Bolivia staakt tegen benzineprijs

President Morales heeft de brandstofprijzen verhoogd naar het niveau van de buurlanden van Bolivia. Bonden en bevolking zijn woedend.

SANTA CRUZ - De regering van Evo Morales heeft de woede van de Boliviaanse transportbonden gewekt door de brandstofprijzen fors te verhogen. Nadat leraren maandag in staking waren gegaan, besloot een deel van de buschauffeurs dinsdag het werk neer te leggen. De bevolking bestormde in het kerstweekeinde massaal de pompstations om voor het laatst goedkoop te tanken.


De vervoersector staat op voet van oorlog met de regering in La Paz. Zondag verraste president Evo Morales het land met een decreet dat de brandstofprijzen optrekt naar het niveau van Bolivia's buurlanden. De prijs van een liter gewone benzine stijgt van 53 naar 91 dollarcent, die van super van 68 dollarcent naar één dollar en die van diesel van 52 naar 96 dollarcent.


De prijzen waren de laatste zeven jaar bevroren. Uit protest tegen de maatregel heeft de belangrijkste vervoersbond van het land een staking voor onbepaalde tijd afgekondigd.


De verontwaardiging van de bonden en de bevolking is begrijpelijk, want Morales verzekerde de afgelopen jaren geen verhoging van de benzineprijzen of de belastingen nodig te hebben om de staatskas gevuld te houden. Bovendien bekritiseerde de president geregeld zijn voorgangers die zich wel van dergelijke maatregelen hadden bediend.


'We vaardigen dit decreet uit om de smokkelaars van brandstof niet langer te begunstigen. De verhoging van de benzine- en dieselprijzen is onomkeerbaar', zei Bolivia's vicepresident Álvaro García Linera zondag in La Paz.


De Boliviaanse staat voert al jarenlang benzine en diesel in om die vervolgens op de binnenlandse markt te verkopen tegen gesubsidieerde prijzen. Deze subsidie kostte de regering dit jaar 380 miljoen dollar. 'Dat geld kunnen we beter besteden aan sociale projecten', aldus García Linera. Volgens regeringsschattingen verhandelden Boliviaanse smokkelaars benzine en diesel in de buurlanden Argentinië, Brazilië, Peru en Chili voor ruim 150 miljoen dollar in 2010.


García Linera rechtvaardigde het decreet ook als een manier om de nationale olieproductie te stimuleren. 'We hebben de prijzen opgetrokken om binnenlandse producenten aan te moedigen. Zo zullen we meer eigen brandstoffen hebben en minder import', aldus de vicepresident.


Franklin Durán, leider van de vervoersbond CCF, zei zondag: 'Al onze 175 duizend leden gaan in staking. Het regeringsdecreet is een wrede ingreep, een operatie zonder verdoving.'


De CCF-voorman waarschuwde bovendien dat de prijsverhoging een domino-effect zal hebben in alle sectoren. 'De sociale onvrede zal even hard stijgen als de inflatie', verklaarde Durán. Andere vakbonden hebben al beloofd zich aan te sluiten bij de staking van de CCF.


Waarnemers verwachten dat de maatregel de linkse regering van Morales zwaar op de proef zal stellen.


Begin 2003 gaf de toenmalige Boliviaanse president Gonzalo Sánchez de voorkeur aan een belastingverhoging boven een prijsstijging van brandstof. Niettemin veroorzaakte die beslissing een wrede burgeropstand, die het einde van zijn presidentschap inluidde. In 2004 voerde Sánchez' opvolger Carlos Mesa een lichte verhoging van de dieselprijs door, wat protesten ontketende die de opmaat waren voor de creatie van een autonomiebeweging in de oostelijke regio Santa Cruz, aangevoerd door grote landbouwondernemers.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden