Boksschoolhouder Schildkamp leert 'zijn jongens' behalve boksen ook een baan te vinden Schuijt, Terpstra èn feiten geven ome Jan gelijk

Anton heeft nog nooit van prof. C. Schuijt gehoord. Toch is hij het levende bewijs van de jongste theorie van de hoogleraar: veel ongeschoolde jongeren lopen de voor hen bestemde banen mis omdat ze sociaal niet vaardig zijn....

Van onze verslaggeefster

Aukje van Roessel

HOOGVLIET

Na inderdaad langdurig werkloos te zijn geweest, heeft Anton werk. Sinds 1 juni. Zijn aanstellingsbrief gaat van hand tot hand in de boksschool van 'ome' Jan Schildkamp in Hoogvliet. Gelach om de douchevergoeding. Zijn vriendin, de moeder van zijn bijna tweejarig zoontje, trekt een gezicht waaruit blijkt dat dit geen overbodige luxe is na een dag werken bij een chemisch bedrijf.

'Je bent een kanjer', blijft ome Jan maar zeggen. Anton hoort het gelach en alle lofzang met een mengeling van trots en verlegenheid aan. Zijn zoontje maakt boksbewegingen naar een boksbal waar hij wel vier keer in kan.

Ome Jan Schildkamp is voor Anton een keerpunt in zijn leven. De politie stuurde hem vijf maanden geleden naar de boksschool. Als hij niet wilde deugen, dan moest hij maar eens naar ome Jan, meedoen aan het project Opboxen, waar niet alleen boksen, maar ook vakken als basiseducatie, sociale vaardigheden en maatschappij-oriëntatie op het rooster staan.

Zonder ooit het vorige week verschenen rapport van Schuijt, Kwetsbare jongeren en hun toekomst, te hebben gelezen, weet Anton precies waarom hij nu wel een baan heeft gevonden, terwijl het vroeger maar nooit wilde lukken. 'Ik kon niet zo goed praten. Als ik dan op een sollicitatiegesprek kwam, was ik zo zenuwachtig. Dat ging nooit. Ik vond het vreselijk om geen werk te hebben. Bij ome Jan heb ik leren praten. Ik was bij het gesprek voor deze baan ook wel zenuwachtig. Maar het ging toch beter.'

'Je blijft toch wel trainen?', wil ome Jan van Anton weten. 'Morgen kom ik', is het antwoord. 'Ik heb zittend werk, dus ik wil wel blijven boksen. Anders groei ik vast.' En dan te bedenken dat Anton voordat hij ome Jan leerde kennen nog nooit aan sport had gedaan. Als Anton weer weg is, uit ome Jan zijn vreugde: 'Fijn hè, zo'n jong gezinnetje dat nu weer bij elkaar is. Daar doe ik het nou voor. Daar kan toch geen goed betaalde baan tegenop.'

Het werk van ome Jan betaalt, in geld uitgedrukt, niet goed. Maar dat zal hem worst wezen. Als zijn project maar kan doorgaan. En dat is nog maar de vraag. Het bestuur van Opboxen zit over het lopend boekjaar met een gat van vijftigduizend gulden. Wie gaat dat opvullen?

De arbeidsvoorziening Rijnmond in ieder geval niet. Die wijst een aangevraagde subsidie van de hand. De relevantie van wat er bij ome Jan gebeurt, zou ver te zoeken zijn. De jongeren leren er niet direct een vak, of het moet zijn dat van recreatiesportleider, en in die sector is geen droog brood te verdienen.

Als ome Jan dit hoort, is hij diep gekwetst. 'De directeur van de arbeidsvoorziening mag best weigeren, maar hij moet niet zeggen dat wat wij hier doen niet relevant is.' Schuijt met in zijn kielzog staatssecretaris Terpstra van Welzijn en de feiten - in 1994 vonden van de 24 jongeren er dertien een baan - geven hem gelijk. Maar daarmee is het geld nog niet binnen.

Ome Jan en zijn project Opboxen lijken, als het om de subsidiëring gaat, de dupe te worden van de verkokering. Dat is wrang, want in de praktijk weet iedereen ome Jan te vinden. De politie, justitie, de reclassering, de mentoren van de Jeugdwerkgarantiewet (JWG), allemaal sturen ze maar wat graag jongeren naar ome Jan.

En die zegt ook tegen niemand nee. 'Ik discrimineer niet', en bij ome Jan is dat ook echt zo. Hij laat zich geen regels over leeftijd, geslacht, opleiding of wat dan ook opleggen. De jongeren voelen dat, want ze blijven komen. Omdat ome Jan hun laat merken dat hij om ze geeft.

Niet dat iedereen zich al direct aan de kleine boksleraar overgeeft. Een twintigjarige jongen, gestuurd door het JWG, zit echt tegen zijn zin bij het project. 'Verkankerd', vindt hij het. Hij zou het liefst alleen 's avonds komen, om te boksen, en niet meedoen aan de lessen overdag. Maar dan krijgt hij geen uitkering. 'Die junks in de Pauluskerk, die hebben het beter naar hun zin dan ik. Die krijgen aandacht, zorg en dope.'

Aandacht, de jongen zegt het een paar keer. Ome Jan legt later uit wat een rotjeugd de jongen heeft gehad. Als daar iets in ontbrak, is het wel aandacht. Voor zo'n jongen moet het bijzonder zijn dat ome Jan vraagt om op te bellen als hij een keer niet kan komen. 'Anders maak ik me ongerust.' Ome Jan heeft er alle geloof in dat het ook met deze jongen goed zal komen. 'Kijk maar naar David. Die had je moeten zien toen hij hier binnenkwam, en dan nu.'

David loopt zich op dat moment warm voor de bokstraining. Rondje na rondje na rondje. Dan weer hard, dan weer zacht. Heel gedisciplineerd. Zeven maanden geleden blowde hij nog en rookte hij als een ketter. Hij dacht toen vele vrienden te hebben, maar die bleken hem alleen aardig te vinden als hij geld had.

Nu heeft hij 'vele kennissen en één goede vriend' en een doel voor de toekomst: hij wil zijn eigen vechtsport ontwikkelen en zou graag een sportopleiding volgen. Het boksen bij ome Jan is hem alles. Hij moet er drie uur voor reizen, maar komt trouw. Dat wil zeggen, voor het sporten. Met de rest van het programma heeft hij minder op. Bij sociale vaardigheden hadden ze een keer gepraat over agressie. 'Dat vond ik niet effectief. Het had geen diepgang. Ze komen niet in mijn geest. Het is allemaal niet zo simpel als ze zeggen.'

Wie de verhalen van ome Jan hoort over 'zijn' jongens en meisjes, begint te begrijpen wat David bedoelt. Ouders aan de drugs, werkloosheid die overerfelijk lijkt te zijn, vrienden in dezelfde situatie, geen eigen woonruimte, schulden waardoor het gas en licht maandenlang zijn afgesloten, en dat alles in een maatschappij gericht op consumptie.

Een goedbedoelende sociaal werker kan dan wel zeggen dat het helemaal mis is met 'jouw agressieregulatie', maar als de omstandigheden je zo murw slaan ,is het heerlijk om er een keer flink op te timmeren. Ome Jan weet dat, maar wil niet dat ze daaraan toegeven. Hij heeft, naast hart voor de jongeren, één motto: 'Laat je niet k.o. gaan, boks voor een baan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden