Boeken

Je bent de zoon van de auteurs Rudy Kousbroek en Ethel Portnoy. Hoe kun je dan een boek maken en niet met hen worden vergeleken? Met zijn openhartige beeldroman spaart tekenaar Gabriël Kousbroek niemand, ook Gerard Reve niet.

Speciaal voor de boekpresentatie heeft Gabriël Kousbroek een pak laten maken: felblauw met zwarte naden, als een driedimensionaal stripfiguur. Gabriël is zijn getekende zelf en zo trots als een pauw. Zijn artistieke carrière zit in de lift. Hij maakt illustraties in De Groene Amsterdammer en tekent bij de column van Arthur van Amerongen, op de achterkant van de Volkskrant. En nu een boekdebuut: Kousboek schetst in veertien verhalen de besognes van een verwarrende jeugd.


Die productiegolf komt niet toevallig. In zes jaar tijd verloor Kousbroek (1965) zowel zijn zus, moeder als vader; alleen zijn stiefmoeder en halfzus resteren als familie. 'Dat dwong me om na te denken. Ik had wel een idee wat het nut van het leven was - namelijk tekenen en dingen maken - maar de grond wordt toch onder je weggeslagen. Heeft het eigenlijk wel zin wat ik doe?' De persoonlijke tragedie kent ook een lichtpuntje: eindelijk geen pa die constant over je schouders meekijkt. Dat geeft moed.


Die vader is Rudy Kousbroek, schrijver, essayist en onder meer winnaar van de PC Hooftprijs. Na de middelbare school vertrok Kousbroek senior met jeugdvriend Remco Campert in 1950 naar Parijs. Daar maakten ze deel uit van de groep Nederlandse kunstenaars, schrijvers en dichters die de Vijftigers vormden. Onder anderen dichters Simon Vinkenoog, Gerrit Kouwenaar, Hugo Claus en Lucebert waren klaar met de sobere, saaie sfeer in naoorlogs Amsterdam en zochten experiment en spanning in Parijs.


Kousbroek ontmoette daar Ethel Portnoy, een New Yorkse schrijfster die werkte voor Unesco. Er was jazz, er was liefde, er was Quartier Latin en Saint Germain. Ze trouwden en al gauw werd dochter Hepzibah geboren. Portnoy was kostwinner, Kousbroek kluste aan oldtimers in de Parijse buitenwijk waar het echtpaar was gaan wonen. Beiden publiceerden aan de lopende band essays, columns, korte verhalen en romans. Omringd door kunst van Appel en Lucebert, hoge ambities en huisvrienden als Campert en Vinkenoog kwam zoon Gabriël ter wereld.


Nu, 48 jaar later, zitten we in het huis van Gabriël Kousbroek aan een Amsterdamse gracht. Deze week verscheen zijn autobiografische strip-novelle, graphic novel, verhalenboek of hoe je het ook wil noemen. Uit een doos pakt hij een stapel in plastic verpakte exemplaren. Eindelijk is het er dan, eindelijk heeft hij zijn eigen verhaal over zijn turbulente jeugd, nu nog fris ruikend naar verse drukinkt. Want lastig is het, om op te groeien als zoon van twee beroemde ouders. Anderen denken dat je een handige kruiwagen hebt, maar vaker lijkt het tegen je te werken, zegt hij. Een voorbeeld daarvan is het eerste verhaal in Kousboek, waarin Gabriël kwaad wegloopt na een gesprek bij Panorama - uitleg over het wel en wee van zijn ouders blijkt de voorwaarde om een opdracht te krijgen.


Eindelijk is dat voorbij, schrijft hij voor in zijn nieuwe boek. Toch ontkwam hij niet aan het tekenen van gezinsperikelen. Stiekem toch een beetje een voorwaarde. 'Dat willen de lezers toch weten, zei mijn uitgever. Maar zelf vind ik mijn eigen verhalen het leukst.' Het verhaal dat Reve zijn schoolvriendje aanrandde, veroorzaakte bij de boekaankondiging al een publiciteitsgolfje. Makkelijk hoor, scoren met een Reve-anekdote.


'Dat verhaal moest er juist per se in. Het is mijn reactie op wat hij over mij schrijft. Ik wilde mijn kant van het verhaal vertellen.' In de roman Het boek van violet en dood zet Gerard Reve de puber Gabriël neer als stenengooiende rebel die hij liefst een kopje kleiner had gemaakt. Volgens Gabriël was het een poging om zijn vriendje te redden van Reves partner Joop Schafthuizen en probeert Reve zelf het jongetje later ook te zoenen.


Dat verhaal was de aanleiding voor dit boek: nadat Gabriël aan vriend Serge van Duijnhoven vertelde over het gewraakte bezoekje aan Reve, zei deze: 'Daar moet je iets mee doen'.


In een later gesprek met zijn uitgever Vic van de Reijt besprak Van Duijnhoven nieuwe plannen en tipte hij nieuwe auteurs. 'Ik weet nog wel een idioot voor je', zei Van Duijnhoven: 'Gabriël Kousbroek.' Van de Reijt reageerde: 'Familie van?' Weer die vraag. Maar project-Kousboek was een feit.


Het boek vormt een caleidoscoop aan avonturen: naast de belevenissen in Frankrijk bij Reve ontmoet Gabriël criminelen op de Zeedijk, maakt hij een magische nachtvlucht in een vliegtuig vol kuikentjes, lezen we minutieus over zijn ontmaagding op begraafplaats Père-Lachaise en smokkelt hij in de handtas van zijn moeder oorlogshelmen uit het Forum Romanum. 'Ik wilde tonen hoe goed mijn moeder was. En hoe ontzettend veel ik van mijn vader heb geleerd. Maar ook: dat hij als vader mislukt was. Ik maakte het boek echt niet uit wraak, alleen als tegenwicht voor het idee van hem als geniale schrijver.'


Tussen de stripboeken op tafel liggen intussen opgedoken fotoalbums en kleine gele doosjes met bijna antieke dia's. 'Wil je ze zien?' Op de derde etage, een rommelige, smalle pijpenla onder het dak, zetten we de diaprojector op een laddertje. Een vierkant lichtvlak op de muur: twee mensen bij een Franse winkelpui. 'Mijn moeder en mijn zus. In Parijs', bromt Kousbroek. Klik-klak. Een zitkamer. Met rotanzitjes, klimop en een kind in een tuinbroek. 'En dit is ons huis in Boulogne. Het was een bovenwoning, maar mijn vader heeft er een extra verdieping op gebouwd.' Even is hij stil en zegt dan trots: 'Echt helemaal zelf gedaan. Met een aantal autokriks heeft hij het dak omhoog gekrikt. Toen stenen ertussen gemetseld, en het dak weer laten zakken. Zonder toestemming van de huisbaas natuurlijk. Hij was echt waanzinnig handig.'


Omdat Kousbroek senior steeds meer opdrachten kreeg als columnist, verhuisde het gezin naar Den Haag. 'Met mijn moeder sprak ik een eigen taaltje van Nederlands en Engels. Mijn vader werd daar vreselijk boos over. Hij vond vermenging van talen walgelijk.' Opgroeien was sowieso een doorlopend conflict: 'Rudy wilde dat ik uitblonk in wiskunde en Nederlands. Hij probeerde me bijlessen te geven, die altijd uitliepen op enorme ruzies. Daardoor had ik er al helemaal geen zin meer in. Ik was linkshandig en mild dyslectisch en hij zag dat aan voor zwakte en onwil. Ik maakte zijn verwachtingen niet waar.' Tot vaders ontzetting kreeg hij geen gymnasium-advies, maar moest naar de mavo.


Zijn ouders scheidden toen hij 13 was. 'Mijn vader gaf als reden dat hij en Ethel van mening verschilden over mijn opvoeding. Ik heb jaren gedacht dat ik de oorzaak was van hun scheiding. Mijn zus zei later dat hij simpelweg een nieuwe vriendin had.' Rudy ging met zijn nieuwe vrouw in Parijs wonen, Ethel en Gabriël bleven in Den Haag. Na een korte periode als Haagse kakker transformeerde hij in een kraakactivist. 'Mijn vader háátte mode; punk was dus de ideale manier om hem op stang te jagen. En zo verwilderde ik', verklaart hij ernstig.


Het verwilderen lijkt nog niet helemaal voorbij. Boven staan plastic dozen vol vinylplaten van obscure punkbandjes. Oude kraakvrienden komen er regelmatig woest pogoën - of eigenlijk iedereen die na een rondje stad nog een afzakkertje zoekt. De punkerige puber is nooit volwassen geworden, vindt hij zelf ook als hij weer eens woest brullend staat te dansen op zijn drukbezochte feestjes. Maar hij kan soms stil in een zakboekje zitten tekenen, liefst in zijn favoriete, ruim bollende overall en rode fleecetrui.


Kousbroek vindt het niet gek dat het kind van twee schrijvers geen schrijver is geworden. 'Een alcoholisten-echtpaar hoeft ook geen alcoholistenkind op te leveren?', reageert hij onmiddellijk.


Toch: 'Natuurlijk had ik ook schrijver willen worden. Maar bij mij is de eerste gedachte visueel. Ik zie een tekening in mijn hoofd en dat probeer ik op papier te krijgen.' En Rudy tekende vroeger ook veel, voegt hij eraan toe. Maar in de term 'talent' gelooft hij niet, laat staan dat dat erfelijk zou zijn. 'Een bovengemiddelde interesse, dat is het. Bij mijn ouders was dat schrijven, bij mij is het tekenen.'


Ethel stimuleerde haar zoons tekenzucht, Rudy begreep het niet. 'Als ik mijn vader iets liet zien, was het nooit goed of kon het altijd beter. Hij was repressief tolerant: gedoogde me in de hoop me te kunnen veranderen.' Het lijkt of Rudy die hoop uiteindelijk opgaf. Droogjes: 'Ik kreeg sterk de indruk dat toen ik punk werd, kraakte, in de bak belandde en van scholen werd afgestuurd, hij me niet meer zo graag wilde kennen.'


Na een gevarieerde schoolcarrière op een veelvoud van instellingen koos Gabriël definitief voor beeldende kunst en meldde zich bij de Rietveld Academie. 'De beste manier om onder mijn vaders juk uit te komen: een beroep kiezen als tekenaar. Iets waar hij niks van wist, waar hij geen controle over had.' Toch duurde de frictie tussen Rudy en zijn opstandige zoon voort. 'Ik ben zestien keer onterfd.' Dat temperament beperkte zich overigens niet tot familie. 'Mijn vader kreeg ruzie met iedereen. Met Hermans, met Reve. Dan ging de telefoon en dan riep-ie al in paniek: 'Ik ben er niet!'


De spanningen met Kousbroek senior zijn nog voor diens dood opgelost. De zoon zette zijn driften in de ijskast. 'Ik dacht laat maar, die oude man. Zand erover. Dat begreep hij dan weer niet, want hij verwachtte tegenstand. Maar na de dood van mijn moeder is hij sowieso milder geworden, ook tegen mij. Hij begon ook mijn tekeningen meer te waarderen. Toch zei hij voor zijn dood: 'Je zult nooit rijk worden van tekenen.' Nee, wie wel, maar hij bedoelde echt dat het hopeloos was. Wat dat betreft is dit boek het bewijs dat ik er wel degelijk van kan leven.'


Zijn moeder had Kousboek erg leuk gevonden, denkt hij. Zijn vader zeker niet. Het is altijd good cop, bad cop. 'Zo ben ik opgevoed. En zo is het nog steeds. Op mijn ene schouder zit mijn moeder, die zegt 'o, dat is prima, maak nog eens een tekening', en op mijn andere zit mijn vader die zegt 'dit is waardeloos, wees toch niet zo oppervlakkig'.'


Die verwarring lijkt zich ook te uiten in zijn tamelijk turbulente loopbaan: naast illustrator was hij onder meer veejay in club Mazzo, uitbater van een underground galerie, muzikant in hysterisch woeste bandjes, maker van animaties en korte films voor bijvoorbeeld de VPRO en deelnemer of medeorganisator van elk zich aandienend punk- of cultfestival. De hoofdlijn: een groots en meeslepend leven, met overgave.


Het stof lijkt nu neergedaald. Met Kousboek vindt Kousbroek erkenning voor het verhaal van zijn jeugd en voor zijn tekenkunst. Hij zint op meer graphic novels: over zijn ervaringen in de kunstwereld, of misschien over Parijs in de jaren vijftig. Tja, ook weer zijdelings over zijn ouders. 'Een schrijver kan toch niet anders dan uit eigen ervaringen putten?' Nog 'duizend andere verhalen' moeten volgens hem eerst voor de wet verjaren voor hij ze durft op te schrijven. In elk geval smaken het boek en de positieve reacties erop naar méér.


Toch kent ook hij zijn beperkingen: 'Ik verwacht niet dat ik ooit word uitgenodigd voor de Kousbroeklezing.' Een bulderende, raspende lach klinkt door de kamer.


Gabriël Kousbroek, Kousboek, Nijgh en Van Ditmar euro 19,95


Op bezoek bij Gerard Reve in Frankrijk. Uit: Kousboek.


Tijdens de kerstvakantie in 1978. Ethel (links), buurvrouw Erika, Rudy en Gabriël.


In een van zijn laatste romans mijmert Reve over het katholieke geloof en vereffent en passant nog wat rekeningen met onder anderen schrijvers Rudy Kousbroek, Remco Campert, Renate Rubinstein en Maarten Biesheuvel.


Rudy Kousbroek wordt aangeduid als Eddy Kleingeld - volgens Gabriël omdat Reve hem vrekkig vond - Joop Schafthuizen, Reves partner, heet Matroos.


Fragmenten uit Het Boek van Violet en Dood, Gerard Reve


'Maar toen hij op de afgesproken dag verscheen, waren ze niet met hun tweeën, maar met hun vieren. Hijzelf, zijn nieuwe vrouw, zijn artistieke zoon G in kledij, schoeisel en haardracht die punk heetten, plus een ons onbekend maar aanvallig blond jongetje dat iets jonger was dan artistieke zoon G.'


[...]


'Onze keuken was tevens de hal, die men door de voordeur aan de straat binnentrad. Om de kooklucht kwijt te raken had Matroos die deur naar de straat wijd open gezet. En wat wilde nu het geval? Die zoon, die punk gekleed en gekapt was, slenterde aan de overkant van de straat op en neder. Het was een populistisch stuk ongeluk, maar vader Eddy K aanbad dat misbaksel en liet zich erdoor terroriseren, maar daar gaat het nu niet om.'


CV Gabriël Kousbroek


1965geboren in Neuilly sur Seine, Frankrijk 1986 - 1990studie Gerrit Rietveld Academie


Sinds 1989produceert 'Gaap': kleine en grote projecten


1997 - 2003vj/dj 'Dichters Dansen Niet met o.a. Serge van Duijnhoven 2000 - 2010vj en bestuurslid voor festival Robodock 2001 - 2010programmamaker bij Amsterdamse tv-zender Bellissima 2009illustrator voor De Groene Amsterdammer en NIW 2012illustrator voor de Volkskrant 2013publicatie graphic novel Kousboek (Nijgh en van Ditmar)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden