Boek Buruma leidt vooral tot de vraag: wat is eigenlijk een goed debat?

Ian Buruma wil een debat entameren, maar hij geeft slechts de heersende opinie in het land waar de inzet van elk debat de consensus is, betoogt H.J....

Vroeger hoorde je het woord niet zo vaak: debat. Ook aan de kwaliteit van Het Debat werden weinig woorden vuilgemaakt. Men ging elkaar bij wijze van spreken nog spontaan verbaal te lijf. Wat je wel altijd hoorde, was dat Nederland geen land van debaters is. Het oratorisch vernuft van bijvoorbeeld de Engelsen was ons, uit de klei getrokken poldervolkje, ten enenmale vreemd. Ook het onderwijs deed niets aan de nobele kunst van de eloquentia. Dan kun je natuurlijk niet beter verwachten.

Met die debatvaardigheden gaat het tegenwoordig een stuk beter. Nog altijd hekelen we de Tweede Kamer om de doodsaaie, slordig voorgelezen vertogen die er de boventoon voeren. Ten onrechte, dat valt reuze mee. Niet alle ‘fractiespecialisten’ of backbenchers komen soepel uit hun woorden en commissievergaderingen blijven een crime. Daar staat tegenover dat de parlementaire tenoren, de fractieleiders voorop, bijna allemaal welbespraakt zijn, scherp, redelijk gevat, soms zelfs ongekunsteld geestig. Dat is andere koek dan, ik grijp even terug naar de jaren zestig, de berucht hakkelende PvdA-fractieleider Nederhorst.

En Het Debat met hoofdletters, hoe varen we daarmee? Praten we goed geïnformeerd, scherp, gepassioneerd, over de grote vraagstukken waarvoor we als samenleving staan? Gaan we oprecht de discussie aan, willen we horen wat de ander te zeggen heeft, laten we ons overtuigen, stellen we onze opvattingen bij? Of houden we ons doof voor wat de ander te zeggen heeft, preken we voor eigen parochie, koesteren we vooral ons gelijk?

Achter deze vragen schemeren andere. Wat is eigenlijk een goed debat? Hebben we dat gevoerd als we het gloeiend met elkaar eens zijn geworden, verschillen zijn opgeruimd, consensus is ingesteld? Het heeft er veel van weg dat dit de – postverzuilde – Nederlandse opvatting van debat is. Geen l’art pour l’art, debat omwille van het debat, geen wellustige overgave aan een zinderende ideeënstrijd, geen intellectuele rivaliteit om feiten te verhelderen en interpretaties te scherpen, niet noodzakelijkerwijs ook waarheidsvinding via de choc des opinions. Nee, debat moet tot consensus leiden.

Het Nederlandse debat is instrumenteel, dient sociale harmonie, moet in beleid uitmonden, zoals een door de overheid georkestreerde Brede Maatschappelijke Discussie. Loopt het anders, laten tegenstanders zich niet vermurwen, blijven tegenstellingen bestaan, dan deugt het debat, zijn toon en stijl, niet.

Ian Buruma, auteur van Dood van een gezonde roker: Nederland na de moord op Theo van Gogh, beklaagde zich onlangs ook over het vaderlandse debat, of beter: de afwezigheid daarvan. Hij had gehoopt, schreef hij in NRC Handelsblad, dat zijn boek daaraan een bijdrage had kunnen leveren. Welke lessen zijn uit de Van Gogh-episode te trekken, hoe gaan we om met de moslims in ons midden? Maar serieus ‘verschil van mening’ bleef uit. In plaats daarvan werden hem in recensies vliegen afgevangen. De dure schoenen van Gijs kwamen uit de uitverkoop, Paul was geen maoïst maar communist geweest, Bart-Jan had de cheque afgewezen, Afshin kwam niet als ‘Oost-Europeaan’ naar Nederland.

Laat ik ook even vitten. Ik las de oorspronkelijke, Engelse versie van Buruma’s boek en verbaasde me erover dat hij Volkert van der G. op de fiets naar het Mediapark laat gaan. Een onbeduidend detail, net als die ‘dure’ schoenen? Maar Buruma begon erover – omdat hij als goed verteller betekenis, om niet te zeggen de waarheid, via details openbaart. Buruma zegt iets met die schoenen, net als met de fietsende Van der G.. Bij hem valt geen mus zomaar van het dak. Betekenisgeving is zijn metier, sprekende details zijn procedé. Zonder die literair-journalistieke kunstgrepen zouden zijn Amerikaanse en Engelse lezers trouwens direct in de Hollandse doolhof verdwalen.

Detailkritiek is dus ter zake. Maar het moet er niet bij blijven. Buruma’s boek verdient het om op argumentatie en strekking beoordeeld te worden. De auteur heeft een reputatie van – letterlijk – hier tot Tokio, en neemt als Mid-Atlantic man een unieke positie in, ergens tussen zijn Nederlandse oorsprong en Angelsaksische bestemming. Ook het onderwerp is belangwekkend. We weten niet goed hoe het verder moet met onze moslims, hoe en of hun integratie, als dat al het woord is, zal voortschrijden. Dat ‘we’ is niet Nederland, maar Europa. Want hoe uniek de moord op Van Gogh ook is, onze troebelen zijn ook die van Frankrijk, Engeland, Duitsland, Scandinavië, Spanje, Italië. Daarover gaat het – grensoverschrijdende – ‘islamdebat’. Elke bijdrage die dat verdiept, is welkom, zeker als deze het vergelijkende perspectief niet schuwt.

Juist op dat punt valt Buruma tegen. Hij biedt geen internationaal vergelijkende vergezichten, maar het reductionisme van nationale hebbelijkheden. Nederland is een rariteitenkabinet, fout in de oorlog en nog altijd niet pluis. Verlichtingsfundamentalisten kraaien er victorie, de straat is van het Oranjegepeupel. Je hoort Buruma zuchten van verlichting (no pun intented): Gode zij geloofd en geprezen dat ik me als jongeman uit de voeten heb gemaakt. Alles in en aan Nederland is benauwd, grauw, benepen, provinciaals, calvinistisch, gedrenkt in ‘Hollandsheid’.

Die nationale essentie verklaart veel. We zijn zoals we zijn, de dingen gaan zoals ze gaan, omdat we zo Nederlands zijn. Niets of niemand ontsnapt eraan – zelfs niet Mohammed B.

Op de strekking van Dood van een gezonde roker valt weinig af te dingen. Laat moslims in hun waarde, bestrijdt hun geloof niet te vuur en te zwaard, zie geen baarlijke duivel in elke baardman, heb geduld. Buruma is nogal zoetsappig, maar materieel ben ik het grotendeels met hem eens. Niet erg origineel, want zijn opvattingen worden door veel Nederlanders gedeeld. Een minderheid wil en denkt anders, radicaler, staat op de bres voor het Avondland en zijn bedreigde beschaving. Maar het gros der voldane kleinburgers wil van geen strijd op leven en dood of Kulturkampf weten en heeft ‘leven en laten leven’ nog altijd tot lijfspreuk.

Daarmee draagt Buruma per saldo weinig aan het debat bij. Afgezien van een enkel corrigerend tikje, bestaat het voornamelijk uit bijval voor de gematigde heersende meningen. Voor de toch al geliefde Job Cohen en de zo mogelijk nog getaptere Geert Mak. Voor Ahmed Aboutaleb die, vreest Buruma, ‘aan alle kanten sympathie dreigt te verliezen’, maar bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart het voorkeurstemmenkanon van de PvdA was – ook voor autochtonen. Zo raar is het dus niet dat Buruma’s boek geen hernieuwd debat opriep – er was geen aanleiding voor. Hij biedt geen nieuw gezichtspunt, maar de opgewarmde consensus. Gegeven zijn grotere ambities, irriteert dat al. Die irritatie neemt niet af door zijn patroniserende perspectief: expat keert terug naar land van herkomst en ziet dat het niet goed is. De interessantste personen, by far, die hij er ontmoet, zijn allochtonen.

Weer een staaltje van de Hollandse onwil om echt in debat te gaan? Minstens één Amerikaanse bespreker viel ook over Buruma’s Holland bashing. De aanleiding: diens tramrit met (brood)dronken supporters naar het Feyenoordstadion voor Nederland-Duitsland. Buruma leest een krant, maar dat had-ie niet moeten doen. Een fan brult hem toe: ‘Hou je niet van Holland?’ Brendan Bernard in LA Weekly: ‘An honest answer might have been: Actually, no, dude. I’m an International Man of History.’

Misschien is Buruma veel Nederlandser gebleven dan hem lief is. Niets zo Nederlands tenslotte als afkeer van Nederland. Waarschijnlijk vindt hij dan ook dat debat moet pacificeren, consensus moet inluiden.

Maar consensus is helemaal niet de ‘natuurlijke’ uitkomst van debat. Debat kan ook dienen om verschillen van inzicht en opvatting te markeren – desnoods blijvend.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden