Boegbeelden van het ijs in nieuwe rol

Het trainersvak is in trek bij schaatskampioenen. Dat is nieuw, maar geen toeval. Hun bekendheid trekt sponsors. Zijn ze ook beter dan de vroegere sportonderwijzers? 'Het moet om mijn meiden draaien, niet om mij.'

Is er leven na het schaatsen? Voor veel oud-kampioenen wel. Ze kiezen voor een bestaan als schaatscoach. Gerard van Velde, Marianne Timmer en Renate Groenewold zijn nog maar kort geleden afgezwaaid als schaatser, maar deze winter zijn ze toch prominent aanwezig op het ijs. Ze zijn coach en boegbeeld van een eigen schaatsploeg. Gianni Romme en Bart Veldkamp waagden de stap naar het trainerschap een paar jaar geleden al.


De keuze van de kampioenen is een forse trendbreuk. Nederlandse schaatscoaches zijn van oudsher afkomstig uit het sportonderwijs (Henk Gemser, Ab Krook, Gerard Kemkers) of de wetenschap (Jac Orie). Ze schaatsen wel, soms zelfs op redelijk niveau. Maar kampioenen als Ard Schenk, Hein Vergeer of Yvonne van Gennip waagden zich nooit aan een trainerscarrière.


Nu lijkt er geen houden meer aan. Aan de eerste verkorte trainerscursus voor oud-kampioenen van de schaatsbond KNSB, in mei begonnen, doen prominenten als Rintje Ritsma, Erben Wennemars, Jan Bos en Elfstedentochtwinnaar Henk Angenent mee. De trainers zijn straks beroemder dan hun pupillen. Langs het ijs staan nu al meer kampioenen dan erop.


De keuze voor het trainerschap is opmerkelijk. Veel van de oud-kampioenen hadden een egoïstische reputatie. Het eigenbelang stond centraal tijdens hun carrière, niet dat van anderen. Alleen Groenewold verklaarde tijdens haar loopbaan al dat ze belangstelling had voor het coachvak. De beroepskeuze van Romme, Van Velde en Timmer kwam als een verrassing, zelfs voor de trainers die hen jarenlang begeleidden.


Van Velde (40), olympisch kampioen 1000 meter van 2002, begrijpt de verwondering wel. Hij heeft zijn affiniteit voor het trainerschap min of meer bij toeval ontdekt. De tweelingbroers Ronald en Michel Mulder, die bij hem in de buurt wonen, vroegen hem twee jaar geleden om hulp. Hij bleek het leuk te vinden, vooral toen de Mulders aansluiting vonden bij de nationale sprinttop. Ronald Mulder verbeterde zelfs Van Veldes nationale record op de 500 meter.


Plotseling raakte hij betrokken bij de APPM/iSkate-ploeg, waar hij dit seizoen leiding geeft aan zes schaatsers. Dat gaat hem beter af dan zijn vroegere trainers en ploeggenoten hadden gedacht. Van Velde blijkt wel degelijk te kunnen samenwerken. 'Ik ben nooit alleen Gerard de topschaatser geweest. Ik ben ook Gerard de partner en Gerard de vader. Als coach kan ik een andere kant van mezelf laten zien. Die kant komt nu naar voren.'


Groenewold (35), wereldkampioen allround van 2004, ontdekte al eerder dat er een coach in haar school. Door de komst van de jonge Sven Kramer en Ireen Wüst naar de TVM-ploeg, in 2005, merkte ze dat ze schik had in het delen van haar ervaringen, en het geven van tips. Groenewold wilde kennis overdragen, ook al stond haar eigen loopbaan nog centraal.


Dit jaar is Groenewold met voormalig Jong Oranje-coach Peter Kolder een vrouwenploeg begonnen met zeven rijdsters. Dat is een flinke omschakeling, merkt ze. 'In de topsport draait alles om de bv-ik. Je bent druk met jezelf, met je eigen lijf en je prestaties. Als coach ben je verantwoordelijk voor veel andere mensen. Je moet jezelf wegcijferen. Het is de bv-wij.'


Oud-kampioenen

De schaatsbond gelooft heilig in de oud-kampioenen. De bond is doelbewust begonnen met een verkorte trainersopleiding om de boegbeelden te behouden voor de sport. Technisch directeur Arie Koops, een oud-bondscoach met een onderwijsachtergrond, wil de ervaring van de kampioenen niet verloren laten gaan.


Volgens Koops hebben de oud-sporters een ander soort kennis dan coaches die hebben gestudeerd aan een academie voor lichamelijke opvoeding. De meesten hebben tien tot vijftien jaar topsport bedreven. Ze weten wat topsport inhoudt, hebben vaak met meerdere trainers gewerkt en zijn geschoold in de omgang met materiaal, media en sponsors.


De trainerscursus (een à anderhalf jaar lang een avond per week, plus een stage) is zo opgezet dat de lacunes in hun kennis worden opgevuld. Koops: 'De schaatsers hebben veel impliciete kennis. Die proberen we via de cursus expliciet te maken. Ook scholen we ze bij op gebieden waar ze weinig vanaf weten. Dat kan bijvoorbeeld fysiologie zijn, of trainingsleer.'


Koops heeft het cursusmodel ontleend aan het voetbal, waar oud-internationals hun trainersdiploma ook via een verkorte cursus kunnen halen. Hij gelooft stellig dat trainers die de schaatssport op een hoog niveau hebben beoefend beter kennis kunnen overdragen.


Tegelijkertijd schuilt er volgens hem waarheid in de opmerking waarmee voetbaltrainer Co Adriaanse tien jaar geleden reageerde op de mogelijkheden van Marco van Basten als coach. 'Een goed paard is nog geen goede ruiter.'


Niet elke oud-schaatser zal zich ontwikkelen tot een sterke trainer, beseft Koops. 'Deze coaches staan aan het begin. Of ze in staat zijn olympisch kampioenen voort te brengen? We weten het nog niet.'


De ervaringen van de oud-toppers zijn gemengd. Gianni Romme heeft met Anni Friesinger successen geboekt, zelfs wereldtitels veroverd. Marianne Timmer heeft topsprinters als Annette Gerritsen en Margot Boer in de eerste maanden van dit seizoen niet tot grootse daden weten te inspireren.


Enkele schaatsers van Groenewold en Van Velde hebben verrast met sterke prestaties. Thijsje Oenema, Sjoerd de Vries en Jesper Hospes veroverden voor het eerst in hun loopbaan podiumplekken bij de wereldbeker. Ze waren de pupillen van erkende topcoaches als Gerard Kemkers en Jac Orie te snel af.


Hoe doen de oud-kampioenen dat? Zijn ze nu al beter dan hun oude leermeesters, of is het een kwestie van beginnersgeluk?


Van Velde en Groenewold wagen zich niet aan grootspraak. Het respect voor hun vroegere coaches is flink toegenomen nu ze een vergelijkbare rol vervullen. Als schaatser beseften ze niet half wat een trainer voor zijn kiezen krijgt, erkennen ze.


Van Velde: 'Kemkers nam haast nooit zijn telefoon op. Daar was ik nog weleens gebelgd over. Maar ik heb nu ook dagen dat ik de telefoon uitzet. Die zijn voor mijn familie. Anders blijf ik bellen.'


Groenewold: 'Ik heb nu veel meer respect voor coaches. Ik begrijp veel beter dat Gerard soms niet bereikbaar was. Of dat hij eerst even niet op me reageerde als ik iets had. Hij moest het op zichzelf laten inwerken. Ik heb dat nu ook. Eerst moet ik iets laten bezinken, voordat ik kan bedenken hoe ik het moet aanpakken.'


Eigen kracht

Het respect neemt niet weg dat ze geloven in hun eigen kracht. Kemkers en Orie mogen dan hoger zijn opgeleid en meer dan tien jaar coachervaring hebben, het is lang geleden dat zij op topsnelheid door de bocht gleden, of zelf de druk van een wedstrijd hebben ervaren.


Van Velde: 'Mijn praktijkervaring is veel groter. Ik heb veel alleen gedaan, ben door schade en schande wijs geworden. Ik ben het bos linksom en rechtsom ingestuurd. Er is geen scenario dat ik niet ken. Als coach heb ik nog niet één keer gedacht: die situatie ken ik niet, dat is lastig.'


Groenewold: 'Ik moet me nog bewijzen. Ik ben zeker nog geen goede coach, maar ik ben wel een gedreven coach. Schaatsers praten altijd over gevoel. Dat is lastig uit te leggen aan mensen die het niet kennen. Ik ken dat wel. Ik denk dat dat de winst is. Daarnaast ben ik nooit een schaatser geweest die de dingen klakkeloos aannam. Ik wilde altijd weten waarom.'


De betrokkenheid van oud-kampioenen bij het schaatsen heeft een financiële kant. Het is voor sponsors aantrekkelijker zich te binden aan een olympisch of wereldkampioen dan aan een anonieme sportleraar.


Van Velde meent zelfs dat oud-kampioenen tegenwoordig de kans krijgen trainer te worden dankzij het bestaan van de commerciële ploegen. Er zijn nu meer trainers nodig dan in de tijd van de kernploegen, toen de schaarse trainersbaantjes steevast werden verdeeld onder sportonderwijzers.


Van Velde en Groenewold snappen dat hun naamsbekendheid geldschieters aanspreekt, al roept het gemengde gevoelens bij ze op. Liever zouden ze hun schaatsers naar voren schuiven.


Groenewold: 'Het moet om mijn meiden draaien, niet om mij. Ik heb liever niet dat ik bekender ben dan zij, maar nu hoort het er even bij. Ik kom gewoon gemakkelijker ergens binnen.'


Van Velde: 'Het is een totaalpakket. Als sponsor moet je in de businessclub ook kunnen zeggen wie er in je ploeg zit. Dan is iedere bekendheid die je hebt een mooie bijkomstigheid, ook al is het de trainer. Maar uiteindelijk draait het om prestaties. Als het goed is komen de namen vanzelf bovendrijven.'


Ondanks hun naamsbekendheid is het trainerschap geen vetpot. Groenewold kan leven van haar salaris van Op = Op Voordeelshop. Van Velde is bij APPM/iSkate fulltime bezig voor een onkostenvergoeding. Hij leeft van eerdere verdiensten en investeringen.


De oud-kampioenen zien de situatie als een uitdaging. Ze beseffen dat offers noodzakelijk zijn om als trainer naam te maken. Het is niet realistisch om meteen het financiële niveau te verwachten van de TVM-schaatsploeg, waarvoor ze allebei jarenlang uitkwamen.


Van Velde: 'Een goede trainer zit nooit bij de slechtste club, daar moet je op vertrouwen. Je moet jezelf bewijzen, ook als trainer. Dit begon voor mij als hobby, een paar jongens helpen. Mijn jongens rijden voor een trainingspak. Het is een pure keuze om hard te rijden. Het heeft met geld niks te maken. Uit die pure keuze kunnen mooie dingen komen. Voor mij ook.'


Groenewold: 'Er is me eigenlijk niks meegevallen. Als sporter ben je druk, je denkt dat het om jou draait. Maar als coach heb je plotseling zeven schaatsers die denken dat zij het belangrijkste zijn. Als je een achturige werkdag hebt, is dat een uur voor elke schaatser. Alles draait om de sporters. Je moet jezelf wegcijferen. Toch ben ik in mijn element. Het leukste is als mensen zeggen dat het lijkt alsof ik al jaren op de kruising sta.


Van Velde: 'Je hebt minder stress en je wordt niet zo moe, dat bevalt me enorm. Ik kan echt vrolijk worden op het middenterrein. Dan hou ik die jongens vast als ze het ijs opgaan en denk: doei, zoek het maar lekker uit, ga het zelf maar doen. Die wedstrijden zijn zenuwslopend als schaatser. Dat begint dagen, soms weken van tevoren. Als coach heb je dat veel minder. Dan moet je organiseren, zorgen dat iedereen op tijd komt. Je kop erbij houden, dat is belangrijk.'


Groenewold: 'Je bent veel drukker met je bovenkamer. Dat is leuk, maar ik vind het lastig dingen los te laten. Ik wil controle houden. Daardoor kom ik mezelf nog wel eens tegen, dan moet ik op de rem trappen. Schakelen tussen emoties vind ik ook lastig: het succes van de een en het verlies van de ander. Soms moet je toneelspelen. Laatst was ik een keer niet lekker, maar ik moest er wel staan. Later vertelde ik dat aan een schaatser. Die zei: wat kun jij goed toneelspelen, ik had er niks van gemerkt. Kijk, dan heb ik het goed gedaan.'


Van Velde: 'De veelzijdigheid valt me wel tegen. Wij hebben dezelfde werkzaamheden als een topploeg, alleen hebben wij de mensen er niet voor. Je bent een timmerman die ook loodgieter is. En elektricien. En stratenmaker. Je kunt een ding goed, maar je moet er zo veel bij doen dat je moet oppassen dat je geen fouten maakt. Die veelzijdigheid maakt het vak lastig.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden