Boebka heeft de lat wel erg hoog gelegd

Tim Lobinger (30) werd dit voorjaar met 5.80 meter wereldkampioen polsstokhoogspringen. De Duitse atleet, zondag actief bij de FBK-Games, sprong in 1997 al over 6 meter....

Van onze verslaggever Rolf Bos

Dat de Duitse economie op `Titanic-koers' ligt is in de gloednieuwe atletiekhal van Leverkusen niet te merken. Hier bevinden zich voorzieningen waar Nederlandse atleten alleen maar van mogen dromen: technische installaties, een fraaie 200-meterbaan. In een hoek klinkt, steeds als ze een bal wegslingert, gekreun van een kogelstootster, op het middenterrein werken Rens Blom en Tim Lobinger hun trainingsprogramma af.

Beide polsstokhoogspringers zijn hier te gast. Blom als Nederlander die op zoek is naar de goede accommodatie die hij in het eigen land niet vindt. Lobinger is trainingslid van TSV Bayer '04, de Duitse club die kan bogen op een atletiek-historie waarbij die van heel Nederland magertjes afsteekt.

Voor de poort van de Fritz Jacobi-hal staat een bord waarop alle clubsuccessen zijn genoteerd, van uiteenlopende atleten als Ulrike Meyfarth, Dieter Baumann en Armin Hary. Het toch redelijk grote bord is bijna te klein om alle Europese, olympische en andere mondiale successen te vermelden.

Blom werkt vanochtend aan zijn sprongen. De pogingen worden door zijn trainer op video vastgelegd en ter plekke geanalyseerd. Hij sluit de sessie af met een aantal indrukwekkende turnoefeningen aan de rekstok.

Lobinger verblijft deze ochtend vooral in het krachthonk. `Ik turn niet zoveel', zegt hij na de ochtendtraining boven een bord pasta, `ik kan me bij die oefeningen niet goed beheersen. De kans op blessures is dan te groot.'

Tim Lobinger en Rens Blom kennen elkaar al lang. De Duitser met de karakteristieke paardenstaart is vooralsnog de betere springer, die al in 1997 over de zes meter zweefde. In maart stond het tweetal op het podium bij de WK-indoor in Birmingham. Lobinger als de nieuwe wereldkampioen, Limburger Blom minstens zo trots met een bronzen medaille om zijn nek.

Lobinger is met zijn dertig jaar al een oudgediende, Blom (26, met een record van 5.75 meter) komt eigenlijk pas kijken. Lobinger: `Als hij gezond blijft kan Rens dit jaar over 5.80 springen.'

Zelf denkt de Duitsee dit jaar over 5.90 meter te kunnen zweven, tien centimeter onder zijn beste kunnen. Maar die twee sprongen over de zes meter dateren nog uit de jaren dat er andere regels golden.

Want de nieuwe IAAF-regels, die afgelopen seizoen tot verrassing van de atleten bij het polsstokspringen ingevoerd werden - minder tijd voor de aanloop, korte leggers, een rondere lat die makkelijker valt - hebben deze toch al zo technische discipline nog moeilijker gemaakt.

Lobinger protesteerde afgelopen winter, samen met nagenoeg al zijn collega's, fanatiek tegen de nieuwe regelgeving. Na afloop van de recente WK-indoor sprak hij er zelfs langdurig over met IAAF-president Lamine Diack. Hij hield daar, zo vertelde hij in maart in de wandelgangen van de Indoor Arena van Birmingham, een `goed gevoel' aan over.

Hij hoopte dat de nieuwe regels wellicht weer zouden worden afgeschaft, en anders zou de atletiekfederatie met een nieuwe wereldrecordlijst gaan werken. Want de grote hoogten die Sergej Boebka bereikte, stamden immers uit de `oude' tijd.

Het optimisme van de Duitser bleek misplaatst. `Diack kwam sympathiek over, maar eigenlijk denk ik dat hij niet veel macht heeft binnen het bestuur', zegt hij nu.

Want een paar weken na afloop van de WK oordeelde het bestuur van de IAAF dat de nieuwe regels gehandhaafd werden en dat de oude recordlijsten gewoon bleven gelden. Leuk voor Boebka, inmiddels bestuurslid van de IAAF, frustrerend voor de huidige generatie polsstokspringers.

Boze tongen beweren dat Boebka, die in 1993 in thuishaven Donetsk naar de duizelingwekkende hoogte van 6.15 meter zweefde, de kwade genius is achter de nieuwe regels. Zo blijft de Oekraïner immers voor altijd bovenaan de recordlijsten staan. Blom wil die samenzweringstheorie eigenlijk niet geloven, Lobinger weet het zo een-twee-drie nog niet.

Lobinger kent Boebka al lang. `Eerst was er bewondering. Vanaf medio jaren negentig werd Sergej een concurrent, weer later werd dat een soort van vijandschap. In zijn nadagen had hij last van sterallures en als ik ergens een hekel aan heb, dan is het dat wel.'

Boebka, zegt Lobinger, maakte `als atleet gebruik van alle trucs om maar zo hoog mogelijk te springen'. Nu, als bestuurslid, lijkt het erop dat hij diezelfde trucs aanwendt om de sport `zo zwaar mogelijk te maken'.

Hij vindt Boebka een `fantastische sportman, die veel voor de sport gedaan heeft'. Maar dankzij die nieuwe regels kan de Oekraïner `nu lekker achterover leunen' en toekijken hoe zijn ex-collega's worstelen met de zesmeter-grens.

Wanneer je Boebka er op aanspreekt, zegt Lobinger, dan kijkt hij je aan en zegt: `Go Ahead, breek eerst mijn records maar eens', om zich vervolgens om te draaien.

Als bestuurslid, vreest Lobinger, heeft de ex-tsaar de lat opnieuw hoog liggen. `Volgens mij wil hij de volgende president van de IAAF worden. En ik weet niet of dat goed is voor de sport, voor de atleten.'

Lobinger is een laatbloeier. Als tienkamper sprokkelde hij al eens 7300 punten bij elkaar. Vanaf zijn 21ste noemt hij zich polsstokhoogspringer. `Na zes jaar krachtttraining ging ik toen pas voldoende spieren ontwikkelen.'

Hij is, net als Blom, een liefhebber van de lange stok, waarbij er, vooral bij de training, altijd `angst' bestaat voor de volgende sprong. `Van alle atletiekdisciplines is het 't gevaarlijkste onderdeel, eigenlijk alleen te vergelijken met bungeejumpen en parachutespringen.'

De Duitser weet alles van de historie van zijn sport. Hij heeft, net als Blom, mateloos respect voor de atleten uit het verleden, mannetjesputters als Cornelius Warmerdam die met breekbare bamboostokken al over de 4.77 meter zweefden. `En dat is hoog, hoor. Bij de landing kwamen ze in een gewone zandbak terecht. Durf dat maar eens!'

Een sprong moet `mooi' zijn. Lobinger ergert zich aan een atleet als Nick Hyson die in Sydney de gouden medaille veroverde. `Met lelijke sprongen, die krijgt mijn bewondering dus niet. Zo'n gouden medaille moet een bekroning zijn van een carrière die bestaat uit een groot aantal prachtige sprongen.' En die loopbaan heeft Hysong niet, zegt Lobinger, terwijl Blom knikt.

Boebka, `ondanks alles natuurlijk toch de grootste van allemaal', bezit ook - `slechts' - één gouden olympische medaille. `Maar hij is', zegt Lobinger, 'onvergelijkbaar met Hysong.'

Grote evenementen zijn niet de locaties waar echt mooi en hoog gesprongen wordt, meent Lobinger. `Al die stress.' Nee, de fraaiste sprongen komen vaak tot stand bij kleinere wedstrijden. Er zijn zelfs atleten, als de Amerikaan Jeff Hartwig, die kampioenschappen daarom het liefst aan zich voorbij laten gaan.

Lobinger: `Dat begrijp ik heel goed. Liever een mooie sprong bij een klein evenement, dan een slechte sprong mét een medaille bij een grote wedstrijd. Nou ja, voor de gouden medaille bij de Spelen maak ik dan een uitzondering.'

Lobinger, wereld- en Europees kampioen, mijdt de mondiale sportevenementen niet, maar ontloopt die kleine wedstrijden evenmin. Komen de meeste van zijn collega's aan een jaartotaal van maximaal 25 wedstrijden, de Duitser springt dertig tot veertig keer per jaar.

De Duitse springer noemt zichzelf een `surfer die op de golven van het leven op zoek gaat naar die ene Bestleistung'. Tweede deel van dat levensmotto: `Hoe meer ik spring, hoe groter de kans dat ik 'm vind.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden