Boeren zijn beter af met minder varkens

NEDERLAND is het meest vermeste land ter wereld. Mest is goud, maar het is een plaag geworden...

Waarom zijn de veehouders zoveel te ver gegaan? Omdat zij ertoe zijn gedwongen. Iedereen wilde aan hen verdienen. De staat inde miljarden aan belastingen op omzet en export van zuivel en vlees. De agrarische toeleveringsindustrie bouwde bij de boeren gretig stallen, leverde dure machines, voedsel, medicijnen; de bank sloot graag hoge leningen tegen hoge rentes.

En aan de andere kant van de keten namen slachterijen en handelsfirma's even gretig zoveel mogelijk dieren af voor zo laag mogelijke prijzen. Het veevoer kwam voor een groot deel uit de Derde Wereld, voor bijna geen geld. En de mest blijft hier. Dat systeem is vastgelopen.

Boeren zijn aan dat systeem niet schuldig, zij zijn er slachtoffer van. Op de landbouwschool werden zij al gehersenspoeld: meer investeren, intensiveren, industrialiseren, dat was de heilige drieëenheid, het leerstuk dat door de landbouwhogeschool in Wageningen technisch-wetenschappelijk is ontwikkeld.

De eigen organisaties van de boeren, standsorganisaties en coöperaties, hebben aan dit spel meegedaan, zij hebben de belangen van de boeren verraden. Want in die organisaties worden twee heren gediend, met tegenstrijdige belangen. Het belang van de boerenleden is: minder produktie voor een betere prijs. Maar het belang van de agro-industrie en -handel is precies omgekeerd: meer produktie voor een lagere prijs voor de boeren, opdat er des te meer winst kan worden gemaakt.

Daar zijn recent nog een paar beslissende klappen bij gekomen. Doordat de markt zo stelselmatig is overvoerd, zijn de prijzen gezakt onder de produktiekosten. Het zijn uitverkoopprijzen geworden. Daarmee zijn boeren tot bedelaars gemaakt, ze moeten op de knieën naar de overheid, of die hen misschien financiële compensatie kan bieden. Maar dat laat de tijdgeest van de vrije markt niet toe. Bovendien heeft de arme staat het geld niet meer.

Daaroverheen komen nu de milieulasten. De vervuiler betaalt. Welnu, de boer staat bij de kont van de koe: kassa. De agro-business hoopt met massale energieverslindende mestfabrieken opnieuw aan de boer te kunnen verdienen. Dat sprookje lijkt niet meer op te gaan.

Intussen moeten boeren in ons land ook nog eens duizenden hectare landbouwgrond afstaan ten behoeve van natuurgebieden, alsof landbouw zelf geen schitterend natuurgebied zou kunnen zijn. De mest moet straks dus ook nog eens op minder grond.

Men wentelt de lasten af op de zwaksten, op de boerenbedrijven onderaan de keten, die opnieuw in armoede, schulden en werkloosheid worden gedrukt.

Kan het anders? Voedsel is een vorm van energie. Zuinig omgaan met energie is dè opgave van de toekomst. Landbouw transformeert energie voor het lichaam van mens en dier. Die energie moet duurzaam worden geproduceerd en daarvoor zal de kostprijs moeten worden betaald.

Wat is duurzame landbouw? De energiebalans moet in evenwicht zijn, landbouw mag niet veel meer energie gebruiken dan die oplevert. Mensen en dieren moeten een goed leven hebben. De mondiale voedselbalans moet worden hersteld. Dat betekent onder andere minder import van mineralen van Zuid naar Noord, minder export en dump van overschotten van Noord naar Zuid en meer eigen voedselproduktie in hetZuiden.

Voedselkwaliteit, energiebalans, milieu, arbeid, ze zullen er alleen maar op vooruitgaan. Alleen handel en export moeten stappen terugdoen. Daar zit de kern, we moeten terug van handels- naar landbouwbeleid. En dat is politiek moeilijk door te zetten. Want Nederland - die postzegel op de wereldkaart - is nota bene het derde agrarische exportland ter wereld, na de VS en Frankrijk. Dat kan niet zo blijven.

De landbouw zal terug moeten naar een systeem van prijsgaranties. Alleen een politiek van prijsgaranties kan een produktiebeperking ten behoeve van het milieu afdwingen. De vrije markt kan die sociale en ecologische condities niet veilig stellen, omdat op die posten in de concurrentiestrijd het eerst wordt bezuinigd. Een fatsoenlijke maatschappij vindt het heel gewoon dat voor onmisbare basisvoorzieningen prijzen worden vastgesteld. Energie is de belangrijkste basisvoorziening.

Berekeningen voor een ecologisch duurzame landbouw en voedselvoorziening in de Europese Unie geven aan dat vier minimumprijzen voor boeren de weg moeten wijzen: voor graan 60 cent/kg, melk 90 cent/kg, rundvlees 9 gulden/kg en varkensvlees 6 gulden/kg. Andere prijzen richten zich naar deze spilprijzen.

Landen die naar de Europese Unie exporteren krijgen aan de buitengrenzen van de EU dezelfde prijzen voor hun produkten, mits die voldoen aan dezelfde kwaliteitseisen wat betreft duurzaamheid. Opdat een boer in Polen of in Marokko ook een fatsoenlijke prijs krijgt. Voor de consument betekenen zulke bedragen slechts een geringe verhoging, omdat het boerenaandeel in de winkelprijs zeer gering is. Van een brood dat 2,50 kost, krijgt de boer maar 15 cent. Verhoog je de prijs voor de boer met 100 procent, dan is dat voor de consument maar een prijsverhoging van zo'n 6 procent. Dat moet je natuurlijk voor lagere inkomens compenseren.

Overigens bespaart de belastingbetaler bij zo'n landbouwbeleid de miljarden die nu in Brussel aan de overschotten worden verspild. Het gemeenschappelijk landbouwbeleid is niet vastgelopen op het systeem van garantieprijzen op zich, maar door de onhoudbare produktie-explosies die daarop volgden. Door garantieprijzen te koppelen aan ecologische produktie, verdwijnen alle overschotten. De marktprijs stijgt daardoor, mogelijk zelfs tot boven de garantieprijs.

DE machtige vee- en mest-lobby uit het zuiden van Nederland wil de al zozeer verzwakte akkerbouw in het noorden op de knieën dwingen, daar moet de mest heen en daarvoor moet worden betaald. Men wil dat afdwingen in het zogenoemde mestakkoord met verplichte centrale melding, distributie en mestfabrieken. Dat is opnieuw alleen in het belang van de agro-industrie: hoge omzetten en opbrengsten; de kosten en lasten zijn voor de boeren.

Brussel zal deze constructie ongetwijfeld afkeuren en beboeten. Want een centrale en verplichte mestbank zal een monopoliepositie innemen en dus de prijzen dicteren. Dat is tegen het beginsel van de vrije mededinging.

Boeren, allereerst de varkenshouders, doen er goed aan uit het defensief te komen. Zij moeten de samenleving de prijs van hun arbeid en produkt voorhouden: wilt u betrouwbaar en goed voedsel, wilt u minder mest en dus minder dieren, wilt u meer milieu, meer levend platteland: niets liever wat ons betreft, maar mag het een paar stuivers meer kosten?

Herman Verbeek

De auteur is landbouwdeskundige en oud-lid van de Groene fractie in het Europees Parlement.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden