Boegeroep past bij concert dat 'Schandalig!' heet

Berg, Lindberg, Zemlinsky, Jeths en Stravinsky, door het Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. David Robertson. 17/1, Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 27/1, 4.15 uur.

Er was iemand die 'boe!' riep na afloop van Magnus Lindbergs Era, maar gezien het motto van het concert, Schandalig! moet dat iemand zijn geweest die de geest van vroeger levend wilde houden. Want ja, toen waren er muzikale rellen die er niet om logen. De beruchtste daarvan is het oproer dat op 29 mei 1913 opstak in het Parijse Théâtre des Champs- Élysées tijdens de eerste opvoering van Stravinsky's Sacre du printemps.


Dat honderdjarige stuk mocht niet ontbreken bij het concert waarmee het honderdvijfentwintigjarige Koninklijk Concertgebouworkest een jaar vol jubileumfeesten inluidde. Beroemd is de opening van het stuk, met een fagot die er op kermhoogte een lyrische solo uitperst. Groot was dan ook de verrassing toen de 'dirigent' zich omdraaide en in bits gezang uitbarstte (tewijl de echte dirigent, David Robertson, het achter hem overnam): 'Nee, ik wil het niet!'


Volgde een bittere aanklacht tegen het jaar 2013, waarin 'vijfhonderd musici naar huis worden gestuurd' en 'talent in bodybags wordt gesmoord' - inderdaad een schandaal. (Het eindigde ermee dat de zanger, Martijn Cornet, van het podium sprong en wegrende door de zaal.) De in gruizige mineurtinten gevatte compositie bleek een surprise van het KCO, componist Willem Jeths en tekstdichter Carel Alphenaar.


Het nieuwe werk van Lindberg, een cadeau van het Concertgebouw aan het Concertgebouworkest, had een minder schokkende uitwerking en staat eerder in majeur dan in mineur. De 54-jarige Fin heeft zijn wildeharenperiode al geruime tijd achter zich gelaten. Era is een schitterende uitstalkast, waarin welluidende klanken zo staan te glimmen dat het grenst aan edelkitsch. Maar Lindberg schuurt in expansieve bewegingen, gloeiende strijkerskolken en grootse fanfares zo tegen grenslijnen aan dat zijn Era blijft boeien.


Alban Bergs Altenberg-liederen zijn zo voorbij, maar leidden honderd jaar geleden in Wenen tot gekrakeel. Niet zo vreemd, want deze muziek laat de tot dan toe heersende wetten en regels varen ten gunste van een ongehoorde expressiviteit en fantasie. Sopraan Anne Sofie von Otter leverde een fraaie vertolking, maar dolf in de diepte soms het onderspit tegen het orkest. Beter verging het haar in de fraaie, maar minder baanbrekende Maeterlinck-Liederen van Alexander von Zemlinsky.


In de Sacre, het grootse sluitstuk, bracht de Amerikaan Robertson Stravinsky's muzikale dynamiet gefaseerd tot ontploffing. Te midden van het geweld legde hij toch nog allerlei subtiliteiten bloot. De keerzijde was een zeker gemis aan barbarij - al is het onredelijk te eisen dat zo'n klassiek geworden beeldenstorm nog dezelfde schok teweegbrengt.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden