Een loonwerker rijdt met een tractor over het land om mest in de grond te injecteren.

Analyse Stikstofproblematiek

Boeren protesteren vandaag in Den Haag: overdrijven ze of hebben ze een punt?

Een loonwerker rijdt met een tractor over het land om mest in de grond te injecteren. Beeld Hollandse Hoogte / Flip Franssen

De boeren voelen zich in de hoek gezet, in de discussie over de stikstofproblematiek. Is dat terecht, wordt er niet veel te makkelijk naar hen gewezen? Of kruipen ze iets te graag in de slachtofferrol?

De boeren overdrijven hun problemen

Tienduizend boze boeren protesteren dinsdag op het Malieveld, omdat ze pr-matig in het verdomhoekje zitten. Tenminste: zo ervaren ze dat. ‘Als er weer iets over ons boeren wordt gezegd of geschreven, is het helaas vaak negatief’, schrijft de Zuid-Hollandse boerin Trudy Schoenmakers–De Jong op de internetkrant In de buurt. ‘Wij boeren zijn daar helemaal klaar mee.’

Directe aanleiding voor de boerenboosheid is een voorstel van D66-Kamerlid Tjeerd de Groot. De Groot wil het aantal varkens en kippen in Nederland halveren om het stikstofprobleem op te lossen. De veehouders reageerden op sociale media furieus. Het D66-plan zou opnieuw bewijzen dat de politiek de boeren verantwoordelijk stelt voor alle problemen en te weinig oog heeft voor de landbouwbelangen.

Die perceptie klopt niet helemaal. Sinds de jaren zeventig worden er geregeld peilingen gehouden over het imago van de boerenstand. Daaruit blijkt telkens dat 1) een grote meerderheid van de boeren denkt dat ‘het publiek’ negatief over hun beroepsgroep denkt, en: 2) dat het tegendeel het geval is: een ruime meerderheid van ‘het publiek’ heeft juist een positief beeld van agrariërs.

Het verwijt dat de politiek niet naar de boeren luistert, snijdt geen hout. De boerenlobby is van oudsher juist erg goed vertegenwoordigd in de Tweede Kamer. CDA, VVD, ChristenUnie en SGP onderhouden innige banden met de agrarische sector. Ook nieuwkomer Forum voor Democratie staat op de bres voor het boerenbelang, tettert partijleider Thierry Baudet van de daken. Dat zijn samen al 60 Kamerzetels. Politici als De Groot, die om milieuredenen de veestapel willen verkleinen, klagen steen en been over de krachtige boerenlobby op het Binnenhof.

Bij al hun geklaag zwijgen de boze boeren over de hoge landbouwsubsidies die ze ontvangen. Alleen aan directe inkomenssteun krijgen zo’n 45.000 Nederlandse boeren jaarlijks circa 725 miljoen euro Europese landbouwsubsidie uitgekeerd. Dat is gemiddeld meer dan 16.000 euro per boerenbedrijf en dat is dan slechts de grootste van de tientallen subsidiepotten waaruit boeren kunnen tappen.

De boeren hebben wel een punt

Van de andere kant zijn de frustraties van de boeren wel te begrijpen. Een moderne boer moet aan veel meer regels voldoen dan zijn vader en grootvader. De milieuwetgeving is veel en veel strenger geworden in de afgelopen decennia. Boeren moeten tegenwoordig goed met spreadsheets en computers kunnen omgaan. Ze moeten een mest-, fosfaat-, en kalverregistratie bijhouden, de inrichting van hun stallen moet aan allerlei milieu- en dierenwelzijnsvoorwaarden voldoen, het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is streng gereguleerd, enzovoort.

De Europese en Nederlandse politiek verzint voortdurend nieuwe regels om het milieu te sparen of het dierenwelzijn te verbeteren. Dat dwingt boeren hoge investeringen te doen in het verduurzamen van hun bedrijf. Deels krijgen ze daar subsidie voor, maar een deel van de boeren kan de kosten van die hoge regeldruk maar moeilijk opbrengen.

Europese boeren zijn tegenwoordig ook minder beschermd tegen de grillen van de wereldmarkt. Vroeger golden er gegarandeerde minimumprijzen voor Europese landbouwproducten, maar die leidden tot overproductie: boterbergen en melkplassen. Sinds de boeren zijn blootgesteld aan de wereldmarktprijzen fluctueert hun jaarinkomen sterker. Dat brengt meer stress en onzekerheid met zich mee.

De druk van de wereldmarkt en krimpende marges dwingen veel boeren tot schaalvergroting, maar in een krap bemeten land als Nederland is daar steeds minder ruimte voor. Boeren kunnen eigenlijk alleen groeien als ze grond of ‘dierrechten’ van een stoppende buurman kunnen overnemen, maar dat vergt wel een forse investering. En die lening moet ook weer worden afbetaald en terugverdiend.

Boeren hebben ook een punt met hun kritiek op de hypocrisie van Nederlandse consumenten. Veel Nederlanders willen aan de ene kant dat varkens, koeien en kippen een goed leven hebben, maar ze willen anderzijds goedkoop vlees blijven eten. Als de politiek Nederlandse landbouwers dwingt biologisch of ‘circulair’ te boeren, dan hangt daar voor de consument wel een prijskaartje aan. Het heeft weinig zin alle boeren producten te laten maken die consumenten te duur vinden en niet willen kopen.

Hoe erg is een sanering van de veehouderij?

Duizenden boeren trekken dinsdag richting Den Haag om te demonstreren. De terugkerende roep om de veestapel te verkleinen vanwege het milieu is voor velen het zoveelste teken dat ze niet worden gewaardeerd. Maar hoe erg is het saneren van de veehouderij?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden