Bonifatius' dood is Dokkums brood

In 754 vermoordden de Dokkumers de Britse missionaris Bonifatius. Nog steeds plukt Dokkum hiervan de vruchten. Pelgrims brengen geld in het laatje....

'Dokkum 'n Moordstad'. De tekst stond jarenlang op een bord aan een van de invalswegen van de meest noordelijke stad van het land. Waarschijnlijk een kwajongensstreek, want de gemeente Dongeradeel wil zich officieel natuurlijk niet op zo'n wijze profileren. Maar het bord werd wel verdacht lang ongemoeid gelaten.

Dat is niet geheel onlogisch. Zelden in de historie zal voor een plaats een misdaad zo geloond hebben als de moord op de Engelse missionaris Bonifatius op 5 juni 754, ergens bij Dokkum. Dat veel Belgen beweren dat het bij Duinkerken gebeurde, deert de Dokkumers niet.

De gedachtenisterp die na de moord werd opgeworpen, vormt nog altijd het hart van Dokkum. Daarmee is het archeologische bewijs geleverd dat een van de meest dramatische en beruchte moorden uit de Nederlandse (kerk)geschiedenis wel degelijk in de oude Friese vestingstad plaatsvond. Zo geloven althans de Dokkumers, omdat het imago van 'moordstad' ze geen windeieren legt.

In de herfst van 2000 opperde de Vereniging Nationale Bedevaarten dat Dokkum, samen met Wittem in Zuid-Limburg en Den Bosch, wordt opgenomen in een Europees netwerk van bedevaartplaatsen. Misdaad loont. Bonifatius wilde - hij was toen al dik in de zeventig - nog één reis maken naar de mensen 'die op het licht wachten zonder het te weten'. Die reis werd hem en zijn ruim vijftig metgezellen fataal.

Maar het licht zien ze allang daar in Dokkum. Laatst kreeg Piet Douma, koster van de Bonifatius Kapel in het Processiepark, nog een aantal Belgische bedevaartgangers aan de deur. Ze wilden met alle geweld een rondleiding van de pastoor om de spirituele kracht van Bonifatius zo optimaal mogelijk te beleven. Maar die is lang niet altijd aanwezig. Bovendien, zei Douma, 'ben ik Petrus, want ik heb de sleutel'.

Zo kunnen ze er vaak wel om lachen, de Dokkumers, om die heisa rond een gedreven monnik en een stelletje goddelozen uit het naburige dorp Murmerwoude, waarschijnlijk nog ordinaire roofmoordenaars ook. Zelf hebben ze het altijd veel te druk gehad om een bestaan op zee en natuur te winnen.

'Daar leven ze', schreef de Romein Plinius, 'een armzalig volk dat op omhoogstekende heuvels of op kunstmatige verhogingen woont, die het zelf op grond van ervaring met de hoogste stand van de vloed, met de blote handen heeft opgeworpen. Met hun daarop gebouwde behuizingen gelijken de bewoners zeilende schippers als watermassa's het omliggende land bedekken, schipbreukelingen daarentegen als het water is teruggeweken.'

Midden in dit terpenland dat Plinius beschreef, is Dokkum een Tumulus, aldus plaatselijk architect Broor Adema. Zijn droom is dat aan de Markt in Dokkum een heus Terpenland- en Bonifatiusmuseum verrijst. De Grote Kerk en het Marktplein vormen de enige zichtbare herinneringen aan het invloedrijke klooster dat op deze plek heeft gestaan. De restanten van deze premonstratenser abdij en de aan Bonifatius gewijde kloosterkerk zijn nog onder de grond aanwezig.

Adema: 'De Markt in Dokkum is beschikbaar als historische plek met voldoende binnen- en buitenruimte voor een multifunctioneel museum. De sterke binding van de plek met Bonifatius, maar ook met archeologie en terpencultuur kan logischerwijs gematerialiseerd worden in een museum. Daarin moeten we verbanden laten zien om de lijn van de geschiedenis weer duidelijk te krijgen. Binnen de religies is sprake van een vorm van bewustwording. Er bestaat behoefte aan het ervaren van zaken als de bedevaart.'

Wie uit de woorden van Adema opmaakt dat het in Dokkum tot nu toe een en al filisterij is geweest wat de banden met Bonifatius betreft, die heeft het mis. De stad, met Stavoren de oudste van Friesland, beseft maar al te goed dat het aan de moord haar bekendheid te danken heeft en waarschijnlijk zelfs haar bestaan. Niet voor niets ontwikkelde de stad zich juist op de gedachtenisterp die in opdracht van de Frankische vorsten werd opgeworpen.

Tot de Reformatie in 1580 waren er al regelmatig pelgrimages naar Dokkum. Die herleefden pas toen in 1872 de nieuwe katholieke kerk gereed kwam. In 1925 kwam bij de Bonifatiusbron het processiepark tot stand, met daarin de veertien kruiswegstaties die zijn opgetrokken uit moppen van verdwenen Friese kloosters. In 1934 werd de neo-romaanse, half ovale kapel gebouwd met een 300 meter lange processiegang langs de gehele omtrek.

Na de grootse herdenking van de marteldood van de apostel en kerkvader in 1954 werden de banden met Crediton in Engeland, de geboorteplaats van Bonifatius en Fulda in Duitsland, de plaats waar hij begraven ligt, aangetrokken. Over vier jaar wordt het 'feestje' nog eens lichtelijk overgedaan en wordt, samen met Crediton en Fulda een pelgrimsroute opgezet.

In 1962 werd aan de bron, waarvan het water vroeger in ieder geval zuiver genoeg was voor de plaatselijke bierbrouwerij, een standbeeld opgericht met de latijnse tekst: 'Hier werd Bonifatius het levenslicht ontnomen, 754, hier ging voor Friesland het licht van het evangelie op.' Bonifatius is uitgebeeld als prediker, die een gewijd boek gebruikt om zich te beschermen tegen de zwaardslagen van zijn belagers.

Maar toen moest 'Het wonder van Dokkum' nog gebeuren. Dat was op 29 juli 1990. De negen maanden jonge Neftis Brandsma uit Sneek werd door haar ouders Ype en Janny ondergedompeld in de Bonifatiusbron. Ze bleek op slag genezen van een hardnekkige kinkhoest. 'Voor de ouders van Neftis stond het onomstotelijk vast dat het wonder te danken was aan de genezende kracht van het water', schreef het Reformatorisch Dagblad, een krant die toch niet direct van roomse propaganda kan worden verdacht.

Dat Neftis Brandsma niet eens in de originele bron was ondergedompeld, deerde de bedevaartgangers niet. Het 'wonder' paste in een lange traditie van wonderen, legendes, verhalen, kloosterstichtingen en pogingen om Dokkum te laten herleven als Bonifatiuscentrum. Een hernieuwde Bonifatius-cultus kwam op gang. De gemeente moest de bron uitbaggeren en de ommuring herstellen vanwege de plotselinge toeloop van pelgrims uit binnen- en buitenland. Gemiddeld komen er nu zo'n vijftien- tot twintigduizend per jaar. Wat de Dokkumers betreft mogen dat er nog veel meer worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden