Boos op Bush

Rickie Lee Jones is terug met een boze, maar hoopvolle plaat, vijf jaar na haar laatste. Ze is Tacoma, Washington ontvlucht, en vond in Los Angeles, Californië de zin in het schrijven van tekst en muziek terug....

Door Gijsbert Kamer

Voor Rickie Lee Jones was het niet de eerste keer dat ze uit de staat Washington naar het zuiden vluchtte, om uiteindelijk in Los Angeles te belanden. In 1973 deed ze, achttien jaar oud, hetzelfde als anderhalf jaar geleden. Toen vanwege een jeugdige zucht naar avontuur, nu omdat ze gek werd van de rust in de bossen. 'Vluchten, ja zo kun je dat wel noemen, ik werd gestoord daar in die afzondering. Wat een treurnis, wat een geestelijke en materiële armoede, daar houdt iemand die zo op zichzelf is aangewezen als ik het niet uit. Zodra ik voelde dat ik het aankon, en ook mijn dochter er rijp voor was, zijn we naar Los Angeles verhuisd.'

Rickie Lee Jones (49) had met haar dochter Charlotte Rose inmiddels zes jaar in Tacoma, Washington gewoond. In de buurt van haar familie die daar al in 1969 naar toe was verhuisd. Over de reden van haar terugkeer is ze vaag. 'Ja, je zult je afvragen waarom ik daar ooit weer ben gaan wonen', zegt ze met een stem die nog iets verkoudener klinkt dan we van haar platen gewend zijn. 'Maar dat is none of your business. Noem het een ontsnapping aan de buitenwereld of zo. In elk geval noopten persoonlijke omstandigheden mij mezelf met m'n opgroeiende dochter af te zonderen.' Na een stilte: 'De vijf jaren na mijn laatste plaat met zelfgeschreven liedjes, Ghostyhead, waren een donkere periode in mijn leven.'

Zoals ze die in haar carrière wel meer heeft gekend. Sinds haar veel bekroonde en verkochte titelloze debuut uit 1979 heeft ze dat succes nooit meer weten te evenaren, ondanks behoorlijk sterke platen als Pirates (1981), The Magazine (1984) en Flying Cowboys (1989). Het jazzy singer/songwriter repertoire was vaak te moeilijk voor het grote publiek, of het publiek wist eenvoudig niet dat Jones weer een nieuwe plaat uit had, want 'mijn platenmaatschappijen stelden keer op keer vast dat een afgeleverd album geen kopie van mijn hit Chuck E's In Love bevatte, en dus hielden ze het promotiebudget maar in hun knip.'

En wanneer het allemaal niet zo wilde vlotten, sloeg de zangeres op de vlucht. Gewoon alleen, naar Parijs of San Francisco, waar ze wachtte op nieuwe inspiratie.

Nu, anno 2003, zit de grijsblonde zangeres in een Parijs luxehotel. Paars T-shirt, stoffen hoedje op, spijkerbroek en sandalen aan. Ze kucht een beetje en heeft zichtbaar last van een after-lunch dipje. Zoekend naar een ideale houding voor het gesprek, ligt ze uiteindelijk languit op de bank, met haar hoofd steunend op haar elleboog.

Niet onbeschoft, eerder laconiek. Haar privé-sores, mogen niemand iets aangaan, ze zijn wel voorbij. Jones zit lekker in haar vel. Ze heeft een nieuwe plaat gemaakt en ze weet dat het goed zit. The Evening Of My Best Day heet de cd, en voor het eerst sinds haar debuut voelt Rickie Lee Jones dat ze iets gemaakt heeft waarop al haar talenten ten volste benut zijn.

'Ik had de hoop eigenlijk al opgegeven, maar toen ik vorig jaar juni in Los Angeles aankwam, kreeg ik gaandeweg meer zelfvertrouwen. Ik kwam vanuit dat isolement terecht in een bungalow aan Sunset Boulevard, midden op een T-kruising. Het verkeer moest kiezen, links of rechts, anders reden de auto's bij mij naar binnen. Ik zag 's nachts die koplampen op me afkomen, en zat permanent in de verkeersherrie, maar vond het heerlijk na de stilte van Tacoma.'

En langzaam kwam de zin in het schrijven van teksten en muziek weer terug. 'Vooral woede over ons eigen Amerika, was een belangrijke drijfveer. Ik ben nooit een erg politiek schrijver geweest, maar dat elke stem of mening tegen de regering systematisch werd genegeerd, maakte me woedend.'

Op liedjes als Ugly Man ('daar mag je best George W. Bush achter zoeken') en Tell Somebody ('Dat onze media echt ''evil'' zijn blijkt wel uit het feit dat geen enkel groot tv-station aandacht schonk aan de immense demonstraties tegen de oorlog in Irak') geeft ze uiting aan die woede. 'Maar het is natuurlijk de kunst om dat in tijdloze songs te verpakken. Een lijstje met klachten, wat de meeste protestliedjes zijn, is niet genoeg. Om er een mooi liedje van te maken heb ik hulp of in elk geval advies nodig.' Die vond ze bij een oude vriend, David Kalish, met wie ze meer dan twintig jaar geleden ook al eens had gewerkt voor haar lp Pirates. Op huisbezoek in LA speelde Kalish haar wat voor op zijn gitaar, want hij had plannen voor een eigen instrumentale cd. 'En ineens kreeg ik weer het gevoel van toen terug. Ik begon te schrijven terwijl hij speelde, en zo ontstonden de eerste songs. Ja, noem het maar protestliedjes, slim verpakt als cocktailjazz.'

Want jazzy klinkt Jones nog altijd, en dankzij bijdragen van gitarist Bill Frisell ('ik ben zelden zo geïmponeerd geraakt door een muzikant') zelfs meer dan voorheen.

Noem haar alleen geen Beat Poet want 'in een jazz-club zitten en al schrijvend naar muziek luisteren, maakt je nog geen beatnik. Met Jack Kerouac en aanverwanten heb ik nooit veel op gehad, en nog minder met al die On The Road-dwepers die met een boek onder de arm dachten hip te zijn.'

Maar toen Rickie Lee Jones begin jaren zeventig van huis wegliep, en in LA werd opgenomen in de kring van hippe bohémiens als Tom Waits en Chuck E. Weiss, moet ze toch iets van die beatnik-romantiek hebben opgesnoven.

'Ach, welbeschouwd waren het vreselijk armoedige tijden, waar ik met weinig plezier aan terugdenk. Tom Waits? Nee, die zie ik nooit meer, en ik heb geen behoefte over hem te praten.' Jammer, want tot een van Jones' mooiste opnamen behoort nog altijd haar versie van Waits' liefdesliedje Rainbow Sleeves in 1983, terwijl de zangeres zelf figureert op de hoes van Waits' lp Blue Valentine (1978), een plaat waarvoor Jones volgens Waits als muze fungeerde.

Evenmin als Tom Waits tijdens interviews, voelt Rickie Lee Jones de behoefte iets over die relatie te zeggen. We moeten het doen met het beeld van Tom, Chuck en Rickie, de nachtclubs van Los Angeles afschuimend op zoek naar werk, eten en vooral drinken. Waits beschouwt zijn werk uit die tijd als aanstellerig: een jongen van nog geen dertig die zong alsof hij een heel leven van drank en drugs achter zich had.

En Rickie Lee Jones lijkt evenmin warme herinneringen aan die periode met zich mee te dragen. Zuchtend: 'Ik koester geen hard feelings jegens Tom, maar ik wil er ook niet over praten.' Wel erkent ze dat haar loopbaan pas echt begon toen de zanger van Little Feat, Lowell George, haar in 1979 benaderde omdat hij een liedje van haar op wilde nemen, Easy Money. 'Ineens was Rickie Lee Jones een belangrijk songschrijver en werd ik beroemd. En vanaf dat moment voelde ik pas wat jaloezie werkelijk was. Ik moest echt alles alleen doen, mijn zogenaamde vrienden waren te druk met zichzelf.'

Maar eigenlijk beviel haar dat best, zo in haar eentje. En nog altijd.

'Ik doe mijn hele leven het liefst alles alleen, want ik heb moeite mensen in vertrouwen te nemen. David Kalish vertrouw ik, en m'n familie. Ook mijn nieuwe management en platenfirma lijken me okay, want een manager die tegen je zegt: Rickie we hoeven niet aan je te verdienen want we hebben al geld genoeg, dat is andere koek. Maar verder?'

Een vaste partner heeft ze niet. 'Nooit gehad eigenlijk. Ik heb ook nooit ergens langer dan drie jaar gewoond. Dan word ik gek en wil ik weg. Hetzelfde is het met relaties. Ik kan me niet voorstellen hoe het is om m'n leven samen met iemand door te brengen, en het leuke is, dat hoe ouder ik word, hoe gemakkelijker het lijkt om alleen te blijven.'

Maar ze sluit niet uit dat ze ooit nog een langdurige relatie met een man zal krijgen. Niet meer tenminste. 'Om eerlijk te zijn heb ik me altijd bedreigd gevoeld door mannen. Ik zag ze als fysiek gevaarlijk. Wanneer er ergens een grote kerel binnenkwam, gierden de zenuwen door mijn keel. Er zal wel iets zijn voorgevallen in mijn jeugd. Of ik dat verdrongen heb? Ik heb het in elk geval geprobeerd, en mijn angsten voor al te masculine mannen zijn goeddeels verdwenen. Dus wie weet.'

Rickie Lee Jones voelt zich beter dan ooit. 'Laten we het dus niet al te veel over vroeger hebben, luister maar naar mijn plaat die, ondanks mijn boosheid over de politieke situatie in de VS, toch erg hoopvol klinkt. Het land waar ik woon en waarvan ik houd mag dan wegglijden in een moeras van hypocrisie en amoreel gedrag, wanneer ik in Californië ben en over het water uitkijk en ik zie de surfers, de zon en glimmende auto's dan voel ik toch dat het nog goed kan komen. Ik zie geluk in kleine dingen als een goed gecomponeerd liedje en als God bestaat dan dank ik hem voor het feit dat ik die weer zelf kan zingen en schrijven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden