Bolkesteins Europa

BOLKESTEIN heeft het weer voor elkaar. Aan de vooravond van de statenverkiezingen trok de liberale leider zaterdag met de hem typerende bravoure het publieke debat over het buitenlands beleid naar zich toe met een betoog waarin hij de stelling poneerde dat het Nederlandse buitenlandse beleid meer moet worden afgestemd op...

Bolkesteins verhaal leidde onmiddellijk tot boze reacties van de andere grote partijen. Die vrezen, niet ten onrechte, dat de VVD-leider zijn begerige blikken heeft gericht op de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking en die voor asielzoekers. Twee begrotingsposten overigens die bij uitstek de neerslag vormen van de door Bolkestein kritisch bejegende idealistisch-moralistische traditie in de Nederlandse politiek.

Interessanter dan die toch wel wat benepen nationaal-politieke inzet van Bolkesteins interventie, is de strategische portee van zijn verhaal, omdat hij een poging waagt de plaats van Nederland te schetsen in de Europese samenwerking.

Hoewel in die discussie langzamerhand een zekere consensus begint te ontstaan over de onvermijdelijkheid van een monetaire kerngroep onder Frans-Duitse leiding, wil Bolkestein nu juist dat Nederland niet automatisch 'aanschurkt' tegen de Frans-Duitse as.

Het nieuwe, uitgebreide Europa zal volgens hem worden beheerst door een veld van tegenstellingen, waarvan Nederland, als een soort van evenwichtskunstenaar, gebruik moet maken om nationale belangen optimaal te behartigen.

Bolkestein sluit daarmee aan bij een oude traditie in de buitenlandse politiek waarin Nederland, uit welbegrepen eigenbelang, als brug functioneert (de befaamde spagaatpositie) tussen continentale en Atlantische oriëntaties in de Europese politiek.

Maar dan wel in een modern jasje. Want hoewel Bolkestein andermaal het belang onderstreept van een blijvende betrokkenheid van Groot-Brittannië (en de VS) bij het Europese politieke krachtenveld, wijst hij ook op een nieuwe tweedeling in Europa tussen enerzijds een groep op vrijhandel georiënteerde, noordwestelijke staten, en anderzijds een zuidelijke groep met Frankrijk als potentiële leider, waarin protectionistische belangen nogal wat invloed hebben.

De liberale leider lijkt met die analyse zowel het belang als de continuïteit van de Frans-Duitse samenwerking te onderschatten. Zeker, er zijn in de Franse politiek sterke, protectionistische tendensen aanwijsbaar. En inderdaad heeft het nieuwe verenigde Duitsland meer dan voldoende economische macht èn democratisch aanzien om internationaal onafhankelijker van Frankrijk te opereren.

Maar Duitsland, Nederland noch de rest van Europa heeft belang bij een Frankrijk dat zich verder op het protectionistische pad begeeft. Zoals trouwens ook in Parijs wel geen gejuich op zal gaan als Frankrijk terecht komt in een tweede echelon van zuidelijke staten die het tempo van integratie niet kunnen bijbenen.

Er is op Bolkesteins analyse dus wel wat af te dingen en dat geldt al helemaal voor zijn bijna Thatcheriaanse retoriek over de financiële onderbedeling van Nederland in Europees verband. Dat neemt niet weg dat voor zijn principiële inzet wel degelijk iets te zeggen valt. Want in het gecompliceerde Europese krachtenveld is het inderdaad zaak met enige assertiviteit op te komen voor Nederlandse belangen. En dat verdraagt zich slecht met een strategie waarin alle kaarten op voorhand en vooral onvoorwaardelijk op de Frans-Duitse as worden gezet.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden