BOLKESTEINS PIROUETTE

HET zou me niet verbazen als veel Nederlanders tot vorige maand in de veronderstelling leefden dat de functie van dijkgraaf nog slechts telde in het domein van de folklore....

Iemand die van hun optreden niet zou hebben opgekeken, is de in 1994 overleden filosoof Elias Canetti. In zijn sociaal-psychologische studie Massa & Macht karakteriseert hij diverse Europese naties aan de hand van de symbolen die in het collectieve bewustzijn zijn verankerd.

Wat betreft de Nederlanders ziet hij grote verwantschap met de Engelsen. Beide volkeren 'zijn zeevarende naties en hebben maritieme wereldrijken gesticht'. En toch is er een groot verschil. 'De Engelsen hebben hun eiland veroverd, maar niet aan de zee ontworsteld. De Engelsman onderwerpt de zee uitsluitend met zijn schepen, de kapitein is de bevelhebber over de zee. De Hollander moest het land dat hij bewoont eerst op de zee veroveren. Het lag zo laag dat hij het door dijken tegen de zee moest beschermen. De dijk is begin en eind van zijn nationale leven.'

Canetti's typering wordt hier niet gememoreerd om de cultuurhistorische duiding van de bijna-watersnoodramp nog eens dunnetjes over te doen. Ik kom erop vanwege het pleidooi dat VVD-leider Bolkestein afgelopen zaterdag heeft gehouden voor een buitenlands beleid dat veel duidelijker dan thans in het teken staat van het nationaal belang.

Laat voorop staan dat dit een alleszins nuttige vermaning is in een land dat zich vele jaren zo heftig heeft verslingerd aan het ideaal van een verenigd Europa en waarvan een deel van de politieke elite al in gedachten bezig was het Koninkrijk der Nederlanden op te heffen. Hoewel dat idealisme ook wel eens fungeerde als dekmantel voor een minder verheven oogmerk - namelijk het streven naar een machtsevenwicht tussen de ons omringende grotere mogendheden -, is de normatieve inslag van de buitenlands-politieke opstelling een eigen leven gaan leiden. Gevoegd bij het tiers-mondisme dat hier eveneens welig heeft getierd, leidde dat tot een klimaat waarin het welhaast ongepast was om over zoiets ordinairs als nationaal belang te praten.

Maar dat wil nog niet zeggen dat meteen duidelijk is wat onder het nationaal belang moet worden verstaan. In zijn rede heeft Bolkestein dat ook niet gedefinieerd. We moeten het doen met circumstantial evidence: handhaving van het Atlantische bondgenootschap als veiligheidsgarantie tegen de woelingen in en rond Rusland; een slanke Europese Unie waarin het accent ligt op vrijhandel; het evenwicht in de intra-Europese verhoudingen.

Het is dit laatste punt dat in feite de meeste splijtstof bevat. Bolkestein voelt niets voor 'het aanschurken van Nederland bij een Frans-Duitse as'. Het idee van een Europese kerngroep, bestaande uit Duitsland, Frankrijk en de Benelux, is dan ook niet aan hem besteed. Als kleiner land zijn we beter af als het Verenigd Koninkrijk 'zo direct mogelijk bij de Europese Unie betrokken blijft'.

Bij deze stelling aangeland moet Bolkestein een moeilijke pirouette uitvoeren. Want van hun kant tonen de Britten weinig animo voor Europa. Hij erkent dat, maar rekent kennelijk op de louterende werking van de tijd: 'Helaas wordt de Europa-discussie in Engeland momenteel te veel door factoren bepaald die weinig met Europa te maken hebben. Hopelijk is dat een tijdelijke zaak.'

Maar hoe tijdelijk is tijdelijk als Londen zich al zestien jaar hardnekkig aan de Europese zijlijn opstelt? Hier ontpopt Bolkestein zich als de 'Hollandse kapitein' in Canetti's volkenkundig universum, wiens lot 'in niets te onderscheiden' is van dat van zijn Engelse collega wanneer hij op ontdekkingsreis gaat.

Of misschien is het simpeler. Bolkestein behoort tot een generatie waarvoor het Verenigd Koninkrijk een glanzend voorbeeld is geweest: een moderne natie, die als enige Europese democratie nazi-Duitsland wist te weerstaan. Dit is geenszins een typisch liberaal trekje, ook sociaal-democraten hebben lange tijd met bewondering naar de andere kant van het Kanaal gekeken.

Anno 1995 gaat van Londen echter zeer weinig elan uit. Het Verenigd Koninkrijk lijkt zich nog steeds niet te hebben verzoend met de bescheidener plaats die het in de wereld inneemt, het is een land met krakende instituties en een matige welvaart.

De Europese constellatie waarvan Bolkestein uitgaat, is in wezen die van voor 1989. Toen stonden de Bondsrepubliek, Frankrijk en Groot-Brittannië min of meer op gelijke hoogte. Maar het verenigde Duitsland is gepromoveerd naar een hogere divisie. Het is mooi dat dit Duitsland de samenwerking met Frankrijk - en in het verlengde daarvan de Europese integratie - nog steeds als een kernstuk van zijn buitenlandse politiek beschouwt, maar het dwingende karakter van die oriëntatie is toch duidelijk verminderd.

Het is voor Nederland een essentieel belang om ons rekenschap te geven van de veranderingen in de Europese machtsverhoudingen. En het zou wel eens kunnen dat de traditionele drie-in-de-pan niet meer het geëigende recept is om onze politieke en economische armslag zo breed mogelijk te houden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.