‘Boksen gaf me inzicht’

Voormalig wereldkampioen (kick)boksen Lucia Rijker (39) is in Nederland om vrouwelijk bokstalent te scouten. Ze denkt erover om een boksschool te openen, maar twijfelt....

tekst Mariken Smit

Ze stond lange tijd bekend als ‘de gevaarlijkste vrouw ter wereld’. Lucia Rijker was als (kick)bokster ongeslagen en gevreesd vanwege haar knock-outs. Maar de allerbelangrijkste wedstrijd tegen haar Amerikaanse rivale Christy Martin kwam er nooit. Rijker scheurde tijdens het trainen haar achillespees. Het werd een keerpunt in haar carrière, want daarna stapte ze uit de ring en legde ze zich volledig toe op haar coaching- en acteerwerk. Rijker speelde onder meer in de film Million Dollar Baby van Clint Eastwood, beoefent het boeddhisme, maar is het boksen nog lang niet vergeten. De afgelopen maanden was de in Los Angeles woonachtige Rijker in Nederland om bokstalent te scouten voor mogelijk haar eigen vrouwenteam.

En? Heeft Nederland genoeg vrouwelijk bokstalent?(Aarzelt) ‘Ja, maar niet genoeg voor mij om te zeggen: wat geweldig! Ik wildeminimaal acht of tien dames vinden om een goed Nederlands boksteam te formeren. Die heb ik gevonden, maar ik zal er nog veel tijd in moeten investeren om kampioenen van ze te maken.’

Dus het viel je eigenlijk tegen?

‘Nou, ik vond het ontzettend leuk om zo’n seminar te geven en met die meiden te trainen. Maar er zitten meer haken en ogen aan dan ik dacht. Het is natuurlijk lastig dat ik niet in Nederland woon. Ik zal hier dan een sportschool moeten hebben. Ik heb al wel een plattegrond getekend, maar verder ben ik niet gekomen. Waterbij komt is dat het vrouwenboksen in Nederland nog in de kinderschoenen staat, veel wedstrijden worden bijvoorbeeld afgelast. Ik zal een sponsor moeten vinden, want financieel trek ik het niet in mijn eentje. Mensen denken dat ik binnen ben, maar dat is helemaal niet zo.’

Dat dacht ik ook.

‘Nee hoor, mijn schoorsteen moet ook gewoon blijven roken. Dat vind ik trouwens wel moeilijk. Ik vind het zo leuk ommeiden te coachen, dat ik in de gaten moet houden dat ik zakelijk blijf.’

Waarom ben je zelf ooit begonnen met kickboksen?

‘Heel simpel eigenlijk. Mijn broer kwam op een dag met enthousiaste verhalen thuis over kickboksen en toen ben ik met hem meegegaan naar de sportschool. Ik wilde niets liever dan doen wat hij deed. Maar ik deed toen aan allerlei sporten, zoals zwemmen, volleybal en voetbal.’

Wat trok je dan juist in het kickboksen? Veel meisjes zitten op hun veertiende in de make-upfase.

‘In het begin vond ik het ook helemaal niet leuk. De eerste les kwam ik thuis met enorme spierpijn en was ik misselijk van de moeheid. Maar ja, mijn broer ging erheen en de andere jongeren uit de buurt (Amsterdam-Noord, red.) ook, dus ik zette door. En ik merkte al snel dat ik er goed in was. Nu was ik motorisch begaafd, dus in elke sport blonk ik uit. Al na een half jaar verscheen er na een kickbokswedstrijd een artikel over mij: er is een natuurtalent geboren. Die positieve aandacht is natuurlijk prettig als je 14 bent. Die kon ik ook goed gebruiken omdat mijn ouders in een scheiding lagen. Maar wat ook meespeelde was dat het een goedkope sport was. Ik was ook goed in schermen, maar daar moest je weer een dure outfit voor hebben. Mijn moeder had vier kinderen, dus daar was geen geld voor.’

Had je geen drempel om een trap of een klap uit te delen?

‘Nee, helemaal niet. Dat ging natuurlijk ook heel geleidelijk. Je begint met trainen en dan heb je hier en daar eens een blauwe plek, je slaat niet meteen iemand knock-out. Maar voor mij hoorde dat gewoon bij de sport. Mijn associatie was: als ik een rake klap uitdeel, ben ik goed, dus daar wilde ik me in bekwamen. Net zoals je goed in voetbal bent als je de bal erin schopt.’

Rijkers ambitie bracht haar in 1995 naar de Verenigde Staten. In Nederland had ze vier wereldtitels kickboksen op zak enwilde geen vrouw het nog tegen haaropnemen. Uiteindelijk stapte ze de ring in tegen een man, maar dat was geensucces. Voor het eerst werd ze knock-out geslagen. Op haar 26ste had ze genoeg van Nederland. Ze vertrok naar een vriendin in Los Angeles en bleef hangen. Na wat vakantievieren – voor het eerst in haar leven – raakte haar geld op en nam ze acteerlessen, want stiekem droomde ze een beetje van Hollywood. Maar acteren was precies het tegenovergestelde van wat ze gewend was. Rijker moestgevoelens tonen. ‘Ik moest gaan huilen, ja, dáhaag’, zei ze later, alhoewel ze het wel leerzaam vond. Rijker nam vier banen op drie verschillende sportscholen en stapte over op boksen. Ze schopte het zover dat Don King, de manager van onder meerMike Tyson, haar liet overvliegen om een contract te tekenen. Maar Rijkervertrouwde al zijn mooie beloftes niet en weigerde. Dat hij aan haar benen zat, hielp ook niet bepaald.In 2004 werkte Rijker mee aan de film Million Dollar Baby van Clint Eastwood. Ze trainde hoofdrolspeelster Hilary Swank en speelde zelf de meedogenloze bokster Billy ‘The Blue Bear’ die Swank in de film zwaar gehandicapt slaat. Eastwood zag Rijker meteen zitten, vertelde ze daarover. Op één detail na: ‘Hij vond mijn gezicht te fijn.’ Maar daar had de toen 74-jarige Eastwood gelukkig een oplossing voor: ‘Hij stelde voor vlak voor de opnames emmers water over mijn hoofd te gooien. En ik mocht absoluut niet naar de make-up.’

Hoe was het om met Clint Eastwood te werken?

‘Geweldig. Hij is een regisseur die iedereen in zijn waarde laat. In 2001 had ik meegewerkt aan de film Rollerball, en die regisseur was heel dominant. Eastwood had respect voor iedereen, niet alleen voor de hoofdrolspelers. Daardoor ontstond er een heel bijzondere energie in het team. Ik herinner me een keer dat ik heel hard had gewerkt aan een paar scènes en dat hij een arm om me heen sloeg en me persoonlijk bedankte voor mijn inzet. Ik zei: daar heb je me toch voor ingehuurd? Dat was ik helemaal niet gewend.’

Je hebt nu net opnames achter de rug voor een gastrol in een Amerikaanse televisieserie, waarin je een gevangene speelt. Wil je ook niet een keer eenongevaarlijk personage spelen, een verliefde huisvrouw bijvoorbeeld?

‘Ik snap wel dat mensen mij niet als huismoeder inhuren, haha. Toch heb ik ook echt een zachte en grappige kant. Zo heb ik bijvoorbeeld een tante Es (typetje van Jurgen Raymann, red.) in mij, die af en toe naar buiten komt, met name als ik met mijn familie ben. Maar ik word nu inderdaad getypecast als boze vrouw. En ik heb gewoon niet de positie om te zeggen: ik doe alleen die en die soort rollen. Dus het blijft bij af en toe een rolletje als boze vrouw. Maar ik ben ook niet zo ambitieus dat ik dat wil veranderen.’

Een fulltime filmcarrière trekt je niet?

‘Nee, ik vind acteren hartstikke leuk. Het is goed om een bepaalde bekendheid te houden, dat besef ik heel goed. Het opent deuren voor de meiden die ik begeleid. Maar eerlijk gezegd heb ik er niet genoeg passie voor. I’m not willing to do whatever it takes, dát is het. Ik coach een aantal jonge atleten en dan heb ik dat gevoel wel. Als ik talent zie, dan gebeurt er iets met me, dan begint er iets te stromen.’

Wat voel je dan, herkenning?

‘Iedereen is uniek, maar ik heb natuurlijk wel veel meegemaakt. Dan gaat het om volwassen worden, en om vragen als: hoe word je prof? Waarom wil je wereldkampioen worden? Waarom wil je zo graag boksen? Waarom wil je die agressie eruit hebben? Dat is een proces van zelfontdekking. Daar begeleid ik mijn sporters bij. Ik ben door de sport een anders mens geworden en dat vind ik belangrijker dan een kampioenschap winnen.’

Waarschuw je ze ook voor dingen die jij hebt meegemaakt?

‘Ik begeleid ze alleen, ik pas er heel erg voor op om ze te sturen. Ik had laatst een meisje dat kampioen wilde worden, maar uiteindelijk een hersenbeschadiging bleek te hebben en moest stoppen. Daar kwamen we samen achter, maar zíj nam de beslissing.’

Zoiets had jou ook kunnen gebeuren. Ben je ooit zo geblesseerd geweest dat je dacht: ‘nu stop ik ermee’?

‘Nee, ik heb mijn arm uit de kom gehad, mijn pezen uitgerekt, jukbeenderen gebroken en hersenschuddingen gehad, maar ik heb me nooit laten stoppen. Alleen om mijn achillespeesblessure kon ik niet heen.’

‘Pang’, hoorde Rijker elf dagen voor hetbelangrijkste gevecht uit haar leven.Negen jaar lang had haar Amerikaanserivale Christy Martin geweigerd tegen haar te vechten, maar na het succes vanMillion Dollar Baby stemde ze toe in een ‘Million Dollar Fight’. Vlak daarvoor, tijdens een training, scheurde Rijker haar achillespees.

Je wist dat het zou gebeuren, heb je weleens gezegd.

‘Ja, ik had niet moeten gaan trainen, dat voelde ik. Maar stom genoeg heb ik niet naar mezelf geluisterd. Ik had gewoontegen mijn trainer moeten zeggen: ik train niet vandaag, dan laat je me maar zitten, dan ga je maar bij me weg. Vandaag is het nee, en misschien morgen ook. Ik voelde dat ik overtraind was. Ik had te veelgewicht verloren. We trainden zonder airconditioning bij 45 graden Celsius. Ik was uitgedroogd, in het ziekenhuis kreeg ik vocht toegediend.’

Ben je niet heel kwaad op jezelf of je trainer achteraf?

‘Je krijgt wat je nodig hebt. Ik ben heeleigenwijs, die blessure heeft me teruggeroepen. Uiteindelijk zie ik het als een les.’

Dat klinkt alsof je denkt dat alles wat je overkomt een doel dient.

‘Dat ligt eraan hoe je ermee omgaat. Het dient een doel als jij dat wilt.’

Maar heb je dan geen spijt van bepaalde keuzes die je hebt gemaakt?

‘Nee, ik heb alle keuzes gemaakt met het idee dat ik iets goeds deed. Maar de dag dat ik mijn achillespees scheurde, zou ik graag terug willen draaien.’

Daarna heb je de ring vaarwel moeten zeggen. In die periode overleed ook je moeder. Hoe heb je je daar doorheen geslagen?

‘Dat was een heel moeilijke tijd. Ik raakte in één klap bijna alles kwijt, mijn gezondheid, mijn sportcarrière, mijn moeder. Maar ik heb veel steun gehad aan het boeddhisme en de groep mensen met wie ik chantte. Dat heeft me wel voor een zwart gat behoed.’

Boeddhisme associeer je niet onmiddellijk met boksen.

‘Nee, maar er zijn veel verschillende stromingen in het boeddhisme. In hetNichiren-boeddhisme, dat ik beoefen, gaat het erom dat iedereen een manier heeft om tot inzicht te komen. Voor mij was dat boksen. Een ander doet dat door zijn specifieke talent of vak. In het Nichiren-boeddhisme hoef je geen wereldse doelen op te geven – zoals kampioen willen worden. Het is de kunst om een goedemiddenweg te vinden. Het is zwaar om op een berg te gaan zitten en verlicht te worden. Maar het is nog veel moeilijker om boeddhist te zijn in het dagelijks leven. In het dagelijks leven heb je alle verleidingen om je heen, op een berg niet.’

In september komt er een documentaire over jou uit op het Internationaal Boeddhistisch Filmfestival in Amsterdam. De film is precies gemaakt in de periode dat je moeder overleed.

‘Ja, dat was bitterzoet. Aan de ene kant werd mijn droom werkelijkheid omdat ik misschien in Million Dollar Baby zou kunnen spelen en aan de andere kant was het aan het thuisfront heel zwaar. Ik wilde mijn succes natuurlijk delen met mijn moeder, maar dat kon niet.’

Je hebt de camera’s ook toegelaten aan het ziekbed van je moeder, vond je dat niet moeilijk?

‘Het is heel terughoudend gefilmd, niet frontaal bijvoorbeeld. En mijn moeder komt in de film naar voren als een trotse, mooie vrouw. Uit de hele film blijkt hoe kwetsbaar we zijn. In één nacht kun je gereduceerd worden tot een klein hoopje mens. Dat is ook mijn boodschap: alles is tijdelijk, het gaat om de reis die je maakt in het leven. De eerste keer dat ik hem terugzag moest ik huilen, maar nu zie ik de film als een mooie herinnering aan mijn moeder en aan mijn leven.’

Je hebt ooit gezegd: als ik 43 ben wil ik drie kinderen en een papegaai...

‘Heb ik dat gezegd?’

Ja, en een huis...

(Lacht) ‘Als ik 43 ben? Dan mag ik wel opschieten, 3 kinderen, dat red ik niet meer.’

Wil je dat nog steeds?

‘Dat is best een gevoelige vraag als je 39 bent, moet ik zeggen. Maar er is natuurlijk wel een biologische klok. Misschien is het wel heel leuk. Ik zie mijn broer met zijn twee kinderen, het is heel leuk, maar het is echt een investering, qua tijd enzo.’

Je kunt niet alles meer.

Nee, het is heel anders, maar ook heel bijzonder. Het is natuurlijk niet te vergelijken met het halen van een kampioenschap. Ik vind dit wel hele moeilijke vragen, want ik zit precies in die fase. Word ik de moeder van de kinderen van anderen, bijvoorbeeld als ik doorga met coachen en trainen. Want allebei lijkt me heel moeilijk. Ik laat het allemaal maar op me afkomen. Anders moet ik er nu aan gaan beginnen. Maar dan moet ik eerst nog tegen iemand aanlopen.’

Houdt het je bezig?

‘Ja, vorig jaar heb ik er serieus over nagedacht. Ik wil een bewuste keuze maken. Niet dat ik straks denk, goh, nu ben ik 43, nu is het te laat. Maar hoe zou ik het dan doen? Want mijn moeder zei altijd: wie het kindje krijgt, mag het houden.’

Over de toekomst gesproken, je onderhandelt momenteel met een Amerikaanse producent over een soort Idols-achtig boksprogramma, hoe gaat dat?

‘Nou, Idols mag je het niet noemen, maar het is wel iets in die richting inderdaad. Ik heb een idee en ben in onderhandeling met iemand die precies hetzelfde idee heeft. Ik heb mijn idee geregistreerd, dus daardoor kwamen we met elkaar in contact. Ik kan er nog niet teveel over zeggen, want momenteel liggen we eigenlijk een beetje in de clinch. Ik vind hem best wel commercieel. Ik begrijp dat er geld verdiend moet worden, maar er zijn ook grenzen.’

Wil hij dat er alleen maar mooie, vrouwelijke boksers meedoen?

‘Het zijn Amerikanen, hè en het is televisie. En nu hou ik mijn mond erover, hoor.’

Hoe vaak boks je eigenlijk zelf nog?

‘Nooit.’

Mis je het niet?

‘Nee, helemaal niet.’

Zou je ooit voor je lol kunnen boksen?

‘Nu nog niet. Boksen is geen sport die je voor de lol doet. Het eist zoveel van je, daar moet je echt alles voor opzijzetten. Je moet een tunnelvisie hebben, dít is mijn doel. Ik heb altijd geleefd om wereldkampioen te worden. En dan eet je, drink je, slaap je als een wereldkampioen, zodat je het wordt.’

Maar nu is dat toch anders? Je bent gestopt met je profcarrière.

‘Ik kan geen dingen half doen. Dat heb ik met alles, ook met de selectie van een Nederlands vrouwenteam: ik ga ervoor, of niet.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden