Boekwinkel voor vermomde engelen

Een onconventionele boekwinkel die dolende schrijvers en toeristen inwijdt in de geheimen van Parijs, de literatuur en de liefde.

Shakespeare and Company is niet zomaar een boekhandel. De boeken lijken er uit de muren en vloeren te zijn gegroeid om te versmelten tot één groot organisme van bedrukt papier, dat een eigen leven leidt en zich niets aantrekt van de vele honderden die zich dagelijks door de smalle paadjes tussen tafels en kasten wurmen.

Of dat nu klanten of bezoekers of bewoners zijn – het onderscheid is niet altijd even duidelijk. Shakespeare and Company is net zozeer een attractie als een boekwinkel. Het adres, Rue de la Bûcherie 37, staat vermeld in elke serieuze reisgids over Parijs als een van de bezienswaardigheden van de linkeroever. Dankzij de ligging, aan de Seine schuin tegenover de Notre Dame, kan ook een boekenwurm zonder enig oriëntatievermogen de winkel vinden.

Op het kleine pleintje bij de ingang, waar de bakken met tweedehands boeken en affiches staan, hangen altijd wel wat toeristen rond. Loop je langs de toonbank helemaal naar achterin de zaak, dan kom je bij een smalle trap naar de eerste verdieping. Ook hier blijft geen stukje muur onbenut. Maar – groot verschil – de boeken hier zijn niet te koop. Wel staat het iedereen vrij een titel – Tristram Shandy, Anna Karenina – uit de kast te trekken en te lezen.

In de voorkamer, met prachtig zicht op rivier en kerk, staan wat stoelen en banken. En naast de trap is een stuk muur vrijgehouden waarop gasten hun herinneringen kunnen achterlaten. Op talloze kattebelletjes, foto’s en ansichtkaarten is te lezen hoe Shakespeare and Company velen inwijdde in de geheimen van Parijs, de literatuur en de liefde.

Een van hen is Jeremy Mercer, een jonge misdaadjournalist van de Ottawa Citizen, die nadat hij de identiteit van een crimineel onthulde eind 1999 besluit dat de grond in Canada hem te heet onder de voeten wordt; hij neemt de wijk naar Parijs. Als de bodem van zijn financiële reserves in zicht komt belandt hij, zoals meer dolende zielen, in Shakespeare and Company.

Weliswaar heeft hij twee boeken over waar gebeurde misdaden in Ottawa op zijn naam, een schrijver is Mercer nog niet. Dat zal de boekhandel, of eigenlijk diens excentrieke oprichter en eigenaar, van hem maken. Zijn literaire debuut, Een bed tussen de boeken, is net zo goed een portret van George Whitman, een dan 86-jarige Amerikaanse eigenheimer, die als een abt zijn literaire pelgrimsoord bestiert – met alle barmhartigheid en kuiperijen vandien.

Whitman zelf vergelijkt zich graag met een frère lampier, een monnik die een lamp laat branden om vreemdelingen te verwelkomen.

‘Weest niet ongastvrij jegens vreemdelingen, zij kunnen vermomde engelen zijn,’ hangt als motto boven de trap. Whitman heeft altijd naar de letter van die woorden geleefd. Zijn winkel is sinds de oprichting een opvanghuis voor dolende schrijvers die, in ruil voor een bed, wat aardappelsoep en onbeperkte toegang tot de boeken, hand- en spandiensten verrichten. Volgens Mercer heeft de winkel door de jaren onderdak geboden aan zo’n veertigduizend gasten. Allen Ginsberg rustte er uit van zijn reizen door India, Lawrence Durrell kwam op adem na The Alexandria Quartet en Margaux Hemingway vertrok vanuit Shakespeare and Company om het Parijs van haar vader te verkennen.

Als hij van zijn eerste verbazing bekomen is, groeit Mercer al snel uit tot vertrouweling van Whitman. Geleidelijk raakt hij ingewijd in de geheimen van het huis. Hij leert dat Tsing-Tao het favoriete bier van Whitman is, dat die er zich graag – overigens ten onrechte - op laat voorstaan een afstammeling van Walt Whitman te zijn, dat er nog ergens een dochter is met wie Whitman een moeizaam contact onderhoudt en dat de eigenaar ondanks zijn gevorderde leeftijd niets geregeld heeft aangaande het voortbestaan van de winkel.

Ook op literaire vlak gaat een wereld voor hem open. Shakespeare and Company deelt weliswaar de naam met de winkel die Sylvia Bleach al in 1919 in Parijs opende, en waar Ezra Pound, F. Scott Fitzgerald en Gertrude Stein kind aan huis waren – ‘een warme plezierige plek met een kachel in de winter’, schreef Ernest Hemingway. Maar Bleach sloot haar winkel noodgedwongen in 1941. En de eerste zaak die Whitman in 1951 opende - gefrequenteerd door Anais Nin en Henry Miller – heette Le Mistral. De naam en inboedel van Shakespeare and Company nam hij in 1964 over, na het overlijden van Bleach.

De geschiedenis van de winkel vervult een bijrol in het boek. Mercer vertelt vooral over het dagelijks reilen en zeilen: de onderlinge spanningen, een met man en macht verhinderde overval, een ongelukkige dode bij een nachtelijk feestje aan de Seine. En passant geeft hij tips over hoe een arme sloeber in Parijs kan overleven.

Als Mercer ziet hoe zijn huisgenoten aan romans, verhalen of gedichten werken, begint het ook bij hem te kriebelen. Hij haalt zijn laptop te voorschijn om, als hij geen boeken op alfabet moet zetten of voorraden inventariseren, een boek te schrijven over een jongen die met de dood bedreigd wordt en zich op zijn leven bezint. Het is de basis voor Een bed tussen de boeken, monument voor de wonderlijkste boekwinkel van Parijs en verre omstreken.

Dat boek geeft hem de duw om zijn leven weer op te pakken. Kilometer Zero, het literaire tijdschrift dat hij samen met een lotgenoot opricht, bindt hem aan de winkel. Datzelfde geldt voor het jubileumboek waaraan hij samen met Whitman werkt.

In dat boek schrijft Whitman: ‘Ik ben nu al vijftig jaar uw frère lampier – de lantaarnopsteker die hoopt dat op een dag iemand anders zal komen die zijn levenstaak overneemt.’

Wat Whitman niet weet, is dat Mercer nog één keer zijn ervaring als misdaadverslaggever zal aanspreken; hij reist naar Londen om Sylvia, zijn verloren dochter, op te sporen. Zij staat nu dagelijks in de winkel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden