Bombardement

Als er een vliegtuig laag overkomt, krimpt ze nog altijd in elkaar

In de vroege middag van zaterdag 24 februari 1945 stegen van verschillende militaire vliegvelden in het oosten van Engeland 170 bommenwerpers op, 166 Lancasters en 4 Mosquito’s.

Hun doelwit was een sectie van het Dortmund-Eemskanaal, een kilometer of zeventig ten oosten van de Nederlands-Duitse grens.

In het grote huis van de hoofdmeester van de protestantse school van Groenlo, aan de Winterswijkseweg, speelde mijn moeder(11) met haar zusje (8).
De bommenwerpers hoorden bij Groep no. 5 van Bomber Command van de RAF. De wapenspreuk van Groep 5 luidde Undaunted – Onverschrokken. En dat waren ze natuurlijk ook, de bemanningen.

Om ongeveer half vier die zaterdagmiddag ging mijn moeder met haar zusje naar de bakker in de Notenboomstraat. Het was een kilometer lopen.

Op vijf kilometer hoogte bereikten de zwaar met bommen beladen Lancasters een maximumsnelheid van 450 kilometer per uur. Rond drie uur bereikten de eerste vliegtuigen het doel.

Mijn moeder en haar zusje liepen de brug over de gracht over, de Mattelierstraat in, de Markt op en naar de Notenboomstraat. Bij de bakker kreeg ze een tas vol brood mee – het gezin telde acht kinderen.

De hemel was zwaar bewolkt die middag.

Té bewolkt voor de Lancasters om hun bommen met kans op succes te kunnen afwerpen. De vliegtuigen kregen opdracht terug te keren naar de bases.

Mijn moeder verliet met haar zusje de bakkerswinkel. Toen ze weer in de Matteliersstraat liep klonk het luchtalarm. Ze hadden haar geleerd dat je dan zo snel mogelijk een huis moest binnengaan. Ze liep met haar zusje het portiek van het huis naast de pastorie in en belde aan. Er deed niemand open.

Alleen de Lancasters die de zware en peperdure ‘Tallboy’-bommen droegen hadden opdracht die projectielen weer terug te brengen naar Engeland, als ze niet konden worden afgeworpen. Vliegtuigen met lichtere bommen losten hun lading willekeurig boven vijandelijk gebied.

Groenlo ligt vijf kilometer van de grens.

Mijn moeder liep door de steeg naast het huis om aan de achterdeur te vragen of ze naar binnen mochten. Haar zusje wachtte in het portiek. De bom viel aan de overkant van de straat. Haar zusje werd door de luchtdruk met deur en al het huis ingeblazen.
Ze had een blauw gebreid rokje aan en een roze truitje. Alleen daaraan konden ze haar identificeren.

Anderhalf uur later moest mijn moeder weer naar de bakker, ze was zonder brood thuisgekomen. Ze durfde niet langs de plek, maar iemand nam haar bij de hand.
Ze zegt dat het nu eenmaal zo ging, in die tijd, en er moest toch gegeten worden.

Toen ze bij de bakker vertelde wat er was gebeurd, liep de zoon van de bakker naar buiten en schreeuwde huilend naar de hemel: ‘Wat hebben jullie gedaan?’

Alle 170 bommenwerpers keerden behouden weer.

Het is nu ruim 64 jaar later. Mijn moeder zegt dat de gebeurtenis altijd bij haar is. Ze praat er zelden over.

Ze gaat op 4 mei nooit naar de herdenking bij het kleine monument in Groenlo, waarop ook de naam van haar zusje staat. Als er een vliegtuig laag overkomt, krimpt ze nog altijd in elkaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.