BOERENVERSTAND

Een biologische boer wil boer Spruit uit Zegveld zich niet noemen. 'Och heden, nee.' Toch floreert de natuur op zijn melkveebedrijf....

Terwijl boer Spruit uit de sloot klautert, graait zijn hand een toefje groen mee dat hij mij onder de neus houdt: 'Ruik eens, die lucht, typisch slootkant.' Tot in oktober zwemt hij bijna dagelijks in zijn eigen boerensloot, op warme dagen wel vijf keer. En als hij dorst heeft drinkt hij eruit - zo schoon is het water in de sloten van boer Spruit. Soms, wanneer hij erg vuil is van machinevet, doucht hij zich voordat hij de sloot induikt.

En toch stuurde het waterschap hem vorig jaar een vermanend schrijven dat zijn sloten niet voldoende geschoond waren. 'De schouwers hebben alleen maar gekeken of de kanten zwart waren van de bagger van de machines van het loonbedrijf. Maar dat is nou net fout!' Hij stuurde een brief terug met uitleg over de wijze waarop hij de sloten handmatig onderhoudt. Met de hak hakt hij de kanten af. Met de riek haalt hij het overtollig groen naar de kant dat hij verder gebruikt om te composteren. Met de modderspuit zuigt hij de bagger uit de sloot, die hij vervolgens over het weiland sproeit. En langs alle sloten heeft hij draad gespannen, wat zijn vader ook al deed, zodat de koeien de kanten niet kunnen uittrappen en de bloemenweelde vertrappen.

En kijk nou eens wat er staat aan de boorden van de wetering: moerasspirea, koekoeksbloem, rolklaver, gele lis, kattestaart, kale jonker, moeraswalstro, moeraswederik, zwanenbloem, vergeetmijniet aan de kant. In het water de witte kopjes in groene kraagjes van de krabbescheer - een teken dat in het water van de sloot weinig fosfaat zit. Libellen boven het water. Schrijvertjes op het water. Zeelt, snoek, voorn, paling en snoekbaars in het water. De bioloog J. L. Van Egdom, die voor het waterschap de sloten van boer Spruit onderzocht, telde er 46 soorten planten, drie soorten libellen, drie soorten kokerjuffers en stelde vast: 'Agrariër Spruit is een bijzondere man met een grote liefde voor alles wat leeft. Daarnaast haalt hij economisch gezien de hoogste resultaten uit zijn land. Dat natuur en intensieve veeteelt samen kunnen gaan, wordt door de heer Spruit aangetoond.'

Theo Spruit vat het nog bondiger samen: 'Boeren is loeren en je boerenverstand gebruiken.' Als je niet altijd maar hoog op een machine zit, maar ook nog handmatig hakt en met de zeis maait en je bukt om een paaltje te verzetten, zie je meer en zie je beter hoe het er bijstaat en wat je moet doen. En als je dan in de loop weg een handjevol zaadjes meegraait van een bloem en die verderop laat vallen, dan zie je het volgend jaar op die plek weer een mooie plant bloeien, en het heeft niks gekost!

Met zo'n zeventig melkkoeien, rood- en zwartbont vee en ook nog blaarkoppen, boert Theo met zijn vrouw Truus en zes kinderen op dertig hectare veenweide aan de Dwarsweg tussen Zegveld en Meije, midden in het Groene Hart van Holland. Het is van alle kanten bedreigd boerenland. Door de verstedelijking, door de hoge grondprijzen, door de vermesting. Omdat het land er zo nat en laag is, brengt het tien procent minder op. Van de 62 boerenbedrijven die er tien jaar geleden waren in Meije, zijn er nog dertig over, en de helft daarvan heeft geen opvolger.

Truus bakt schnitzels van een eigen geslacht stierkalf; ze verkopen diepgevroren pakketten Zegvelds veenweidevlees (kalf en rund) aan huis. We eten met z'n allen aan de grote keukentafel. De acteur Bram van der Vlugt eet mee. Beide families kennen elkaar uit de tijd dat hun kinderen naar dezelfde basisschool gingen. Toen boer Spruit in 1995 naar de politie moest voor verhoor en daarna naar de rechter omdat hij door bleef gaan met het bovengronds uitrijden van mest, vroeg hij Bram van der Vlugt hem te vergezellen. Van het een kwam het ander. En Bram van der Vlugt en zijn vrouw Irma bedachten: zonder een boer geen koeien, zonder koeien geen veenweidelandschap, zonder veenweidelandschap geen open en groen Hart van Holland. Als wij dat eeuwenoude cultuurlandschap niet verloren willen laten gaan, moeten we de boeren bijstaan, want zij zijn de ziel van dit landschap. En ze richtten met anderen de Stichting Gras & Wolken op.

Bram zit, aan de keukentafel bij de Spruiten, alvast wat te oefenen op de toespraak (met discussie na) die hij die avond zal houden voor de boeren en burgers van Zegveld over de toekomst van het veenweidegebied. 'Er is vergeleken met dertig jaar geleden wel een heel nieuwe situatie ontstaan', zegt hij tegen Theo. 'Macro-economisch gezien zijn jullie niet meer nodig in dit land. Melk en vlees zijn veel goedkoper van elders te halen.'

'Nouh', zegt Theo.

'En wat productieland was, is consumptieland geworden, of je 't nou leuk vindt of niet. En de boer moet zich in dat opzicht bijscholen voor zijn nieuwe rol in het landschap.'

'We laten de polder niet volstromen met stedelingen', zegt Theo. 'En ook niet verrommelen. Natuur moet je bijhouden.'

'Je hebt een goeie opvatting over dit landschap', vindt Bram, 'maar er is natuurlijk ook verwilderingsna. . .'

'Jaja', onderbreekt Theo.

'Theo, stil nou eens', maant Truus haar opgewonden man.

Buiten in het weiland gaat de discussie tussen Bram van der Vlugt en Theo door. 'Hij is eigenwijs, hoor', zegt zoon Koen van 14 over zijn vader. Die bukt zich om een kluit stalmest op te rapen en mij onder de neus te houden: 'Ruik eens. Ruik je wat?'

Nauwelijks iets. Aarde, geen strontlucht.

'Is het niet prachtig, Bram?', zegt Theo Spruit. 'Eergisteren heb ik hier mest gestrooid, en kijk nou eens hoe die koeien nu al op dit gras lopen te vreten. Ik weet niet hoe ik het doe, maar het lukt.'

Bram van der Vlugt noemt het het geheim van Spruit, de bemestings- en voederstrategie die Theo van zijn vader heeft overgenomen. Die houdt kort samengevat in dat ruige, verteerde stromest het beste is voor zowel het gras als voor de bodem van de veenweiden, en het beste voor de koeien.

Boer Spruit heeft naast de eigentijdse loopstal nog de grupstal in gebruik waar de koeien op stro liggen, en een potstal voor drachtige koeien en jong vee. De drijfmest uit de loopstal vermengt hij met de stromest uit grup- en potstal, met overvloedig hemelwater en met een koolstof die stikstof bindt. Dat mengsel wordt breedwerpig, bovengronds uitgereden - zoals dat heet - en direct na het verspreiden over het land met slootwater besproeid.

Het effect is dat de stikstofbenutting op het bedrijf van boer Spruit meer dan 50 procent is, waar het landelijk gemiddelde ligt rond de 25 procent. Bijkomend voordeel is ook dat, door fijne verdeling van mest tussen de grassen, de grond er veerkrachtig, luchtig en zuurstofrijk van wordt, vol van regenwormen en ander leven, en dat de veengrond minder inklinkt doordat boer Spruit niet zulke zware machines nodig heeft als boeren die de mest in de grond injecteren.

En dat was nou ook precies de reden voor justitie om boer Spruit te vervolgen en de directe aanleiding voor Bram van der Vlugt om - in een parafrase op Kennedy bij de Berlijnse Muur - te roepen: 'Ich bin ein Bauer.'

De wet schrijft namelijk en nog steeds voor dat dierlijke meststoffen emissie-arm en volgens de injectie- en sleepvoetmethode aangewend mogen worden, en anders niet.

Nadat hij al vele malen mest volgens zijn eigen methode 's nachts had verspreid over zijn land, werd hij op 25 augustus 1995 betrapt. Meer boeren uit het Groene Hart raakten om hetzelfde in een bizarre rechtsgang verzeild. Uiteindelijk achtte de rechter in hoger beroep hen 'strafbaar zonder strafvervolging'. Eind vorige maand verwierp de Hoge Raad de cassatie die hiertegen was aangetekend door het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. En hoewel de zaak tegen boer Spruit nog loopt, is dat uiteraard ook voor hem goed nieuws. Want, zegt Bram van der Vlugt, 'hoe de uitspraak tegen jou ook zal zijn, Theo, het ministerie kan er niet meer tegen in beroep gaan'.

Gerenommeerde deskundigen van respectabele instituten hebben de afgelopen jaren onderzoek gedaan bij boer Spruit en slechts 1,9 kg ammoniakemissie per beest bij hem gemeten - tegen 8,8 kg/dier gemiddeld in Nederland - en toch veroordeelde de rechter in Utrecht hem. 'Ik heb toen een voortandje afgebeten, zo nijdig was ik dat hij zei dat ik willens en wetens natuur en milieu vervuilde.'

Het komt wel goed, is de overtuiging van Bram van der Vlugt. En het gaat zo goed met die ruige stalmest op het land, dat Theo Spruit heeft besloten geen kunstmest meer te gaan strooien. Niet omdat hij er principieel op tegen is geraakt. Nee, hij wil kijken of het op zijn eigen manier net zo goed of beter bevalt. Hij noemt zich ook geen biologische boer. Och heden, nee, hij wil het helemaal niet zijn. Veel te sektarisch. 'Ik wil me ook helemaal niet vastleggen. Ik wil boeren zoals ik denk dat ik goed boer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden