Bloemkoolwijken (2)

Ik ben groot geworden in een bloemkoolwijk. Dat wist ik niet totdat Gert Middelkoop het zei, de planoloog die onderzoek doet naar bloemkoolwijken....

Bloemkoolwijken heten zo omdat ze de vorm hebben van een bloemkool. Het zijn de patchworkwijken van de jaren zeventig en tachtig, toen iedereen gezellig aan het woonerf moest. Dorpser wonen, meer tot elkaar komen – sociale cohesie, weet je wel. Iedere generatie zijn eigen stedebouwkundige mode: de bloemkoolwijken waren een warm antwoord op de koude van de jaren zestig.

Getuige het notitieblok waarin ik de opmerkingen van Gert noteerde, is de bloemkoolwijk de nieuwe achterstandswijk. ‘Waardeontwikkeling twijfelachtig’, schreef ik op. ‘Vlucht hogere middenklasse. Technisch goed, maar vage sociale processen. Kwetsbaarheid. Rotte plekken eruit snijden. Stoeptegels versleten. Leegstand winkelcentra. Rare hoekjes = criminelen.’

Toen ik er kwam wonen, was mijn bloemkoolwijk hagelnieuw. De straten droegen er, heel hip, geen namen maar nummers, zodat buitenstaanders er hopeloos verdwaalden.

Ik woonde op 37-21. Mijn beste vrienden woonden op 37-40, 35-12 en 80-82. Om elkaars huizen te bereiken stond ons een duizelingwekkend doolhof ter beschikking van stegen en pleintjes en schelpenpaden, dat uitstekend dienst deed omdat we spionnen waren van een geheime club. Vanuit het kreupelhout dat onze huizen omringde, konden we eenvoudig andere huizen observeren. Ook lieten we er met onzichtbare inkt geschreven boodschappen achter.

Eenderde van alle Nederlandse huizen, zei Gert Middelkoop, staat in een bloemkoolwijk. Dat is zorgelijk. Ik vroeg hem waar ik heen moest om het verval te zien, en hij noemde de wijk van mijn jeugd.

Ik reed erheen. Mijn spionnenpaadjes waren sociale valkuilen geworden, mijn speeltuinen kernen van overlast. Tussen de huizen moesten zich vage sociale processen afspelen; in mijn notitieblok noteerde ik: ‘mannen met trainingspakken’, ‘groen uitgeslagen schuttingen’, ‘vage plukjes groen’.

Tegelijk gloeide er een gevoel van heimwee. Ik voelde me een spion in mijn eigen verleden, en probeerde stiekem een schommel uit. Op die schommel was niets aan te merken.

Thuis las ik een ander onderzoek naar bloemkoolwijken, van de geografe Patricia Eenink. Van buurtverval was haar niets gebleken. De huizen stonden er puik bij. Ze had zelfs een vorm van sociale cohesie ontdekt op straat, en concludeerde dat de enige bedreiging van de bloemkoolwijken lag in negatieve berichtgeving erover.

Ik keek door het raam van mijn nieuwbouwhuis naar buiten en zag de stedebouwkundige mode van de jaren tien. Ik zag kubusvormige woonplekken en geometrische binnentuinen, lineaalstrakke straten en waanzinnige glazen wanden.

Het zakelijke antwoord op de gezelligheid van toen.

Het lijkt me niet moeilijk te bedenken hoe de planologen daar over twintig jaar naar kijken. Nu nog een naam – Legowijken?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.