'Boekenweekgeschenk is het stiefkindje van de literatuur'

Zestien Boekenweekgeschenk- en essayschrijvers kwamen dinsdagavond bijeen om de 80ste Boekenweek in te luiden. En om exclusief voor V te poseren.

Vanaf links: Thomas Rosenboom, Kees van Kooten, Tommy Wieringa, Maarten Biesheuvel, Dimitri Verhulst, Connie Palmen, Arthur Japin, Paul Witteman, Carolijn Visser, Kader Abdolah, Adriaan van Dis, Kristien Hemmerechts, Lieve Joris, Tom Lanoye, Nelleke Noordervliet, Leon de Winter Beeld Raimond Wouda

'Kunt u uw lichaam wat meer naar daar draaien, meneer Van Kooten?' Fotografisch tableau de la troupe van alle Boekenweekgeschenkauteurs aanwezig op een diner ter ere van de aankomende tachtigstee Boekenweek. Sommigen zijn rechtstreeks uit de studio van het tv-programma De Wereld Draait Door gekomen, anderen hebben al een paar flûtes op, hier in Hotel de l'Europe in Amsterdam. Connie Palmen, in blauwe robe manteau, omhelst Kristien Hemmerechts innig. Tom Lanoye draagt best een rood jasje. Tommy Wieringa en Dimitri Verhulst gaan achteraan staan. Breed, de handen in de zakken, Verhulst met de tenen naar buiten.

In een zaaltje met dik tapijt liggen alle Boekenweekgeschenken sinds 1932 uitgestald. Trek daar drie oorlogsjaren zonder geschenk van af en je komt op tachtig novelles van een bladzij of honderd. Opmerkelijk bescheiden vormgegeven. Het oudste geschenk van de aanwezige schrijvers is van Maarten Biesheuvel (Een overtollig mens, 1988). 'Mooiste verhaal dat ik ooit geschreven heb', zegt Biesheuvel. Hij raakt de novelle even aan. Over Johan Knipperling. Hij voedert zwerfkatten en heeft de ziekte van Bechterew. 'Net als Eva.' Biesheuvel wijst naar zijn vrouw Eva die door Adriaan van Dis gedag wordt gekust. 'Ze zorgt voor mij, doet alles, mijn correspondentie. Ze houdt mij al 57 jaar in stand.'

'Wat heeft het u gebracht, het Boekenweekgeschenk?'

'Heel wat. 15 duizend gulden.'

Biesheuvel wijst naar Jan de Hartogs Herinneringen van een bramzijgertje uit 1967. 'Dat is zo'n ontroerend, mooi verhaal. Een gestolen jongen die het hulpje wordt op een vissersboot en bij de kapitein op de schouders zit. Dan hoort hij in de verte de klokken van Monnickendam. Tranen met tuiten.'

Stiefkindje

Kristien Hemmerechts checkt het toch even, maar de Boekenweekessays (sinds 1987) liggen er niet bij. Hemmerechts schreef het in 2003 (Vier visies op de dood). 'Ik had drie mede-auteurs: Boudewijn Büch, Bert Keizer en Nico ter Linden. Toen het verscheen was Boudewijn Büch net overleden. Aan de ironie daarvan werd maar weinig aandacht besteed. Vreemd. Heel Nederlands denk ik. Ik weet nog goed dat de eerste zin mij inviel in een hotel in Noord-Frankrijk. Wij kwamen de hotelkamer binnen, de ramen stonden open en ik dacht: het is een hotel waar je zelfmoord kunt plegen. We waren daar - soms gaat dat zo - voor een romantisch weekend.'

'Vroeger moest je raden wie de auteur was', zegt Adriaan van Dis. Hij kijkt in Oeroeg, het beroemdste geschenk, uit 1948. Hella Haasses naam is er later met pen in geschreven. Van Dis schreef een essay (Onder het zink. Un abécédaire de Paris, 2004) en een geschenk (Palmwijn, 1996). 'Het is een eer om gevraagd te worden, maar ook een ondankbaar boek. Het komt uit en dat is het. Een Boekenweekgeschenk kan niet langzaam lezers voor zich winnen. Stiefkindje van de literatuur. Pas tien jaar later wordt het op zijn merites beoordeeld.'

Dat gezegd hebbende begeeft hij zich met de anderen naar de Prinsenkamer voor een Boekenweekschrijversdiner met pulled chicken en pêche melba. Een fel maantje schijnt in de Amstel. 'Denk aan het bramzijgertje', zegt Maarten Biesheuvel in het voorbijgaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden