Bloedjes van kinderen

Na de aanval van hooligan Wesley mogen alleen kinderen met hun begeleiders de bekerwedstrijd Ajax-AZ bijwonen. Onschuldige, onbedorven kinderen, vond filosoof Rousseau. Wellicht Wesleys in de dop, waarschuwt Mirjam Schöttelndreier.

De aanval van supporter Wesley op AZ-keeper Esteban leek eerst een lelijk nadeel voor Ajax maar is inmiddels verkeerd in een karakteristiek Cruyffiaans voordeel: kinderen tot 12 jaar mogen donderdag gratis naar de ArenA! Aldus heeft het KNVB-bestuur betaald voetbal bepaald. Scholen en sportverenigingen rond Amsterdam hebben nog meer geluk, want veertig bussen staan klaar om de kinderen te halen en te brengen. De uitnodiging is niet aan dovemans oren gericht: vorige week waren er meteen duizenden kaarten aangevraagd en moest Ajax het loket alweer sluiten.


Natuurlijk is het leuker om te voetballen met een stadion vol levende wezens dan aangemoedigd te worden door stil beton en zwijgende plastic stoelen. Creatief mag de oplossing dan ook zeker genoemd worden. En dat er nu niet zoals in Turkije (waar eerder ook een wedstrijd overgespeeld moest worden), uitsluitend moeders-dames de kinderen mogen escorteren, maar ook vaders-heren, is een reuze mop. Een moeder-kindwedstrijd is namelijk in strijd met de Algemene Wet Gelijke Behandeling. De wet wordt vaak gezien als voortrekker van vrouwen, maar laat ze soms dus ook gewoon buiten staan.


Maar dan die voor het gelijkheidsprincipe gespaarde categorie kinderen: hoe komen zij toch aan hun aureool van heilige onschuld, dat ze gratis met de bus naar het voetbalstadion worden vervoerd, om voor niks een topwedstrijd te zien? Alsof een kuip vol jonge kinderen de besmette ArenA reinigt van het Wesley-kwaad.


Ongetwijfeld schuilen onder al die 12minners schoppende Wesleys-in-de-dop. Een op de tien kinderen op de basisschool wordt gepest, en als we de groep oprekken tot de middelbare schoolleeftijd, zelfs twee van de tien kinderen. Leuk als straks duizenden kinderstemmetjes het sportieve en o-zo-brave 'Hup Ajax, hup' aanheffen, zoals beelden van het Jeugdjournaal willen doen geloven, maar daarmee zijn we er niet.


Kinderen zijn lang niet altijd lief. Op menig Nederlandse basisschool zijn 'ruzieoplossers' nodig om het een beetje gezellig te houden. En wie wel eens het op Amerikaanse leest geschoeide beken & bekeerprogramma Over de streep op tv heeft gezien, weet hoe leerlingen elkaar kunnen vernederen, treiteren en het leven tot een hel kunnen maken. Je hebt kindsoldaten die moordend en brandschattend door een Afrikaans land trekken. Op de een of andere manier willen die feiten aan de leer van de kinderlijke onschuld niets afdoen.


De grootste verantwoordelijke voor dit beeld is de 18de-eeuwse pedagoog Jean-Jacques Rousseau, met zijn boek Emileofover de opvoeding, dat in 1762 verscheen. De maatschappijkritische Rousseau geloofde in de natuurlijke goedheid van de mens, was wars van straf en dwang in de opvoeding en afkerig van de toen geldende moraal en filosofische 'kletspraatjes'.


In navolging van de Engelse Verlichtingsfilosoof John Locke zag Rousseau in het kind een 'tabula rasa', een onbeschreven blad, en creëerde hij zo een stalen principe waarop sindsdien pest noch crisis vat hebben gekregen. Niet de aard van het kind, maar de aard van de opvoeding bepaalde wat er op het blanco blaadje werd geschreven. Niet het kind draagt schuld, maar de maatschappij.


Die revolutionaire pedagogische opvatting heeft uiteindelijk schoolgemaakt - en dat in een tijd waarin een straffe hand in de opvoeding regel was en de menselijke slechtheid de bakermat van de - religieuze - moraal. Genegeerd werd de aanpak van de islamitische Koranschool of joodse Talmoedschool, waarin het kind buigt voor een Hogere Orde en de allesbepalende volwassene.


Niet Brave Hendrik overleefde als ideaalbeeld, maar de ondeugende Dik Trom, Pietje Bell, Pippi Langkous en Jip en Janneke. Ondeugend, soms stout, maar in wezen gezegend met een hart van goud.


In diezelfde periode is het kwaad sowieso uit de mens en zijn kleine broertje, het kind, weggepsychologiseerd. Goed en kwaad zijn geen categorieën meer voor het dagelijks leven. Duivels en engelen bestaan alleen nog in godsdiensten en sprookjesboeken. Mensen hebben volgens de psychologie gedragingen, driften, verlangens en tegenwoordig, dankzij de neuroleer, vooral breinen waarin van alles kan zitten. Daarmee kun je pech of geluk hebben, maar zelf verantwoordelijk, dat ben je niet. Voor een bestaan als psychopaat of ADHD'er kies je niet; je moet er alleen mee leren omgaan. En daarin heeft 19-jarige minderbegaafde Wesley nou net gefaald.


Menig politiekorps heeft inmiddels apart beleid voor 12minners die zich crimineel ontwikkelen. Echt crimineel kun je immers pas vanaf je 18de of 21ste zijn. Al is er, en niet alleen bij de politie en politici, ook altijd die knagende twijfel. Wie de film We need to talk about Kevin heeft gezien, of eerder het gelijknamige, verpletterende boek van Lionel Shriver las, weet waarover het gaat: misschien schuilt in sommige kinderen toch de duivel zelf en is daartegen geen liefhebbende moeder of vader opgewassen. Het is niet altijd nurture maar soms pure nature die een kind ook een monster kan laten zijn. Neem deze Kevin, de bevoorrechte puber die een bloedbad op een middelbare school aanrichtte: wat hebben zijn ouders misdaan om met dit drama, dit levensontwrichtende leed te worden opgezadeld? Niets.


Of toch? Mogelijk heeft de moeder - in de film een permanent lijkbleke actrice Tilda Swinton - die haar kind vanaf de conceptie eigenlijk niet wilde, misschien wel haatte, daarmee onbedoeld de basis gelegd voor het gedrag van haar zoon. Hij, Kevin, überslimme peuter en geraffineerde puber, laat haar zien dat wie als kind geen liefde ontvangt, later vanzelf terugbetaalt met haat. Met weer die impliciete premisse: het kind is nooit schuldig, de opvoeder of de omgeving zijn dat wel. Boek en film laten verder het antwoord daar waar het hoort: in het midden.


Wie oplet, ziet die twijfel terug bij de KNVB. De lieverdjes worden dan wel gebracht en gehaald, toch wil de bond van het uitje een educatief project maken. Een lespakket 'voetbalveiligheid' reist met de bus mee. De bond gaat op zich graag uit van de kinderlijke onschuld, maar of die van blijvende aard is, durft men niet te geloven.


De vrolijk joelende koters die zich bij terugkomst traditioneel onder de banken van de bus zullen verstoppen om hun ouders met stomheid te slaan, zijn wellicht de hooligans van straks. Dus moeten ze leren niet als de inmiddels veroordeelde Wesley van W. te worden. Voetbal is plezier, geen geweld. Voetbal is geen oorlog, maar een leerschool voor goede omgangsregels, voor normen en waarden.


Waarom überhaupt jonge kinderen inwijden in de tempel van het hooliganisme? We weten toch dat de gevangenis de leerschool van het kwaad is? Menig evaluatieonderzoek heeft geleerd dat voorlichtende ex-junks voor de schoolklas de belangstelling voor drugs vaker oproepen dan dempen. Misschien is het waardeloos onderzoek, maar er is ook een ervaringsleer die zegt dat je de kat niet op het spek moet binden. De ene Kevin roept de andere Kevin op, nietwaar. En de schop van hooligan Wesley komt niet uit de lucht vallen, maar past in de streetwise-opvatting dat schoppen op het veld best mag, zolang de scheids het maar niet ziet. In die zin was die Wesley een enorme sukkel.


Op het Jeugdjournaal zei een lief jongetje dat hij het wel goed vond dat er bij deze replay geen grote mensen waren, want 'die zingen zo hard, dat je de kinderstemmen niet meer hoort'. Schattig, hij kan donderdag zijn stem vast oefenen, voor later.


En toch willen we dat kinderen lief en onschuldig zijn, want van de toekomst hoeven we het niet meer te hebben. De grote Idealen en Verhalen zijn voorbij, dus lezen we in de veilige cocon van het gezin ons kroost, de troost der natie, maar een verhaaltje voor. Íemand moet lief zijn, ergens moet een beetje hoop zijn. En daarom duimen we allemaal heel hard dat het donderdag gewoon een dolle voetbalboel wordt, en dat deze kinderen later als ze groot zijn zeggen dat voetbal óók heel leuk kan zijn, want weet je nog wel, die ene keer in de ArenA?


Zij krijgen voetballes

Donderdag om half drie begint de bekerwedstrijd tussen Ajax en AZ in de Amsterdam ArenA. De wedstrijd moest over omdat een Ajax-supporter AZ-keeper Esteban aanviel tijdens een duel op 21 december vorig jaar. Maximaal 20 duizend kinderen en hun begeleiders zullen de replay gratis bijwonen. Van de KNVB moest de wedstrijd eerst zonder publiek worden overgespeeld, maar de bond ging akkoord toen Ajax voorstelde kinderen tot 12 jaar toe te laten als publiek. Ze krijgen een lespakket over voetbal en veiligheid. Bier is donderdagmiddag taboe, en de onderwijsinspectie is alert op onrechtmatig schoolverzuim.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden