Boermans' Lulu is vunzig tot op het bot

De eerste opkomst van Halina Reijn als Lulu is bijna een parodie: de actrice is aangekleed als een Pippi Langkous-pop, met vlechten, een geruit rokje en witte sokjes....

In zijn voorstelling bij De Theatercompagnie heeft Boermans Lulu van Frank Wedekind geactualiseerd, zoals hij destijds ook Hamlet van het Deense hof naar een modern presidentieel paleis verplaatste. In Lulu laat hij de tijd een eeuw vooruit springen: hij situeert het stuk in de betonnen grauwheid van nu. Alle handelingen vinden plaats in een kille garagebox die is afgezet met plastic lint - zoals in films de plaats van een misdrijf wordt afgezet.

Op deze afwerkplek zijn op de vloer al de contouren getekend van de slachtoffers die in deze vier uur durende voorstelling zullen vallen. Onder die vloer bevindt zich een bassin met brak water, het riool waarin Lulu en haar mannen uiteindelijk zullen verdwijnen. Per bedrijf wordt dat riool stukje bij beetje geopend, totdat alles en iedereen erin verzuipt.

Eduard Schwarz, die Lulu in het eerste bedrijf schildert, doet dat niet met een penseel op linnendoek, maar op een laptop; haar portret rolt uit de printer. Zijn muze is dan nog als een piepjonge Lolita, getrouwd met een oude dokter. Maar ze wordt al snel de zijne, en daarna eigendom van een reeks andere mannen. In deze estafette van lust zijn die mannen allemaal patjepeeërs, maffiosi, bezoekers van derderangs gokhallen. Ze hebben een vette kop, een lepe blik en foute pakken.

Lulu is volgens de meeste theorieën een niet bestaand personage, een fantasie die zich heeft vastgezet in de hoofden van mannen - voor theatermakers een droom om vorm te geven. Van Hove deed dat in 1989 bij Toneelgroep Amsterdam met Chris Nietvelt als een bijna doorschijnende fee, Johan Simons vijf jaar later bij Hollandia met Betty Schuurman als een aardse, balorige Lulu. De Lulu van Halina Reijn is vooral pathologisch op zoek naar seks, voortdurend duwt ze haar vagina naar voren en haar billen omhoog. Ze bespringt iedereen die maar in de buurt komt, niks geen mysterie of onderdrukte passie. Zie hier de moderne Lulu: hoer achter het Centraal Station, drugsverslaafde, incestslachtoffer, in ieder geval psychisch behoorlijk in de war en de mannen die haar willen zijn nog gekker.

De regie van Boermans is afstotend en intrigerend tegelijk. Sommige scènes zijn nog goorder dan de spraakmakende kut-affiche van Anton Beeke. Jan Decleir, die Lulu's vader speelt, likt zijn vingers af, stopt ze tussen Lulu's benen, geilt haar en zichzelf mechanisch op, haalt zijn vingers uit het meisje en likt ze af - het is eigenlijk niet om aan te zien. Lulu staat veelvuldig naakt op toneel, maar al de mannen die het met haar doen verbergen hun geval achter de slip van een overhemd. Kom op Boermans, niet zo hypocriet!

Maar liefst veertien acteurs doen aan deze productie mee. Omdat de personages die ze spelen zo afstotelijk leeg zijn, zou je haast vergeten hoe raak ze door de meesten worden gespeeld. De Vlaamse reus Jan Decleir is weerzinwekkend subtiel, Dries Smits als Lulu's weldoener brallerig briljant, Harry van Rijthoven als de schilder hilarisch hysterisch. Dat slechtheid niet aan leeftijd gebonden is, wordt sterk verbeeld door de vettige Michiel van Dousselaere en de gespierde Thijs Römer.

Halina Reijn gaat intussen compleet aan de haal met haar rol. Zij werpt alle dramaturgische wetten van Lulu als een niet bestaand wezen omver, ze acteert alsof ze Blanche Dubois is in Tramlijn Verlangen, of Elektra: op volle kracht vooruit en vol overgave. In het laatste deel, als ze in de krochten van Londen wordt vermoord, is ze op haar best - als een hijgende hinde die niet aan de jacht ontkomen zal. Het is een prachtige scène waarin Tijn Docter als de mooie jongen van de catwalk de seriemoordenaar speelt; hij is hier niet Jack the Ripper maar Patrick Bateman uit American Psycho van Bret Easton Ellis, waar deze Lulu sterk aan refereert.

Boermans wil met zijn Lulu veel beweren over deze tijd vol coke snuivende feestgangers en mannen die onder de rokjes van dertienjarige meisjes of in de broekjes van jongetjes gluren. Dat is nog steeds zijn kracht: het tonen van de mens in al zijn vunzigheid. Gevoelens van afkeer blijven nog net binnen de perken, omdat Boermans die vunzigheid - met gebruikmaking van onmiskenbare clichés - zo intens theatraal weet te verbeelden. Met grote dank aan Halina Reijn dit keer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden