BLOED stroomt gerichter

De bloedinzameling in Nederland wordt gestroomlijnd. Maar voor de vrijwillige donoren verandert er niet veel. Alleen zijn de gezellige massa-bijeenkomsten in de sporthal verleden tijd....

Herman van Geilswijk ligt in een luie stoel met een naald in zijn arm. Een paar stoelen verderop ligt zijn vrouw, die af en toe in een balletje knijpt om de bloedstroom op gang te houden.

'Mijn vrouw was donor, en zij vond dat ik mee moest', zegt Van Geilswijk. 'Dat heb ik toen maar gedaan.' Sindsdien geeft het echtpaar regelmatig samen bloed bij de Amsterdamse bloedbank. Van Geilswijk schat dat hij al zo'n honderd keer is geweest.

Onder trouwe donoren als het echtpaar Van Geilswijk ontstond deze week verwarring. Aanleiding was een bericht dat de inzameling van bloed in dorpen zou worden stopgezet vanwege een overschot. 'De afgelopen dagen hebben veel verontruste donoren gebeld', zegt Eric Jansen, directeur van de Amsterdamse bloedbank. 'Zij vroegen zich af waarom hun bloed ineens niet meer nodig was.'

Maar volgens Jansen is dat helemaal niet het geval. 'We hebben nog steeds hard donoren nodig', benadrukt hij. Hij is dan ook bang donoren kwijt te raken. 'Het kost veel moeite nieuwe donoren te vinden, maar de donoren die we hebben zijn vaak erg betrokken. Als ze een tijdje geen oproep hebben gehad, bellen ze om te vragen waar dat aan ligt. Vaak geven ze omdat hun familie dat ook deed, of omdat iemand in hun omgeving gered is door een transfusie.' Bloedbanken zijn afhankelijk van deze donoren. De inzamelingen in de dorpen verdwijnen dan ook niet.

Wat wél verdwijnt zijn grootschalige sessies in sporthallen in de regio, waarbij op één avond grote groepen donoren bloed konden afstaan. In Nederland gaven tot voor kort zestigduizend mensen op deze manier bloed, ongeveer een tiende van het totaal aantal donoren. Zij werden altijd opgeroepen, welke bloedgroep ze ook hadden.

Deze manier van inzamelen wordt gaandeweg vervangen door mobiele teams, die maar een deel van de donoren oproepen, afhankelijk van de behoefte aan bloed van verschillende bloedgroepen. Omdat de mobiele teams vaker langskomen, blijft de behoefte aan donoren even groot.

De grootschalige inzamelingen waren in de eerste plaats bedoeld voor het inzamelen van bloedplasma. De rode bloedcellen die zo ook werden verkregen, waren eigenlijk een bijproduct. Daarvan bleef een deel over, dat naar een bloedbank in New York werd gestuurd. Maar sinds kort mogen Amerikaanse bloedbanken geen Europees bloed meer gebruiken. Daarom zullen de bloedbanken donoren op het platteland in de toekomst gerichter oproepen, afhankelijk van de vraag naar rode bloedcellen in Nederland.

Bloedplasma zal in de toekomst vooral worden gewonnen in centra in de grote steden. Daarbij maken de bloedbanken gebruik van een nieuwe techniek, zogeheten plasmaferese.

Herman van Geilswijk geeft al een paar jaar op die manier plasma. Een slangetje leidt het bloed vanuit zijn arm direct naar een centrifuge, die het plasma scheidt van bloedcellen en plaatjes. Na een paar minuten draait de stroomrichting om. Het bloed - exclusief het plasma - uit de centrifuge stroomt weer terug in zijn arm. Plasmaferese is minder belastend dan een 'vol bloed-donatie'. Nadeel is dat het langer duurt: drie kwartier in plaats van tien minuten.

Met de nieuwe techniek kunnen de bloedbanken beter inspelen op de vraag naar bloedproducten. Uit het plasma van Van Geilswijk wordt stollingsfactor gewonnen, waar hemofiliepatiënten veel behoefte aan hebben.

Ook het 'volle bloed' wordt gerichter ingezameld. Tot voor kort had Nederland tweeëntwintig bloedbanken. 'Allemaal koninkrijkjes', zegt Jansen. Daar zijn er nog maar vier van over, die bovendien samenwerken in de nieuwe stichting Sanquin.

Zij regelen dat van alle bestanddelen - rode bloedcellen, bloedplaatjes en plasma - voldoende aanwezig is van alle bloedgroepen. Het heeft geen zin om grote voorraden aan te leggen, want rode bloedcellen zijn maar een paar weken houdbaar, en bloedplaatjes maar een paar dagen. Donoren moeten daarom gecoördineerd worden opgeroepen, afhankelijk van de vraag van ziekenhuizen naar bloed van de verschillende bloedgroepen.

Deels is dat vooruit te plannen. 'Maar soms krijgt iemand een zware bloeding waarbij er wel zestig zakken bloed doorheen gaan. Als dat twee keer op een dag gebeurt, hebben we een probleem', legt logistiek manager Guus Verhoeven uit. 'Dan moeten we donoren bellen of ze de volgende dag nog willen komen om de voorraad aan te vullen.'

Meestal lukt dat, maar in sommige regio's is het moeilijk. 'Amsterdam is altijd een probleem', zegt Jansen. 'De bevolking stroomt snel door en er zijn veel allochtonen met wie we een taalprobleem hebben. We moeten heel nauwkeurig vragen kunnen stellen, maar we kunnen geen tolk gebruiken vanwege privacyregels.'

In Nederland bloedt niemand dood, maar in sommige regio's worden de donoren wel overbelast. 'In een ideale situatie roep je alle donoren anderhalf tot twee keer per jaar op', zegt Jansen. 'Anders put je je donorpopulatie uit. In sommige regio's, zoals Zaandam en Purmerend, moeten donoren vaker komen. Dat is geen probleem zolang er niets geks gebeurt, maar in noodgevallen wel, al zullen andere regios dan bijspringen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden