Bofkonten

Er stond een stevige bries gisteren. Sommige mensen houden daarvan. Dieren niet. Die worden maar onrustig van wind...

Martin Bril

Ik ook.

Op zijn wekelijkse persconferentie werd Jan Peter Balken ende afgelopen vrijdag gevraagd of hij vroeger een bromfiets had. Dit in verband met de nieuwe leeftijdsgrens voor brommergebruik.

'Ik kom uit een regio met veel wind', antwoordde de premier. 'Ik had meer plezier in fietsen.'

Dit is een uitspraak waar ik enige tijd over na heb moeten denken. Dat de premier uit een regio met veel wind komt, valt niet te ontkennen.

Zeeland.

Kapelle.

Maar hoe je uit veel wind meer plezier in fietsen kunt distilleren, is mij een raadsel - of Jan Peter moet zo'n jongen zijn geweest die op zijn dagelijkse tocht van huis naar school zowel op de heen als op de terugweg de wind mee had. Zulke jongens waren er vroeger, dat herinner ik me nog wel, ze waren schaars, maar ze bestonden.

Bofkonten.

Gelovigen.

Zelf had ik alleen maar met tegenwind te kampen. Altijd was er 's ochtends (ik vertrok in het donker, meestal regen de het ook nog) de hoop dat de snijdende wind die je tegen had 's middags in je rug zou blazen, maar altijd had je hem dan tóch tegen als de school was afgelopen (het was alweer donker, en het regende ook nog steeds). Zelfs als het KNMI er heel stellig in was - zuidwester storm, de hele dag - leek de wind speciaal voor jou even te draaien. Kon je fijn een uur aan je karakter werken.

'Ik had meer plezier in fietsen.'

Het is bijna niet te geloven, maar het is echt zo gezegd.

De spreker moet altijd geweten hebben dat hij het ver zou schoppen, dat hij op een dag aan 's lands roer zou komen te staan, ik bedoel: dan heb je als jongen iets om naar uit te kijken, dan weet je waarom je in een regio met veel wind veel plezier in fietsen hebt. Het gaat wat langzamer dan brommen, maar het brengt je verder. Volhouden, daar gaat het om, en geloven natuurlijk.

Dan dit:

Ik herinner me nog goed dat ik zestien werd en mijn eerste brommer kreeg. Het was een afdankertje van de buren, een Berini. Hij kwam nauwelijks vooruit, maar nadat ik de uitlaat eraf had gezaagd, ging het al stukken sneller. Ik steeg in de achting van andere jongens, al bracht de Berini me niet op het niveau van Puch, Tomos, Zündapp en Kreidler.

Dat waren pas brommers.

Voor dromerige types van het mannelijke geslacht, jongens die De Vuilnisroos van Ben Borgart hadden gelezen en gedichten schreven, was er de Puch Maxi. Daar leek mijn Berini in de verte wel een beetje op - er zaten ook geen versnellingen op, het was ook een brommer voor meiden.

Ach ja.

Vroeger was alles beter, hoor je wel eens. Ik ben het daar niet mee eens, maar om één ding ben ik altijd blij geweest: dat ik op een dag niet meer hoefde te fietsen. Helaas weet ik nu ik dat ik blij en rechtschapen door had moeten peddelen. Dan had ik minister-president kunnen zijn, en waarschijnlijk een rustig type.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden