Bloedverwant

Filmmaker Jim Jarmusch over zijn fascinatie voor 'ruïneporno' en buitenstaanders. En over de moeizame totstandkoming van zijn vampierfilm Only Lovers Left Alive.

De stem van de filmer, doorgaans sonoor, klimt een octaaf of twee. 'O man! Ik wéét niet waarom. Waarom zijn we hier? Waarom is dit in Cannes en niet in Nice? Waarom, waarom, waarom.'


Waarom, zo luidde de vraag, wonen de vampiers in Jim Jarmusch' nieuwe speelfilm Only Lovers Left Alive, nu juist in Detroit en Tanger, twee steden in verval?


'Heb jij een beter idee? Had je een andere stad verwacht? De film moet je dat vertellen. Je moet voelen wat ik voel. Als je dat niet doet, dan zijn mijn woorden van geen betekenis. Dít is waarom ik de pers mijd. Dit is waarom ik hier in Cannes dus ook maar één keer opdraaf om met jullie te spreken.' De filmpers, in een Franse strandtent als een half schoolklasje om Jarmusch heen geposteerd, kijkt bedrukt. Sorry, zegt de vraagsteller.


Jarmusch, in spijkerjasje en met robuust opstaand witgrijs haar, dat ook op zijn 60ste nog contrasteert met zijn vrijwel rimpelloze, jeugdige gezicht, wuift de excuses goedmoedig weg. 'Nee, nee. Het is een voor de hand liggende vraag. Ik zou 'm zelf ook stellen, maar ik kan 'm niet beantwoorden.'


Eerlijk is eerlijk, de journalisten waren gewaarschuwd, door de persagent: Jim wil praten, maar hij doet niet aan zelfanalyse. Vraag hem alles, maar niet waarom. Tom Waits, die in meerdere Jarmuschfilms optrad, zei het ooit zo, in The New York Times: 'De sleutel tot Jim is dat hij grijs werd op zijn 15de. Onder tieners voelde hij zich een immigrant. Hij is de vreemdeling, altijd geweest ook. Daar gaan al zijn films over.'


Jarmusch de buitenstaander. Zo bezien passen vampiers naadloos in zijn oeuvre. 'Vampiers zijn outsiders', erkent de filmer. 'En de romantische dichters die de vampiers binnenhaalden in de Engelse literatuur waren zelf ook outsiders. Daarbij houd ik ook van vampiers omdat ze sterk zijn vervlochten met de filmgeschiedenis. Murnaus Nosferatu (1922) behoort tot het mooiste wat ooit is gemaakt, net als Vampyr van Dreyer (1932). En dan heb je nog films als El Vampiro, in het Mexico van de jaren vijftig of die lesbische vampiers, wat dan eigenlijk weer een subgenre is. En steeds wordt er iets toegevoegd aan de mythologie: punttanden, knoflook, kruis, daglicht, houten staaf, dat kwam er allemaal pas later bij.


'Wat ik zelf toevoeg? Mijn vampiers dragen handschoenen, tegen het licht. Mooie rijhandschoenen. Hmm. Als ik dat zo zeg, klinkt het wat lullig. Het zal wel iets seksueels zijn, denk ik, die handschoenen. Toen ik het scenario schreef, werd ik me erg bewust van hun kwetsbaarheid. Stel je voor: je moet mensen bijten of doden, om te kunnen bestaan. Ik dacht: kun je überhaupt zomaar aan iedereen knagen? Hoe weet je dat je goed bloed hebt? Gewoon een voorbijganger bijten, dat is alsof je op straat drugs koopt - je weet niet wat je krijgt. In mijn film sterft een vampier van het drinken van slecht bloed. Ja, dat kan, vind ik. Vampiers leven lang, maar zijn niet onsterfelijk. Ze zijn fragiel, bleek, dun.'


Zoals junkies? Zoals kunstenaars?


'Ik denk dat ik het daar mee eens zou kunnen zijn, als een soort metafoor.'


In Only Lovers Left Alive, te zien op het International Film Festival in Rotterdam (IFFR) en eerder in wereldpremière op het Filmfestival van Cannes, worstelt vampier Adam (Tom Hiddleston) met een depressie. Ooit trok hij op met de groten der aarde, van Shelley tot Schubert. Nu woont hij als kluizenaar in afbraak-Detroit, waar fans naar hem speuren, vanwege zijn legendarische reputatie als underground-gitarist. Adams eveneens eeuwenoude echtgenote Eve (Tilda Swinton) woont in Tanger, een van de laatste aangename hangouts voor hun soort, en stapt op het vliegtuig om haar man op te beuren.


Jarmusch strekt zijn rug. 'Waarom Tanger. Oké. Ik zal je vertellen wat er zo geweldig is aan Tanger. De mensen daar kijken nergens van op. Hippies, punks, homo's, vreemde lui - het stoort ze niet. Het is een hasjiesjcultuur, terwijl ik intussen juist ben uitgekeken op alcoholculturen. New York, Europa: alcoholculturen. Maar Tanger, ik zou er kunnen leven, denk ik. Als ik er rondstruin, roept ook niemand: kijk die man heeft raar haar. Dat doet me denken aan toen ik jong was en naar New York trok, omdat ik daar vrij kon zijn. Ik kon de straat op in een tutu, met clownspruik en op hoge hakken en dan zei men hooguit: o, ik heb wel gekker gezien. Het maakte ze niks uit, toen. Dat is veranderd. New York staat nu voor een bedrijfscultuur, voor rijke mensen, voor...'


Jarmusch valt even stil. 'Blablabla, ik praat als een idioot. Zie je wel dat ik dit niet moet doen?'


Maar over die andere stad die dient als decor in zijn film, het ernstig door de crisis getroffen Detroit, wil hij dan toch nog wel iets kwijt. 'Kennelijk voel ik me aangetrokken door troosteloze, verlaten plekken. Een tijd lang dacht ik dat die voorkeur een gebrek van me was, die neiging schoonheid te zien in verwoesting. Misschien is het omdat ik opgroeide in Ohio, een postindustrieel gebied. Die esthetiek zit in me, in mijn bloed. Ook de Lower East Side, de wijk waar ik woonde toen ik naar New York verhuisde omdat ik geen geld had, heeft me visueel gevormd: de junkies, het vuil. Het grappige is: in Detroit noemen ze het ruïneporno, al die fotografen die zich komen vergapen aan de vervallen, leegstaande gebouwen. Die term is daar echt ingeburgerd: o, jullie komen voor de ruïneporno? Maar soms is het ook gewoon adembenemend mooi. Je kijkt naar iets dat bijna weg is, uiteen valt.'


Het kostte Jarmusch grote moeite het rond de 7 miljoen dollar gebudgetteerde Only Lovers Left Alive van de grond te tillen, omdat eventuele financiers voortdurend wegvielen. 'Ik heb me in de schulden gestoken om deze film te kunnen maken. Geld interesseert me niet: pff, geld is vervelend, arbitrair, imaginair.'


Jarmusch ging, ook toen hij wekelijks lucratieve hollywoodaanbiedingen kreeg, nooit in zee met filmstudio's die wilden morrelen aan zijn zeggenschap. 'Gelukkig had ik Tilda, die nooit opgaf. Tilda is de Boheemse godin van onze tijd.' Swinton speelde eerder een bijrol in Jarmusch dramatische komedie Broken Flowers (2005), zijn laatste kassucces. 'Elke keer als ik haar belde dat de productie wéér niet doorging, reageerde ze even monter: o, dan was het de juiste tijd nog niet, dus dat is eigenlijk goed nieuws!'


Dat de financiering voor onafhankelijke filmers rap verandert, merkt Jarmusch ook aan zijn geplande documentaire over The Stooges, de punkband van vriend Iggy Pop. 'Ik wil dat op mijn eigen manier doen, een beetje poëtisch enzo. Ik heb er inmiddels al zo'n 35 duizend dollar eigen geld ingestoken, maar nu heb ik geen geld meer. Dus ik ben ik op gesprek gegaan bij financiers, in Engeland. Die wilden best bijspringen, op voorwaarde dat zij de film dan mochten bewerken. Ik was geschokt, zoiets heb ik nog nooit meegemaakt. Ik kén de Stooges, ik heb al prachtig materiaal over ze gedraaid. Nu vraag ik een beetje geld en dan wil je dat ik de controle uit handen geef. Echt? Is dat hoe het gaat?'


De documentaire ligt nu even op de plank.


Jarmusch, die altijd veel optrok met musici, profileert zich tegenwoordig ook als zanger van het psychedelische noiserocktrio Sqürl. 'Eerst noemden we ons Bad Rabbit, maar er waren al zo veel bandnamen met Rabbit erin, dat we zijn overgestapt op Sqürl, eekhoorn. Ik kom net ingevlogen uit Zwitserland, waar we optraden.' De recensies waren vernietigend, merkt een Zwitserse journalist op. 'Oja? Wel, er is niks tegen écht slechte recensies.'


De vampiers in Only Lovers Left Alive zijn uitzonderlijk gecultiveerd en een tikje snobistisch; de optelsom van vijf à zes levens gevuld met literatuur, muziek, kunst. 'Dat leek me voor de hand liggend. Als je honderden jaren leeft, absorbeer je zo veel mogelijk kennis. Zo niet, dan ben je een zombie.'


Zelf noemt hij zich een 'trotse dilettant'. 'Ik ben een obsessieve cinefiel, ik verslind boeken, ik studeer muziek, ik ben amateurmycoloog: ik identificeer paddestoelen en probeer Noord-Amerikaanse vogels en planten te herkennen. Weet je, er is zo veel wat me boeit. Van schilderijen tot brugontwerpen, maar ook wetenschappelijk uitvindingen. Wow! De Hubble-telescoop, het vastleggen van het menselijk genoom. O man! Ik word 's ochtends wakker en dan denk ik: Higgs, Higgs! Ze gaan vandaag die deeltjesversneller gebruiken! Maar het kan ook een prachtig undergroundhiphopliedje zijn, waar ik zomaar tegenaan loop. Wow, niemand heeft de beat ooit zó op z'n kop gezet. Er is nog zoveel om van in vervoering te raken.'


Aan het slot van het interview maakt Jarmusch een lichte, hoffelijke buiging naar zijn gehoor. 'Jullie accepteerden dat ik mijn film weiger te analyseren. Dus ben ik niet weggerend. Dank u, dank u allen.'


Extra: Rotterdamse link

Jim Jarmusch groeide op in Ohio, bracht als student (literatuur) tien maanden door in Parijs, waar hij in het filmmuseum aldaar (de Cinémathèque Française) het werk van de grote Japanse en Europese regisseurs ontdekte. Zijn debuut Stranger Than Paradise (1980) werd vertoond op het IFFR, waar Jarmusch de Nederlandse cameraman Robbie Müller aansprak, met wie hij vervolgens jarenlang zou samenwerken (onder meer Down By Law, Dead Man). Ook voor Only Lovers Left Alive werkte Jarmusch met een Nederlander: muzikant Jozef van Wissem, die in Cannes een prijs won voor zijn filmmuziek. Van Wissem, die in Brooklyn woont, zal 29 januari optreden bij een van de vertoningen van Only Lovers Left Alive.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden