Bonnefantenmuseum wil geen frivole modegril zijn

Op de oostelijke Maasoever, in het nieuw aan te leggen Maastrichtse stadsdeel Ceramique, is een jongensdroom verwezenlijkt: de bouw van een museum dat de romantische sfeer van de negentiende eeuw ademt....

HET Bonnefantemuseum in Maastricht is een arrogante jongensdroom. Het produkt van twee belegen pubers die op late avonden, na vele flessen wijn, elkaar aftroefden met citaten van Rimbaud, Goethe, Plato, Tsjechov, Proust en Valéry. Vol onvervuld verlangen naar een verloren tijd, verdronken ze zich in een romantisch verleden. Ze omhelsden elkaar en zwoeren dat die tijd weer zou komen, daar aan de oever van de Maas, op de plek waar hun jeugdheld d'Artagnan stierf voor de poorten van de stad.

De een, Aldo Rossi, ontwierp het gebouw dat hij altijd al wilde maken. De ander, museumdirecteur Alexander van Grevenstein, kreeg z'n felbegeerde speeltje.

Hun pseudo-intellectuele praat, gelardeerd met citaten van klassieken en romantici, is nog ergens goed voor geweest. De 'Brieven aan Aldo Rossi' zijn eruit voortgekomen, die Van Grevenstein te pas en te onpas laat publiceren. En de discours diende als steuntje in de rug voor Rossi om een negentiende-eeuws museum te ontwerpen. Prachtig verstilde zalen heeft dat opgeleverd, waar het getemperde daglicht steeds zorgt voor andere ruimtelijke sensaties.

Het is zeker niet slecht om terug te vallen op de negentiende-eeuwse Duitsers Karl Friedrich Schinkel en Leo von Klenze. Zij zijn de uitvinders van wat wij nu een museum noemen en het oerbeeld dat zij schiepen spreekt nog steeds tot de verbeelding. Je ziet datzelfde bij spoorwegstations. De hele twintigste eeuw is er gezocht naar nieuwe stereotypen van het station, maar uiteindelijk komt men toch weer terug op de immense overkapping en de sacrale hallen die de negentiende-eeuwers al hadden bedacht.

Het nieuwe Bonnefantenmuseum beschikt over zalen die nu al vertrouwd aandoen. Zalen waardoor het heerlijk dwalen is tussen schilderijen, houten beelden en archeologische vondsten, die soms helder oplichten en al hun details versterkt door de schaduwen laten zien. En die, als de zon even verstek laat gaan, heel anders ogen. Matter, maar niet minder boeiend.

Het zijn eerlijke zalen. Rechthoekig, aaneengeschakeld door simpele, met hout afgezette openingen, voorzien van onopgesmukte ruwhouten vloeren waar vaak simpele houten vitrines op staan. Door het getemperde buitenlicht is elke zaal anders, heeft elke zaal z'n eigen architectonische beleving. Wat nog eens sterker beleefd wordt, omdat er ook zalen zijn zonder ramen die opeens als geheimzinnige nissen opdoemen. Al zou je willen dat de plafonds niet altijd in hetzelfde wit gespoten waren als de wanden. Daarmee wordt de ruimtelijke werking ontkend. Maar het gaat uiteindelijk om de collectie.

Op de bovenste verdiepingen, waar de moderne kunst is uitgestald, werkt het plafond wel degelijk als tegenspel. Enorme, simpele roosters vol panelen met draadglas filteren het bovenlicht, of als het nodig is, het kunstlicht dat er achter is opgehangen.

Natuurlijk kun je verlangen naar eigentijdse musea als het Newyorkse Guggenheim of het Vitra Museum in Weil am Rhein, maar de sfeer van het negentiende-eeuwse museum voldoet nog uitstekend. Al had de trap wel wat minder ongenaakbaar gekund.

Toch heeft dat romantische gedoe - lees er de brieven maar op na - ons ook opgezadeld met een minder aantrekkelijk aspect: de buitenkant. De heren hebben zich teruggetrokken in hun eigen dromen, hebben zich weinig meer aangetrokken van het alledaagse, van hun omgeving, van hun medemens. Daardoor staat er nu in Maastricht een afstandelijk gebouw, met hoog oprijzende, afstotelijke wanden met een immens hoge plint van Ierse hardsteen, met enorme oppervlakken van rode baksteen en platen trachite rosso, met kille vierkante ramen met veel te grove profielen. De bezoeker wordt gelonkt door een onvriendelijke, nauwe spleet met een kille ijzeren spant als begroetingsboog.

Zeker, de musea worden hoe langer hoe meer de tempels van onze tijd. Het publiek komt toch wel, opgezweept door kunstrubrieken en een niet te stelpen snobisme. Maar Bonnefanten wil meer. Het wil dat de mensen over zijn begane grond rustig naar de oever van de Maas flaneren, misschien zelfs wel even pauzeren in het Grand Café of sterrenrestaurant aan de waterkant. Van die ambities is aan de buitenkant helemaal niets te merken.

Het museum ligt aan de uiterste rand van wat ooit een monumentale, nieuwe stadswijk moet worden: Ceramique. Geen ideale plek. Ver weg van de binnenstad. De lokatie werd eens ingegeven door de gedachte dat het museum de imposante fabriekshallen van de aardewerkindustrie kon gebruiken. Dat was maar voor een heel klein deel haalbaar: een geamputeerd stukje van Jan Gerko Wiebenga's fameuze betonconstructie bleef voor de kunst beschikbaar.

Na de sloop van de rest opende zich een groot braak terrein aan de rivier, waar van alles gemaakt had kunnen worden. Schep op die plek een nieuw Vrijthof, een nieuwe publiekstrekker als volwaardig tegenwicht aan het oude stadshart, gedomineerd door de St. Servaas van deze tijd: Bonnefanten. Maar Rossi en Van Grevenstein hielden vast aan hun droombeeld van de negentiende-eeuwse industrie en schiepen een massale kunstfabriek met als blikvanger een van Jules Verne afgekeken maanraket aan de achterkant van het gebouw.

Op zichzelf een vondst. Zeker ook omdat het museum aan de voorzijde al een telescooptoren heeft die met zijn aquamarijngroene kleur alle verdiepingen penetreert. Zo krijgt het gebouw een extra dimensie, een verticale spanning die fraai harmonieert met de horizontale rust van de zalen.

Maar daarmee houdt het positieve ook wel op. Want de maanraket is net te klein om het silhouet aan de Maas te beheersen, vanuit de binnenstad valt ie nauwelijks op.

Noch Rossi, noch Van Grevenstein lijkt enige boodschap aan Maastricht te hebben gehad. Waar het nieuwe Vrijthof had kunnen komen, liggen nu twee binnenhoven die je een gevangenis nog niet toewenst. Vooral die plekken zijn zowel architectonisch als stedebouwkundig een miskleun.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.