Mensen

Boerenzoon op rubberen sandalen wordt president van Peru

Met Pedro Castillo krijgt Peru een inheemse dorpsonderwijzer als nieuwe president. Hij wil de armoede en ongelijkheid in zijn land bestrijden.

Pedro Castillo zwaait naar aanhangers, kort nadat is bekendgemaakt dat hij de presidentsverkiezingen van Peru heeft gewonnen.  Beeld Getty
Pedro Castillo zwaait naar aanhangers, kort nadat is bekendgemaakt dat hij de presidentsverkiezingen van Peru heeft gewonnen.Beeld Getty

‘Geen arme mensen meer in een rijk land.’ Met die slogan schopte de 51-jarige dorpsonderwijzer Pedro Castillo, zoon van inheemse boeren uit de Andes, het vrijwel vanuit het niets tot president van Peru. Zijn nipte overwinning werd maandag bekrachtigd na weken van hertellingen in een nek-aan-nek-race met zijn rechts-conservatieve rivaal Keiko Fujimori.

Fujimori’s aanhang, de gevestigde welvarende Peruaanse elite in de steden, houdt nu zijn hart vast voor de toekomst. In een harde campagne werd de linkse ‘campesino’ Castillo afgeschilderd als een ‘gevaarlijke communist’ die van plan zou zijn bedrijven te nationaliseren en buitenlandse investeerders het land uit te jagen en zo de economie om zeep zou helpen. De Fujimoristas waarschuwden voor ‘Venezolaanse en Cubaanse toestanden’, en dichtten de linkse Castillo een rol toe bij een vermeende opleving van Lichtend Pad, de maoïstische vrijheidsbeweging die in de jaren negentig terreur zaaide.

Bescheiden boerenzoon

Naar eigen zeggen heeft de bescheiden inheemse boerenzoon als doel een eind te maken aan de ongelijkheid in het land en dan vooral: de systematische achterstelling van inheemse inwoners op het platteland. Daarvoor wil Castillo inderdaad contracten openbreken met mijnbedrijven die gouden zaken doen, zoals die er bijvoorbeeld waren in zijn eigen geboorteregio Cajamarca, hoog in het Andesgebergte. Nooit zag hij de bevolking meeprofiteren van de Peruaanse bodemschatten. De schrijnende armoede die hij als leraar zag bij de leerlingen op zijn school vormde de basis voor zijn politieke aspiraties.

In 2002 deed hij vergeefs een gooi naar het burgemeesterschap in Anguía voor de partij Perú Possible van Alejandro Toledo, de toenmalige linkse en eerste Peruaanse president van inheemse afkomst. Pas in 2017 stond Castillo voor het eerst in de nationale schijnwerpers toen hij zich opwierp als leider tijdens een landelijke onderwijsstaking. Hij verwierf grote populariteit bij de onderwijsvakbonden die hem dan ook volop steunden toen hij zich drie jaar later ineens kandideerde voor de presidentsverkiezingen. Buiten de vakbonden kende vrijwel niemand Castillo. Dat zou wellicht zo zijn gebleven als vorig jaar niet een wereldwijde pandemie was uitgebroken en Peru zijn zoveelste regeringscrisis beleefde.

Straatarm bergdorp

Corona gaf Castillo eind vorig jaar de doorslag om voor het hoogste ambt te opteren. Als leraar op zijn dorpsschool had hij tijdens de lockdown gepoogd door te gaan met lesgeven, maar vrijwel geen van zijn leerlingen in het afgelegen en straatarme bergdorp had een mobiele telefoon, tablet of computer. Vanaf dat moment besloot hij als presidentskandidaat voor de partij Vrij Peru op het podium te klimmen om, vaak gewapend met een levensgroot potlood, te pleiten voor betere toegang tot onderwijs en gezondheidszorg; klassieke socialistische middelen om burgers te bevrijden uit een bestaan in armoede.

Van armoede weet Castillo, die nog steeds graag verschijnt op rubberen sandalen en met een traditionele chotano – een rieten cowboyhoed – zelf alles. Hij groeide op in San Luis de Puña, in de afgelegen Cajamarca-regio hoog in het Andes-gebergte, als kind van analfabete ouders. Zijn vader was geboren als knecht op een landgoed van landeigenaren en kreeg pas na de landhervormingen in 1969, vlak voor Castillo’s geboorte, zijn eigen stukje grond om te verbouwen. De kleine Castillo moest elke dag om 5 uur opstaan om twee uur langs steile bergweggetjes naar de basisschool te lopen, ‘diep verscholen in een poncho tegen de kou’, zo reconstrueerde de Spaanse krant El País.

IJsverkoper

De rest van zijn onderwijscarrière financierde de tiener Castillo zelf; eerst samen met zijn vader met werk op koffieplantages, later met zijn zuster in de rijstvelden in de Amazone. ‘In Lima heb ik kranten en ijsjes verkocht en maakte ik in hotels de toiletten schoon. Ik heb de harde realiteit van arbeiders op het platteland en in de stad meegemaakt’, zo zei Castillo tijdens de campagne over zijn leven.

Na zijn opleiding vestigde hij zich als leraar in zijn geboortedorp Puña, waar hij met zijn high school sweetheart Lilia Paredes drie kinderen kreeg. Castillo zou zijn kandidatuur aan de keukentafel hebben aangekondigd, na een lunch van zelfgemaakte kippensoep en in aanwezigheid van een dominee, zo vertelde dochter Jennifer aan El Pais. ‘Amen’, was de simpele reactie van de dominee.

Zorgen over een radicaal-linkse koers heeft Castillo gaandeweg de campagne proberen weg te nemen. Hij kwam terug van een eerdere uitspraak dat hij bedrijven wilde nationaliseren en de grondwet wilde wijzigen, nodig om de corruptie te kunnen aanpakken. Ook distantieerde hij zich steeds meer van zijn partij Vrij Peru die openlijk lonkt met de socialistische, maar ondemocratische regeringen in Cuba en Venezuela. Maar of hij hiermee slechts zijn potentiële kiezers of investeerders wilde paaien, zal de toekomst moeten uitwijzen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden