen met Nederland', zal geen verrassing zijn.

Het gevoel als allochtone Nederlander hier niet thuis te mogen horen en als tweederangsburger beschouwd te worden, wordt nog eens bevestigd door Gordons reactie op de commotie over zijn grappen. Gordon kruipt in de slachtofferrol en ventileert dezelfde racistische mening als de vele felle voorstanders van Zwarte Piet die roepen dat allochtonen 'hun bek moeten houden of moeten oprotten'. Gordon klaagt dat 'echte' Nederlanders over zich heen laten lopen. Allochtone Nederlanders mogen hier volgens hem wel wonen, maar zij mogen de Nederlandse tradities niet aantasten en 'echte' Nederlanders niet vertellen wat zij wel en niet kunnen zeggen. Gordon maakt daarmee een duidelijk verschil: autochtone of 'echte' Nederlanders hebben het recht te bepalen wat in Nederland kan en mag, terwijl allochtone Nederlanders het recht hebben hun mond te houden. Dit onderscheid dat Gordon maakt is gebaseerd op etniciteit en is in de kern racistisch.

Uiteindelijk leveren de racistische opmerkingen van Gordon ook iets positiefs op: zij zorgen ervoor dat jonge Aziatische Nederlanders in actie komen en van zich laten horen. Volgens Gordon is dat een slechte zaak omdat dit soort denigrerende en kwetsende grappen onderdeel zijn van de Nederlandse cultuur. Publicist Thierry Baudet stelde in een uitzending van Pauw & Witteman zelfs dat zij een teken van inclusie en integratie zijn. De suggestie is dat geklaag van allochtone Nederlanders hierover duidt op een slechte integratie.

Ik zou het willen omdraaien. Juist door hun afkeer van en zorgen over de grappen van Gordon luid en duidelijk kenbaar te maken, laten deze in Nederland geboren en getogen Aziatische Nederlanders zien dat ze volwaardige en geïntegreerde Nederlanders zijn die gebruikmaken van hun recht op vrijheid van meningsuiting.

Daarmee onderscheiden zij zich van hun ouders en (over)grootouders. De jonge Aziatische Nederlanders benadrukken dat zij Nederland zien als hun land en gedragen zich juist 'Nederlands'. De zichtbaarheid en maatschappelijke en politieke participatie van Aziatische Nederlanders worden zo vergroot. Aziatische Nederlanders geven op deze wijze actief invulling aan hun burgerschap in Nederland. Dat moet niet in de kiem worden gesmoord, maar juist worden geprezen en aangespoord. Dat zou pas een teken zijn van streven naar inclusie en gelijkwaardigheid.

De auteur doet onderzoek naar jonge Aziatische Nederlanders en de consumptie van Aziatische en Aziatisch- Nederlandse populaire cultuur.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden