InterviewSieta van Keimpema

Boerenactivisme? Dat gaat bij Sieta van Keimpema nooit op stal, hoeveel melk er ook in de mestput loopt

Beeld Gerard Wessel

Het boegbeeld van het boerenprotest, Sieta van Keimpema heeft al vijftig boerenprotesten georganiseerd, spoot Brussel onder de melk, en stond pal op het Malieveld.

Sieta van Keimpema zat in een hotelkamer in de Haagse binnenstad, nog in haar slaapgoed, en moest zich inhouden om niet op het bed te gaan dansen. Op de televisie was te zien hoe in alle vroegte duizenden trekkers uit het hele land opstoomden naar het Malieveld, de grootste file in de geschiedenis was in de maak – en toch werden de boeren enthousiast toegejuicht.

Eerlijk gezegd: deze had de Friese boerenactivist niet zien aankomen. Voor haar gevoel was Jan en alleman antiboer geworden. Want zij waren de vervuilers, werd er gezegd, zij waren als agrarische sector verantwoordelijk voor bijna de helft van de stikstofuitstoot, en hadden maling aan de rest van Nederland. Van Keimpema: ‘Dus moesten we weg worden geveegd uit het landschap, families en hun vee moesten worden geëlimineerd. Als een stelletje wilden.’

Dat voelde ze zo, gekrenkt als ze was, en daarin was ze niet de enige: ‘De boeren hadden de kop tussen de schouders.’

Ze sprong onder de douche, en tien minuten later was ze op het Malieveld, met een broodje in haar handen. Vanuit heel het land werden haar filmpjes toegestuurd, van drie rijen breed tractoren op de snelweg. Aan haar voeten witte moonboots, om zich te wapenen tegen het drassige terrein. Een kleurrijke sjaal om de nek. De speech die ze rond het middaguur ging houden, als één van de hoofdsprekers, opgeborgen in haar handtas.

Twee dagen eerder las ze de tekst voor in hun huis in Nes aan echtgenoot Arno. Ja goed, had hij geoordeeld, alleen die laatste zin moest eruit: ‘Dan zullen we ze een poepie laten ruiken.’ Die vond hij te opruiend, richting het kabinet.

Zo stond ze in het midden van het Malieveld, kijkend naar die randjes bomen, de prachtige herfstkleuren. Daar kwamen de trekkers aan, van alle kanten. De Mobiele Eenheid was paraat, een boer duwde met zijn tractor een bouwhek omver, er kwamen nog meer boeren aanrijden. Ze stond eerste rang, en was heel het gevoel van tijd verloren. Ze dacht alleen maar: ‘Wat is dit geweldig, wat ben ik trots dat ik hier deel van mag uitmaken.’

Aan de keukentafel in haar huis in Nes (gemeente Heerenveen) wordt 1 oktober 2019 in al zijn hoedanigheid herbeleefd, door de vrouw die het boegbeeld van de boze boeren was. ‘Een historische dag was het geweest’, zegt ze nog maar eens, het grootste boerenprotest van Nederland, voor het eerst in dertig jaar weer in Den Haag. Een ommezwaai bovendien, de versnipperde agrarische sector verenigd als nooit tevoren.

Ze zegt: ‘De boeren lopen weer met een rechte rug.’

Nou Arno Miedema en Sieta van Keimpema zelf nog.

Want haar eigen agrarische en particuliere sores had ze weggestopt, op deze dag. Dat zij een zwaar jaar achter de rug had met gezondheidsklachten van haar man, een hoog oplopend conflict met FrieslandCampina, en de uiteindelijke verkoop van de koeien, hoefde niemand te weten. ‘Zo belangrijk zijn we nou ook weer niet’, zegt ze. ‘Dit protest ging over de toekomst van de landbouw in Nederland. Als wij geen boeren meer zullen zijn, ligt niemand daar wakker van. Maar dat grote groepen landbouwfamilies ten gronde worden gericht, betekent veel meer voor het land.’

Van Keimpema (54) woont hier op honderd meter van hun nu leegstaande stallen en boerderij, in Mar Sigt, zoals hun huis heet. Echtgenoot Arno Miedema is buiten aan het sleutelen aan een oude pick-uptruck, de drie zoons zijn al definitief uitgevlogen, en in de keuken dansen de jonge poesjes op de tafel. Ze heet militant te zijn en radicaal, en scherp in haar bewoordingen. Betrokken en met een sterk rechtvaardigheidsgevoel, vindt ze beter bij haar passen, op de barricades voor een eerlijke melkprijs voor de boeren.

Haar credo: ‘Met dwarsliggers krijg je een stevig huis.’

Beeld Gerard Wessel

Opstandig bloed

Want opstandig bloed stroomt van oudsher in de Van Keimpema’s, hoorde ze altijd. Haar oma was een rechtstreekse nazaat van Salomon Levy, de rebellenleider die het Kollumer Oproer in 1797 leidde. Zijn leven eindigde een jaar later op het hakblok. Sieta wist zelf om te beginnen op 5-jarige leeftijd dat ze als vrouw nooit haar achternaam zou wijzigen, anders was het net alsof je bij de inboedel van een man hoorde. Op de mavo voerde ze actie om ervoor te zorgen dat ook jongens de kantine schoon moesten maken. Als student aan de lerarenopleiding hield ze het binnen na drie jaar voor gezien, tot ongenoegen van haar ouders. In dat flatje in Leeuwarden werd ze knettergek, nergens een tuin waar je even lekker kon omprutsen, zonder dat iemand je in de gaten hield. Bovendien had ze in een café in Grou kennis gekregen aan Arno Miedema, de zoon van een melkveehouder, en met hem ging ze hokken in Nes.

Je moet Sieta hebben – dat was in september te horen in de gelederen van Farmers Defence Force en Agractie, digitale broedplaatsen van het agrarische ongenoegen. De actiebereidheid zwol aan in de sociale media, naar Den Haag zouden ze trekken, en er was al een datum, dinsdag 1 oktober. Het moest een keer ophouden! De boeren moesten van zich laten horen! Eerst was er de overval geweest van dierenactivisten op een varkenshouderij in Boxtel, en toen liet D66-landbouwwoordvoerder Tjeerd de Groot optekenen dat de veestapel moest worden gehalveerd. ‘Dat was de vonk in het kruitvat’, bemerkte ze. ‘Dat werkte als een rode lap op een stier.’

Van Keimpema is al een kleine twintig jaar actief in verschillende Nederlandse en Europese melkveehouderorganisaties, en heeft er toch wel zo vijftig demonstraties georganiseerd – dus heel vreemd was het niet dat haar naam rond zong. Bij haar op de burelen van de Dutch Dairymen Board en European Milk Board lagen draaiboeken voor omvangrijke internationale boerenacties. Ze had gebouwen van het Europees Parlement laten onderspuiten met melk, ze had het verzet geleid tegen de zuivelindustrie.

Dus natuurlijk viel er een krachtig ‘ja’, toen ze haar vroegen, om woordvoerder te worden. ‘Dit was het momentum! Zo voelde ik dat. Tjonge jonge! Dit was anders! Dat merkte ik aan de stevige reacties van jonge boeren, die hadden iets van ‘we pikken het niet meer, zo gaat onze toekomst naar de bliksem’. Het spel was op de wagen, en het kon er niet meer af.’

Met dezelfde bezieling was ze ooit in het boerenactivisme terecht gekomen. Ze hoorde haar echtgenoot wel klagen over de zuivelindustrie en de landbouwpolitiek. ‘Nou Arno’, had ze gezegd, ‘deze problematiek ga je aan de keukentafel niet veranderen.’ Dus bestookte ze landbouwtijdschriften en kranten met opiniestukken waarin ze het opnam voor de boeren – en voor ze het wist had ze een bestuurlijke functie in de Nederlandse Melkveehouders Vakbond.

Een overladen Malieveld moest het worden op 1 oktober, en niet een armetierig winderig parkeerterreintje aan de rand van de stad, met een paar trekkers. De boeren waren boos, en moesten duidelijk zichtbaar zijn voor het hele land. Maar de toenmalige burgemeester van Den Haag, Pauline Krikke, had er geen kaas van gegeten, meende ze. Die had geen enkel idee van de massaliteit van het boerenverzet. Vijf trekkers tolereerde Krikke aanvankelijk, en na agrarisch hoongelach, draaide de burgemeester bij naar 75 trekkers.

Uiteindelijk waren het een paar duizend trekkers, en vijftien- tot twintigduizend mensen die getuige waren hoe zij om 13 uur op het podium van het Malieveld achter het spreekgestoelte ging staan, zwaaiend met haar linkerarm, haar ogen vol vuur. ‘De Randstad is de grootste zwijnenstal van Nederland’, riep ze, ‘met al die vervuiling en kabaal. De boeren moeten opdraaien voor de stikstofproblemen die door grote bedrijven als Schiphol en Tata Steel worden veroorzaakt.’ Na negen minuten rondde ze af: ze wilde binnen vier weken een reactie van het kabinet, en liet als een echte schooljuf vier vingers zien. Anders: ‘Dan zullen we ze een poepie laten ruiken.’

Eigenwijs als ze was, had ze de laatste zin er toch in gefietst, en het volume nog even opgekrikt. Dat kon dan wel te opruiend klinken, zoals Arno had gezegd, nou, het was ook opruiend bedoeld.

FrieslandCampina

Alleen een handvol getrouwen, betrokken bij de organisatie van het boerenprotest op 1 oktober, had ze van tevoren ingelicht. Ze moesten weten dat zij persoonlijk een conflict had met FrieslandCampina, en ze had uitgelegd hoe dat zo was gekomen. ‘Ik kan het goed scheiden, hoor’, had ze erbij gezegd. Maar dat geldt niet voor het zuivelbedrijf, zegt ze. Voor haar staat vast dat er een direct verband bestaat tussen haar rabiate opstelling en de problemen die ze heeft ondervonden met hun melkveebedrijf. ‘Dat ik kritiek heb op hun beleid, dat vinden ze niet leuk. En dan word ik persoonlijk aangepakt.’

Op 7 januari stond er een opiniestuk van haar hand in dagblad Trouw. De zuivelindustrie kreeg ervanlangs, want die verkwanselden de agrarische belangen aan de Klimaattafel. Om 10 uur, op de ochtend van de publicatie, kreeg ze een mailtje van FrieslandCampina dat ze in de melkweigering terecht was gekomen, een dramatisch moment in een landbouwfamilie: de melkfabriek komt de melk niet meer ophalen.

‘Nou, dan kan je de melk dus in de mestput laten lopen’, zegt ze, ‘dag in, dag uit. Dan kan je niks meer doen. Daar word je niet vrolijk van, dat is een hard gelag. We hebben uiteindelijk nog geprobeerd de melk aan een andere fabriek te leveren, maar die zaten op dat moment ook vol. Of men wilde het niet omdat ze mijn gezicht van de boerenacties kennen. Kijk, die lui van de zuivelindustrie hebben allemaal relaties met elkaar, en leveren aan elkaar. Het heeft nooit met de kwaliteit van de melk te maken gehad. Die was altijd goed.’

Beeld Gerard Wessel

Ze zegt dat het gedonder in 2015 is begonnen, het jaar dat het melkquotum werd afgeschaft. ‘Ik kreeg steeds meer last van druk van FrieslandCampina’, zoals extra controles’, zegt ze. ‘Meestal kwamen ze direct na het publiceren van een kritisch commentaar op de handelwijze van de zuivelindustrie in het algemeen en op FrieslandCampina in het bijzonder. In 2018 liep het steeds meer op, ze hebben wel honderd keer contact gezocht, dat is bijna twee keer per week. Normaal komen ze één keer in de twee jaar! Dit ging op stalking lijken!’

‘Uiteindelijk werd ons in 2018 een programma opgelegd met eisen en voorwaarden, afwijkend van elke andere boer. Met melk had het nooit wat te maken. Dan was het pad weer te breed, of het onkruid naast het erf te hoog.  Op 2 januari stond nog op de ledenwebsite van FrieslandCampina dat we aan alle eisen voldeden. Maar het was duidelijk, ze moesten ons niet meer, en blijkbaar was dat stuk in Trouw de druppel. We werden begeleid naar de uitgang. Ik ben ook vreselijk beledigd door mensen die kwamen controleren, op het schunnige af. Ik was niet Campina-waardig, zeiden ze, ik moest me schamen. Vooral jij, Van Keimpema!’

In mei dit jaar werden alle zeventig koeien verkocht, na maandenlang de melk in de mestput te hebben laten lopen. ‘Dat was een verschrikkelijk moment’, vertelt ze. ‘We hadden een gesloten bedrijf: alles wat bij ons in de stal leefde, was ook bij ons geboren. Voor die koeien is een goeie plek gezocht, zodat we zeker wisten dat ze niet naar slachthuis werden gebracht. Ze zijn in groepjes weggegaan. Ja, dat was hard, heel hard, ook voor Arno. Toen we zo onder druk werden gezet, waarschuwde ik de controleurs van FrieslandCampina dat hij hartproblemen heeft. Maar vervolgens namen de extra controles alleen maar toe. In 2018 is hij dertien keer met spoed opgenomen in het ziekenhuis, drie keer geopereerd. Nu hebben we gezegd: we nemen een jaar pauze, dat is ook goed voor hem.’

Wat zeker niet gaat gebeuren, is dat zij nu haar boerenactivisme op stal zal zetten. ‘Daarvoor is en was het al te ver’, zegt ze. ‘De relatie met FrieslandCampina was toch al verstoord.’ Als aanvoerder van de melkveehouders ging ze onlangs weer vol in de aanval: ze betichtte, met een onderzoek van de Universiteit Wageningen in haar hand, FrieslandCampina van ‘oneerlijke handelspraktijken’. Ook tamboereerde ze over de tegenvallende financiële resultaten van het bedrijf. Inmiddels hebben talloze melkveehouders zich verenigd in ‘Bezorgde FrieslandCampina Boeren’. De kritiek: de zuivelfabrikant heeft zich verregaand vervreemd van het boerenerf.

Zeg niet tegen Van Keimpema dat haar commentaar op het zuivelconcern wordt ingegeven door het zakelijk geschil met de firma.  ‘Dat slaat nergens op!’, zegt ze, met nauwelijks ingehouden woede. ‘Want ook voordat ik het aan de stok kreeg met FrieslandCampina, zat ik al heel lang in het boerenactiewezen. Ik mag als belangenbehartiger geen commentaar hebben op FrieslandCampina, terwijl dit bedrijf zelf ongevraagd op de stoel van de boeren gaat zitten, als onze vertegenwoordiger. En dan zou ik als kritisch belangenbehartiger het weer niet mogen combineren met het voeren van een melkveebedrijf? Nee toch! En hoe kom je van zo iemand af? Die kieper je eruit! Zo gaat dat.’

Even rust

In de zwarte Volkswagen Passat was het stil, Arno zat achter het stuur en Sieta keek naar buiten. Even geen kabaal, en alle files waren al lang weg. Dinsdag 1 oktober was voorbij, en ze reden vanuit Amsterdam terug naar Nes. Bij de televisietalkshow Pauw had ze nog een keer teruggekeken op de dag. Ze glom er van trots, over de actie, en wond zich onbedaarlijk op, over de luchtverontreiniging in de Randstad in vergelijking met de uitstoot van een koe.

Ze waren niet zelf met de trekker heen en weer gereden. Dit was makkelijker, met de luxewagen, Arno reed, en zij kon onderweg bellen. Bovendien heeft haar man slaapapneu, dus zo’n eind op de trekker zitten is niks waard. Het was wel jammer dat ze alle feestjes en barbecues had gemist, even napraten met teruggekeerde euforische boeren. Het was half 2 in de nacht, toen ze het erf op reden van hun huis in Nes. ‘Ja, dan ben je blij na zo’n dag dat je kan slapen. Toen had ik ook wel de leg eruit.’

What we got here / is failure to communicate.

 Op zulke lange nachtelijke ritjes, waar dan ook vandaan, zette ze vaak Guns n’ Roses op, haar favoriete hardrockband. Dat was een manier om het hoofd schoon te blazen en wakker te blijven. En die ene regel, over het gebrek aan communicatievermogen, komt uit het nummer Civil War, wat de band weer had overgenomen uit de film Cool Hand Luke (1967).

Daar had ze op het Malieveld mee kunnen beginnen, met een potje stevige rock, maar ze hield haar portie Guns n’ Roses achter voor een volgend protest. ‘Ik denk dat zo vaak: we kunnen elkaar tegenwoordig niet vinden, pratenderweg. Het lontje is kort, en iedereen wil zijn gelijk halen. We zijn niet in staat om elkaar te vinden. Maar op deze ene dag leek het te zijn gelukt, als boeren en burgers samen.’

FrieslandCampina laat in een reactie weten dat een kritische houding ten aanzien van de sector of FrieslandCampina nooit een reden kan zijn van de opschorting van melkinname. ‘Kwaliteits- en dierenwelzijnsissues kunnen dat wel zijn’, aldus een woordvoerder. ‘Ontoelaatbare afwijking: grove afwijking van de norm.’ Met het oog op de privacyregelgeving doet het bedrijf geen uitspraken over individuele leden.

CV

1965 Geboren

1977-1983 Mavo in Akkrum, havo in Heerenveen.

1983-1986 Lerarenopleiding Engels en Nederlands (niet afgemaakt)

2001-2007 Lid bestuur Nederlandse Melkveehouders Vakbond

2006 Richt Dutch Dairymen Board(DDB) op

2008 Voorzitter DDB

2006 Richt European Milk Board op, wordt vicevoorzitter

2019 Bestuurslid van Farmers Defence Force

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden