Column

Bloemetje na afloop? Ja, buiten in een perk

Waarom Nederlandse theaters nimmer als Hollywooddecor zullen dienen.

Beeld anp

Zaterdag j.l. deden wij Theater De Reehorst aan, in het pittoreske Ede. Wij, dat zijn ook dit seizoen Liesbeth List en ik met ons two-womenprogramma Tandem. Ja, lieve mensen, al vergt dit Mooie Malle Vak veel, zo niet alles van ons uitvoerende artiesten, thuis zitten kan altijd nog! Wij weten van geen ophouden; Heintjes Davids tot we erbij neervallen!

Soms letterlijk, want de meeste theaters zijn niet echt artiestvriendelijk. Wie zich door een wirwar van schaarsverlichte gangen langs leuningloze trappen backstage waagt, dondert voor zij het weet in een echt zwart gat.

De meeste kleedkamers zijn opgetrokken uit hardboard, triplex, formica of ander onedel materiaal, met gebarsten wastafels en spiegels met het weer erin. Deze Oost-Europese hokken, die in niets lijken op de weelderig gestoffeerde artiestentoevluchtsoorden die je wel in films ziet, zijn hetzij gevestigd in de catacomben, hetzij in de nok van zo'n theater, in elk geval zo ver mogelijk verwijderd van het toneel. Om onze kunsten te vertonen moeten we een aantal trappen op en af strompelen. En dat is geen sinecure als je elke keer verkleed en wel je ongeschonden opwachting wilt maken.

Ook op het menselijk vlak is het meer dan eens behelpen. Een rode loper is misschien overdreven, maar een beetje ontvangst is toch niet te veel gevraagd. Al wie ik in Ede heb gezien, geen directeur. En een bloemetje na afloop? Ja, buiten in een perk. Want die Reehorst staat in een prachtige omgeving. Ik waande me in een psychiatrische kliniek. Omdat ook hier een steil trapje naar de kleedkamers leidde, hadden wij de kantine, nog enigszins in de buurt van het toneel, ingericht als onze uitvalsbasis.

Met ons kleinezaalprogramma stonden wij in een veel te grote zaal met een zo uitgestrekte toneelvloer dat we er bijna in verzopen. Wij zijn te klein voor servet en te groot voor tafellaken, zodat er soms te veel mensen komen voor een kleine zaal en te weinig voor een grote. Niets zo uitputtend als optreden voor een publiek dat eilandjesgewijs over een zaal verspreid zit. Na de pointes van mijn monologen kon je, in plaats van een bevrijde lach, een speld horen vallen. En La List, die gewend is landurig te worden toegejuicht, moest meer dan eens genoegen nemen met een waterig applausje.

Nu ik dit stukje overlees, vind ik het behoorlijk zuur. Terwijl we die avond onderling juist zo veel hebben gelachen, zeker in de auto op weg naar huis.

Na afloop hadden wij nog even contact met wat mensen uit het publiek. Die bleken toch weer laaiend enthousiast. Een bejaarde dame die Liesbeth onder complimenten had bedolven kwam zelfs, al met één been buiten de deur, speciaal voor mij nog even terug: 'U was ook leuk, hoor, mevrouw Koster.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden