Blokken tegen het vmbo

Vmbo: niet eerder wekten vier letters in het onderwijs zoveel weerstand op. Ouders zetten bijlessen, huiswerkklassen en faal angsttrainingen in om hun kinderen over de havo-grens heen te helpen....

'Als je 11 bent, dan weet je toch helemaal niet welk beroep je wilt. Stel dat je timmerman wilt worden. Je gaat naar het vmbo en daar leer je hoe je moet timmeren. Maar dan ben je ouder en wil je ineens dokter zijn. Heb je daar niet voor geoefend!

Nora legt uit wat er mis is met het vmbo. Haar klasgenoten moeten er ook niet aan denken, aan een dokter die nooit oefende. Mila, Ezra en Texas vinden ook: het vmbo, daar kun je beter niet naartoe.

Vier letters hebben in vijf jaar tijd veel weerstand gewekt. In de media kreeg het voorbereidend middelbaar beroeps onder wijs, dat in 1999 begon als een samenvoeging van mavo en lager beroepsonderwijs, een slechte naam. Zeg vmbo en je ziet scholen als fabrieken, bevolkt met zwarte leerlingen, waar anonimiteit en agressiviteit elkaar versterken, waar de getallen voor uitval hoog zijn en de schoolcijfers laag.

Enkele weken geleden liet de Tweede Kamer-fractie van de VVD weten dat ze de mavo en de oude vakwerkschool terugwil. Het vmbo is mislukt, zegt de VVD. Hun advies luidde: afschaffen.

In de Tweede Kamer kreeg dit idee onvoldoende steun, en het ongenoegen op de scholen is er niet minder op geworden. Leraren bijvoorbeeld schreeuwen om nuance. Politici, journalisten en daarmee ook ouders hebben volgens directeur Hubert Schakenbos van het Amsterdamse Bredero College (vmbo, havo en vwo) geen goed beeld van het vmbo. 'De opiniemakers weten te weinig voor een oordeel.'

Oorzaak: 'Alles in het vmbo wordt op één hoop gegooid. De problemen die een groep vmbo-leerlingen inderdaad veroorzaakt, worden algemeen geldig verklaard. Daardoor ziet niemand dat echte onderwijs vernieuwing juist hier plaatsvindt.'

Net zo dwingend als de VVD dat deed, vraagt Schakenbos om duidelijkheid over het nieuwe beroepsonderwijs. Hij pleit echter voor het afschaffen van de theoretische leerweg die in de plaats kwam van de mavo.

Faalangsttrainingen

Intussen bereiden de leerlingen uit groep 8 zich voor op de Cito-toets van begin volgende maand. Over schoolkeuze lijken zij zich niet verschrikkelijk druk te maken. Hun ouders wel. Want die lazen de kranten, die zijn bang voor het vmbo. Hun angst zet ze aan tot preventiemaatregelen: in groep 8 en in havo 2 worden zonen en dochters aangespoord om - in godsnaam - zo hard hun best te doen dat het vmbo buiten beeld blijft.

Om hun kinderen uit groep 8 over die vmbo-hindernis heen te helpen richting havo, kopen ouders bijlessen, faalangsttrainingen, Cito-training en Cito-oefendvd's voor thuis. Een leerling in havo 2 of 3 mag niet terugvallen; dan duikel je alsnog achterwaarts het vmbo in. En voor leerlingen die met kunst- en vliegwerk op de havo kwamen, zijn er bijlessen, huiswerkklassen, faalangsttrainingen en privé-scholen.

Gymnasium

Op de Nicolaas Maesschool in Amsterdam vertellen Ezra, Texas, Mila en Nora hoe ze een nieuwe school kiezen. Hun basisschool ligt in een dure buurt, een witte buurt, met het Stedelijk Museum en het Concertgebouw om de hoek. De meeste leerlingen gaan van de Nicolaas Maesschool naar havo of vwo, een minderheid naar vmbo. Gemiddeld gaan in Nederland van de tien leerlingen er zes naar het vmbo. In deze buurt zijn bijna geen vmbo-scholen.

Het vmbo, zeggen ze alle vier, dwingt je om een beroep te kiezen.

Nora's neus gaat even omhoog, ze zegt vastbesloten: 'Ik weet al naar welke school ik straks ga.'

Daar staan Ezra en Texas van te kijken.

'Welke dan?'

'Het Barlaeus.'

Dat niet iedereen kan kiezen voor het gymnasium, snapt Nora best. 'Hoe slimmer je bent, hoe beter je school. Als je dom bent, ga je naar een school voor ja, voor domme kinderen. Zoals de mavo bijvoorbeeld.'

Maar Mila corrigeert haar: 'De mavo is niet alleen voor domme kinderen. Ook voor buitenlandse.' 'Nee', weet Nora, 'díe gaan naar de internationale school.'

Ezra en Texas kijken elkaar kort aan, verder niks. Ze zijn een kop kleiner dan die meiden, en zij weten bovendien nog helemaal niet naar welke school ze zullen gaan. Misschien naar de havo. Misschien naar het vmbo.

Texas heeft een broer op de havo, vertelt hij. 'Mijn broer doet voor de tweede keer havo 3. Als hij weer blijft zitten, moet hij naar het vmbo. Dat hebben ze niet bij hem op school, dus nu zoekt mijn moeder een andere school.' Zijn moeder wil graag dat Texas naar de havo gaat, vertelt hij. Als dat niet lukt, gaat hij eerst naar de theoretische leerweg van het vmbo en dan naar de havo. Met zijn bijlesjuf oefent Texas elke week voor de Cito-toets.

Bijlesjuffen

Het is mensen in het onderwijs een doorn in het oog: ouders willen hun kind zo hoog mogelijk in het middelbaar onderwijs. Of een school een leerling plaatst, hangt van twee dingen af: van het advies van de basisschool, en van de score op een onafhankelijke toets, zoals de Cito-eindtoets. Als scholen meer aanmeldingen dan plaatsen hebben - en dat geldt in Amsterdam voor alle scholen met een degelijke reputatie - moeten ze selecteren. Sommige scholen loten, anderen kijken nog eens naar de Cito-toets.

Mede daardoor is de Cito-toets steeds zwaarder gaan wegen. De score kan het verschil zijn tussen de havo en het vmbo. Als ouders bovendien menen dat de uitkomst is te beïnvloeden, dan staat het vervolg vast. Bijlesjuffen en handelaren in Cito-oefenmateriaal doen goede zaken.

De Citogroep, de organisatie die uiteenlopende toetsen ontwikkelt - zoals de Eind toets die veel wordt gebruikt in het basisonderwijs - doet alle moeite om het ouders duidelijk te maken: oefenen voor de Eind toets is onnodig. Het gaat om goed onderwijs, zegt de Citogroep, het gaat om inzicht en vaardigheden, drillen heeft geen zin. En: de toets is een middel en geen doel.

Maar ouders bleven oefenopgaven kopen. Soms wel duizend opgaven op één cd-rom. Aangezien die dvd's oefenopgaven voor de Cito-toets bevatten zonder dat het instituut Cito er iets mee te maken heeft, zag de Cito groep zich genoodzaakt te reageren. 'Als het dan moet, dan liever verantwoord', legt Citogroep-woordvoerder Windy Kwak uit. Sinds 2001 brengt de Citogroep 'speelleermiddelen' op de markt - materiaal om thuis met een spelletje taal, rekenen en wereld oriëntatie te verbeteren. Afgelopen jaar maakte de Citogroep de dvd Thuis in de Cito toets.

Dat is géén oefenmateriaal, kan Windy Kwak niet genoeg benadrukken. 'Het is voorlichting over de toets, waarbij honderd opgaven als voorbeeld worden gegeven.' Het is een lastig probleem voor de Citogroep. Doet ze niks, dan verkopen beunhazen materiaal ter voorbereiding op haar toets. Maar zou ze zelf oefenopgaven verkopen, dan lijkt het alsof ook deze gezaghebbende instantie oefenen aanmoedigt. En het tegendeel is waar. Kwak: 'Wij verwachten dat je door te oefenen onnodig veel spanning oproept.' Ook onderwijsdeskundigen benadrukken dat je door te oefenen de citotoets niet beter maakt.

Jacomine de Leeuw bestrijdt dat. Ze is directeur van Instituut De Leeuw, een centrum voor studiebegeleiding in Am ster dam. Wie oefent, zegt De Leeuw, scoort hoger. 'Dat lijkt dus verstandig. In werkelijkheid is het dramatisch. Een kind dat daardoor hoger wordt ingeschaald, loopt jarenlang op zijn tenen.' De Leeuw wordt vaak gebeld met de vraag of ze leerlingen traint voor de Cito-toets. 'Mijn antwoord is principieel. Nee.'

Huiswerkinstituten verdienen goed aan de angst voor het vmbo. Vijf middagen huiswerkklas kost 400 euro per maand. Jacomine de Leeuw bouwde in vijftien jaar haar bijles praktijk uit tot een instelling met alle deskundigen die nodig kunnen zijn om een kind met leermoeilijkheden te helpen. Haar leerlingen zitten zowel op het vmbo als op het gymnasium. Bij faalangst en motivatieproblemen wordt langs neurolinguïstische of psychotherapeutische weg gezocht naar oorzaken. Wie moet leren studeren komt op huiswerkbegeleiding. Voor wiskundebijles - de meest gevraagde ondersteuning - is er een wiskundeleraar.

De Leeuw kent de ambitieuze ouders die hopen dat de schoolcarrière van hun kind maakbaar is, het zijn haar klanten. Menig ouderpaar komt als hun kind met de brugklas begint. 'Vaak hebben ze zelf een academische opleiding en dat gunnen ze hun kind ook. Dat snap ik. Maar er is toch echt een grens aan de hulp die je moet inzetten om een kind door de havo of het vwo te wurgen. Als blijkt dat je kind andere talenten of capaciteiten heeft, moet je dat accepteren.'

Steeds meer kinderen hebben faalangst. Dat merkt niet alleen Instituut De Leeuw, ook docenten op verschillende scholen in het basis- en voortgezet onderwijs.

Als Bredero-directeur Hubert Schakenbos die toegenomen faalangst bij leerlingen wil verklaren, praat hij over de ouders. 'Die stuwen de zaak op. Ze maken zich enorm druk om de kansen van hun kind, en ze streven bij voorbaat naar het hoogste niveau.' Schakenbos kan het wel begrijpen. School, zegt hij, is steeds meer de instelling geworden waar maatschappelijk succes lijkt te worden verdeeld. Maar ouders zitten krampachtig vast aan het idee dat de schoolcarrière beslissend is voor dat succes.

Juist die veronderstelling doet kinderen kwaad. Schakenbos: 'Het is een groot probleem dat ouders zo onzeker zijn. Leerlingen nemen die onzekerheid over. Tel daar de hooggespannen verwachtingen en het alles-of-niets-gevoel bij op, en een kind moet haast wel faalangstig worden.'

Kerstrapport

Onzeker is ze inderdaad, de moeder van Texas. Wanhopig haast. Marisa Angel wou maar dat ze vanaf het begin zo alert was geweest als ze nu is, want: 'Met mijn eerste kind is het mis gelopen.' De oudste zoon van Angel is 'een havo-leerling die zijn best niet doet'. In groep acht van de basisschool maakte hij de Cito-toets veel slechter dan verwacht. Daardoor, zegt Angel, kon hij niet op een van de uitstekende scholen in de buurt. 'Het is vechten om op een goeie school te komen.' Uiteindelijk kon hij naar de havo, op wat andere ouders 'een rotschool' noemden. Hij deed havo 3 over, en afgemeten aan zijn kerstrapport zou hij opnieuw blijven zitten. De consequentie: een stapje terug, naar het vmbo.

En dat wil ze tot elke prijs voorkomen. Angel: 'Met vmbo heb je nulkommanul. De opleiding stelt niks voor. Op het vmbo zitten ongemotiveerde leerlingen en dus ook ongemotiveerde leraren. Het zijn veel te grote scholen met een hoop agressiviteit.' Het vmbo, zegt Angel, zou voor haar zoon die nu al een motivatieprobleem heeft, een ramp zijn.

In de buurt, in Amsterdam-Zuid, is eigenlijk geen enkel geschikt vmbo. Haar zoon zelf heeft een school in Amsterdam-Oost op het oog, maar dat ziet Angel niet zitten. 'Op die school zitten bijna alleen Turken, Marokkanen en Koerden. Dus ik doe alles om mijn kind op de havo te houden.' Angel is gaan praten op school en ze heeft haar zoon op huiswerkklas gezet. Als dat niet werkt, is haar laatste uitweg een privé-school.

Door schade en schande wijs probeert ze 'Texas aan een goeie start te helpen'. Angel: 'Als hij die Cito-toets niet onnodig slecht maakt, kan hij daar in elk geval niet op worden afgerekend.' Angel is ervan overtuigd dat Texas dan meer kans maakt dan zijn broer om op een goeie school te komen. 'Daarom heb ik de bijlesjuf gevraagd om Cito-toetsen met hem te oefenen.' Als het lukt om Texas op de havo te krijgen, heeft Marisa Angel nog een les geleerd: 'Meteen op huiswerkklas. Vanaf dag één tot zijn diploma.'

Natuurlijk heeft Marisa Angel zich afgevraagd of ze haar kinderen niet te veel onder druk zet. 'Als dat zo is, dan merk ik dat wel. Ze kunnen altijd nog een niveau omlaag. Maar ik ga ze niet om die reden nu al op een ongemotiveerde school zetten.' Angel ziet haar onverzettelijkheid als een tegenreactie op haar aanvankelijke vertrouwen 'dat het met die schoolkeuzes allemaal wel zou meevallen'. 'Ik vind het dus helemaal niet meevallen. Het valt me vies tegen.'

Statusangst

De moeder van Texas schetst het beeld waar ook Hubert Schakenbos mee te maken heeft. Hij weet wat de gemiddelde Nederlander denkt van het vmbo. Schakenbos: 'Het afvoerputje waar het uitschot bijeendrijft'.

Dat imago komt niet uit de lucht vallen, zegt Schakenbos. 'Leerlingen met leer- en gedragsproblemen die vroeger in speciaal onderwijs zaten, zitten nu op het vmbo.'

Deze groep veroorzaakt inderdaad problemen, maar precies om die reden is er voor hen een gescheiden traject met veel extra begeleiding. Schakenbos heeft het dan over 'indicatiestelling' - wat betekent dat de school twee keer zo veel geld voor een leerling krijgt, over 'leerwegondersteunend onderwijs' en over 'zorgstructuren'. Kortom, de echte probleemleerlingen zitten weliswaar op het vmbo, in de praktijk zijn ze meestal gescheiden van de 'gewone' vmbo-leerlingen.

Een daadwerkelijk probleem is de schaalvergroting. Grote scholen voelen onveilig. Daarom richten steeds meer onderwijsinstellingen hun ruimte zo in, dat binnen de school weer kleinere, overzichtelijke scholen ontstaan. Een ander feit is dat op de vmbo's in grote steden 'relatief veel gekleurde leerlingen zitten'. 50 Procent of meer, schat Schakenbos. 'Aan het vmbo kleeft het negatieve imago van allochtonen.'

Gaat het daarentegen over het onderwijs, dan is Schakenbos zeker van zijn zaak: het is goed beroepsonderwijs, veel docenten en leerlingen zijn enthousiast, en juist hier wordt op een vernieuwende manier onderwijs gegeven.

'Een leerling die op zijn twaalfde graag in de boeken zit, kan beginnen op het vmbo en van daaruit doorgroeien. Ook naar de universiteit.' Sterker nog, zegt Schakenbos, vaak is iemand langs deze weg beter opgeleid. De doorstroom van mavo of vmbo-t naar havo was altijd al moeilijk.

Maar, vraagt Schakenbos, wat weerhoudt ouders er dan van hun kind naar het vmbo te sturen? Hij geeft zelf het antwoord: statusangst. De mavo was een respectabele opleiding. Het vmbo is dat niet. Maar de inhoud van het vmbo legitimeert die afkeer niet, en daarom pleit Hubert Schakenbos voor een rigoureuze ingreep: 'Hef de theoretische leerweg op.'

Zijn argument: het is een illusie te denken dat je kind na het vmbo-t naar de havo zal gaan. Per jaar stroomt 6 procent van vmbo-t naar de havo. Daarvan haalt de helft een havo-diploma. Dat was vroeger net zo weinig. De middenkaderopleiding, vmbo-k is een prima opleiding. Van daaruit stroom je goed door naar het mbo. Door de theoretische leerweg af te schaffen, bevrijd je ouders van een droombeeld. En dat zal de kinderen ten goede komen, verwacht Scha ken bos. 'Als ze nu met hangen en wurgen hun diploma halen, kotsen ze voorgoed van school.'

Ruige sfeer

Op het Amsterdams Lyceum zit Bas in havo 2. Hij wist dat hij het op de havo moeilijk zou krijgen. Bas is dyslectisch. Op de basisschool waren zijn cijfers ook laag genoeg om aan het vmbo te denken. Dat deed hij, en hij besprak het met zijn ouders.

Bas wilde 'per se niet' naar het vmbo. 'Ik had er slechte verhalen over gehoord', vertelt hij. En ook Bas somt op: agressie, geweld, een slechte sfeer. 'Er is veel racisme en discriminatie', zegt een medeleerling. 'Van gekleurde tegenover witte leerlingen.' Het Amsterdams Lyceum in Zuid is daarentegen een school waar ouders van dromen.

Maar Bas is 180 graden gedraaid. Als aan het eind van het jaar zijn cijfers onvoldoende zijn om over te gaan, stapt hij over naar vmbo 3. Met die ruige sfeer zal het wel meevallen, verwacht Bas.

Wat heeft hem op andere gedachten gebracht? Bas, nu 14: 'Ik heb ontdekt welke richting ik uit wil. Nu ik weet dat ik hotelmanager wil worden, hoef ik niet op de havo te blijven. Dat kan ook via mbo en hbo. Ik heb geen zin onnodig op mijn tenen te moeten lopen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden