Boeren kunnen spectaculaire milieuwinst boeken

DE Nederlandse agrariër gebruikt veel bestrijdingsmiddelen: gemiddeld 17,5 kg per hectare. Zijn Belgische collega spuit 10,7 kg en een Ierse boer kan toe met 2,2 kg....

JOOST REUS; HANS VULTO

Om het gebruik van bestrijdingsmiddelen terug te dringen heeft de Nederlandse regering in 1991 het Meerjarenplan Gewasbescherming (MJPG) gepresenteerd. Doelstellingen van het MJPG zijn: halveren van het bestrijdingsmiddelengebruik in 2000 ten opzichte van het gemiddelde tussen 1984 en 1988, verminderen van de afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen en zorgen dat er minder middelen weglekken naar het milieu. De meest schadelijke middelen worden verboden.

Uit recente cijfers blijkt dat boeren en tuinders aardig op de goede weg zijn: het aantal kilogrammen gebruikte bestrijdingsmiddelen is tussen 1984 en 1993 teruggelopen met 40 procent. De doelstelling voor het jaar 2000 lijkt dan ook nu al binnen handbereik.

Het is echter de vraag of op deze manier ook de grootste milieuwinst wordt geboekt.

Tussen bestrijdingsmiddelen bestaan grote verschillen. Er bestaan middelen die in een lage dosering al schadelijk zijn en er bestaan middelen die zelfs in een hoge dosering weinig kwaad kunnen. Er is dus maatwerk nodig.

Verbieden van middelen die zeer schadelijk zijn voor het milieu lijkt een logische stap. En uiteraard is iedereen het er mee eens dat een uitermate giftige stof als DDT verboden is en blijft. Maar hoever moet je gaan bij het verbieden van middelen? Veel middelen verbieden, leidt ertoe dat een boer of tuinder afhankelijk wordt van een beperkte hoeveelheid middelen. Dat kan riskant zijn: ziekten en plagen kunnen resistent worden tegen bepaalde middelen, zodat plagen waar geen middelen meer tegen bestaan onverwachts kunnen toeslaan. Daarom bestaat er onder boeren en tuinders weerstand tegen het verbieden van al te veel middelen.

Een beleid gericht op het beperken van risico's kijkt naar de specifieke gevolgen van een middel. Is een middel bijvoorbeeld schadelijk voor het grondwater, voor het oppervlaktewater of voor het bodemleven? Een specifiek beleid dat boeren stimuleert te kiezen voor de schoonste manier van gewasbescherming kan rekenen op een veel groter draagvlak onder boeren en tuinders.

Het Centrum voor Landbouw en Milieu heeft voor vrijwel alle in Nederland toegestane middelen geïnventariseerd wat het risico is voor grondwater, oppervlaktewater en bodemleven. Dat risico kan uitgedrukt worden in punten. Zo 'scoort' het ene middel bijvoorbeeld nul of tien punten en het andere wel tienduizend of meer.

Een dergelijk puntensysteem biedt een boer of tuinder de mogelijkheid te kiezen voor een optimale vorm van gewasbescherming met een minimale belasting voor het milieu. Zo kan een gemiddelde akkerbouwer de schadelijke gevolgen van bestrijdingsmiddelen met maar liefst 90 tot 95 procent reduceren door te kiezen voor andere methoden of andere middelen, die overigens vaak wel iets duurder zijn.

In Drenthe, Overijssel en Limburg hebben boeren geëxperimenteerd met het puntensysteem. Zij wisten in het eerste jaar een milieuwinst te bereiken van ongeveer 50 procent. In het tweede en derde jaar liep de winst op tot ver boven de 90 procent. Deels werd de reductie bereikt door minder milieubelastende middelen te gebruiken, deels door over te schakelen van chemische op mechanisch onkruidbestrijding. Een belangrijke stimulans voor deze boeren was resultaatbeloning. Resultaatbeloning geeft boeren die op milieugebied duidelijk beter presteren dan de overheid voorschrijft een premie.

Bij het horen van de term resultaatbeloning zullen de 'preciezen' in de milieubeweging de wenkbrauwen fronsen. De vervuiler moet immers betalen; de niet-vervuiler belonen lijkt de omgekeerde wereld.

Toch is resultaatbeloning in de landbouw op tijdelijke basis goed verdedigbaar. De Nederlandse landbouw bestaat uit een groot aantal relatief kleine bedrijven. Een kleine groep voorlopers blijkt bereid haar nek uit te steken. Deze voorlopers op milieugebied tasten de grenzen af van wat haalbaar is op een modern bedrijf. Vaak bedenken ze creatieve oplossingen die geen onderzoeker achter zijn bureau kan bedenken. Juist deze groep wordt gestimuleerd door resultaatbeloning. Ze kan grote groepen andere boeren en tuinders de weg wijzen naar een meer milieuvriendelijke landbouw.

Kortom: een pragmatisch en stimulerend beleid kan de milieubelasting door bestrijdingsmiddelen in Nederland drastisch reduceren. Met behulp van goede voorlichting en resultaatbeloning kan die reductie al in enkele jaren worden bereikt. Van verbruiker nummer 1 van chemische middelen in Europa kan Nederland zich ontwikkelen tot een voorloper op milieugebied.

Joost Reus

Hans Vulto

De auteurs zijn verbonden aan het Centrum voor Landbouw en Milieu te Utrecht.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden