Bommen vernietigen geen ideologie

Als antwoord op de aanslagen in Parijs zijn de bombardementen op IS-gebied opgevoerd. Het kalifaat kalft af, maar IS is ook en vooral een idee.

Een screenshot van een filmpje van het Russische Ministerie van Defenise dat laat zien hoe bommenwerpers doelen in Syrië bombarderen.Beeld epa

Het rijtje steden met een zwarte datum groeit gestaag. New York heeft 9/11. Madrid 11/3. Parijs nu 13/11. Londen stond dit jaar stil bij 7/7. In juli 2005 kwamen daar bij terreuraanslagen in het openbaar vervoer 52 mensen om het leven. 'Zint Islamitische Staat op aanvallen in het Westen?', vroeg de Britse radicaliseringsexpert Rafaello Pantucci zich af bij de tienjarige herdenking van die aanslagen. Het tragische antwoord is bekend. De volgende, beklemmende vraag is: volgt er meer?

Pantucci's woorden hadden niet alleen voorspellende waarde, ze plaatsen ook vraagtekens bij het voorlopige antwoord van president François Hollande: meer bommen gooien op het gebied waar IS de dienst uitmaakt, met name de hoofdstad Raqqa.

Pantucci beschreef de levensloop van zijn landgenoot Mohammed Sidique Khan, een van de aanslagplegers in Londen, mogelijk zelfs hun leider. Als jongeman wilde Sidique Khan, afkomstig uit Leeds, weleens een echt islamitische staat bezoeken. Kort voor de aanslagen in de VS reisde hij naar Afghanistan waar de Taliban aan het bewind waren. Hij was onder de indruk.

Tot zijn verbijstering verjoegen de VS zonder veel weerstand de Taliban. Het leidde bij Khan niet tot teleurstelling in islamistische extremisten. Nee, de twintiger gruwde juist van de 'bezetting' door voornamelijk westerse landen die daarop volgde. Hij volgde in 2003 gevechtstrainingen in het grensgebied van Afghanistan en Pakistan. Twee jaar later sloeg hij toe in Londen.

Ruim tien jaar lang had het idee aanslagen te plegen in zijn hoofd gerijpt om 'mijn moslimbroeders en -zusters te beschermen en te wreken'.

Een echo van die woorden klonk vorige week uit de monden van de terroristen die de Parijse concertzaal Bataclan bestormden.

Wat Pantucci vreest, is dat de na 'Parijs' verhevigde luchtaanvallen van Fransen, Russen en de VS op IS-doelen in Syrië en Irak de wraaklust van extremistische jongeren als Sidique Khan zullen aanwakkeren. 'Met grootschalige aanvallen bevestigen we hun gelijk dat het Westen de islam bestrijdt. We leveren als het ware het bewijs', aldus Pantucci, directeur internationale veiligheidsstudies bij de Britse denktank RUSI.

Om maar te zwijgen over een internationale interventie, een grondoffensief, waarover her en der wordt gespeculeerd. Pantucci: 'Je kunt Raqqa wel vernietigen, maar niet de ideologie en het fanatisme van IS-aanhangers, waar ook ter wereld.'

Niet dat iemand van enige betekenis een grootschalig ingrijpen serieus overweegt. 'Het sturen van troepen zou een vergissing zijn', zei de Amerikaanse president Barack Obama begin deze week. 'We spelen IS in de kaart als we hen beschouwen als een staat en onze militaire tactieken toepassen alsof dat zo is.' Het is niet alleen zijn mening, voegde hij er nadrukkelijk aan toe, maar ook die van zijn naaste militaire adviseurs.

Grondoffensief

In een recent interview met topmilitairen, gepubliceerd door een blad van de prestigieuze militaire academie West Point, wordt met geen woord gerept over boots on the ground, ofwel een grondoffensief. Uit de interviews spreekt een diepe afkeer van te veel Amerikaanse bemoeienis in een regio met legio strijdende partijen.

Een invasie in de twee belangrijkste bolwerken van IS, Raqqa (Syrië) en Mosul (Irak), zou gepaard gaan met grote verliezen onder grondtroepen en burgers. Gevechten van straat tot straat, van deur tot deur, roepen in de Amerikaanse publieke opinie onvermijdelijk herinneringen op aan bloedige gevechten die de Amerikanen eerder deze eeuw voerden in Iraakse steden.

Obama liet in zijn reactie op de aanslagen in Parijs wijselijk achterwege dat de Amerikaanse interventies in Afghanistan (2001) en Irak (2013) alom als mislukkingen worden beschouwd. In Afghanistan zijn de destijds verslagen Taliban in opmars; ze beheersen ten minste 20 procent van het land en breiden nog altijd hun invloed uit. In sommige afgelegen delen van Afghanistan heeft IS het voor het zeggen, na regeringstroepen of de Taliban verdreven te hebben. In Irak duurt het sektarisch geweld voort. Het is een van de redenen waarom IS er voet aan de grond kreeg. De Amerikanen betaalden in beide landen een enorme prijs, zowel in mensenlevens als in dollars.

Met Irak en Afghanistan in het achterhoofd is de Amerikaanse hoogleraar internationale betrekkingen Stephen Walt een verklaard tegenstander van, wat hij noemt, een all out-operatie tegen IS. De Harvardprofessor schreef deze week in het gezaghebbende blad Foreign Policy: 'Op korte termijn zou een interventie zeker IS verzwakken, zijn bewegingsvrijheid beperken en daarmee de kans verkleinen dat het een rechtstreekse bedreiging vormt voor het Westen. Maar het lost het probleem niet op en kan het zelfs groter maken. (...) Nog meer mensen zullen terroristen zien als heroïsche martelaren die in opstand komen tegen de altijd vijandige westelijke troepen.'

Beperkte invloed

Walt, in een toelichting: 'Er zullen onvermijdelijk burgerslachtoffers vallen. Extremisten zullen daar hun voordeel mee doen en het verhaal aandikken dat er een strijd gaande is tussen culturen of dat het om een religieus conflict gaat.'

Genoeg redenen om terughoudend te zijn dus. Tegelijkertijd geeft ook vrijwel iedereen toe dat luchtaanvallen slechts een beperkte invloed hebben. Die alleen kunnen IS niet verslaan. En ook die aanvallen hebben als nadeel dat ze nieuwe terroristen kunnen kweken. Om Obama's woorden te gebruiken: ook die spelen IS in de kaart.

Waarom zou je daar dan, los van morele overwegingen, mee doorgaan? Heeft het enig nut?

'De mogelijkheden van IS om rekruten te werven, hangt er gedeeltelijk van af of het zijn imago kan handhaven', zegt de Amerikaan Walt. 'In Irak en Syrië heeft IS de laatste tijd grondgebied verloren.'

Het kalifaat kalft af. Deze week veroverden Koerdische milities, gesteund door Amerikaanse bommenwerpers, de stad Sinjar in luttele dagen op IS. Daarmee werd een bres geslagen in het gebied dat in Syrië en Irak onder controle van IS staat. En daarmee zou het een deel van zijn aantrekkingskracht kunnen verliezen. IS lijkt zich daar ook van bewust. Walt: 'De aanslagen in Europa, Ankara, Beiroet en op het Russische passagiersvliegtuig boven Egypte kunnen gezien worden als een straf voor de landen die IS bestrijden. De hele reeks bevestigt dat de groepering effectief en gevaarlijk is, en nog lang niet verslagen.'

Geloofwaardig leiderschap

Zo lang IS de vijanden kan uitdagen, blijft het aantrekkelijk. Maar ook als IS erg verzwakt wordt of zelfs verslagen, zijn de problemen niet over. Met Al Qaida lukte dat, maar daarna sprong IS in het gat. Om herhaling te voorkomen is het in ieder geval noodzakelijk dat er een geloofwaardig soennitisch leiderschap komt in de regio dat meehelpt aan het bestrijden van IS en tegelijkertijd een alternatief vormt voor jihadistische twijfelaars.

Makkelijker gezegd dan gedaan. Voorlopig wijst niets erop dat dit kans maakt. Sterker nog: in de nasleep van Parijs schuift het Westen langzaam op richting zakendoen met de alevitische president Bashar al-Assad. Een slechtere manier om de hearts en minds van soennieten te winnen, is moeilijk voor te stellen.

Zoals een Arabische waarnemer in Irak afgelopen week zei: 'Men denkt hier alleen in sektarische en etnische termen. Als ik iemand een klap geef, wordt er meteen gekeken of het gaat om een soenniet die een sjiiet slaat, of een christen een moslim. En zo zal westerse steun voor Assad, of samenwerking met de Russen die hem helpen, ook beoordeeld worden door potentiële rekruten van IS.'

Islamitische Staat is meer dan een geografische entiteit; het is ook en vooral een idee. Een idee dat steeds meer volgers aantrekt. In combinatie met militaire actie is het cruciaal om de voedingsbodem van dat idee weg te nemen, of in ieder geval te laten zien dat het Westen niet blind is voor de misdaden waaronder soennitische moslims lijden. De grotendeels soennitische bevolking in Syrisch oppositiegebied wordt afgeslacht door Assads troepen. In Irak stelde de voormalige premier Nouri Maliki de soennieten zo achter dat die zich in drommen bij IS aansloten.

IS hoopt een strijd tussen 'gelovigen en ongelovigen' te ontketenen, een wereldwijd islamitsch armageddon waaruit de ware jihadist als winnaar opstaat. Er is een reden dat een van de aanslagplegers vermoedelijk de route van vluchtelingen volgde, via Griekenland. Een capabele organisatie als IS, met grote financiële middelen en bovenal vele honderden strijders met een westers paspoort, hoeft echt geen terrorist met een bootje van Turkije naar Griekenland te sturen. Maar het is wel een goede manier om te zorgen dat veel Europeanen zich tegen Syriërs keren, en daardoor ook andersom; daar hoopt IS de vruchten van te plukken. En iedere stap die wordt gezet om IS te bestrijden, kan bijdragen aan het zaaien.

En vergeet niet dat IS niet alleen in Syrië en Irak aanwezig is. Misschien remt het verlies aan IS-grondgebied de komst van buitenlandse jihadisten af, betoogt Pantucci. Maar IS kan terugvallen op homegrown terroristen, aanslagplegers die in Europa opgegroeid zijn en hier bereid zijn hun leven te geven, zoals Sadique Khan uit Leeds. Ze hoeven niet eens gevechtservaring te hebben opgedaan. Pantucci: 'Mensen die willen doden, hoeven niet naar buitenlandse slagvelden te reizen om aanslagen te rechtvaardigen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden