Blowen en wachten in Afghanistan

Drie lange jaren diende Oleg Jermakov in Afghanistan. Hij maakte, net als een onbekend aantal lotgenoten deel uit van de Sovjet-bezettingsmacht....

ADRIAAN DE BOER

Jermakov, nu metereoloog in Smolensk, paste in zijn verhalen nog af en toe een perspectiefwisseling toe, aangrijpende fragmenten over 'thuis', waar de grootste offers werden gebracht, als een vader of een zoon niet terugkeerde uit die niet te vatten oorlog.

In zijn tweede boek, de roman Het teken van het beest (Meulenhoff; ¿ 49,90) blijft hij in Afghanistan, in de provisorische lemen hutten, de schuren en schuurtjes van de eenzame voorpost of de stoffige legerplaats op zo'n eindeloze vlakte. Bij de batterij waar af en toe een vrachtwagen bonkend wegrijdt met rammelend boordgeschut. In het vestingstadje aan de voet van de Marmerberg, de enige plek in de hele steppe waar de aarde zich verheft. Waar trouwens een sauna is.

De locaties zijn verder inwisselbaar. Overal, altijd en eeuwig, trekken de 'vierden' - de fillers, de oliebollen - aan het kortste eind. Ze worden beschimpt, gebruikt en op z'n tijd wreed onder handen genomen door 'derden', die weer moeten afreageren wat 'tweeden' hun stelselmatig aandoen, boven wie de allermachtigsten zijn gesteld, de gevreesde 'enen'.

'Nee, vierden zullen eeuwig vierden blijven, ze zullen eeuwig hun eigen en andermans vaat doen, hun eigen en andermans bed opmaken, vloeren schrobben, het terrein opruimen, gedurende de nacht hun eigen en andermans onderkragen wassen en verstellen, toiletten schoonmaken - altijd zullen ze aan het werk, altijd zullen ze in de weer zijn: naaien, graven, volgooien, mengen, kloven, sjouwen, aandragen, wegdragen, laden. . .'

Af en toe bereidt het regiment zich voor op een operatie, een uitval, een duistere tocht. waarheen? 'Soldaten noch officieren wisten in welke richting ze zouden oprukken. Zelfs de schrijvers van de staf wisten niets. (. . .) Naar Oergoen'

Maar als de voorbereidingen al drie weken in beslag nemen, rijst het vermoeden dat ergens iets fout is gegaan. Toch doen geruchten over een mogelijke afgelasting sommige soldaten in woede ontsteken. Niet omdat ze zo graag een dorp in puin schieten, maar omdat zo'n tocht hen zal voeren 'over de wegen van dit hennepland met zijn opiumsteegjes'. Want ze willen roken. 'Heel erg. Een joint en blowen en blowen.'

En dan weer wachten en wachten.

Adriaan de Boer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden