Boem! Weer een fossiel gevonden

Martin Meredith is historicus, journalist en Afrikakenner. Hij schreef een boek over de meedogenloos ambitieuze paleontologische zoektocht naar onze voorouders. Een verhaal van bedrog, vetes, volharding en de zucht naar wetenschappelijke roem. 'Robert Broom, bijvoorbeeld, was zowel een geniale man als een bandiet.'

In april 1947 ontdekte paleontoloog Robert Broom de belangrijkste fossiele schedel ooit gevonden. Zo dacht hij er zelf tenminste over. In een grot in het Zuid-Afrikaanse Sterkfontein trof hij een volwassen exemplaar aan van een missing link, waarnaar hij meer dan twintig jaar had gezocht: een evolutionaire schakel tussen mensaap en mens.

Helaas was de schedel in tweeën gespleten want tijdens zijn zoektocht maakte Brom royaal gebruik van dynamiet. 'Hij blies hele rotswanden op, in de hoop dat er genoeg fossielen zouden overblijven om zijn punt te maken', zegt historicus, journalist en Afrikakenner Martin Meredith. Deze week verschijnt de Nederlandse vertaling van Merediths laatste boek: Afrika - De bron van ons bestaan. Broom is een van de meedogenloos ambitieuze hoofdfiguren in een verhaal over de paleontologische zoektocht naar de voorouders van de moderne mens in Afrika, in de afgelopen eeuw.

Volgens Meredith (69) was Broom zowel een geniale man als een bandiet, die onderhands fossielen verkocht van een museum waar hij werkte. Jarenlang lag hij in de clinch met het wetenschappelijk establishment over de resten van het zogenoemde Taungkind, die in 1924 gevonden waren in het noorden van Zuid-Afrika. Broom was stellig: het ging om een jong exemplaar van een missing link. Inmiddels zijn paleontologen overtuigd van het belang van het 2,5 miljoen jaar oude fossiel, maar veel van Brooms tijdgenoten deden het af als een gewone aap, vanwege zijn bescheiden schedelomvang. Daarom zocht Broom zo lang naar een volwassen exemplaar, met een groter hoofd.

'Het lastige aan deze tak van wetenschap is dat het harde bewijs dun gezaaid is', zegt Meredith. Dat gold zeker in de eerste helft van de 20ste eeuw. 'Daardoor was er heel veel ruimte voor speculatie en dus voor vetes.'

De contouren van het verhaal van de mens zijn inmiddels duidelijk, zegt Meredith: 'Heel simpel gezegd komt het erop neer dat mensachtigen van het geslacht Australopithecus tussen 3,5- en 2 miljoen jaar geleden dominant waren.' Brooms fossiel en het Taungkind vielen in die categorie. 'Daaruit is tussen 2,5- en 2 miljoen jaar geleden het geslacht Homo voortgekomen, en daaruit de moderne mens, die waarschijnlijk tussen 75 duizend en 60 duizend jaar geleden vanuit Afrika trok en de rest van de wereld bevolkte.'

Deze inzichten hebben we te danken aan onder anderen het echtpaar Louis en Mary Leakey, die een kleine dynastie van paleontologen stichtten. Decennialang deden ze onderzoek in onder meer de Oost-Afrikaanse Olduvaikloof, vaak onder spartaanse omstandigheden. Over een expeditie in de jaren dertig schreef Mary: 'Onze watervoorziening bij het kamp was weinig meer dan een vloeibare modderpoel, waarin een neushoorn zich elke dag wentelde om er na het wentelen een zekere hoeveelheid urine aan toe te voegen.'

Toch raakte Mary betoverd door het Afrikaanse landschap en het onderzoek. 'Zij was veruit de beste wetenschapper van de twee', zegt Meredith: 'Ze had geduld en was bereid jarenlang nauwkeurig onderzoek te doen. En ze was een van de eersten die botten liet liggen op de plaats waar ze die aantrof. Tot dan toe namen paleontologen hun fossielen snel mee naar hun museum, waardoor de informatie over de context verloren ging; over de geologische omgeving bijvoorbeeld.'

'Ik heb hem, ik heb hem'

Een van Mary's belangrijkste vondsten in Olduvai, in 1959, was een schedel van een mensachtige die de Leakeys Zinjanthropus boisei noemden, en die werd gedateerd op 1,75 miljoen jaar oud. Volgens Louis was dit de eerste mensachtige gereedschapmaker. De Leakeys waren dolblij met de vondst die ze informeel 'Dear boy' noemden: 'Ik heb hem, ik heb hem', schreeuwde Mary toen ze het bot boven de grond uit had zien steken.

Het was Louis die de aandacht trok met de schedel: 'Hij was een veel mindere wetenschapper dan Mary', zegt Meredith, 'maar hij kreeg de credits. Hij was een showman; met lezingentours door de Verenigde Staten werd hij bekend. Van Zinjanthropus boisei maakte hij een wereldberoemd fossiel. Waarschijnlijk heeft hij duizenden studenten geënthousiasmeerd. Ik denk dat daarin zijn belangrijkste bijdrage ligt. Vanaf de jaren zestig kwamen er veel meer onderzoekers op dit terrein, waardoor het niet langer neerkwam op een paar individuen. Het vak is sindsdien veel professioneler geworden.'

Maar de zucht naar roem, waardoor Louis Leakey duidelijk was aangeraakt, bleef een belangrijke rol spelen in deze tak van wetenschap. 'De onderlinge wedijver was opvallend sterk', zegt Meredith, 'van het begin af aan.'

Soms had dat te maken met nationalistische rivaliteit, zoals in de affaire rond de Piltdownmens - een beruchte vervalsing - die rond 1910 begon en waarin pas in 1953 de definitieve ontmaskering volgde. Britse wetenschappers waren er lang van overtuigd dat in het zuiden van Engeland overblijfselen waren gevonden van een 'dageraadmens'. In werkelijkheid ging het om bewerkte botten van onder andere een orang-oetan.

Meredith: 'Engelse onderzoekers waren dolblij dat het oudste bewijs van een menselijke voorouder op Engelse bodem was gevonden. Daarom trapten ze in een hoax die normaal gesproken snel zou zijn ontkracht.' Het was een van de redenen dat de Britten weinig aandacht besteedden aan het werk van Broom en het Taungkind: ze vonden hun eigen Piltdownmens belangrijker.

'Tot op de dag van vandaag spelen nationalistische sentimenten een rol', zegt Meredith. 'Daarom willen verschillende landen in Afrika claimen dat de mens bij hen vandaan komt. Maar de hevigste rivaliteit speelde de afgelopen decennia tussen fanatieke individuen.'

Een van hen was de Amerikaan Donald Johanson (1943). 'De geoloog Jon Kalb stelt dat hij in 1978 werd verbannen uit Ethiopië omdat Johanson geruchten verspreid had dat Kalb, een concurrent, voor de Amerikaanse inlichtingendienst CIA werkte.'

Lucy

Johanson verdiende zijn sporen met de ontdekking in 1974 van 'Lucy', een 120 centimeter hoge mensachtige van 3,2 miljoen jaar oud, die nog meer aandacht zou trekken dan de Zinjanthropus van de Leakeys. Volgens hem was Lucy een voorouder van het geslacht Homo. Die interpretatie wordt nu door veel paleontologen aanvaard, maar vanaf de late jaren zeventig woedde er een hevig debat over, de battle of the bones. Daarin stond Johanson tegenover Mary Leakey en haar zoon Richard. 'Johanson en Richard Leakey waren ongeveer even oud, en ze deelden een brandende ambitie om de grote vondsten te doen', zegt Meredith. 'Na een belangrijke ontdekking zei Johanson eens in extase voor een draaiende camera: 'Nu heb ik je te pakken, Richard.''

De partijen in de bottenstrijd hadden verschillende ideeën over de juiste rangschikking van de menselijke stamboom. 'Op basis van het nu beschikbare fossielenmateriaal is het onmogelijk te bepalen hoe de verwantschapslijnen tussen soorten precies lopen', vindt Meredith. 'De afgelopen decennia hebben paleontologen onder meer hulp gekregen van genetici, en die hebben veel verhelderd. Maar uiteindelijk hebben we toch meer fossielen nodig. Het is alleen zo moeilijk om ze te vinden, en ontzettend arbeidsintensief. Dat zie je aan de werkwijze van Kamoya Kimeu, een van de beste veldwerkers ooit. Die liep keer op keer over hetzelfde terrein; dan met de zon mee, en dan tegen de zon in; dan linksom en dan rechtsom, enzovoort. Misschien zal de techniek het werk in de toekomst makkelijker maken maar voorlopig is de paleontologie afhankelijk van mensen met oneindig geduld en een goed oog.'

Martin Meredith: Afrika - De bron van ons bestaan.

Uitgeverij Kok; € 19,95.

ISBN 978 90 597 7779 8

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden