Bo Hanna werd ontvoerd door zijn vader: 'Als kind deed mijn mening er niet toe'

Journalist Bo Hanna (23) werd als kind door zijn vader ontvoerd naar Egypte, waarna ze in Nederland terechtkwamen. Hij bracht zijn jeugd door zonder zijn moeder. En toch: 'Ik kan mijn vader niet als boosdoener zien.'

Bo Hanna Beeld Bart Koetsier

Een bekende scène uit het razend populaire programma Spoorloos: na een lange zoektocht vinden kinderen eindelijk hun ouder terug. Die kinderen zijn vaak geadopteerd, ze hebben hun jeugd doorgebracht zonder toewijding en liefde van de biologische ouder en nu staan ze oog in oog. Kind en moeder vallen elkaar snikkend in de armen, halfbroers en zussen sluiten de kring van elkaar omhelzende mensen. Iedereen weer gelukkig.

Miljoenen mensen kijken wekelijks naar de emotionele ontknopingen in programma's als Spoorloos en DNA onbekend. Of naar het programma Ontvoerd, waarin misdaadverslaggever John van den Heuvel Nederlandse moeders helpt hun kinderen terug te halen uit de klauwen van een migrant, veelal uit het Midden-Oosten. Ook hier volgt het programma de lijn van de emotionele ontknoping: moeder en kind herenigd, kwaadaardige vader buitenspel gezet.

De realiteit is vele malen complexer. Mijn realiteit in elk geval.

In september kwam het Centrum Internationale Kinderontvoering (Ciko) in het nieuws: afgelopen zomervakantie werden 36 kinderen ongeoorloofd door een van de ouders naar het buitenland gebracht. Ciko slaat alarm, volgens de stichting neemt het aantal kinderontvoeringen toe.

Ook ik ben ontvoerd. Via Egypte ben ik naar Nederland gekomen. Mijn moeder zit niet in Colombia of Indonesië, ze woont in een buitenwijk van Stockholm. En mijn vader? Die heeft na de ontvoering al die jaren in Noord-Limburg kunnen wonen met mij en mijn twee broers.

Het resultaat is een jeugd vol gaten en beschadigde herinneringen. Ik weet niets meer van de tijd dat mijn ouders nog samen waren. Ik heb me ook lange tijd niet kunnen herinneren hoe mijn moeder eruitzag. Er was altijd maar één ouder in mijn leven. Maar ik heb er twee.

Cultuurshock

Dit is wat ik me nog wél kan herinneren. Ik ben 4 jaar en mijn vader komt ons ophalen van onze crèche in Stockholm. Om op vakantie te gaan naar mijn familie in Egypte, zo vertelt hij mij, mijn tweelingbroer en mijn oudere broer. We rijden in de auto naar mijn moeder en thuis krijgen mijn ouders ruzie in hun slaapkamer. Ik weet nog dat ik vanuit de gang probeer op te vangen waarover mijn ouders schreeuwen. Mijn moeder pakt vervolgens onze spullen. Bij de deur neemt ze afscheid van ons, haar drie zonen. Geen tranen. Daar heb ik later nog veel over nagedacht: wist ze dat ons nooit meer zou zien? Waarom liet ze ons zo gaan?

De vliegreis zelf kan ik me niet herinneren, alleen de aankomst op het vliegveld in Caïro waar mijn familie ons staat op te wachten en waar veel mannen aanbieden onze bagage te tillen.

Volgende herinnering: wij zijn in Egypte, mijn vader, mijn broertjes en ik. Cultuurshock: in Zweden was de lucht schoon en fris en viel ik 's middags al in slaap omdat het zo vroeg donker werd. Nu kan ik moeilijk ademhalen door de smog. In Caïro word ik vaak huilend wakker, bang van de zingende mannenstemmen uit de moskee in het holst van de nacht. Ik weet helemaal niets over de islam, ik ken alleen maar de iconen van Koptische heiligen, Maria en Jezus. En ik mis mijn moeder. Ik weiger te eten.

Van Caïro naar Grubbenvorst

Dan de reis naar Nederland: mijn broertjes en ik staan op het vliegveld in Caïro en ik ben in paniek. Ik begrijp niet waar we heen gaan, maar ergens hoop ik op Zweden, naar mijn moeder. Het wordt Nederland, het land waar ik nog steeds woon, waar ik zonder mijn moeder volwassen ben geworden.

Mijn één jaar oudere broer Mina heeft op belangrijke punten meer herinneringen dan ik. 'Niets klopte die dag voor mijn gevoel', zegt hij over die laatste dag in Zweden. 'Maar wat kun je als kind zeggen? Ik voelde me een toeschouwer.' De documenten die ik later heb ingezien, de rechterlijke uitspraken en de rapporten van Jeugdzorg, wijzen uit dat iedereen wist dat wij door onze vader waren meegenomen naar Egypte, tegen de wil van mijn moeder. En daarna naar Nederland, waar mijn vader familie had wonen. Uit die documenten blijkt ook dat noch mijn moeder, noch instanties veel hebben ondernomen om ons te herenigen.

In Nederland gingen we naar school en leerden we razendsnel de taal, vooral door Villa Achterwerk, waar mijn broertjes en ik gefascineerd naar keken. En we verhuisden naar Grubbenvorst, een plaatsnaam die mijn vader niet kon uitspreken. Noord-Limburg is pittig als je de zoon bent van een migrant. Jongens zongen liedjes als 'Rood-wit-blauw, dit land is niet van jou.' Mensen in het dorp zeiden dat we 'terug moesten naar ons eigen land'. Ik had geen flauw idee welk land ze bedoelden.

Mijn moeder was aanwezig in mijn jeugd, maar op de achtergrond, als een fantasie. Ik droomde over haar en over die mysterieuze geboorteplaats Stockholm.

Een paar keer dook mijn moeder uit het niets op. Bijvoorbeeld die ene keer: ik ben 13 en loop met mijn vader tussen de schappen van de lokale Turkse supermarkt in Venlo als we opeens oog in oog met een vreemde vrouw staan, die begint te schreeuwen. Buiten vraag ik wie die vrouw in hemelsnaam was. 'Dat was je moeder', zegt mijn vader laconiek. Pas jaren later begreep ik dat ze naar Nederland was gekomen voor een rechtszaak, waarin mijn vader de voogdij eiste en kreeg.

Nog een verwarrend moment, als ik 15 ben. Mijn moeder aan de telefoon. Ze confronteert me met de woorden: 'Hoi, ik ben je moeder.' Ik ben zo in de war dat ik meteen ophang. Heb ik er fout aan gedaan om op te hangen? Voor mij was ze een wildvreemde, dus hoe had ze verwacht dat ik zou reageren? Had ik moeten zeggen: 'Ik mis je mama, waar ben je?'

Loyaliteitsconflict

Net als bij een vechtscheiding komen kinderen in ontvoeringszaken in een loyaliteitsconflict. Kinderen zijn in principe trouw aan beide ouders, maar als een ouder uit beeld verdwijnt, worden ze al snel erg loyaal naar de verzorgende ouder, van wie ze grotendeels afhankelijk zijn. In mijn geval was het mijn vader die voor ons kookte, de was deed en de schoolboeken betaalde. Ook toen hij mij in mijn puberteit afwees omdat ik op jongens val en ook toen hij steeds depressiever werd, bleef ik loyaal aan hem. Zo zijn kinderen. Maar ik bleef altijd nieuwsgierig naar mijn moeder.

Op mijn 20ste boek ik een reis naar Stockholm, zogenaamd om vriendinnen op te zoeken. In de stad loop ik bijna in een trance de McDonald's binnen en typ ik via de wifi in het restaurant het adres in dat ik heb gevonden in een van de documenten van Bureau Jeugdzorg. Ze blijkt op 110 meter afstand van de McDonald's te wonen.

Als ik aanbel doet een man open. Hij vraagt in het Zweeds wie ik ben en ik hoor mijzelf zelfverzekerd zeggen: 'Ik kom uit Nederland en ben hier voor mijn moeder.'

De vrouw die vervolgens naar de deur komt, kijkt me in eerste instantie aan alsof ik een geest ben, maar begint dan te huilen. 'Ik heb altijd geweten dat je op een dag weer voor mij zou staan. Je had als kind al zo'n sterk rechtvaardigheidsgevoel.' Ze trekt me aan mijn hand naar binnen richting de woonkamer. Onderweg registreer ik de foto's van nieuwe kinderen die aan de muur hangen.

Mijn vader heeft ons kort na hun scheiding naar Egypte ontvoerd, vertelt ze me. Mijn moeder haalt een Zweedse krant tevoorschijn. Mijn broers en ik staan op de voorpagina met de titel. 'Als je kinderen denken dat je dood bent'. Als ze de krant tevoorschijn haalt, voel ik woede opkomen. Allemaal mensen hebben mijn levensverhaal gelezen in de krant, een verhaal waarop ik vijftien jaar heb moeten wachten. Maar dat is niet het enige wat mij kwaad maakt: daar op de bank wordt mij duidelijk dat mijn moeder een nieuw gezin is begonnen. Ze vertelt me dat ze niet kan wachten om met al haar kinderen op vakantie te gaan. Maar haar nieuwe kinderen zijn wildvreemden voor mij.

Bo Hanna Beeld Bart Koetsier

Wantrouwen

De hereniging met mijn moeder loopt niet uit op een warme kind-ouderband. Het is heel moeilijk om na zoveel jaren een relatie op te bouwen, zelfs met je moeder. Hoe moet ik me gedragen tegenover een vrouw die ik amper ken? Wat moet ik zeggen als ze belt? En tegen de jonge kinderen die technisch gezien mijn halfbroers en -zussen zijn, maar met wie ik weinig verwantschap voel? Mij bekruipt het gevoel dat er veel van me wordt verwacht, alsof we de verloren tijd moeten inhalen. Maar ik heb geen zin om een band te forceren, alleen maar om haar een plezier te doen. En soms denk ik dat er een nog triestere reden is waarom het niet lukt tussen ons: de angst om me te realiseren wat ik al die jaren heb gemist.

Ondertussen kan ik mijn vader niet als boosdoener zien, ook al zie ik zijn tekortkomingen, zijn aandeel. Vanuit Nederland is er kritiek op het feit dat in veel Arabische landen de vader na een scheiding het gezag krijgt, waardoor het onmogelijk is voor moeders om hun kind terug te krijgen. Toch bestaat deze genderongelijkheid niet alleen daar; veel vaders in westerse landen kunnen geen omgangsregeling krijgen met als gevolg dat ze hun kinderen, die soms om de hoek wonen, niet zien opgroeien. Soms denk ik dat wanhoop mijn vader ertoe heeft gedreven ons mee te nemen naar zijn familie in Egypte. Mijn ouders waren in een vechtscheiding verwikkeld, mijn moeder eiste volledige voogdij. Zij kende het Zweedse systeem beter, mijn vader voelde zich machteloos.

Mijn broers en ik zijn ons halve leven aangezien voor moslims, voor 'buitenlanders'. Nu ik volwassen ben en de Arabische trekken nog meer mijn gezicht vormen, voel ik de wantrouwende blikken. Ik denk dan aan mijn vader. Hij raakte als migrant in maatschappelijke structuren verzeild die hij niet kende; hij sprak de taal niet goed en kende zijn rechten niet. Hij heeft ons wellicht in paniek naar zijn veilige thuisbasis Caïro gebracht.

Ik woon inmiddels in Amsterdam, net als mijn broer, die rechten studeert. Het lot van mijn tweelingbroer is droeviger. Hij kreeg te maken met een systeem van internaten, Bureau Jeugdzorg en justitie. In dat systeem raakte hij snel op een zijspoor. Zo mocht hij zijn havo-examen niet afleggen, als straf voor het gooien met een bord tijdens het avondeten in het internaat waar hij verbleef. Later kreeg mijn broer een inkomen van Jeugdzorg, waarmee hij een kamer kon betalen, maar hij werd daarvan afgesneden omdat hij af en toe blowde. Daardoor werd hij dakloos en moest hij zijn eten stelen. Op 18-jarige leeftijd kwam hij in een tehuis terecht voor dakloze verslaafden in Roermond; de neerwaartse spiraal heeft zich sindsdien alleen maar doorgezet.

Mensen zijn vaak blind voor het verhaal dat achter de zogenoemde 'probleemjongere' schuilt. Mijn broer heeft het totaal versnipperde, verknipte en verwarrende verleden zonder moeder en vol racisme nooit kunnen verwerken.

De twee mensen die mij alles kunnen uitleggen, die verantwoordelijkheid zouden moeten nemen voor drie kinderlevens, kunnen daarover nog steeds niet praten. Op de 21ste verjaardag van mijn tweelingbroer en mij heb ik mijn ouders met elkaar laten bellen. Het ging weer eens niet goed met mijn tweelingbroer en ik hoopte dat ze voor hem de strijd zouden laten rusten. Het telefoongesprek liep uit op een scheldpartij. Ze verweten elkaar van alles, zetten zichzelf centraal in plaats van mijn broertje en mij. Na al die jaren zaten ze nog steeds in een vechtscheiding. Sindsdien kan ik het niet meer aan en spreek ik mijn ouders allebei niet meer.

Invloedsferen

Begin dit jaar liet de Kinderombudsman zich kritisch uit over het televisieprogramma Ontvoerd, omdat het belang van het kind niet centraal wordt gesteld, maar de kijkcijfers vooropstaan.

Ook het Centrum Internationale Kinderontvoering benadrukt dat het belang van het kind voorop moet staan bij de aanpak van ontvoeringszaken In Nederland worden kinderen onder 12 jaar gelukkig steeds vaker gehoord. In kinderontvoeringszaken is het zelfs mogelijk dat kinderen vanaf 3 jaar naar hun mening wordt gevraagd door een gespecialiseerde psycholoog. In de praktijk blijkt het lastig te peilen wat het kind, dat zich in de invloedsfeer van de verzorgende ouder bevindt, zelf wil.

Ik besluit contact te leggen met mijn voormalige gezinsvoogd Nicole Huijs, die nog steeds voor Bureau Jeugdzorg Noord-Limburg werkt. 'We wisten dat jouw moeder in Zweden woonde en dat er geen contact was. Ook wisten we dat jouw vader jouw moeder als een bedreiging zag. Wij vonden dat er meer aandacht moest komen voor de rol en positie van jouw biologische moeder. Maar je moeder was, toen jij in Nederland was, uit de ouderlijke macht gezet.' In het rapport dat Huijs mij laat zien staat dat Jeugdzorg er op bleef aandringen dat mijn vader onze moeder nodig had om ons tot evenwichtige volwassenen op te voeden. 'Wij hebben ook nog aangeboden samen naar Zweden te gaan. Hij stond er soms voor open, maar had koudwatervrees als er concrete plannen werden gemaakt.'

Bo Hanna Beeld Bart Koetsier

Ik weet nog steeds niet wat er precies is gebeurd in 1999, maar ik weet wel wat er beter had gekund, waardoor mijn tweelingbroertje er nu beter voor had gestaan. Zo had de rechter mijn moeder nooit uit de ouderlijke macht moeten zetten zonder mijn broers en mij te horen. Mijn broers en mij is niets gevraagd, het waren de volwassenen en instanties die de complexe vechtscheiding tussen mijn vader en moeder probeerden op te lossen zonder ons hierin te betrekken.

Zo mooi als die herenigingen in televisieprogramma's zijn, zo complex is de realiteit. Het pijnlijkst is het besef dat mijn mening als kind er nooit toe heeft gedaan. Wat mij betreft moeten kinderen in vechtscheidingen dan ook veel beter begeleid worden door deskundigen. Er moet meer focus komen op de behoeften van het kind en er moet een veilig klimaat worden gecreëerd, waarin een kind voor zijn mening kan uitkomen.

Had mijn leven anders kunnen lopen? Misschien. Maar mijn oudste broer en ik kijken liever niet al te veel terug. We werken beiden keihard aan een toekomst. Onze hoop is dat we later voor ons broertje, het kind van de rekening, kunnen zorgen. Hij heeft ons nodig, en ik wil niet weglopen voor mijn verantwoordelijkheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden