Bomhoff versus het Planbureau: de derde ronde

De analyses van het CPB zijn zo eenzijdig en primitief dat Nederland er beter aan zou doen de politieke plannen niet langs zo'n slechte meetlat te leggen....

Het is een fragment uit de eerste ronde van het gevecht van Eduard Bomhoff tegen het Centraal Planbureau. Bomhoff staat in de ring als hoogleraar monetaire economie van de Erasmus Universiteit; Gerrit Zalm, de huidige fractievoorzitter van de VVD, is als CPB-directeur zijn opponent. Bomhoff deelt in de jaren tachtig rake klappen uit aan het onder Zalms voorganger ingedutte bureau, dat een wetenschappelijke achterstand heeft opgelopen en zich vooral bezig houdt met even eenzijdige als archaïsche macro-economische modellen. Geinig detail: die modellen waren ook met naam en toenaam bekend. In de krant werd, arme lezers, zonder blikken of blozen geschreven over FKSEC en MIMIC.

De tweede ronde begint in 1995, een jaar nadat Zalm tot het ambt van minister van Financiën is geroepen en diens opvolger Henk Don wordt geconfronteerd met een nieuwe Bomhoff: oprichter van Nyfer, een economisch onderzoeksbureau dat nadrukkelijk wordt gepositioneerd als concurrent van het Planbureau. Bomhoff wil zowel superieure voorspellingen als superieure economische analyses maken, en hij doet daar kond van in scherpe bewoordingen.

In deze tweede ronde deelt Bomhoff andermaal rake klappen uit. En wel aan zichzelf. Met zijn eerste rapport, dat handelt over de Betuwelijn, scoort hij maximaal politiek resultaat - het positieve rapport trekt weifelende Kamerleden over de streep - maar maakt hij zichzelf als wetenschapper ronduit belachelijk. Als dit een voorbeeld moet zijn van een superieure beleidsanalyse - laat dan maar zitten. Zijn met veel bombarie gepresenteerde voorspellingen voor de economische groei en de werkgelegenheid blijken maximaal even goed (of slecht) als die van het CPB. Maar ze zijn wel veel goedkoper, zal hij er in de loop der jaren bij gaan zeggen.

Ofschoon Nyfer in de tweede helft van de jaren negentig uitgroeit tot een middelgroot onderzoeksbureau, geholpen door de inmiddels tot free publicity verworden column in NRC, kunnen de ontplooide activiteiten moeilijk worden opgevat als serieuze concurrentie voor het Planbureau. Ik heb er op deze plaats een paar gerecenseerd en ben daar op enig moment maar mee opgehouden - geduld heeft een grens.

Op het Planbureau hebben Zalm en Don intussen niet stilgezeten. De kritiek, waarvan Bomhoff wel de eloquentste maar niet de enige vertolker was, wordt serieus genomen. Inhoudelijk: de macro-economische modellen worden aangepast, Zalm initieert een geslaagd scenario-project (Scanning the future), institutionele economie wordt opgepikt (onder meer in de geprezen Duitsland-studie), het Planbureau neemt het voortouw in het maken van kosten-baten-analyses van infrastructurele projecten. Het Planbureau probeert bovendien zelf de kwaliteit te verbeteren, door een stroom jonge economen binnen te halen en door zich te laten nakijken, zowel wetenschappelijk (door buitenlandse visitatie-commissies van wetenschappers) als in relatie tot zijn afnemers (de binnenlandse commissie-Bakker).

Wie het voor Bomhoff positief wil formuleren zegt: onder druk van de concurrentie van Nyfer is het Planbureau beter geworden. Dichter bij de waarheid zou wezen: Zalm en Don erkenden dat de breed gedeelde kritiek terecht was en hebben daar wat aan gedaan. Nyfer was een quantité négligeable.

En deze week is dus de derde ronde begonnen. Zorgminister Bomhoff, de eertijds scherpe kritikaster en later mislukte concurrent, probeert op het pluche gezeten via de minister van Economische Zaken Herman Heinsbroek alsnog zijn gelijk te halen, een manoeuvre die naar buiten komt als gevolg van de onmin tussen de beide LPF-ministers.

Kinderachtig hoor.

Of, om in de metafoor te blijven: hiermee slaat Bomhoff zichzelf knock-out.

Laat hij de zorgsector nu maar genezen, dat is echt al ingewikkeld genoeg.

Op het CPB is intussen nog wel het een en ander aan te merken. Tenzij hij intussen radicaal van standpunt is gewijzigd, zit een van de mensen die dat het beste heeft verwoord op dit moment in de CPB-directie. Casper van Ewijk, destijds hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, publiceerde in 1995 samen met Kees Koedijk (Maastricht) in economenblad ESB het prima artikel Van rekenmeester naar denktank.

Het duo stelde vast: 'Het CPB initieert geen nieuwe beleidsdiscussies en signaleert onvoldoende lacunes in het beleid en de beleidsvoorbereiding.' Van Ewijk en Koedijk hekelden de 'afwachtende houding' van de club en stelden vast 'dat het CPB feitelijk afwezig is bij de grote economische debatten'. Deze diagnose doet nog steeds opgeld.

Gezien de huidige positie van Van Ewijk, deed hij destijds een pikante aanbeveling: privatiseer het CPB. 'Concurrentie zorgt ervoor dat het CPB beter op de kwaliteit en actualiteit van zijn analyses let.' Ik weet niet of deze stelling houdbaar blijft, de Nyfer-ervaring indachtig, maar zeker is dat als de rancuneuze Bomhoff niet wordt teruggefloten het CPB als (zelfstandig) onderdeel van Economische Zaken een onaangename tijd tegemoet gaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden