Boertje uit Weerselo Belg op verzoek van de baas

De Nederlandse springsport zal het weldra zonder Jos Lansink moeten stellen. De geboren en getogen Tukker heeft op verzoek van Leon Melchior, zijn Belgische baas, de Belgische nationaliteit aangevraagd....

DE PAPIEREN voor de naturalisatie liggen al in een Brusselse bureaula, vermoedelijk bovenop de stapel, en dus is de kans groot dat Jos Lansink zijn langste tijd als Nederlander heeft gehad. De beste springruiter die Twente ooit heeft voortgebracht zal weldra de navelstreng met zijn moederland doorsnijden en toetreden tot het uitdijende legioen der staatsverlaters.

Laten we vooral niet denken dat Lansink op het punt staat zijn land te verloochenen om redenen van fiscale aard. Geen denken aan. Hij is tot zijn daad gekomen eerst en vooral omdat het leven op stoeterij Zangersheide in Lanaken, het Vlaamse dorp waar hij vijf jaar geleden vanuit Twenteland neerstreek, hem en zijn dierbaren zeer bevalt.

Bovendien wordt hij Belg omdat de bekendste aller Nederbelgen, zijn baas Leon Melchior, hem dat uitdrukkelijk heeft gevraagd. En Melchiors wil is, dat weet iedereen die wel eens met hem van doen heeft gehad, altijd wet.

De derde en niet onbelangrijkste reden voor de staatsverlating is gelegen in het feit dat de hippische federatie FEI heeft bepaald dat man en paard tijdens Olympische Spelen dezelfde nationaliteit moeten bezitten. Melchior is Belg, zijn paarden zijn Belg. Vandaar.

Maar de Belgen mogen niet denken dat Lansink van plan is meer concessies te doen. Hij heeft in de afgelopen jaren in Lanaken geleerd dat zijn vuile goed niet gereinigd wordt in een stomerij maar in een droogkuis en dat met zeker en vast niets anders dan vast en zeker wordt bedoeld, maar zich fanatiek verdiepen in het Vlaamse idioom zal hij niet doen. 'Wij blijven thuis gewoon plat-Twents spreken.'

Desondanks zijn niet weinige Belgen blij met hun nieuwste aanwinst. Dat bleek onlangs tijdens het indoor-concours in Mechelen. De toeschouwers klapten hun handen stuk toen de speaker rondbazuinde dat Lansink op het punt stond Belg te worden. 'Ik kreeg meer applaus dan de collega die zo fraai de Grote Prijs won.'

Het was voor Lansink een bevestiging van wat hij al vermoedde: de Belgen zijn zo kwaad nog niet. 'In de vijf jaar dat ik in Lanaken woon en werk heb ik het super naar mijn zin gehad. Er was geen dag dat ik dacht: die Belgen kunnen de pot op, ik ga terug naar waar ik vandaan kom. Terug naar de moederschoot, terug naar Twente, terug naar het aardigste dorp van de wereld, Weerselo.'

Dan ineens bedenkt Lansink dat wat hij als manspersoon wil er eigenlijk niet zo toe doet. Dat zijn wil belangrijk is maar zeker niet doorslaggevend. En dus zegt hij in alle nederigheid, zoals het een moderne echtgenoot betaamt: 'Wat telt is wat mijn vrouw vindt, wat telt is het geluk van mijn dochter. Zijn ze wel happy zo ver van hun geboortegrond?'

Natuurlijk zijn ze happy in Lanaken. 'Mijn dierbaren hebben het hier naar hun zin, ze willen ook niet meer weg. Voor mijn vrouw was de stap veel groter dan voor mij. Zij moest hier een nieuw leven opbouwen, nieuwe vriendinnen en kennissen maken. Voor mij veranderde niet zo gek veel. Mijn leven bestond vroeger uit trainen en in de weekeinden wedstrijden rijden en dat is nog steeds het geval. Ik hoef het niet per se goed naar mijn zin te hebben. Doordeweeks moet ik werken en in de weekends ben ik weg.'

Het is dat Melchior hem vroeg Belg met de Belgen te worden, bij herhaling vroeg. Hem kon hij niet weigeren. 'Een betere werkgever kan ik mij niet wensen. De onderlinge sfeer is goed en de verstandhouding kan niet beter. Hij vertrouwt mij en ik vertrouw hem. Hij is goed voor mij en mijn gezin. Er zijn niet zo gek veel mensen die het zich kunnen permitteren om mij vier á vijf toppaarden beschikbaar te stellen.'

Niet zonder trots vertelt Lansink dat Melchior andermaal de portemonnee heeft getrokken en twee kostelijke paarden speciaal voor hem op de kop heeft getikt, waaronder het Mexicaanse prijsdier Tlaloc dat tijdens de Olympische Spelen van Sydney niet onverdienstelijk presteerde.

Zoiets doet alleen, zo wil Lansink maar gezegd hebben, een man als Melchior. Van andere potentiële weldoeners viel niets te verwachten. Geen der hippische rijken in Nederland ging tot actie over toen bekend werd dat Lansink aanstalten maakte vreemd te gaan met de zuiderbuur. 'Ik heb twee tot drie maanden over Melchiors verzoek nagedacht. In die tijd heeft niemand zich bij mij gemeld met het verzoek om Nederlander te blijven. Niemand heeft me zijn paarden aangeboden, niemand wilde mijn sponsor zijn. Daarom was de keuze voor Melchior en voor België uiteindelijk niet zo vreselijk moeilijk.'

Het vreemdgaan viel Lansink ook om een andere reden niet moeilijk. Hij is veranderd, volwassener geworden. Toen hij in de jaren tachtig doordrong tot de Nederlandse top was hij een verlegen boertje uit Twente, toen hij in 1989 in het Kralingse Bos derde werd bij het EK was hij nog steeds een boertje, zij het alweer wat minder uitgesproken. En wat is dat boertje nu?' 'Onderhand ben ik een man van de wereld en een wereldreiziger bovendien. Grenzen zeggen me helemaal niets. De wereld is voor mij een dorp geworden. Daardoor is de keuze voor België me niet moeilijk gevallen.'

In momenten van grote twijfel heeft hij wel eens gepiekerd over de mogelijkheid voor zichzelf te beginnen, een eigen nering op te zetten, eindelijk baas in eigen huis te zijn. Het is er nooit van gekomen en het zal er ook nooit van komen. 'Een zelfstandig bestaan leiden in dit vak kan vandaag de dag niet meer. Te kostbaar, te tijdrovend. 'Je hebt sponsors nodig en, dat vooral, talentvolle paarden. En die zijn schaars. Als je bedenkt hoeveel paarden worden gefokt en hoe weinigen er doorbreken, dan kun je er beter niet aan beginnen. Toptalent in onze wereld is schaars en voor een gewone sterveling als ik ook nog eens onbetaalbaar.'

Hij prijst zich nog steeds gelukkig dat hij ooit Libero mocht besturen, de hengst van zijn voormalige werkgever Hans Horn. Dat waren tijden van groot geluk. De prijzen die beiden verdienden waren niet aan te slepen. Beiden sprongen een winstsom van een en driekwart miljoen gulden bij elkaar, veroverden vier nationale (Nederlandse) titels, wonnen twaalf Grote Prijzen en tien wereldbekerwedstrijden, waaronder de altijd nog gedenkwaardige finale van 1994 in Den Bosch.

Ruim tien jaar duurde de hippische romance. Lansink beminde Libero teder en Libero moet Lansink hebben bemind. 'Hij kon het niet alleen, ik kon het niet alleen. We vulden elkaar aan, pasten perfect bij elkaar. Libero heeft me nooit in de steek gelaten. Jammer dat zo'n klasbak maar eens in de eeuw wordt geboren.'

Of misschien toch wel wat vaker, want Caretano, het negenjarige prijsdier dat voorlopig de Belgische kar moet trekken, daar is helemaal niks mis mee. Het is een aprteling en gelukkig van het mannelijk geslacht bovendien, want daar heeft Lansink als stuurman al jaren een lichte voorkeur voor. 'Ik wil hem niet met Libero vergelijken. Dat zou niet fair zijn. Maar Caretano heeft ontegenzeggelijk talent. Hij heeft in veel opzichten veel extra's.

En heeft ook nog eens Lansinks favoriete geslacht. 'Ik rij graag op hengsten. Die zijn toch iets meer paard dan de rest. Zijn brutaler, eigengereider en maar al te graag bereid de kont tegen de krib te gooien. Dat spreekt mij aan, dat is een uitdaging. Het is aan mij om die 500 kilo's aan spierkracht en eigenzinnigheid te controleren. Dat kan niet met kracht, dat kan alleen met hersens.'

Lansink als Belg op een Belgisch paard. Het zal wennen zijn voor het Nederlandse publiek tijdens het eerstvolgende grote concours in eigen land, Indoor Brabant. Wie zal hem de staatsverlating kwalijk nemen? Waarschijnlijk niemand na deze bekentenis: 'Ik ben al bijna veertig jaar Tukker en dat zal ik ook de rest van mijn leven zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden