Blues en politiek

Blues- en gospelsongs over zes Amerikaanse presidenten (en Bin Laden).

Guido van Rijn: The Carter, Reagan, Bush sr., Clinton, Bush jr. & Obama Blues

ABB Books; 301 pagina's; euro 30.


Alle Amerikaanse presidenten van de afgelopen tachtig jaar hebben de blues die ze verdienen. Dat komt door het monnikenwerk van Guido van Rijn, bluesadept uit Nederland. Het begon in 1997 met Roosevelt's Blues. Vijftien jaar later kan hij met The Carter, Reagan, Bush sr., Clinton, Bush jr. & Obama Blues - de zesde aflevering in de reeks - het boek dichtdoen.


Aan Van Rijn danken de Verenigde Staten een unieke vorm van muzikale geschiedschrijving. Hij vond bluesmuzikanten die in hun teksten commentaar geven op de daden van presidenten. De bluessongs zijn een weergave van de reacties die het presidentiële beleid oproept bij - een deel van - de zwarte gemeenschap.


Het is geen toeval dat Theodore Roosevelt, president in de jaren dertig en veertig, een boek voor zichzelf alleen had - Van Rijn noteerde niet minder dan vijftig songs met hem als onderwerp. De laatste zes presidenten laten zich gemakkelijk in één boek bundelen. De blues heeft in het verloop van een halve eeuw zijn kracht als de stem van de zwarte troubadour verloren. Het is nu een min of meer museale stijl, belangrijk als bron van inspiratie voor andere genres.


In 1961 leverde het aantreden van Kennedy nog een macht aan bluescommentaar op. Na een eindeloos lijkende periode van Republikeins bestuur kwam een jonge, ambitieuze Democraat aan de macht. Een president bovendien die de taal van de zwarte mens leek te verstaan. De opwinding die dat veroorzaakte daalde neer in een stortvloed aan bluessongs.


Als bijna vijftig jaar later de eerste zwarte Amerikaanse president aantreedt, zijn er heel wat minder bluesmuzikanten die aan die opwinding lucht kunnen geven. Larry Shannon Hargrove maakt een Barack Obama Train en Henry Gray doet de Barack Obama Boogie waarin hij de lof zingt van het nachtelijke dansen van Barack en Michelle. 'Hey baby, no time to lose. We got the Obama Blues', rijmt gitarist Floyd Lee. De latere bluessongs uit de eerste ambtstermijn van Obama gaan eerder over recessie en armoede dan over de heldendaden van een zwarte president.


Dat is het terugkerende patroon in het boek. Een nieuwe president, zeker als die een Democraat is, wordt met alle egards verwelkomd. It's Carter the Peanut man', zingt Carl O'Jones opgewekt in 1976. Ook Clinton krijgt een warm onthaal. 'We don't care what he play, as long as he don't do nothing wrong. 'Cause he's the first president we got playing the saxophone', zingt A.C. Reed nadat Clinton in 1992 George Bush sr. heeft verslagen. Nog enthousiaster is Sonny Rhodes: 'Thank you President Clinton. America's fallen in love again.' Maar ook onder de Democratische presidenten laat de harde werkelijkheid zich niet lang verjagen. De bluesman die uit het raam kijkt, ziet recessie, crackdealers en regen. Onnodig te zeggen dat Reagan en vader en zoon Bush nog minder bijval krijgen. Ze zijn de presidenten voor de rijke man: 'Must be crazy, mr. Bush, you've got to be going insane', vindt Cooper Terry als Bush sr. Operatie Desert Storm inzet.


Als altijd zorgt Van Rijn dat we ook kunnen horen wat we lezen. The Carter... Blues gaat vergezeld van twee cd's, met vaak zeldzame opnamen, zoals Hey Osama! waarin bluesman Sunny Ridell vanuit Memphis lucht geeft aan zijn woede over de aanslagen op het World Trade Center: 'Hey, Osama, a camel was your daddy and a sheep was your mama.' Scherper is The insane Hussein Blues van Leslie Isaiah Gaines. Hij verplaatst zich in de soldaten van Operatie Desert Storm: 'I had sand in my coffee, had grit in my teeth. Camel hair in my underwear.'


Van Rijn heeft de klus geklaard. Het zou verdiend zijn als een van die vele bluesmannen die hij voor de vergetelheid heeft behoed er een Guido's blues aan wijdt.


REAGANOMIC BLUES

Leslie Isaiah Gaines, een strafrechtadvocaat in Cincinnati, had naast zijn juridische praktijk ook succes als blueszanger. Met zijn I.C. Hot Band zette Gaines in 1981 de Reaganomic Blues op de plaat. De protestsong tegen het economische beleid van Ronald Reagan werd genomineerd als bluesplaat van het jaar. Refrein: 'Why can't somebody see, Lord, this Reaganomic Blues is 'bout to kill me?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden