Bloemenwal tegen insectenvraat

In de Hoeksche Waard wordt een nieuw soort gewasbescherming getest. Bloemenstroken lokken roofinsecten. En die vreten schadelijke beestjes op...

In een stille uithoek van Nederland - in de Hoeksche Waard, niet ver van Rotterdam - zoekt Anita Dulos naar beestjes in een groot tarweveld. De getrainde ogen van de milieukundige speuren naar de grote graanluis en de vogelkersluis.

Langs de akker loopt een opvallende, drie meter brede baan met bloeiende planten en kruiden: witte boekweit en koriander, blauwe korenbloemen en komkommerkruid, gele dille. Verderop staat nog zo'n bloemenrand bij het aardappelveld van teler Cees Schelling. Hier knalt de rode klaproos eruit en is een verdwaalde zonnebloem opgeschoten.

Is deze perceelversiering bedoeld om de ogen van voorbijgangers te strelen? Wil de Hoeksche Waard zich bloemrijk presenteren als tegenhanger van de verderop gelegen Rotterdamse haven?

Niets van dat al. In deze verstilde regio is een grootschalig driejarig experiment begonnen, gefinancierd door de ministeries van Landbouw en van Milieu en landbouworganisatie LTO. Entomologen werken samen met boeren om insectenplagen op een biologische manier te bestrijden.

Dr. Felix Wäckers van het Nederlands Instituut voor Ecologie in Heteren weet alles van het gedrag van de sluipwesp, een insect dat al heel succesvol in tuinderskassen wordt ingezet om vraatzuchtigeinsectenplagen te lijf te gaan.

Maar hoe krijgt een boer in de monocultuur van de moderne landbouw sluipwespen of andere roofinsecten zoals zweef- en gaasvliegen of lieveheersbeestjes, zo ver dat ze hem komen verlossen van de plaaginsecten op tarwe, aardappelen en spruitkool?

Door voedsel aan te bieden, stelt Wäckers. 'Een sluipwesp houdt het in een monocultuur twee dagen uit zonder bloemen of andere suikerbronnen. Maar als er bloeiende planten staan, kan die wesp twee maanden voort en honderden rupsen, belagers van spruitkool, aanpakken.'

Nectar

Niet bij alle bloemen ligt de nectar voor het oprapen, soms is die diep weggestopt. Daarom is het zaak voor sluipwespen of roofinsecten toegankelijke bloemen in te zaaien. De kruiden in de Hoeksche Waard zijn hierop geselecteerd.

Eenmaal gelokt en gelaafd aan de zoete nectar vliegen de roofinsecten naar de omliggende gewassen om plaaginsecten uit te schakelen. De sluipwespen vallen de rupsen aan die spruitkoolblad aanvreten, zoals het koolwitje en het koolmotje. Andere sluipwespen verslinden net als gaas- en zweefvliegen en lieveheersbeestjes de luizen op tarwe en aardappelen.

'Dat is in wezen een wreed toneel', zegt Wäckers. 'De sluipwespen droppen hun eieren in de luizen, die vervolgens van binnenuit door de larven worden opgegeten. De harde huid van de luis blijft op het gewas achter als een onschadelijke cocon, een mummie.'

De eeuwige cirkelgang van eten en gegeten worden wordt bij deze biologische bestrijding nuttig toegepast. De gifspuit kan in de kast blijven - prettig voor het milieu.

Bij de spruitjesvelden, grappend de spruitkoolboulevard genoemd, onderzoeken Felix Wäckers en biologiestudente Sara Mulder de belagers van de koolplant. 'Ik heb moeite een luis te vinden', zegt Mulder. 'We komen nog weleens luizen tegen maar die blijken merendeels door sluipwespen geparasiteerd en worden zo goed onder de duim gehouden', zegt Wäckers.

Aan de andere kant van de spruitkool zijn voor het experiment tuinbonen ingezaaid. Ze produceren nectar op hun blad waar sluipwespen en rovers zoals gaasvliegen zich nog weleens op willen storten. Zo wordt de tuinboon een broedkamer voor de gaasvlieg, waar zich grote populaties kunnen ontwikkelen. Ze moeten dan natuurlijk wel verkassen naar de omliggende akkers om de boer van de insectenplaag af te helpen. 'Als ze maar tussen het nectar blijven hangen, kunnen de bonen worden 'Als het werkt, hoeven we straks minder te spuiten. En dat scheelt in de kosten' gemaaid. Dan zijn ze wel gedwongen over te gaan', zegt Wäckers.

Een klein hoekje bij de spruitkool is afgezet met barbarakruid. Dat heeft weer een heel andere functie. Het kruid trekt koolmotjes aan. Als het koolmotje de keuze heeft tussen koolplant of barbarakruid, kiest hij de laatste. De mot legt er eieren, maar die komen op deze plant niet tot ontwikkeling. 'Dat is dus een doodlopende weg en daarmee een effectieve manier om de plaagdruk te reduceren.'

Overwinteren

Om de meeste akkerranden staan eenjarige planten die tegelijk met het gewas worden ingezaaid. Na de oogst verdwijnen dus ook de bloemen van deze akkerranden. Daarom zijn door het hele gebied stroken gras ingezaaid waarin de roofinsecten de winter kunnen doorkomen. In de buurt staan ook bosjes waar vliegende roofinsecten in de kou kunnen overwinteren.

In de woonkeuken vertelt Cees Schelling dat hij het experiment op zijn bedrijf ziet als een stap naar duurzamer landbouw. 'Ik ben hoopvol gestemd, maar voor conclusies is het nog te vroeg. Als het werkt, wordt het ook economisch interessant, omdat er dan minder gespoten hoeft te worden. Dat scheelt in de kosten.' Schelling houdt nog wel de gewasbeschermingsmiddelen achter de hand, voor het geval de biologische bestrijding onvoldoende werkt.

De boer ging overstag toen bleek dat de aardappelluizen moeilijk te bestrijden waren met gangbare, chemische middelen. 'Dat is zo'n moment dat je overstapt naar biologische bestrijding.'

Helemaal gerust op de heilzame werking is Schelling niet. 'Die bloemrijke akkerranden kunnen ook een goed milieu scheppen voor vraatzuchtige beesten die we niét willen hebben. Slakken bijvoorbeeld, en de emelt, de larve van de langpootmug, die wortels van suikerbieten vreet. We zitten ook niet te wachten op de ritnaald, de larve van de kniptor, die putten maakt in de aardappelknollen.'

Wäckers verwacht niet dat het zo'n vaart loopt met de emelt en ritnaald, die vooral spelen bij grasrijke randen. En de slakken kunnen met wormpjes bestreden worden. Maar Schelling zegt: 'Dat lijkt op het verleggen van het probleem. Zo blijven we aan de gang.'

Door lukraak voedselbronnen te introduceren, bestaat het risico dat de plaag verergert in plaats van verbetert. Vlinders als koolwitjes vinden nectar ook aantrekkelijk, wat kan leiden tot plagen in kool.

Door de suikerbehoefte van roof- en plaaginsecten te onderzoeken, wordt het mogelijk eventuele selectieve voedselbronnen te identificeren, die door de natuurlijke vijand wél, maar door het plaaginsect niet worden gebruikt.

'Bij kool konden we aantonen dat zo'n selectiviteit haalbaar is. Diverse natuurlijk voorkomende suikers bleken ongeschikt voor het koolwitje, maar uitstekend geschikt voor de sluipwesp die de rupsen van het koolwitje aanvalt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden