Blues in hoogovenrook

Horace Parlan moet je piano zíen spelen. Dan pas kun je echt appreciëren hoe hij het probleem met zijn verlamde rechterhand heeft opgelost....

HORACE PARLAN hoort niet tot de grote pianovirtuozen, maar hij weet wat de blues is (hij zette er ook veel op de plaat) en over zijn subtiele gospel-feeling bestaat ook geen twijfel (Parlan sr. was dominee).

Die eigenschappen kwamen goed van pas toen hij eind jaren vijftig in dienst kwam bij bassist Charles Mingus en hij meewerkte aan diens klassieke lp's Blues And Roots en Mingus Ah Um. In de jaren zestig speelde hij met onder anderen Rahsaan Roland Kirk, en in 1972 vestigde hij zich voorgoed in Kopenhagen. Wie vorig jaar in het Amsterdamse Bimhuis het concert van Johnny Griffin en Von Freeman meemaakte, kon vaststellen dat Parlans muziek nog steeds is doordrenkt van blues en gospel, en dat zijn timing hem een ideale begeleider maakt.

Tussen de jaren bij Mingus en Kirk kwam Parlan onder contract bij het platenlabel Blue Note. Van 1960 tot 1963 nam hij genoeg op voor zeven lp's onder zijn eigen naam: zesenhalf uur muziek, die nu door de Amerikaanse firma Mosaic is bijeengebracht in een box met vijf cd's. De uitgave gaat vergezeld van een lang, doordacht en van veel research getuigend essay van de criticus Bob Blumenthal.

Parlans toucher en akkoordenkeuze hebben iets aangenaam schemerachtigs, alsof je hem hoort door een lichte waas. Misschien is het wel hoogovenrook; Parlan komt uit de staalstad Pittsburgh, die grote pianisten voortbracht als Earl Hines, Mary Lou Williams, Erroll Garner, Ahmad Jamal, Dodo Marmorosa en Sonny Clark.

Een van de eigenaardigheden van jazz is dat een muzikant zelf zijn prioriteiten kan bepalen, en zwakke eigenschappen ten gunste van sterkere kan verdoezelen. Pianisten met kleine handen, trompettisten die slecht hoge noten spelen, saxofonisten die niet van snelle tempo's houden - ze kunnen hun beperkingen zo compenseren dat geen luisteraar ze meer opmerkt.

Horace Parlan kreeg op zijn vijfde polio en hield daar een gedeeltelijk verlamde rechterhand aan over. Als je hem hoort, begrijp je dat hij daar iets op heeft gevonden, maar je moet hem zíen om te appreciëren hoe slim het probleem is opgelost. Met zijn rechterhand speelt Parlan eenvoudige akkoorden, vaak met wijdgestrekte duim en een paar andere vingers. Maar dan komt zijn linkerhand: die speelt vertrouwde akkoorden in de diepte, springt ineens naar rechts voor een melodische figuur in het middenregister, om meteen weer terug te keren naar de diepte. Zo ontstaat die donkere, gedempte klank: Parlan haalt zelden de hoogste tonen uit de vleugel.

In vijf studiosessies in deze box vormt hij een hechte eenheid met de door Mingus geïnspireerde bassist George Tucker en de ondergewaardeerde drummer Al Harewood, een swinger die nooit om een idee verlegen zit. In het trio (soms een kwartet met conga speler Ray Baretto) speelt Parlan met een grote veerkracht, in een repertoire van standards en bluesy eigen composities. Tegen de klare ritmiek steekt zijn gedempte geluid aangenaam af.

Toch klinkt Parlan pas echt in focus, wanneer het trio fungeert als ritmesectie voor een ander, te beginnen met de Turrentine Brothers uit Pittsburgh: Tommy op trompet en Stanley op tenorsax. Laatstgenoemde is berucht om zijn glossy mood-jazz uit de jaren zeventig, maar tien jaar eerder speelde hij stuwend, recht voor z'n raap en net zo doordrenkt van de blues als Parlan - precies de soort tenor die de pianist graag begeleidde. Parlan en Harewood klinken hier als twee drummers: ze creeren een stevige groove en verschuiven hun accenten, waarmee ze de solist prikkelen en opjutten.

Parlans ideale saxofoonpartner was wijlen Booker Ervin. Ze kenden elkaar nog uit Pittsburgh, werkten in New York samen in de band van Mingus en speelden samen op enkele van Ervins beste platen, waaronder een met Tucker en Harewood. Booker Ervins 'Texas tenor shout' paste precies bij Parlans kijk op blues en gospel. Bij Ervin treedt hij uit de schaduw met klaarheldere, hoge noten; alsof de Texaan hem in het licht trekt.

Hun gezamenlijke opnamen (met gitarist Grant Green en, in de laatste sessie, drummer Billy Higgins) helpen dit grotendeels chronologische overzicht aan een waardig slot. Alle mogelijkheden waren verkend. Parlans muziek volgde het traject van een opstijgende raket, van trio naar kwartet naar sextet. Toen liet zijn platenmaatschappij hem plotseling vallen. Ze kunnen hem altijd nog terugvragen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden