Boeren, burgers en buitenlui

Mensen die het stadsleven willen ontvluchten, nestelen zich vol optimisme op het platteland. Ze komen er voor hun rust, dus hoort het er rustig te zijn....

In het landelijke dorpje Overasselt, even ten zuiden van Nijmegen, is alles keurig verdeeld. De voetbalclub is van de autochtonen, net als de handboogschietvereniging en de harmonie. Een buitenstaander mag best een balletje komen trappen of een deuntje meeblazen, daar niet van, maar hij moet niet denken dat hij wat te vertellen krijgt.

De snel groeiende tennisvereniging daarentegen is het exclusieve domein van de nieuwkomers, de 'lui uit de stad'. Die hebben ook het schoolbestuur langzaam overgenomen, want het gedoe over leerdoelen en onderwijsplannen is nauwelijks meer te volgen voor een gewoon mens. Daar weten de accountants, de architecten en de doktoren uit de stad beter weg mee. Laten die dat maar uitzoeken.

Zo lang nieuwkomers en geboren Overasseltenaren langs elkaar heen kunnen leven, gaat alles best. Maar o wee als ze in elkaars vaarwater komen.

De familie Bruaset bewoont een schitterend plekje aan de rand van Overasselt. Een knots van een huis, omringd door een grote tuin met zwembad, manege en paardestallen. Meneer Bruaset is kaakchirurg in het Nijmeegse Radboudziekenhuis en moet binnen een half uur in het ziekenhuis kunnen zijn. Vanuit Overasselt gaat dat mooi, vandaar dat het dorp in trek is bij doktoren.

Achttien jaar geleden zijn de Bruasets neergestreken in Overasselt. Ze zijn toen al gewaarschuwd, herinnert Inge Bruaset zich nu. 'Toen ik hier pas woonde, sprak ik een vrouw die getrouwd was met een geboren Overasseltenaar. Die zei: ''Hoe sneller ik hier weg ben, hoe beter''.' Wat die waarschuwing waard was, ontdekte Inge Bruaset jaren later.

Tegenover de Bruasets zit een grondverzetbedrijf. Bulldozers, vrachtwagens, dat soort spul. Geen probleem, daar wen je aan. Maar in 1991 zagen de Bruasets dat de overbuurman zijn bedrijf plotseling begon uit te breiden. Inge - inmiddels actief in de gemeenteraad voor de VVD - toog meteen naar het gemeentehuis om het bestemmingsplan en de hinderwetvergunningen te controleren. 'Het bleek natuurlijk hartstikke illegaal te zijn.'

De Bruasets tekenden beroep aan tegen de uitbreiding en eisten maatregelen om de overlast te beperken. Dat kwam de overbuurman, een geboren en getogen Overasseltenaar, op een hoop kosten te staan. Die nam wraak.

'Op een zaterdag was mijn man naar het dorp geweest om boodschappen te doen. ''Je kunt maar beter thuisblijven vandaag'', zei hij toen hij terugkwam. ''Dit is niet leuk meer''.' Langs de enige winkelstraat van Overasselt waren borden opgehangen met teksten als: Laat je niet verneuken, Inge Bruaset terug naar de keuken. En: Met Bruaset in de raad, verlies je snel je zaad.

'Dat bleek het werk te zijn van de Raad van Elf van de carnavalsvereniging. Die hadden zich vrijdagavond een flink stuk in de kraag zitten zuipen en vonden dit wel een leuke grap.' Overbodig misschien om te zeggen dat in de Raad van Elf alleen 'echte' Overasseltenaren zitten.

De carnavalsvereniging bood haar excuses aan, maar daar was de kous niet mee af. 'Een tijdje later kom ik bij de ponyclub van mijn dochter en merk dat de mensen me zo raar aankijken. ''Gaat het wel goed met je'', vroegen ze. ''Natuurlijk'', zei ik, ''Waarom niet?''

'Toen hoorde ik dat in alle kroegen en friettenten in de omgeving het verhaal rondging dat mijn man, die vaak lange wandelingen maakt, sex had met onze hond in de bossen.' De politie werd ingeschakeld om te onderzoeken waar het verhaal vandaan kwam. Het bleek de overbuurman te zijn.'

Bruaset nam het niet en spande een proces aan tegen de overbuurman. Inmiddels is de zaak met een goed gesprek afgedaan en kan ze de buurman weer recht in de ogen kijken. 'De meeste nieuwkomers durven dat niet, opstaan en je verzetten.'

Het Nederlandse platteland is nooit zo'n oase van rust geweest als romantische zielen graag doen geloven. Er is altijd gevochten. Knechten lagen overhoop met boeren, de ene boer had het aan de stok met de andere boer over een stuk land, families streden om de macht in het dorp.

Het gevecht was soms bitter, maar had ook iets vertrouwds. De spelers kenden elkaar, ze spraken dezelfde taal en hanteerden dezelfde regels. Een gouden regel was dat alles in ieder geval onder elkaar zou blijven. En bij een bedreiging van buitenaf sloten de rijen zich subiet.

Sinds het platteland ontdekt is door stedelingen, spelen zich hele andere ruzies af in de dorpen. Neem de dolgedraaide automatiseringsdeskundige die een nieuw leven is begonnen als macrobiotische boer. Hij ligt overhoop met de buren omdat wat hij natuurlijk gewas noemt, bij hen doodgewoon onkruid heet. De bewoner van een tot in de puntjes gerestaureerde boerderij maakt bezwaar tegen de aanplant van maïs achter zijn huis omdat het zijn uitzicht bederft. Stedelingen die de natuur hebben ontdekt, klagen een boer aan omdat hij een boom die in de weg stond, heeft omgehakt.

Niet alleen de inzet van het gevecht is veranderd, ook de regels zijn anders. De strijd wordt niet meer uitgevochten met het stiekem verleggen van grensstenen in het veld, gevolgd door een fikse scheld- of knokpartij. De stedelijke nieuwkomers, gepokt en gemazeld in de ambtelijke bureaucratie, voeren een papieren gevecht over hinderwetvergunningen, milieu-effectrapportages en natuurinrichtingsplannen. Hun arena is niet het dorpscafé, maar de Raad van State.

De nieuwkomers willen allemaal hetzelfde: genieten van de rust en de natuur. Want daarvoor zijn ze gekomen. Maar ze vergeten dat er mensen zijn die hun boterham verdienen in die zogenaamde landelijke omgeving, foetert A. van der Houwen, voorzitter van de Kamer van Koophandel in Apeldoorn. Van der Houwen haalde onlangs fel uit naar gepensioneerden en vutters die zich vestigen op de Veluwe en daar de economische ontwikkeling frustreren.

Van der Houwen is Rotterdammer van huis uit, maar woont nu in Zutphen, de oude havenstad aan de IJssel. 'Een alleraardigst stadje', meent hij. In zijn mooie ouderwetse kantoor vlak bij het centrum legt hij uit hoe het gaat. 'Dan worden wij gebeld door iemand die zegt: ''Ik zit in mijn buitenhuis en hier tegenover mij zit een man die auto's repareert. Mag dat wel? Heeft hij daarvoor wel een vergunning?'''

'Ze zoeken alles uit, want ze hebben tijd genoeg. En aan geld om een advocaat in te schakelen ontbreekt het ze niet, want anders kun je zo'n huis niet betalen.' Het gevolg is ellenlange procedures tot aan de Raad van State, die bedrijven een hoop geld en ergernis kosten.

Van der Houwen kent voorbeelden van bedrijven die het leven zo zuur wordt gemaakt dat ze hun biezen pakken. 'Sorbo, fabrikant van huishoudartikelen in het dorpje Vorden, wilde uitbreiden. Een paar mensen maakten daar bezwaar tegen. Nu heeft Sorbo gezegd dat ze weggaan uit Vorden.' Maar ook de dorpssmid in het gehucht Wichmond heeft het loodje gelegd omdat hij de Wet op de Geluidshinder overtrad.

'Soms vraag ik zo'n bedrijf: vertel mij nou eens wie er protesteren. En dan zie je vaak dat het buitenstaanders zijn die ermee beginnen. Die praten goed, weten de weg en stoken de plaatselijke bevolking op, zo van: ''Ik snap niet dat jullie zoiets pikken.'''

Van der Houwen snapt het wel. 'Als je in Amsterdam woont en er opent naast je een café, dan heb je dat maar te accepteren. Maar als je ergens gaat wonen voor je rust, dan wekt elke aantasting daarvan agressie op. Die mensen zeggen: ik ben hier voor de rust gekomen, het hóórt hier rustig te zijn. Maar dat is puur egocentrisme. De mensen van hier willen niet in een reservaat wonen, ze moeten de kost verdienen.'

Ingenieur H.J. de Ruiter heeft voor Shell de zeven zeeën bevaren. Hij heeft overal op olie geboord, in Maleisië, Indonesië, Nigeria. You name it, he has seen it. Regeringen geadviseerd, interessante mensen ontmoet, prachtige tijd. Maar het is mooi geweest. De Ruiter, 68, is met pensioen en wil een rustige levensavond doorbrengen met zijn vrouw in Kootwijkerbroek, een gehucht bij Barneveld.

Aan een grindpad, achter een smeedijzeren hek met gouden punten, ligt de Ruiterhoeve. De eigenaar, gekleed in lange broek en openhangend overhemd, leidt de bezoeker trots rond door de boomgaard in Engelse stijl, de bloementuin en het zelf geplante bos dat de boerderij afschermt van de weg.

Een paradijs van rust. 'Mijn vrouw stuitte hier 23 jaar geleden op. De boerderij was totaal vervallen, maar lag zo prachtig. We wisten het meteen: daar gaan we wonen op onze oude dag. De financiering was niet gemakkelijk, maar we hebben er nooit spijt van gehad.'

Drieëntwintig jaar heeft het echtpaar gewerkt om de Ruiterhoeve te maken tot wat hij is. Nu is het werk af en kan het grote uitrusten beginnen.

Maar daarvan is tot nu toe weinig terecht gekomen. De Ruiter heeft zich als een terriër geworpen op allerlei plaatselijke activiteiten die zijn rust verstoren. Zijn hoofddoelwit is de Barneveldse vuilstortplaats, hemelsbreed ruim een kilometer van zijn huis.

Vanwaar De Ruiter zit is de vuilnisbelt weliswaar nauwelijks te zien, maar als de stortplaats uitbreidt, moeten er nieuwe wegen worden aangelegd en die tasten de landelijk omgeving aan, vindt de ingenieur in ruste. 'Een vuilstort is nodig, maar je legt zo'n ding neer waar goede transportmogelijkheden zijn. Dat is hier nooit goed onderzocht, het is gewoon onderling geritseld.'

De pech voor De Ruiter is dat de stort een onderneming is van Vink, een bekende ondernemersfamilie in Barneveld, die een halve kolom vult in het telefoonboek met een aannemersbedrijf, een betonmortelcentrale, een bedrijf voor bodemsanering, een transportonderneming, een milieutechnisch adviesbureau en verhuurbedrijven voor kranen en containers. Een plaatselijke tycoon, kortom.

Maar De Ruiter heeft zich in Vink vastgebeten. Hij heeft de provincie aangeschreven, correspondeert met ministers en voert eindeloze procedures bij de Raad van State. Vink wil er niet veel woorden aan vuil maken. 'De Ruiter is een beroepsbezwaarder, het is een hobby van hem. Ach, als je gepensioneerd bent, en je kunt je niet meer laten gelden, dan grijp je alles aan. Wat ik erger vind is dat ons bestel toestaat dat één iemand de economische ontwikkeling van een gebied kan dwarsbomen.'

Precies aan de andere kant van de vuilstort woont de 80-jarige Jac Overeem, die als boer een anoniem bestaan leidde, maar als schrijver naam maakte met zoetsappige verhalen over plattelandsmeisjes die hun maagdelijkheid verdedigen tegen opdringerige jongens. 'Die De Ruiter', zegt de broodmagere boer/schrijver met een wegwerpgebaar, 'dat is een agressief mannetje. Hij meent dat hij voor de plattelandsbevolking opkomt, maar het gaat puur om zijn eigen belang. Maar ik vind dat het algemeen belang boven het persoonlijk belang gaat. De oude Vink reed al met zijn kar door het dorp. Als het in het belang van het geheel is dat de vuilstort uitbreidt, dan wil ik daar best voor wijken.'

Een typische houding voor Barnevelders, zegt De Ruiter. 'Er is hier een concentratie van ultra-rechtse hervormde en gereformeerde kerken. Voor hen is het allemaal Gods wil. ''Wat de gemeente doet is welgedaan'', zeggen ze hier. Wat ik heb gedaan is ongehoord.' Maar het platteland gaat naar de filistijnen. 'Toen wij hier twintig jaar geleden kwamen, zag het er hier veel romantischer uit. In Nederland hebben we het platteland verpest. Met goede bedoelingen vaak, maar we hebben het wel verprutst.

'Volgens landelijk beleid mag Barneveld jaarlijks 2 hectare industrieterrein uitgeven. Maar ze hebben al 125 hectare. En dat willen ze nu nog eens verdubbelen. Dat is goed voor de werkgelegenheid van de eigen bevolking, zeggen ze dan, maar dat is onzin. Er zitten allemaal bedrijven met buitenlandse namen en veel mensen die er werken zijn import.'

Het lijkt een omkering van waarden. Nieuwkomers die het karakter van het platteland verdedigen, terwijl de plaatselijke bevolking zich uitlevert aan de vooruitgang. Met de dijken ging het net zo. De felste verdedigers van het rivierenlandschap waren niet de mensen die dat van generatie op generatie vorm hebben gegeven, maar nieuwkomers.

Toch is dat schijn, zegt Piet Scheurwater, veeteler, tuinder en CDA-raadslid in Opijnen aan de oevers van de Waal. De nieuwkomers willen alleen behouden wat hun goed uitkomt. Aan de rest hebben ze schijt. Aan de Zandstraat in Opijnen is de vooruitgang af te meten aan het aantal verbouwde boerderijen. Achter een enkel huis staat nog een schuur, bij de anderen wordt de kruiwagen alleen nog maar gebruikt om geraniums in te zetten.

Scheurwater ontvangt in de keuken, waar hij met zijn 84-jarige moeder net het warme middagmaal heeft genuttigd. Alleen voor een buitenstaander is de koeiestal achter het huis te ruiken. Scheurwater, 54 jaar en vrijgezel, heeft de boerderij overgenomen van zijn vader. Sinds die dood is, woont hij er met zijn moeder.

In heel Opijnen zijn nog maar een stuk of zes boeren te vinden. 'Als hier een huis verkocht wordt, dan is het een uitzondering dat iemand uit het dorp het koopt.' Een vrijstaand huis kost al gauw drie tot vier ton. Te duur voor Opijnense jongeren.

'Die mensen uit de stad zijn heel anders. Er zitten goeie en kwaaie tussen, daar wil ik niks van zeggen. Maar ze zijn zo individualistisch. Hier helpen de mensen elkaar. Dat doen zij ook wel, als je het netjes vraagt. Maar zo werkt het hier niet. Je moet het uit jezelf aanbieden.' Een Betuwnaar is stug van nature, die komt niet uit zichzelf.

Zijn moeder grinnikt en wijst uit het raam naar het buurhuis honderd meter verderop. 'Die mensen wonen er al ik weet niet hoe lang, en ik zei d'r nog nooit geweest.' Allochtonen en autochtonen leven zoveel mogelijk langs elkaar heen, bevestigt zoon Piet. 'Ik weet mensen die al vijftien jaar hier wonen, maar geen enkele geboren Opijner kennen. Maar ze komen wel over de vloer bij allerlei mensen uit Ophemert en Waardenburg, van wie wij nooit gehoord hebben.'

Toch zijn er geregeld irritaties over en weer. 'Als je iemand van hier vraagt of hij een boom die over jouw land hangt wil intomen, dan doet hij dat. Maar vraag je dat aan een nieuwkomer, dan begint die meteen een heel verhaal van: dat is al een hele oude boom en mijn vrouw vindt hem zo mooi.'

Laatst bestond iemand het zelfs voor te stellen de voetbalclubs van Opijnen en Neerijnen samen te voegen, dat zou goedkoper zijn. 'Maar daar durft niemand aan te beginnen. Dat zou oorlog zijn, de voetbalclub is van ons.'

'Nou is de Betuwnaar iemand die zich niet gauw ergens te sappel over maakt. Maar als de streep bereikt is, dan is ie een kwaaie.' Die streep werd bereikt bij het hoog water. Natuurbeschermers die jarenlang hadden geprocedeerd tegen de dijkverzwaring, werden voor rotte vis uitgemaakt, bedreigd en van de dijk afgereden.

Niet netjes, maar wel begrijpelijk, vindt Scheurwater. 'Als ze als gasten waren gekomen, dan was het nog te doen. Maar ze komen als veroveraars, zo van: we zullen die boertjes wel eens leren.' En dat steekt. Voorlopig worden de dijken versterkt en zingen de nieuwkomers een toontje lager.

Maar meer dan een doekje voor het bloeden is het niet. De teloorgang van het dorp is onafwendbaar, beseft Scheurwater. De kerk loopt leeg, bedrijven trekken weg, de voetbalclub heeft straks geen jongens meer om op te stellen, en de dorpswinkels gaan failliet, want de nieuwkomers doen hun boodschappen in de supermarkt in de stad. 'Dat is hun goed recht, daar doe je niks tegen. Maar ik vind het wel een verschraling van het dorpsleven.'

Als schrikbeeld voor Van der Houwen en Scheurwater kunnen de Wieden en Weerribben dienen, het waterrijk gebied in noordwest-Overijssel. Dorpen als Kalenberg en Blokzijl zijn zozeer overgenomen door bezitters van tweede huizen, dat er nauwelijks nog oorspronkelijke bewoners over zijn om ruzie mee te maken. Er zitten nog een paar riettelers, de rest verdient zijn brood in de horeca en de kanoverhuur.

Het is zelfs zo dat recreanten en boeren met elkaar optrekken tegen gemeenschappelijke vijanden zoals Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, die steeds meer land opeisen voor natuurbeheer, aldus veehouder H. Weijs, vertegenwoordiger van het landbouwschap. 'Dan komt er een snuiter van buiten die alles uit de boekjes heeft en die zal ons wel even vertellen hoe het moet.'

Soms leidt dat tot harde confrontaties. Een tijd terug is geprobeerd een beheerder van Staatsbosbeheer te verzuipen. Toen dat niet lukte, is de man weggepest.

In het laatste streekplan voor noordwest-Overijssel hebben de boeren gedeeltelijk hun zin gekregen. De 2500 hectare nieuwe natuur die de provincie eerst wilde realiseren, is teruggebracht tot 1900 hectare. Maar Weijs is er niet gerust op. 'Ten noorden en oosten van de Wieden en Weerribben liggen ingepolderde stukken. Die wilde men weer onder water zetten. Maar dat zijn de beste landbouwgronden.'

De strijd tussen allochtonen en autochtonen kent alleen halve winnaars. De dijken worden versterkt, maar dragen alle sporen van de inspraakprocedures van natuurbeschermers. Barneveld krijgt de uitbreiding van zijn vuilstort wel, maar met vertraging en misschien wat minder groot.

Hoe kleiner de oorspronkelijke bevolking wordt, hoe harder zij van zich af zal slaan, denkt VVD-raadslid Bruaset. In Overasselt laaide de strijd onlangs weer op toen de lokale aannemer Peters, prins Carnaval met als eretitel 'Prins godverdomme den halve', een paar villa's wilde neerzetten in het buitengebied. Er kwamen 85 bezwaarschriften binnen tegen het plan, allemaal van buitenstaanders. Toevallig?

Het is maar hoe je het bekijkt, vindt ze. 'Overasselt bestaat zo langzamerhand voor driekwart uit nieuwkomers.' De Overasseltenaren moeten ook niet te veel zeuren. 'Dank zij de nieuwkomers hebben we hier nu alles, we hebben verenigingen, clubs. Voor een dorp van 2500 inwoners heel wat. Als de nieuwkomers er niet waren geweest, liepen ze hier nu nog met de laarzen in de mest.'

Mac van Dinther

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden