Boer raakt zijn fairtradekoffie niet kwijt

Mondialisering

Duurzaam producerende koffieboeren, en dat zijn er steeds meer, kampen met een gebrek aan vraag én klimaatbedreigingen. Koffiebedrijven vrezen dat zij op andere gewassen overstappen.

In Zuid-Amerika hebben de koffieboeren de smaak te pakken. Meer dan de helft produceert koffie met een duurzaamheidskeurmerk als Starbucks, Rainforest Alliance, Utz Certified of Fairtrade. Goed nieuws lijkt het, maar in de praktijk kunnen ze slechts een kwart als zodanig verkopen. De vraag naar duurzame koffie blijft immers sterk achter.


De groeiende kloof tussen vraag en aanbod plaatst de boeren voor een dilemma. Als zij gecertificeerde koffie niet meer kunnen verkopen tegen een meerprijs, waarom dan nog de moeite nemen om te certificeren? Waarom überhaupt nog koffie planten als de gewassen ook nog eens ernstig te lijden hebben onder de klimaatveranderingen?


Vorig jaar liep de koffieoogst in Latijns-Amerika een flinke klap op door besmetting met de schimmelziekte roya, ofwel koffieroest, die welig tiert bij hogere temperaturen. Dit jaar is het vooral de droogte in Brazilië die de geraamde oogst met bijna 10 procent verlaagt. In Azië wordt de oogst bedreigd door verschuiving van de moessonperioden. De opwarming van de aarde vormt een serieus probleem voor de wereldwijde koffieproductie.


Dit is de belangrijkste conclusie van de Koffie Barometer 2014 die aanstaande donderdag door een aantal ontwikkelingsorganisaties, waaronder Hivos, Solidaridad, WNF en Oxfam, wordt gepresenteerd op een internationale bijeenkomst over duurzame koffie in Amsterdam.


De tanende belangstelling van koffieboeren voor certificatie plaatst de grote koffiebrouwers voor een probleem, want de wereldwijde productie moet met 15 procent omhoog om in 2020 aan de vraag naar 165 miljoen zakken (van 60 kilo) te kunnen voldoen. Die groei is alleen haalbaar als boeren efficiënter gaan produceren, duurzaam dus. Maar in de praktijk daalt de productie dus juist ondanks het feit dat veel boeren zijn gecertificeerd.


'De grote koffiebedrijven maken zich grote zorgen', zegt koffiespecialist Sjoerd Panhuijsen van Hivos. 'Ze realiseren zich dat ze meer moeten investeren in de boeren om te zorgen dat ze niet op andere gewassen overstappen. In Midden-Amerika zie je al dat kleine boeren de sector verlaten omdat ze geen reserves hebben maatregelen te treffen tegen de klimaatbedreigingen. Er zijn namelijk oplossingen. Denk bijvoorbeeld aan het planten van schaduwrijke bomen om de koffieplanten te beschermen of het verbeteren van irrigatiesystemen.'


Vorig jaar werden 145 miljoen zakken koffie geproduceerd, waarvan Robustakoffie een steeds groter aandeel (nu 40 procent) inneemt omdat die beter opgewassen is tegen de klimaatveranderingen dan het hogere kwaliteitsras Arabica. De vier belangrijkste koffielanden - Vietnam, Indonesië, Brazilië en Colombia - produceren op steeds grotere schaal koffie, met schadelijke gevolgen voor het milieu zoals ontbossing en bodemerosie. Kleinere koffielanden in Midden-Amerika maar ook Afrika hebben juist last van hun kleinschaligheid: geen reserves om mislukte oogsten op te vangen of om zich ertegen te beschermen. In Midden-Amerika verwoestte de koffieroest 600 duizend hectare aan oogst, waardoor duizenden boeren hun inkomsten in rook zagen opgaan en 20 tot 30 procent van de werkgelegenheid in de keten verloren ging.


Om boeren beter te beschermen en de kloof tussen vraag en aanbod van duurzame koffie te dichten moet de sector de handen ineenslaan. Er zijn goede initiatieven, maar er is meer samenhang en coördinatie nodig. Panhuijsen: 'De investeringen moeten alle schakels in de keten bereiken en niet alleen het eigenbelang dienen. Het gaat erom dat de boeren er beter van worden, ook op minder populaire locaties in bijvoorbeeld Afrika.'


Wanneer de tien grootste koffiebedrijven, waaronder Nestlé, Mondelèz, Starbucks en DE Master Blenders,hun producten volledig certificeren zijn de problemen nagenoeg opgelost. Zij verwerken 40 procent van alle koffie. 'Dan volgen de kleinere bedrijven noodgedwongen ook', zegt Panhuijsen. Op dit moment presteren 'de grote tien' nog slecht op het gebied van duurzaamheid (zie grafiek).


DE Master Blenders doet het met 25 procent duurzame koffie het best, 's werelds grootste koffiebedrijf Nestlé presteert met 15 procent verifieerbare - niet-gecertificeerde - koffie ondermaats. De aankomende fusie tussen DE Master Blenders en Mondelèz tot Jacobs Douwe Egberts biedt echter reden tot hoop, zo schrijven de onderzoekers van de Barometer. 'Als 's werelds tweede grote koffiebedrijf zullen ze ernstige concurrentie vormen voor Nestlé en het bedrijf dwingen tot verbetering.'


Op dit moment wordt 15 procent van alle koffie wereldwijd als duurzaam verkocht. Dat lijkt een prestatie van formaat maar het is lang niet zoveel als de 40 procent die duurzaam wordt geproduceerd ( zie grafiek). De vraag naar duurzame koffie móet dus omhoog. 'Maar dan moet de consument wel bereid zijn ervoor te betalen', zegt Panhuijsen. 'Die moet zich ook realiseren dat de opslag minimaal is in vergelijking met de schommelingen van de marktprijs als gevolg van mislukte oogsten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.