Boeman ebola

Ebola eiste deze maand honderd levens in Guinée, is zeer besmettelijk en uiterst dodelijk - en eigenlijk makkelijk te beteugelen. Hoe, dat zag Saar Slegers in Oeganda, waar de ziekte eerder uitbrak. Een horrorverhaal van beperkte omvang.

Een kwade geest hield huis in de familie van Sabiiti Mugerwa. Zoveel was wel duidelijk toen er binnen drie weken drie doden waren gevallen. Zijn broer was het eerste slachtoffer. Hij kreeg koorts en diarree. Zijn oogwit kleurde rood. Hij gaf bloed op. Binnen een week was hij dood. Kort daarna werd de vrouw van de overleden broer ziek en daarna volgde Mugerwa's eigen vrouw. De eerste kon nog naar een traditionele genezer worden gebracht, maar het mocht niet baten. Beide vrouwen stierven in een klein zaaltje in de lokale kliniek even verderop. Het stonk er naar braaksel, uitwerpselen en chloor.

Drie doden in zo'n korte tijd, dat kon geen toeval zijn. Daarover was iedereen het eens in Kakute, een dorpje niet ver van Kampala. Beschuldigende vingers wezen richting Ruth Nakanwagi, de moeder van Mugerwa en de overleden man. Zij had het vast op een akkoordje gegooid met kwade geesten: het bloed van haar kinderen in ruil voor rijkdom. Had zij niet meteen na de dood van haar zoon zijn motor verkocht? En hoeveel geld had ze daar niet voor gekregen?

Toen Mugerwa zelf koorts kreeg, haalde hij in de kliniek een portie malariapillen die hij, zoals voorgeschreven, innam met melk. Voor de zekerheid bracht hij ook een bezoek aan een traditionele genezer. Hij geloofde niet dat zijn moeder achter zijn malaise zat. Ook hij vreesde dat het een kwade geest was die hem het leven zuur maakte. Maar in plaats van op te knappen werd hij zwakker en zwakker. En enkele dagen nadat hij ziek was geworden, vertrok Mugerwa, samen met zijn moeder, in een minibusje naar Kampala. Koortsig, overgevend in een zak, ingeklemd tussen andere passagiers. Hij wilde niet naar het ziekenhuis waar zijn broer was gestorven. De kliniek waar zijn vrouw en schoonzus waren overleden vertrouwde hij evenmin.

Eenmaal in het Mulago ziekenhuis, het grootste ziekenhuis van Oeganda, kon hij nauwelijks meer op zijn benen staan. Terwijl zijn moeder haar plek innam in de rij in de overvolle wachtkamer, ging Mugerwa op een bankje bij de muur liggen. Hij gaf over en liet zijn ontlasting lopen. Opstaan en naar de wc gaan was simpelweg niet mogelijk. Hij wilde alleen maar slapen.

Hij had geen idee van de paniek die er ondertussen was uitgebroken in de kliniek, waar zijn vrouw enkele dagen eerder was overleden.

Verpleegster Rosemary Nalweyiso is niet makkelijk van haar stuk te brengen. In de kliniek van Nyimbwa, niet ver van het dorpje Kakute, behandelt ze dagelijks patiënten met symptomen van malaria, tuberculose en urinewegontstekingen. Maar toen de twee vrouwen, die binnen waren gekomen met koorts, bloed begonnen te braken en hun ogen rood werden van het bloed, waren alle alarmbellen gaan rinkelen. Dorpen in het westen van Oeganda werden op dat moment geteisterd door een uitbraak van het dodelijke en besmettelijke marburgvirus. Zou dat zich over honderden kilometers verspreid kunnen hebben en in Kakute zijn beland?

Samen met haar collega's in het Nyimbwa Health Center besloot Nalweyiso de patiënten af te zonderen. Sommige verpleegsters durfden de patiënten niet meer aan te raken uit angst besmet te worden. Kwistig wasten ze hun handen met chloor. De patiënten werden steeds zwakker, hadden steeds meer pijn. Medewerkers van het Oeganda Virus Research Institute kwamen langs om bloedmonsters te nemen. Maar die raakten kwijt. Een van de vrouwen stierf. Weer werden er bloedmonsters genomen. Toen stierf ook de andere vrouw. Uit voorzorg werd het lichaam in een plastic zak begraven. Op woensdag 14 november 2012, kwam laat op de avond het telefoontje dat de kliniek op z'n kop zette: in het bloed van de vrouwen was niet het marburgvirus aangetroffen, maar het zeker zo dodelijke en besmettelijke ebolavirus.

Nalweyiso kende de verhalen over ebola. Twaalf jaar eerder, in 2000, was het virus voor het eerst opgedoken in het noorden van Oeganda. In de stad Gulu waren binnen enkele maanden meer dan vierhonderd mensen ziek geworden. Meer dan de helft had het niet overleefd. Iedereen had de beelden gezien: patiënten badend in hun eigen bloed, verpleegsters met dikke schorten en spatmaskers en lijken in plastic zakken, begraven door specialisten in beschermende witte pakken.

En nu was het virus hier. Nalweyiso had de patiënten verzorgd, ze had ze gewassen en hun bloed opgedweild. De angst greep haar naar de keel. Zou zij hetzelfde lot ondergaan als de twee overleden vrouwen? Een pijnlijke, bloederige dood? Het kon bijna niet anders, dacht ze. Ze had het besmettelijke virus letterlijk in haar handen gehad.

De angst van Rosemary Nalweyiso was verre van irrationeel. Je hoeft maar een klein druppeltje besmet bloed, speeksel of urine te hebben aangeraakt en zonder je handen te wassen in je neus te peuteren of in je oog te wrijven en de kans dat het virus in je lichaam gaat woekeren, is levensgroot. In rampenfilms over killervirussen, zoals Outbreak, wordt het ebolavirus niet voor niets als inspiratiebron gebruikt.

Nadat het virus op de een of andere manier is overgeslagen van dier op mens, sterven degenen die besmet zijn in korte tijd een gruwelijke dood. Als je eenmaal in contact bent geweest met het virus is er niets dat de ziekte kan stoppen. Er is geen vaccin en geen medicijn. De enige optie is om alle contact met patiënten te mijden en de besmetting zo snel mogelijk uit te laten doven.

Viroloog Julius Lutwama was een van de onderzoekers die in 2000 de mysterieuze ziekte moest onderzoeken die was uitgebroken in Gulu. Sindsdien is hij hoofd van het ebolabestrijdingsprogramma van het Oeganda Virus Research Institute (UVRI). Het is zijn taak uitbraken snel te herkennen en in te dammen.

Elk virus heeft zijn eigen verspreidingspatroon, vertelt Lutwama. Virussen die makkelijk overdraagbaar zijn, zoals griepvirussen, maken veel mensen ziek, maar worden tot staan gebracht doordat degenen die beter zijn geworden immuun zijn en het virus niet verder kunnen verspreiden. Het ebolavirus daarentegen sluipt als het ware een gemeenschap binnen. In het begin verspreidt de ziekte zich niet snel. De patiënten zijn al snel zo ziek dat ze nauwelijks gelegenheid hebben het virus door te geven. Alleen de mensen die hen verzorgen, lopen gevaar. Als de patiënt overlijdt, lijkt de ziekte verdwenen, tot een week later enkele van de verzorgers symptomen beginnen te vertonen. Zo flakkert de ziekte eerst her en der op zonder veel aandacht te trekken, totdat het virus plots op volle sterkte uitbreekt.

Waar en wanneer het virus zal opduiken, is moeilijk te voorspellen. Temeer omdat nog niet duidelijk is waar het virus zich in de natuur ophoudt. Vleerhonden zijn de belangrijkste verdachten, maar nog nooit kon het levende ebolavirus bij hen worden aangetoond. Waarschijnlijk slaat het virus over op mensen bij contact met speeksel, bloed of ontlasting van een ziek dier: een ongare vleerhondenstoofpot of een hap uit een mango waarop eerder een vleerhond heeft geplast, zou al genoeg kunnen zijn. Soms lijkt de ziekte jarenlang verdwenen, dan weer volgen de uitbraken elkaar in rap tempo op.

Lutwama herinnert zich de uitbraak in Gulu als de dag van gisteren. Het ziekenhuis waar de meeste doden vielen was propvol - niet alleen met zieken maar ook met mensen die op de vlucht waren voor de burgeroorlog. In de gangen, op de veranda's, op de vloer in de ziekenzalen - overal lagen mensen. Achteraf bleek dat het virus zich al maanden aan het verspreiden was. Hier was een dode gevallen en daar, maar die eerste sterfgevallen waren in de context van de burgeroorlog onopgemerkt gebleven. Pas toen enkele van de doodzieke patiënten in het overvolle ziekenhuis terechtkwamen, brak de hel los. De patiënten droegen het virus over aan de verpleging en die besmette weer andere patiënten. Het virus leek niet meer te stoppen.

Om de herhaling van de gebeurtenissen in Gulu te voorkomen is het zaak om ebola te onderkennen. Lutwana neemt elke melding bij het Oeganda Virus Research Institute van symptomen dan ook doodserieus. Hij stuurt teams op pad om bloedmonsters te nemen. Bij vaststelling van het virus worden direct maatregelen genomen: op de locatie van de uitbraak worden isolatietenten opgezet en iedereen die mogelijk besmet is, wordt in quarantaine geplaatst. Wie ziek blijkt, zal zijn familie niet meer zien tot is gebleken dat het virus helemaal uit zijn bloed verdwenen is. De meerderheid van de zieken sterft in quarantaine, omringd door verpleegsters en onderzoekers.

De verpleegsters in de kliniek in Nyimbwa hadden zich hevig verzet tegen de beslissing van het UVRI om op het terrein van de kliniek de quarantainefaciliteiten in te richten. Nalweyiso en haar collega's hadden het gevoel opgeofferd te worden: 'We wilden niet met nog meer patiënten in contact komen. We wilden niet nog vaker worden blootgesteld aan het virus.'

Een begrijpelijke reactie, vind Lutwama, verplegers zijn immers degenen die de grootste risico's lopen om besmet te raken. Maar hij geeft ook aan dat paniek onterecht is. Wie weet hoe het virus zich verspreidt, kan voorzorgsmaatregelen nemen. En wie de juiste voorzorgsmaatregelen neemt, loopt slechts een klein risico. De experts drilden de verpleegsters daarom in de procedures: handschoenen aan, jasschort aan, nog een paar handschoenen over de mouwen van dat schort, een gezichtsmasker voor en een spatmasker op. Dan pas naar een patiënt. En: altijd je handen grondig wassen met water en zeep, voordat je je gezicht aanraakt of iets in je mond stopt. De verpleegsters werden gerustgesteld: het virus verplaatst zich niet door de lucht en, nee, het kan niet door handschoenen heendringen.

Overtuigd van het belang van de bestrijding van het virus en enigszins gerustgesteld, ging de staf van de kliniek weer aan het werk, maar pas nadat iedereen die in contact was geweest met de patiënten eerst zelf aan een bloedtest was onderworpen. Daarna werden alle anderen opgespoord die besmet zouden kunnen zijn: familieleden en vrienden van de overledenen, de traditionele genezer die enkele zieken had onderzocht, allemaal werden ze in de isolatietent gezet. Alleen Sabiiti Mugerwa en Ruth Nakanwagi. bleven onvindbaar. Het gerucht ging dat Mugerwa ziek was geworden en samen met zijn moeder was vertrokken, uit angst voor kwade geesten. Pas tegen de middag werd bekend waar ze zich bevonden: in de overvolle wachtkamer van het grootste ziekenhuis van Kampala. De ideale plek voor een virus om zich verder te verspreiden.

In het Mulago ziekenhuis was Sabiiti Mugerwa ervan overtuigd dat hij dood zou gaan. Zijn moeder en hij werden omringd door mannen in witte pakken. Waren dit niet dezelfde witte pakken die hij had gezien toen zijn vrouw zonder enig ritueel werd begraven? Van een afstandje had hij toegekeken. Niemand mocht onbeschermd bij het lichaam in de buurt komen. Nu was het kennelijk zijn beurt.

Voordat de witte pakken kwamen, waren Mugerwa en zijn moeder plotseling door een dokter uit de wachtkamer van het ziekenhuis gehaald. Ze waren verbaasd dat de dokter hun namen kende. En ze waren toch nog lang niet aan de beurt? De dokter had geen verdere uitleg gegeven, maar had ze alleen in een kamertje achtergelaten.

Mugerwa raakte het besef van tijd kwijt. De witte pakken kwamen en bespoten elke plek die hij had aangeraakt met een desinfecterend middel: het bankje waarop hij had gezeten, de grond waarover hij had gelopen, de auto waarin hij was vervoerd. Wat er gezegd werd, kon hij nauwelijks verstaan, want zijn gehoor was in korte tijd sterk verslechterd.

Ze brachten hem naar een afgelegen plek op het ziekenhuisterrein waar vier grote tenten stonden. Hij kreeg een bed toebedeeld in de tent vlak naast de kamer van de dokteren. Later, na de uitslag van de bloedproeven, werd hij verplaatst naar de tent vlak naast het mortuarium. Daar mocht hij gaan liggen. Eindelijk. En ondanks de pijn en het braken zakte hij af toe in slaap weg.

Sinds het ebolavirus in 1976 is ontdekt, is er nog altijd geen medicijn gevonden. Wie het ebolavirus in zijn lichaam heeft, zoals Sabiiti Mugerwa, kan alleen maar hopen dat hij in leven blijft. Afhankelijk van de virusvariant liggen de sterftecijfers tussen 50 en90 procent.

Lange tijd werd maar op beperkte schaal onderzoek gedaan naar vaccins en medicatie, juist vanwege het feit dat het virus zo besmettelijk en dodelijk is. Voor farmaceutisch onderzoek is het nodig om met het levende virus en met besmette proefdieren te werken en dat brengt grote risico's met zich mee. Om te voorkomen dat de laboranten geïnfecteerd raken of dat het virus ontsnapt naar de buitenwereld, mag ebola alleen onderzocht worden in biosecurity laboratoria met code 4: de labs met de strengst denkbare veiligheidsvoorschriften die worden gebruikt voor onderzoek naar virussen waarvoor noch een vaccin, noch een behandeling bestaat.

Een andere complicatie is dat kandidaatvaccins moeilijk te testen zijn op mensen. Ebolauitbraken komen onregelmatig voor en treffen relatief kleine groepen mensen. Er is geen geschikte onderzoekspopulatie en de werking van vaccins is daardoor lastig vast te stellen.

In 2001 kreeg het de zoektocht naar een ebolavaccin een impuls met de vergrote angst in de Verenigde Staten voor terrorisme in het algemeen en bioterrorisme in het bijzonder. Dat merkte ook onderzoeker Julius Lutwama. Het UVRI werkt nauw samen met het Amerikaanse CDC, Centers for Disease Control and Prevention. Uit angst voor het gebruik van ebola als biologisch wapen zetten de Amerikaanse onderzoekscentra man en macht in om een vaccin te creëren om de bevolking te beschermen tegen een mogelijke aanval.

Julius Lutwama is hoopvol dat er in de komende jaren een vaccin gevonden zal worden. Zelf zoekt hij in het bloed van mensen die de ziekte hebben overleefd naar antistoffen tegen het virus. Die antistoffen kunnen de basis gaan vormen voor medicatie. Maar voorlopig zit er niets anders op dan mensen zo veel mogelijk voor te lichten over ebola, er snel bij te zijn als het virus de kop opsteekt en ervoor te zorgen dat het zich niet verder verspreidt.

Niet iedereen die ebola krijgt, sterft. Sabiiti Mugerwa bleef, tot ieders verbazing, leven. In het ziekenhuis stabiliseerde zijn toestand en na enkele weken werd hij ebolavrij verklaard. Hij mocht terug naar huis - het huis dat hij voor zijn vrouw en kinderen had gebouwd, dat zijn vrouw had ingericht met de beperkte middelen die ze hadden. Maar zijn vrouw was dood, zijn kinderen waren ondergebracht bij familie, het huis was uitgerookt en vrijwel alle spullen waren op de brandstapel gegaan om alle mogelijke ontsmettingshaarden te vernietigen.

Zelf was hij ook de oude niet meer. Net uit het ziekenhuis deed alles pijn: zijn hoofd, zijn buik, zijn spieren. Zijn ogen waren rood en overgevoelig voor licht. Hij was praktisch doof.

Na de constatering van de ebolauitbraak in Kakute had het UVRI voorlichtingsteams naar de streek gestuurd om de bevolking bewust te maken van de risico's van ebola. Terwijl in de kliniek veertig mensen in quarantaine lagen, belegden ze bijeenkomsten om de dorpelingen te wijzen op de symptomen en de risico's. Het schudden van handen werd ontraden en het wassen van lijken werd verboden; alles om de mogelijke verspreiding van het virus tegen te gaan. En de inspanningen van de specialisten hadden effect: de uitbraak bleef beperkt tot zeven zieken, van wie er vijf overleden.

Julius Lutwama is trots op zijn programma. Vielen er eerder bij een uitbraak al snel honderden doden, nu zijn het er zelden meer dan twintig. Zolang een vaccin nog niet gevonden is, is het indammen van het virus het beste dat je kunt doen.

De buren van Mugerwa waren met de schrik vrijgekomen, maar nu hun buurman terug was uit het ziekenhuis, wisten ze niet wat ze met hem aan moesten. Ze zagen dat hij aan de beterende hand was, maar voor de zekerheid meden ze hem en zijn huis. Sommige mensen waren bang dat hij nog altijd besmettelijk was. Anderen plaatsten vraagtekens bij de diagnose. Het zou net zo goed een kwade geest kunnen zijn geweest. Of was het misschien een complot van de gezondheidszorg om geld op te strijken onder de arme bevolking?

Nu er al meer dan een jaar geen nieuwe besmettingen meer hebben plaatsgevonden, beginnen mensen te ontspannen. De uitbraak is voorbij. Het virus verdwenen. Maar Sabiiti Mugerwa weet nog niet goed hoe hij zijn leven weer moet oppakken. Zijn gezondheid laat te wensen over en er is nog te veel verdriet om echt vooruit te kunnen kijken. Maar soms, soms leent hij een mobiele telefoon, zoekt hij een plek waar ontvangst is en belt hij met de mannen in de witte pakken, de doktoren in Mulago ziekenhuis, om hen te bedanken.

Verpleegster Rosemary Nalweyiso heeft haar angst voor het virus overwonnen. 'Als je jezelf tegen zo'n dodelijk virus kunt beschermen, gewoon door enkele simpele maatregelen te nemen, hoef je niet meer bang te zijn.' Ze heeft zich voorgenomen altijd haar handen te wassen nadat ze een patiënt heeft verpleegd.

GEVREESDE GESELS

DE PEST

De iconische griezelziekte kostte alleen al tijdens de beruchte Justiniaanse Plaag (AD 541) en de Zwarte Dood (1348) minstens 100 miljoen mensen het leven: een kwart tot eenderde van de bevolking. Ook in het hedendaagse antibioticatijdperk nog altijd goed voor een paar honderd doden per jaar.

POKKEN

Voordat de WHO het pokkenvirus in 1979 officieel uitgeroeid verklaarde, doodde de ziekte 300 tot 500 miljoen mensen in minder dan een eeuw tijd. Op de hoogtijdagen kwamen er zo'n 400 duizend Europeanen per jaar om door de ziekte.

TUBERCULOSE

Hoewel vanwege de opkomende resistentie nog altijd zeer gevaarlijk, ligt de gruweltijd van 'de witte dood' in het verleden: na de opkomst van de industrialisatie stierf haast een kwart van alle Europeanen door de tuberculosebacil.

GRIEP

Ergens tussen de uitbraak van Sars in 2003 en de Mexicaanse griep van 2009 weer in het publieke bewustzijn geplant als ziekte die we moeten vrezen: alleen al bij de pandemie van 1918 kwamen er 50 tot 100 miljoen mensen om. Inmiddels is de ziekte steeds beter beheersbaar door vaccinaties en pandemieplannen.

EBOLA IN

DE BIOSCOOP

Outbreak (Wolfgang Petersen, 1995). Het levensgevaarlijke motabavirus, dat veel trekken heeft van het ebolavirus, dreigt zich te verspreiden over Amerika. Dustin Hoffman, doe iets.

Contagion (Steven Soderbergh, 2011). Sobere thriller waarin een verwoestend virus zich verspreidt over de wereld. Een groot deel van de sterrencast haalt het einde van de film niet.

Ebola Syndrome (Herman Yau, 1996). Restaurantkok die zelf immuun is voor ebola besluit de ziekte te verspreiden. Bloederige b-comedy uit Hongkong.

I am Legend (Francis Lawrence, 2007). Een virus heeft het grootste deel van de wereldbevolking gedood en bijna alle anderen veranderd in monsters. Will Smith, pratend tegen zijn hond en tegen etalagepoppen, probeert een remedie te ontwikkelen.

INTUSSEN IN GUINEE

Meer dan honderd doden: die sinistere grens passeerde het West-Afrikaanse kustland Guinée deze week bij de ebola-uitbraak die al een maand in het land woedt. In buurland Liberia zijn inmiddels tien dodelijke gevallen bevestigd; in totaal zijn er meer dan 150 ziektegevallen vastgesteld.

Ebola-expert Keiji Fukada van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO spreekt, in afgemeten epidemiologisch jargon, van 'een van de meest uitdagende uitbraken ooit.'

Meevallers zijn er ook. Vermoede gevallen in Ghana en in Sierra Leone bleken niet veroorzaakt door het virus, evenals een verdacht ziektegeval dat eind maart opdook in Canada.

David Quammen, auteur van het bekroonde boek over zoönotische ziektes Van dier naar mens, stoort zich eraan hoezeer westerlingen het gevaar van ebola overdrijven, schreef hij deze week in een opinieartikel. 'Ebola in Guinée is geen ontwakende pandemie voortbestemd om de wereld rond te gaan. Het is een grimmig en lokaal drama dat een kleine groep onfortuinlijke West-Afrikanen treft, met wie we moeten meeleven en die we hulp moeten blijven sturen. Dit gaat niet over onze angsten en nachtmerries. Het gaat over hen.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden