Boer verheugt zich over naderende 'bevrijdingsdag'

In 2015 wordt de melkquotering opgeheven. Dertig jaar lang hebben de quota het boerenleven geregeerd, geterroriseerd volgens sommigen. Hoe de melkveehouderij een stukje normaler wordt, in zes hoofdstukken.

1. De boer

Jappie van Dijk (57) in Franekeradeel had tot voor kort 120 koeien. Dat waren er twintig meer dan toen hij begon, veertig jaar geleden. Nu, in zijn pas opgeleverde stal, kan hij er 175 herbergen. Groei is belangrijk, zegt hij, en de groei is tientallen jaren belemmerd geweest door de melkquotering (anno 1983). De dag dat die verdwijnt, 1 april 2015, gaat hij vieren? 'Bevrijdingsdag', zucht Van Dijk met hemelse blik.

Eindelijk kan hij weer gewoon gaan ondernemen. Eindelijk kan hij als boer, inmiddels samen met zijn zoon Lammert, groeien als hij dat wil.

Groei was niet onmogelijk, maar dat vergde forse investeringen 'in lucht'. In melkquotum. Wie meer melk wilde produceren, moest niet alleen koeien, land en stallen aanschaffen, maar ook quotum. Quotum kon hij kopen van een boer die stopte. En dat was duur. Tot kort geleden kostte het quotum om 1 liter melk te produceren 2 euro. En dat terwijl een liter melk slechts 30 cent opleverde.

Nu het einde van het quotum nabij is, daalt de prijs ervan snel; nu is eenzelfde quotum nog hooguit twee kwartjes waard. Toch moest Van Dijk voor zijn recente uitbreiding nog 30 duizend euro uitgeven aan 'lucht'.

Dat heeft ook Okke de Jager gemerkt. Zijn stal in Hitzum bij Franeker, nog maar twee jaar oud, kan 150 koeien herbergen; de oude slechts 100. Ook De Jager is dolblij dat de quotering stopt. Alle 25 jaren dat hij boer was, heeft hij in melkquota moeten investeren, vooral omdat zijn koeien steeds meer melk gaven. Slechts met tegenzin laat hij het bedrag los dat hij aan quota besteedde: een half miljoen euro. En die investering is eind volgend jaar waardeloos. 'Dat was heel dure groei', concludeert hij.

Van Dijk en De Jager zijn dolblij dat de quota ten einde zijn. Harm Wiegersma betreurt het dat de quota, die jarenlang de groei van de melkproductie tegenhielden en daarmee de prijs van de melk overeind hielden, verdwijnen. Maar een nieuwe stal heeft hij wel.

Hij had er een waar 86 koeien in konden ('maar ik had er 100'); in de nieuwe kunnen er 200. 'Die staan er nog niet, maar je houdt er rekening mee dat je in de toekomst zal groeien.'

Geen van de boeren zegt dat de nieuwe stal is gekomen omdat de melkquotering verdwijnt. 'Dat nu iedereen een nieuwe stal moet hebben, komt omdat heel veel stallen in de jaren zeventig van de vorige eeuw zijn gebouwd', zegt Wiegersma. Die stallen zijn nu technisch aan hun einde en meestal te klein. Maar alle drie geven ze toe: bij de overwegingen over de maat speelde de naderende 'bevrijdingsdag' een rol.

2. De aannemer

De Harlingse aannemer Jelle Bruinsma kan vanuit zijn keukenraam zien hoe moeilijk zijn sector het heeft. Hij kijkt over weilanden uit, tot aan de zeedijk 4 kilometer verderop toe. Die dijk had al aan zijn oog onttrokken moeten zijn door een nieuwe woonwijk van Harlingen. 'Maar die komt er nog even niet.' Want huizen bouwen, daar is de markt nu niet naar.

Maar Bruinsma heeft daar geen last van. Als een van de weinige aannemers heeft hij zijn handen vol met zijn 15 man personeel. En echt niet alleen vanwege de recente stormschade. Nee, stallen bouwen, daar heeft hij het druk mee. Hij bouwde zowel die van Jappie van Dijk als die van Okke de Jager.

Een beetje voorzien had hij dat wel. 'Zes jaar geleden zei ik tegen mijn vrouw: er worden hier zoveel huizen gebouwd, dat kan niet goed blijven gaan. Zo veel mensen willen niet in Friesland wonen. Ik moet een andere markt opzoeken.'

Die andere markt, dat werden dus de stallen. 'Ik heb altijd al wel iets gehad met stallen. Ik kom zelf van een boerderij.' Die stallen zijn nu de helft van zijn orderportefeuille. Hij levert er een paar per jaar af. Het is een specialiteit, dus niet elke aannemer die werk zoekt, kan er zomaar in beginnen. Het is een beetje specifiek werk, die stallen. En voor kleine aannemers is een stal te groot, voor de groten al gauw te klein. Voor Bruinsma passen ze precies. Natuurlijk, hij heeft nog wat ander werk, 'maar de agrarische sector sleept me door deze tijd heen.'

Niet alleen de Friese stallenbouwers hebben goede tijden. In heel Nederland boomt de stallenbouw, en ook in delen van Duitsland en Denemarken. En elke nieuwe stal is een stuk groter dan de oude.

Ook de Twentse aannemer Niehof heeft steeds meer werk aan stallen. 'Een paar jaar geleden hadden we drie ploegen die kelders voor stallen bouwden; nu hebben we er vijf.' Toen had 60 procent van Niehofs orderportefeuille betrekking op stallen bouwen, nu is dat 70 procent. 'Natuurlijk ook omdat andere sectoren minder werk opleveren', zegt Niels Veldscholten van Niehof.

3. Markt

Cees 't Hart, de bestuursvoorzitter van de machtige zuivelcoöperatie FrieslandCampina, verwacht dat de Nederlandse melkveehouders dankzij het opheffen van de melkquota kunnen groeien. Met 20 procent tot 2020.

Dat komt niet doordat de Europeanen meer melk gaan drinken of kaas geen eten, want dat is nauwelijks te verwachten. Het komt doordat Nederland de concurrentieslag in Europa gaat winnen.

Tijdens een zuivelconferentie in Dublin, enkele weken geleden, werden cijfers getoond gebaseerd op verwachtingen van de EU. De productie rond de Middellandse Zee zal dalen, met meer dan 10 procent. In Roemenië zelfs met 20 procent. Nu al melken die landen lang niet wat ze zouden mogen; sommige halen niet eens de helft. Winnaars zijn Noord-Italië, Noord-Frankrijk en Ierland. Maar de grote winnaars zitten in Nederland, Noord-Duitsland en Denemarken: plus 24 procent.

Het is niet alleen verdringing van de keuterboeren van Calabrië en Andalusië. Er zal ook meer worden geëxporteerd. De afgelopen jaren is de vraag op de wereldmarkt steeds gestegen, en de verwachting is dat dat zo blijft doorgaan. Een steeds groter deel van de melkproductie zal worden geëxporteerd. Nu gaat nog geen 14 procent van alle Europese zuivel de wereldmarkt op, in 2022 zal dat 15,4 procent zijn.

4. Mest

De milieuorganisaties luiden al de noodklok: zodra de melkquotering verdwijnt, zal de productie groeien, en dus de veestapel, en dus zal de mestberg groeien. Als ook nog eens de 'dierrechten' vervallen, die in de varkens- en pluimveehouderij nu nog het aantal dieren aan heldere grenzen bindt, dan kan de mestberg verdubbelen, zo lieten de milieujongens boer en burger onlangs schrikken.

Natuurlijk zien de boeren dat anders. Boer Jappie van Dijk: 'Ik kan de mest op mijn eigen land kwijt. Als ik meer koeien krijg, moet ik wat land bijkopen, en dat zal ik doen ook.' Probleem opgelost. Zijn collega Okke Jager zal wel wat mest moeten afvoeren, maar hij wijst naar het akkerbouwgebied in Noord-Friesland: 'Daar willen ze het graag hebben.'

Dat zou kunnen, maar Nederland heeft nu al te veel mest; in 2010 ging het om 6 miljoen kilo fosfaat, 3 procent van de totale mestproductie. Dus als er mest bij komt, groeit het probleem. Sommige melkveehouders denken dat hun collega's in de varkenshouderij dat probleem krijgen: 'Rundermest is gewilder bij akkerbouwers dan varkensmest', zegt Jappie van Dijk.

Maar of dat zo is, moet nog maar blijken. Jaap Schröder van het Landbouw Economisch Instituut is veel genuanceerder. Welke mest gewild is, 'dat hangt van heel veel dingen af', zegt hij. Dat de mestproductie wel eens kan verdubbelen, daarin gelooft hij niet. 'Als de zuivelproductie met 20 procent stijgt, zoals de verwachting is, dan groeit de mestproductie misschien maar met 15 procent, of met 10 procent. Bovendien zit er in die mest steeds minder fosfaat en steeds minder stikstof, en daar gaat het allemaal om. De mest wordt door de jaren heen steeds beter benut.'

Binnen enkele maanden neemt staatssecretaris Dijksma een besluit over de mestproblemen. Vindt ze de situatie net zo zorgelijk als de milieu-organisaties, dan zal ze 'dierrechten' invoeren in de melkveehouderij. De boer, die dan net van zijn melkquotum af is, krijgt dan een koeienquotum.

Het kwartje kan ook de andere kant op vallen. Nu zijn er al dierrechten in de varkenshouderij en in de pluimveehouderij. Als Dijksma denkt dat de boeren hun probleem kunnen oplossen, zullen die dierrechten juist worden afgeschaft. Dus het wordt: overal dierrechten, of overal geen dierrechten.

Maar de mestwetgeving is wel iets onbuigzamer dan de melkquota. Wie zijn mest illegaal loost, krijgt niet een simpele heffing, zoals bij het melkquotum. De mestdumper pleegt een economisch delict waar maximaal zes jaar op staat. 'Dan is wel je bedrijf schluss', zegt Jappie van Dijk.

De mestverwerkingsfabrieken, die de oplossing moeten zijn voor het mestoverschot, willen nog altijd nauwelijks van de grond komen. Het Plan Bureau Leefomgeving constateerde vorig jaar al dat er ondanks de hoge strafdreiging wel degelijk gefraudeerd wordt met mest. 'Na afschaffing van de melkquota en de productierechten, zal vanaf 2015 de fraudedruk en daarmee het milieurisico nog groter worden.'

5. Superheffing

Nu al lijken de boeren de melkquotering te zijn vergeten. In de eerste helft van het melkjaar, dat loopt van april tot april, melkten de Nederlandse boeren samen 4,5 procent te veel. Als dat zo doorgaat, krijgen ze aan het einde van het melkjaar een forse rekening, van bij elkaar 150 miljoen euro. Dat is heel veel, want in de twaalf voorgaande jaren moesten ze gemiddeld 19 miljoen per jaar betalen.

Maar de boeren tillen er niet zwaar aan. Het waren wat factoren bij elkaar die de melkproductie dit jaar zo deden stijgen. Vorig jaar was de melkproductie slecht, onder meer door het slechte weer. 'Dus lieten we zo veel mogelijk koeien staan', zegt Jappie van Dijk. Die koeien produceerden de eerste maanden van dit jaar ook, en juist buitengewoon veel. Want dit jaar waren de weersomstandigheden super.

Een woordvoerder van het Productschap Zuivel: 'We hebben nu een melkprijs van 42 cent. Als je dan een superheffing moet betalen van 27 cent per liter, dan is dat te betalen. In het verleden was de melkprijs wel eens lager dan de superheffing; dan liet je dat wel.' En quotummakelaar Hans Peters zegt: 'Als je nu voor 50 cent één liter quotum koopt, ben je nog net goedkoper uit dan twee jaar superheffing. Zo doen Nederlandse boeren het altijd: hard werken en zo veel mogelijk produceren.'

6. Nieuwe regels

Al in 2008 viel het besluit de quota in 2015 af te schaffen. Sindsdien werden de quota elk jaar verruimd, met als gevolg dat er bijna geen land meer is waar de quota een beperkende factor vormen.

Niet alle melkveehouders zijn blij dat de melkquota worden opgeheven. De quotering, zegt Dirk-Jan Schoonman van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond NMV, heeft de prijs van melk de afgelopen decennia overeind gehouden. En heeft de groei van de bedrijven begrensd. Schoonman vindt groei niet zaligmakend. 'Ik hoef niet zo nodig te groeien. Maar sommige ondernemers willen dat wel. Die groeiers zijn een bedreiging voor de andere boeren, want als er te veel melk op de markt komt, zal de prijs dalen, ook voor de boeren die niet willen groeien.'

Schoonman probeert met zijn NMV nog zo veel mogelijk van de bescherming die de quota boden, overeind te houden. Europees Commissaris Dacian Ciolo¿ is niet onwelwillend, zegt hij. Geen wonder: 'Ciolo¿ is een Roemeen. Als de quota verdwijnen, verdwijnt een groot deel van de melkveehouderij uit Roemenië. En trouwens ook uit mediterrane landen.'

Hij wijst op de stemming in het Europees Parlement, waar bezorgde geluiden in de landbouwcommissie de afgelopen maanden sterk zijn toegenomen. En op voorstellen van Ciolo¿ zelf, al komen die vooralsnog niet verder dan het opzetten van een monitoring van de zuivelmarkt. 'Dat is een eerste stap', zegt Schoonman hoopvol.

Melkquota

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden