Bodemprijzen

Totaal onbekend Nederland: de bodems van onze wateren. Misschien wel het mooiste voorbeeld is de Oosterschelde. Wat ligt daar?

Dit is de Oosterschelde op z'n best: de zon ketst op de blikkerende watervlakte, de wind trekt rimpelige sporen, de wolken snellen met opbollende zeilen naar de einder. Maar er is meer dan de blik kan vangen. Vooral duikers weten het. Op de bodem van zand en klei rusten overblijfselen van zowel eeuwenoude als recente geschiedenis. What lies beneath- een selectie van west naar oost.


1


Voorpostenboot

Voor de kust van Kamper-land ligt een wrak, op 37 meter diepte, door de hier vaak heftige stroming gezandstraald. Het is een Duitse zogeheten voorpostenboot uit de Tweede Wereldoorlog, die op 4 augustus 1944 naar de kelder werd geschoten door twee Britse Typhoon-bommenwerpers. Zes opvarenden kwamen om.


Begin vorig jaar is de oorsprong van het vaartuig geïdentificeerd door Wrakduikstichting de Roompot (WDSR). De voorpostenboot moet De Globe zijn geweest, een Groninger kustvaarder, gebouwd in 1937 in Delfzijl. De Duitsers confisqueerden vaartuigen om ze van wapens te voorzien. De Globe stond na de ombouw in 1941 geregistreerd als SAT 12 (Schwere Artillerieträger).


Na de publiciteit over de vondst meldden zich getuigen van de luchtaanval. Ze hebben matrozen in Wissenkerke nog aan wal geholpen. De Wehrmacht beloonde hun assistentie met klappen van de geweerkolf.


2


Heiligdom

Het haalde in april 1970 alle kranten: visser K.J. Bout haalde op de Schaar van Colijnsplaat stukken steen op, bedekt onder pokken en zeelelies. Een ervan bevatte Romeinse inscripties, de drie overige vormden een deel van een beeld: een zittende vrouw in een nis met een schaal vruchten op schoot. Toegesnelde deskundigen trokken snel een conclusie. De vangst behoorde toe aan een altaar ter ere van Nehalennia, een Germaanse of Keltische godin, door de Romeinen geadopteerd.


De volgende maand kwamen in boomkornetten meer restanten boven water: metselwerk, Romeinse dakpannen en een gaaf altaar. De onderzoekers kwamen tot een tweede conclusie. Hier heeft een Romeins heiligdom gestaan, bij de nederzetting Ganuenta. Zeevarenden brachten er offers voor een behouden vaart naar Brittannia. Opeenvolgende opviscampagnes brachten in totaal 30 ton archeologisch materiaal boven water.


Vermoedelijk is de tempel in de derde en vierde eeuw verloren gegaan. Het Romeinse gezag taande in die tijd. Als gevolg van stormvloeden en veranderingen in de bedding van de Schelde zakte het bouwwerk weg. Volgens een recent rapport van het hydrografisch adviesbureau Periplus moeten de restanten tot in de 16de eeuw nog zichtbaar zijn geweest. Op de vroegste zeekaarten is het heiligdom gesitueerd in een kwelder. Wat er beneden nog te zien is? 'Eigenlijk niks', zegt secretaris Fred Groen van WDSR. 'Wat stenen. Veel is het niet meer.'


Aan de haven van Colijnsplaat staat een replica van de tempel, gebaseerd op historisch onderzoek en 'eigenzinnig' rekenwerk.


3


Lancaster

Tussen de Schelphoek en Zierikzee, een kilometer uit de kust, liggen de overblijfselen van een Britse bommenwerper, een Lancaster Avro III. Een vleugel is nog goed te herkennen. Het toestel werd in de nacht van 12 op 13 juni 1943 neergehaald door een Duits jachtvliegtuig. De acht inzittenden vonden de dood.


4


Springstof

Op maritieme kaarten wordt een gebied ten zuidwesten van Zierikzee dikwijls met een rode rechthoek aangeduid: 700 meter breed, 1.400 meter lang. Verboden te duiken, te vissen en te ankeren. Hier bevindt zich in een put van meer dan vijftig meter - vrijwel het diepste punt van de Oosterschelde - een munitiestort. Tussen 1945 en 1967 is hier 30 duizend ton aan overbodig geworden schietvoorraad afgezonken. Preciezer: 16 duizend ton ijzer, 2.500 ton lood, 1.230 ton koper, 660 ton zink, 750 ton aluminium en negenduizend ton kruit en andere soorten springstoffen als TNT en zelfontbranders als fosfor. Vaststaat dat bestanddelen van de bommen en granaten vroeg of laat in het milieu terecht zullen komen. Ontbinding binnen 30 jaar wordt niet waarschijnlijk geacht, een periode van 300 jaar komt al wat meer in de buurt.


5


Brok beton

Post onvoorzien op een diepte van zo'n dertig meter, in de vorm van een enorm brok beton, zo'n 1.500 meter uit de kust bij Zierikzee. Tijdens de aanleg van de 5.022 meter lange Zeelandbrug tussen Noord-Beveland en Schouwen-Duiveland bleek een brugstuk dat op een van de 52 pijlers moest worden geplaatst, niet te passen. Besloten werd het onderdeel ter plekke maar te laten zinken. Het brugdeel ligt op de rand van een geul, een punt van 20 meter steekt schuin omhoog. Ervaren duikers gaan wel eens een koker van zo'n twee meter doorsnee in. Daar hadden de leidingen door moeten lopen. Het wemelt er nu van anemonen, zakpijpjes, krabben, kreeften en scholen vis.


6


Hoogovenslakken

Aan weerszijden van de Zeelandbrug op Noord-Beveland is de 'teen' van de dijk onder water over een lengte van honderden meters verstevigd met hoogovenslakken. Rijkswaterstaat is van plan om dat ook elders in de Oosterschelde te gaan doen om de oude beschoeiing van basalt en Vilvoordse steen te versterken en te vervangen.


De methode stuit op verzet van de Stichting Oosterschelde, die een milieuvriendelijke bejegening van de zeearm bepleit. De stichting vreest schade aan het onderwaterleven.


De laag staalslakken bij de Zeelandbrug is op aandringen van de milieupleitbezorgers bedekt onder natuursteen. Daarop is het groeien en bloeien alweer begonnen. Maar secretaris Freek Titselaar van de Stichting Oosterschelde vindt het nog wat voorbarig om van een 'ecorif' te spreken, zoals de beleidsmakers doen. 'Zo ecologisch is het niet.'


7


Hospitaalschip

In 1985 ontdekken duikers ten oosten van de Zeelandbrug tijdens een zoektocht naar een verdwenen dukdalf een wrak; het anker van hun schip haakt er aan vast. Hoewel er ook later naar gedoken is, blijft identificatie lastig: de resten zitten onder dikke lagen Japanse oesters en mosselen.


In een vorig jaar verschenen rapport krijgt het wrak de naam terug: de Generaal ten Hove was een sleepschip, een Kempenaar van 50 meter lang. Het Rode Kruis had het vaartuig in 1944 ingericht als hospitaalschip. Het was op 12 oktober onderweg van Dordrecht naar Walcheren om daar gewonden als gevolg van de geallieerde bombardementen op te halen. Bij Zierikzee schoten Typhoon-jachtbommenwerpers het schip in brand. Twee verpleegkundigen vonden de dood.


Ondanks de begroeiing zijn in het wrak, dat midscheeps geknakt op de bodem ligt, nog door munitie opengereten platen te herkennen. Duiken is er verboden; de Generaal ten Hove ligt op een drukke scheepvaartroute.


8


Veerboot

Het stoomschip Prins Hendrik onderhield in de oorlogsjaren de veerdienst tussen Katseveer en Zierikzee. De naam moest worden gewijzigd: de Duitsers stonden niet toe dat namen werden gebruikt van nog in leven zijnde leden van het Koninklijk Huis.


Op 3 september 1943 voerden Britse jachtbommenwerpers een aanval uit op het schip. Volgens een bericht de volgende dag in de Provinciale Zeeuwsche Courant kwamen 24 opvarenden om het leven, onder wie 18 passagiers. De krant veroordeelde de actie onder de kop 'Terreuraanval op civiele veerboot': 'Wanneer men oorlog voert tegen weerloze burgers kan dit niet anders als schandelijk gequalificeerd worden.'


9


Sleepschip

Ten noordoosten van Kats ligt een van de recentere wrakken. De Damco 136, een sleepschip van 110 meter lang en 13 meter breed, haalde op 3 november 1968 de oversteek van de Oosterschelde niet. De luiken waren niet goed vergrendeld, in zwaar weer liepen de met fosfaat geladen ruimen snel vol. De opvarenden konden tijdig door de sleepboot van boord worden gehaald. De politie oordeelde later dat de schipper 'zeer onverantwoordelijk' had gehandeld.


10


Scheepskerkhof

Hoeveel wrakken er precies liggen is nog onbekend, maar volgens de WDSR is het een heus scheepskerkhof, vlak buiten de oude haven van Wemeldinge. De westenwinden komen er vrij aangieren, het is er vanaf de 19de eeuw dringen geweest voor de schepen die vanuit Rotterdam binnendoor naar Antwerpen gingen. Dan gaat er wel eens iets mis. Volgens een voorlopige inventarisatie liggen er veertien: sleepschepen, kotters, tjalken en pontons.


11


Ketel

Het jongste wrak dateert uit 1973 en is geen schip maar een ketel. Het ligt op een diepte van 16 meter in de Schaar van Yerseke. Op 13 december 1973 tuimelde de silo - 20 meter hoog, 5 meter doorsnee - in slecht weer van een ponton. De ketel was bestemd voor het toenmalige General Electric Plastics in Bergen op Zoom. Het object is enkele jaren zoek geweest.


12


Kasteel

Er bestaan prenten van, kloeke torens met spitsen en kantelen en gebouwen met trapgevels, omgeven door water. Maar of het slot Lodijke, vijf kilometer ten oosten van Yerseke, er werkelijk zo heeft uitgezien, wordt betwijfeld. Wat er nog van is overgebleven, 12 tot 17 meter onder de waterspiegel, is een fikse stapel kloostermoppen. Een muur, een fundering van een toren?


Er is een vermelding van het kasteel in een kroniek uit het jaar 1230. De stichters waren de heren van Reimerswaal. De Sint-Felixvloed op 5 november 1530, quade saterdach, betekende het einde van het bouwwerk. Volgens de overlevering weigerde de toenmalige kasteelheer Adriaan van Reimerswaal, die avond het middelpunt van een feest op het slot, een dijkbreuk te herstellen. Hij moest vervolgens ijlings de benen nemen. Het nabijgelegen dorp Reimerswaal zou in de volgende eeuwen geleidelijk in de golven verdwijnen.


13


Bruinvissen

Het krioelt van leven onder de waterspiegel. Sponzen, kwallen, inktvissen, kreeften, krabben, zee-anemonen, garnalen, zakpijpen, tweekleppigen, stekel-huidigen. Vorige maand kwam het bericht dat er ook 61 bruinvissen zijn geteld, en dat zijn er meer dan vroeger. De Stichting Anemoon registreert meer nieuwkomers. Uit het zuiden, samenhangend met een stijging van de watertemperatuur, kwamen die vooral na de warme zomer van 1997, zoals de gewimperde zwemkrab, de grijze korstzakpijp en de kleine heremietkreeft. Uit het oosten van de Atlantische Oceaan meldden zich de dwergzijker en de ingegraven slangster. Van de zogenoemde exoten zijn de Japanse oester en Japanse druipzakpijp massaal aanwezig.


14


Tributyltin

Het water van de Oosterschelde geldt als schoon. Volgens een rapportage van Rijkswaterstaat uit 2009 is zwemmen verantwoord en zijn er geen bezwaren tegen het kweken van schelpdieren. Alleen voor TBT wordt de norm overschreden. Tributyltin zit in verf tegen de vorming van algen en zeepokken op scheepsrompen. De schadelijke effecten manifesteren zich vooral bij purperslakken. Vrouwelijke exemplaren krijgen een penis. Ook ligt het stikstofgehalte aan de hoge kant, vooral door de aanvoer van meststoffen in de rivieren.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden