Blues voor een president Roosevelt's inzet voor zwarten vond weerklank in hun muziek

ERGENS IN HET Witte Huis in Washington rinkelt de telefoon. 'Hallo, 't is hier Sylvester. Kan ik de president spreken?'..

We schrijven 19 februari 1934. Amerika is in de greep van de Great Depression, een diepe, diepe recessie die vooral de zwarte bevolking van de zuidelijke staten hard treft. President Franklin Delano Roosevelt bedenkt voor zijn New Deal het ene na het andere miljardenproject om de ergste nood te lenigen. Telkens weer worden zijn reddingsplannen overspoeld door nog hogere golven van economische malaise.

Roosevelt, die zich graag presenteert als grote vriend van de zwarten, pakt de hoorn uit de handen van zijn secretaris en meldt zich: 'Hier is de President.'

Waarop Sylvester Harris hem vertelt over zijn lot van zwarte boer met niet meer dan één ezel en een beetje land. Ze dreigen hem te worden ontnomen omdat hij de pacht niet tijdig kan voldoen.

De president hoort alle klachten geduldig aan, en belooft dat hij er wat aan zal doen.

Negen maanden later, op Thanksgiving, wordt een vette kalkoen bezorgd op het buitenverblijf van de Roosevelts in Warm Springs, Georgia. De huishoudster geeft hem het kaartje dat er bij zit.

'Kijk eens hier, die komt van Sylvester Harris', reageert Roosevelt. 'Ik ben benieuwd hoe het nu met zijn boerderij staat.'

Dit bewijs van de kwaliteit van zowel daadkracht als geheugen van FDR is op verschillende manieren en met steeds andere details bewaard gebleven. Zwarte bladen als The New York Age en The Crisis maakten er melding van. Lizzie McDuffie, de zwarte dienstmeid van de Roosevelts, wist zich vele jaren later nog het Thanksgiving-vervolg te herinneren.

Ook dominee J.M. Gates uit Atlanta maakte dankbaar gebruik van het voorval. Hij hield zijn gelovigen op 1 augustus 1934 bij wijze van troost het gesprek tussen Harris en Roosevelt voor: 'Look at Mississippi, yonder on the river, A Negro with his mule, And when they had pressed him so, he lost his mule. He did not feel worried, but called up President Roosevelt, Talked with him himself. . . Help me! Help me! His name was, help me, somebody tell me! His, his name was Sylvester Harris.'

Zeg die woorden maar eens hardop. Dan zie je vanzelf de gelovigen van reverend Gates, en hoe ze swingen op hun houten banken, en soms opstaan en de handen ten hemel heffen. Als de preek al niet voor eeuwig hielp, dan was het toch minstens een probaat middel om de ellende even te vergeten.

Maar er is nog een vorm waarin de noodkreet van Harris bewaard bleef.

He called the President, on the tele phone:

'I wanna talk to you. I'm 'bout to lose my home.'

First time he called, they get him somebody else:

'I don't wanna talk to that man, I want to speak to Mr. President Roo sevelt.'

He said: 'Now Sylvester, you can rest in ease.

Catch that big, black jackass, and go on by your fields.'

He said: 'Sylvester you can rest in ease.

You can catch that jackass, go and raise all your cotton and seeds.'

Right on, Sylvester! Deze presidentiële aansporing om de ezel te vangen en voort te ploegen werd gezongen door blueszangeres Memphis Minnie. Haar Sylvester and his Mule Blues werd uitgebracht op het Decca label.

Het is een van de vele bluesnummers over FDR en zijn politiek: Franklin Delano Roosevelt, vriend van armen en misdeelden, bedenker van de C.W.A. (Civil Works Administration), de W.P.A. (Works Progress Administration), de P.W.A. (Public Works Administration), de C.C.C. (Civilian Conservation Corps) en al die andere afkortingen die de economie weer op gang moesten wrikken.

Een wezenlijk deel van die steunmaatregelen kwam ten goede aan de verpauperende zwarte bevolking in de zuidelijke staten. Eerst bood de gaarkeuken van het Rode Kruis enig soelaas, later kwamen er uitkeringen en werkverschaffingsprojecten. Sloppenwijken werden gesloopt, ziekenhuizen, scholen en speelterreinen gebouwd, een miljoen kilometer aan wegen en straten werd aangelegd.

Sonny Boy Williamson vond met name die wegenaanleg een prima idee. Zo zou hij heerlijk comfortabel met de luxe wagen zijn baby kunnen bezoeken:

Well, well, well, I've got to get some money. I wants to buy a V-8 Ford.

Well, well, I wants to ride this new highway, oo, that the Project just completed a week ago.

Sonny Boy was een uitzondering. De meeste bluessongs uit die periode zijn heel wat minder zonnig. Er is Bad Housing Blues, er is Red Cross Store Blues, Welfare Blues, Depression Blues, C.W.A. Blues, Bonus Blues. En Washboard Sam zingt in 1938 de C.C.C. Blues:

I'm goin down, I'm goin down to the C.C.C.

I know that the W.P.A., won't do a thing for me.

Guido van Rijn heeft voor zijn boek Roosevelt's Blues 134 zwarte bluessongs en gospels uit de eerste helft van deze eeuw - de era Roosevelt en de jaren die daaraan vooraf gingen - beoordeeld op hun sociale en politieke inhoud. Dat blueskenner Van Rijn met deze studie vorige maand in Leiden promoveerde in de godgeleerdheid, zal wellicht te maken hebben met de gospels en preken die hij ook in zijn boek verwerkt.

Eigenlijk is het verbazingwekkend dat een dergelijke studie nooit eerder is ondernomen. Al lijkt het ijzeren frame van twaalf maten ervoor te zijn geschapen, blueszangers waren nooit alleen maar de apostelen van het gebroken hart. Ze kregen de blues van hun liefje dat het met een andere kerel hield, maar ook van de baas die geen werk had, en van de smaak van de soep uit de gaarkeukens of het harde werk aan de levee, de dijk langs de Mississippi. Blueszangers waren niet alleen troubadours, maar ook reizende nieuwslezers.

Zwarte Amerikanen hadden in de jaren tussen beide wereldoorlogen nog amper toegang tot de media, ze speelden in de politiek geen rol van betekenis en stonden in economisch opzicht nog niet eens op de onderste sport van de ladder. Bluesteksten waren een van de weinige mogelijkheden om hun kijk op de grote en kleine wereld te verkondigen.

Uit het boek van Van Rijn komt Roosevelt naar voren als de eerste president die werkelijk aandacht had voor de situatie van de zwarten. Niet alleen voor iedere Sylvester Harris die bij toeval tot hem weet door te dringen, maar bijvoorbeeld ook voor de Scottsboro Boys, een groep zwarte jongens op zoek naar werk, die door een uit blanken bestaande jury ter dood worden veroordeeld omdat ze twee blanke vrouwen zouden hebben verkracht.

Leadbelly was de eerste die een lied aan hen wijdde.

The Carpenters kweelden nog wel eens voor Richard Nixon, Ronald Reagan haalde graag The Beach Boys naar het Witte Huis en Bill Clinton gaf er bij zijn inauguratie blijk van verzot te zijn op Fleetwood Mac. Zoals de VVD haar Gordon heeft, zo heeft iedere Amerikaanse president zijn favoriete popster.

De Roosevelts, en echtgenote Eleanor misschien nog meer dan FDR, haalden vaak zwarte artiesten in huis. Gospelzangeres Mahalia Jackson trad voor hen op, net als het Golden Gate Quartet, accordeonist Graham Jackson en tapdanser Bill 'Bojangles' Robinson. De jonge zwarte blueszanger Josh White werd zelfs een huisvriend, die niet zelden bij de familie aanschoof voor het avondeten.

Roosevelt was er zich overigens zeer van bewust dat dergelijk bezoek veel van zijn blanke kiezers onwelgevallig was. In de huiselijke kring waren de zwarten welkom, maar hij waakte er voor zich in het openbaar al te vaak met hen te vertonen. Zodoende zijn er amper foto's waarop Roosevelt met zwarten staat afgebeeld.

De laatste hoofdstukken van deze indrukwekkende proeve van vocal history zijn gewijd aan de oorlogsjaren. De bluesteksten weerspiegelen hoe de emancipatie van de zwarten langzaam ook tot het leger doordrong. Er kwamen zwarte officieren, zwarte piloten, zwarte mariniers. Maar vooral kwam er heel veel zwart kanonnevlees.

Roosevelt is a mighty Christian man, he's trying to do the things that's right.

Old Hitler's slippin' round, trying to get to stealin' by night.

He fought all of our Fifth Army, thought it was wishing us well.

MacArthur's boys is ready to give him - - -, ha-ha-ha!

(uit: Soldier Boy Blues van Buster 'Buzz' Ezell)

Guido van Rijn: Roosevelt's Blues - African-American Blues and Gospel Artists on President Franklin D. Roosevelt.

Volgend jaar verschijnt een geïllustreerde handelseditie bij de University of Mississippi Press, samen met een cd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden