Bloedmooi

Oorlog is gruwelijk, maar - mits ver genoeg van huis gevoerd - ook amusement. 'De kijker houdt van actie en live beelden.' Waarom wij kijken....

Afgelopen week ontsloeg de Los Angeles Times fotograaf Brian Walski. Van twee foto's die hij had genomen aan het front in Basra, had hij een derde beeld samengesteld, dat de voorpagina haalde. Het photoshoppen leverde een schitterend beeld op van een GI Joe die met zijn machine gun Iraakse gevangenen bewaakt. Op de achtergrond een onheilspellende lucht. Niet overeenkomstig de werkelijkheid, maar wel stukken dramatischer en gestileerder.

Een zeldzaam geval van manipulatie, maar wel illustratief voor het verlangen bij de media naar oorlogsbeelden die voldoen aan de wetten van esthetiek. De oorlog als schouwspel vereist drama, heroïek en romantiek. Oorlog mag dan gruwelijk zijn, mits ver genoeg van huis gevoerd is het ook amusement.

Al sinds de vroegste schilderkunst bestaan er taferelen van heroïsche of dramatische veldslagen, in al hun bloederigheid afgebeeld. Sinds de Boerenoorlog in Zuid-Afrika, eind 19de eeuw met de komst van fotografen naar het front de eerste echte 'media-oorlog', veranderde er iets wezenlijks. De kijker was, met enige vertraging, getuige van de 'werkelijkheid'.

Nu, ruim een eeuw later, is de televisiekijker real time getuige van een strijd die in de verbeelding steeds meer overeenkomst vertoont met een speelfilm met maximale geloofwaardigheid of een speeltje voor de verwende westerse nieuwsconsument. In de verslaggeving sluipen elementen van klassieke cinematografie, in de presentatie is het Playstation-tijdperk ingetreden. We beleven de oorlog in de huiskamer alsof we op de eretribune zitten. De beste plaats, met goed en gedetailleerd zicht op het speelveld, al worden de schokkendste beelden de toeschouwer onthouden - de kijker zou eens kunnen afhaken.

Hoogleraar Philip Taylor, mediawetenschapper aan de University of Leeds en auteur van verscheidene boeken over oorlog en media, constateert dat twijfels over de legitimiteit van deze oorlog lijken onder te sneeuwen door de opwinding die de live uitgezonden filmbeelden bij de kijker teweegbrengen.

'Het live aspect laat de kijker de oorlog meebeleven als een voyeur', zegt Taylor. Zo zagen we in de ongerichte beeldenstroom de afgelopen weken Britse soldaten een gebouw binnenstormen om een vijand te pakken, om eruit te komen met een soldaat die in brand stond. Zijn kameraden gooiden hem op de grond en doofden de vlammen door dekens over hem te gooien. De prachtig ontploffende tanks, de spectaculaire militaire operaties, de BBC-titels als Battle for the bridges of 'The CHEMICAL Question', doen aan een speelfilm denken. Net als de close-up op CNN van de knappe militair, geconcentreerd starend in de woestijn, zijn gezicht bedekt met roet en camouflagemateriaal. Of die Engelse verslaggever die 's nachts 'in the inky blackness of a moonless night' op de achterbank van een Landrover moet wegduiken voor een inkomende granaat die net mist. Dit alles gebracht onder tunes met trompetgeschal - het is Sylvester Stallone in het echt, oorlogsporno op niveau.

Welk effect deze 'snowstorm of information' op de kijker heeft, is nog onduidelijk, al gaan sommige wetenschappers ervan uit dat een zekere onverschilligheid een onbedoeld bij-effect is. Wat vaststaat, is dat de consument ervan smult.

'De kijker houdt het meest van actie en live beelden', zegt onderzoeker René van Dammen van de Dienst Kijk- en Luisteronderzoek bij de Publieke Omroep. Met behulp van 'Peaktime', een apparaat dat het kijk- en zapgedrag van minuut tot minuut kan volgen, valt te herleiden op welke momenten de meeste kijkers blijven hangen in de mediashow. Bij beelden van schietende militairen, branden en acties zie je pieken in de kijkcijfers, net als bij live schakelingen met correspondenten of live beelden van het slagveld. 'Zodra het woordje LIVE in beeld verschijnt, zie je een opleving in de grafiek, wat betekent dat er minder wordt weggezapt', zegt Van Dammen.

'Ook als het Journaal live schakelt met Charles Groenhuijsen blijven er meer kijkers hangen. De kijker moet het idee hebben dat er iets gebeurt. Als een verslaggever in beeld zijn gasmasker opzet, stijgen de kijkcijfers. Die dalen onmiddellijk als we terugkomen in de studio met deskundigen.'

Het best bekeken moment tot nu toe was op zondag 23 maart tijdens het NOS Journaal van acht uur. 4.240.000 Nederlanders keken naar de eerste beelden van de grondoorlog in de woestijn, en naar de Iraakse soldaten die in het water schoten op zoek naar een neergestorte Amerikaanse piloot. De cijfers piekten tijdens de beschietingen rondom Umm Qasr.

Ook opvallend: de kijker had het na vijf dagen wel weer gehad met de oorlog. De kijkcijfers voor het NOS Journaal zijn sindsdien weer op hun oude niveau. Alleen de actualiteitenrubrieken scoren nog steeds hoger dan gebruikelijk. Volgens Van Dammen is dit een gebruikelijk patroon: ook na 11 september, de moord op Fortuyn en Golfoorlog I, was de hype na vier tot vijf dagen over.

De oorlog voldoet aan de wetten van de klassieke speelfilmindustrie, zegt mediahistoricus Bernadette Kester, werkzaam op het Instituut voor Militaire Geschiedenis van de Koninklijke Landmacht. 'De verhaalstructuur van een oorlog is: de beginfase, een omslagpunt en het einde. Dat lijkt een open deur, maar dat is toevallig ook de verhaalstructuur van de gemiddelde speelfilm.'

We bevinden ons volgens Kester nu nog in de beginfase: 'Met spanning wachten we nu op een omslagpunt, een dramatische wending in het verhaal. Hoe langer dat wachten duurt, hoe meer kijkers afhaken. Je ziet nu ook al dat de oorlog niet meer het eerste nieuwsonderwerp in de televisiejournaals is.'

Mede daarom wordt het aantal personages in dit verhaal langzaam uitgebreid. Kester: 'Eerst draaide het natuurlijk enkel om Hussein en Bush. Nu zie je dat er personages bijkomen: Rumsfeld, Tariq Aziz, Franks. De oorlog wordt van speelfilm steeds meer een soap, met meer personen, intriges en conflicten daaromheen.'

Wim Staat, universitair docent bij Media en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam, ziet nog een tweede verhaallijn ontstaan die interessant is voor de kijker: de heldhaftige avonturen van de verslaggever. Staat: 'In het Journaal wordt daar opvallend vaak aan gerefereerd. Henny Stoel die aan Gerri Eickhof vraagt of hij zijn werk nog wel kan doen, en hoe de reis door de woestijn verliep. Dat is op zich geen verkeerde ontwikkeling. Het is relevant te weten onder welke omstandigheden het nieuws wordt gemaakt. Het past precies bij de journalistenromantiek die we uit films kennen. Van Eickhof weten we inmiddels ook wat meer. We herinneren ons de button die hij droeg in Belgrado en we kunnen ons nu meer voorstellen bij de manier waarop hij reageert. We kunnen ons met hem identificeren.'

Chris Vos, universitair docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en auteur van boeken over televisie en oorlog: 'Opvallend vind ik de computeranimaties waarmee je als kijker over Irak vliegt. Het heeft een sterk videogame-effect. Via de berichtgeving krijgen we een gesloten wereldbeeld aangereikt. Je kunt niets echt controleren. Het is de constructie van een wereld. Ik denk dat we eens goed moeten onderzoeken hoe die constructie precies verloopt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden