Bloesems van kunst en protest

Terwijl in het centrum van Peking gesloopt wordt, worden elders fabrieken in dorpen voor kunstenaars omgetoverd...

Het oude centrum van Peking vertoonde in 1950 nog grote gelijkenis met dat uit de tijd van de Qing-dynastie. De toenmalige burgemeester van Peking, Peng Zhen en voorzitter Mao ‘keken samen uit over die oceaan van groen en stilte, en Mao had vol geestdrift gezegd: stel je eens voor, als wij goed bezig zijn, zullen we van hier uitkijken op een woud van fabrieksschoorstenen’.

Zo is het niet precies gelopen, maar wel hebben Peking en de Chinese samenleving in de periode tussen 1950 en het Olympische jaar 2008 een ongekende gedaantewisseling ondergaan. De Belgische journalist Sus van Elzen beschrijft in De draak en de rozentuin hoe een groot deel van de Pekingse binnenstad recentelijk met de sloophamer te maken kreeg. Er zijn echter geen fabrieksgebouwen in de plaats gekomen voor de hutongs (traditionele lanen met laagbouw rond binnenplaatsen), maar winkels, moderne flats en chique woningen.

De oorspronkelijke bewoners vertrekken noodgedwongen naar hoogbouw in verre buitenwijken. Gewend als ze zijn aan een autoritaire overheid, verhuizen de meeste getroffenen zonder te morren. Slechts een enkeling waagt het erop zich te verzetten.

Zoals Zhang Jinli, die eind 2004 vernam dat de gemeente de straat wilde verbreden en dat ook zijn eethuis daarvoor zou moeten wijken. Bij zijn protest kreeg hij steun van een bekende kunstenaar, Ou Ning, die hem een videocamera gaf waarmee hij filmde hoe politieagenten de spandoeken met leuzen kwamen weghalen die hij in zijn restaurant had opgehangen. Geholpen heeft het niet, op 14 maart in 2006 werd het pand gesloopt.

De anekdote is tekenend voor de fase waarin de verhouding tussen de Chinese autoriteiten en politiek actieve burgers – onder wie vanouds veel kunstenaars – verkeert. Momenteel lijkt er niet zozeer sprake van een ‘titanenstrijd’ tussen regime en kunstenaars, zoals de ondertitel van Van Elzens boek suggereert, maar veeleer van een af en toe opflakkerende guerrillastrijd, waarbij van de kant van de kunstenaars mogelijkheden worden uitgetest en grenzen afgetast.

De beschrijving van de manier waarop de relatie tussen het communistische regime en de kunstenaars zich heeft ontwikkeld, is het interessantste deel van De draak en de rozentuin. Het kost daarbij wel moeite om de rode draad vast te houden, omdat Van Elzen zich geregeld verliest in de details van de lotgevallen van een bepaalde wijk van Peking of in uitvoerige schetsen van kunstenaarsdorpen.

In grote lijnen komt het verhaal van de kunstenaars in China erop neer dat ze zich sinds de dood van Mao in 1976 geleidelijk hebben kunnen ontworstelen aan politieke dictaten. In Mao’s Volksrepubliek stonden de kunsten en hun beoefenaren helemaal in dienst van het streven naar een nieuwe samenleving en een Nieuwe Mens.

Tijdens de Culturele Revolutie (1966-1973) was China het toneel van een onvoorstelbare terreur en culturele destructie. Boeken en andere voortbrengselen van de oude ‘burgerlijke’ of ‘feodale’ cultuur gingen in vlammen op en miljoenen mensen verloren het leven terwijl Rode Gardisten – opgehitste studenten en scholieren – voortraasden. Na enkele jaren van deze massaterreur stuurde Mao de onhandelbaar geworden Gardisten naar het platteland om ze door de boeren te laten ‘heropvoeden’.

Niet lang na de dood van Mao keerden evenwel de kansen. De nieuwe partijleider Deng Xiao Ping maakte een begin met zijn ‘vier moderniseringen’ en met het introduceren van een ‘socialisme met Chinese karakteristieken’, wat neerkwam op het invoeren van een markteconomie onder de strakke leiding van de communistische partij.

Pogingen van kunstenaars en intellectuelen om een ‘vijfde modernisering’, namelijk democratie, te introduceren, zijn tot nu toe mislukt. Al is de repressie na het bloedbad op het Tiananmenplein in 1989 milder geworden, menig kunstenaar heeft toch de conclusie getrokken dat in China tegenwoordig alles kan ‘behalve politiek en pornografie’.

Maar dat kan veranderen, hoopt Van Elzen, en de meeste kunstenaars met wie hij sprak zijn het met hem eens. Anet Bleich

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden