Bloed als gift en handelswaar

Terwijl het speciale Cour de justice de la République in Frankrijk zich buigt over de vraag of oud-premier Laurent Fabius en de voormalige ministers Georgina Dufoix en Edmond Hervé schuldig zijn aan het 'schandaal van het besmette bloed', weet de Amerikaanse docent journalistiek Douglas Starr van de universiteit van Boston...

Honderden Franse hemofilie- en operatiepatiënten raakten in 1985 besmet met het aidsvirus dat verstopt zat in het bloed en de bloedproducten die ze nodig hadden. Dit schandaal wortelt in het 'hardnekkige geloof dat bloedproducten die verzameld zijn onder de eigen bevolking, per definitie zuiver zijn', schrijft Starr in zijn net verschenen boek Blood, An Epic History of Medicine and Commerce.

De ontkenning van het aidsgevaar van bloed en bloedproducten is te begrijpen uit de 'filosofie' van het Franse bloedinzamelingssysteem. Dat rust op drie pijlers: bénévolat, volontariat en anonimitat - gratis afgestaan, op vrijwillige basis en anoniem. Daar zit wel iets in, schrijft Starr, want onbetaalde donors zijn over het algemeen gezonder dan betaalde donors, die het geld mogelijk nodig hebben voor drugs. Maar de Fransen verhieven die overweging tot een dogma en geloofden wérkelijk dat het Franse bloed en de daaruit bereide bloedproducten veilig waren, simpelweg omdat het gratis was afgestaan.

Ze begingen een onvergeeflijke fout door in de beginjaren van de aidsepidemie door te gaan met het inzamelen van bloed op plaatsen als het Centre Beaubourg, in het Quartier Latin en op Place Pigalle, waar donors met een hoog risico op aidsbesmetting zich ophielden.

Bovenal speelde een rol dat Frankrijk al sinds de Tweede Wereldoorlog bloed inzamelde van gevangenen, die daarvoor beloond werden met kleine privileges als een glas wijn of een lekkere croissant. Maar door het strenge drugsbeleid van de Franse justitie zaten de gevangenissen begin jaren tachtig juist vol met drugsverslaafden, bij uitstek een risicogroep voor aids, analyseert Starr.

In zijn boek schetst Starr een veelomvattend en gedetailleerd beeld van 'de wereld van het bloed'. Hij begint met de praktijk van aderlatingen in de zeventiende eeuw, de ontdekking van de drie bloedgroepen A, B en 0 door Karl Landsteiner in 1900 en de eerste bloedtransfusie die de Franse arts Alexis Carrell in 1908 in New York uitvoerde. Met name de beide wereldoorlogen wijst Starr aan als de stuwende factor achter de ontwikkeling van het bloedtransfusiewezen.

Bloed was letterlijk van levensbelang op de slagvelden. En in kringen van militaire inlichtingendiensten gold als vuistregel dat een vijandelijke aanval aanstaande was wanneer een leger bloed ging inzamelen of transporteren. Zulke operaties speelden zich dan ook in het diepste geheim af. Bloed, schrijft Starr, veranderde door de beide wereldoorlogen van een magische substantie, die de drager is van gezondheid en ziekte, in een belangrijk strategisch goed - net zoals aardolie, dat ook tot de strategische goederen van een land behoort.

En zoals aardolie wordt 'gekraakt' en geraffineerd tot een reeks van waardevolle eindproducten, kon vanaf de Tweede Wereldoorlog door het werk van de Amerikaanse chemicus Edwin Cohn van de Harvard Universiteit in Boston bloed in zijn verschillende bestanddelen worden opgesplitst: de rode bloedcellen, de bloedplaatjes, het bloedplasma en bloedeiwitten als albumine of de stollingsfactoren - die hemofiliepatiënten missen. Cohn legde daarmee de basis voor de handel in bloed en bloedproducten, die met name in de jaren zestig en zeventig opbloeide.

Starr beschrijft het proces van commercialisering van de bloedwereld als min of meer onvermijdelijk. Expliciet zet hij zich af tegen de opvatting van de Britse socioloog Richard Titmuss, die in 1971 in zijn boek The Gift Relationship het Amerikaanse bloedtransfusiewezen bekritiseerde. Het Amerikaanse systeem is een mix van non-profit en for profit organisaties. Het niet-commerciële Amerikaanse Rode Kruis concurreert er met commerciële bloedbanken, die met betaalde donors werken. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Britse en het Franse stelsel, die volgens Titmuss uitsluitend op altruïsme zijn gebaseerd.

Starr noemt die beschrijving van het Amerikaanse systeem een 'karikatuur'. Altruïsme is geen garantie voor een veilige bloedvoorziening, zoals het Franse voorbeeld bewijst. Een oordeel dat Starr in zijn slothoofdstuk herhaalt. Bloed is nu eenmaal handelswaar geworden, en idealisten als Titmuss en ook de Nederlandse journalist Piet Hagen - die begin jaren tachtig een boek over de internationale bloedhandel publiceerde - sluiten hun ogen voor die realiteit.

Voor Hagen, schrijft Starr, 'voor geleerden als Titmuss en voor veel non-profit bloedbankiers, is bloed óf een gift óf handelswaar. In werkelijkheid is bloed zowel gift als handelswaar, en alleen door dit dubbele karakter van bloedproducten te onderkennen, zal de mensheid ze met de voldoende zorg en verstand gebruiken.'

Gerbrand Feenstra

Douglas Starr: Blood, An Epic History of Medicine and Commerce

Little, Brown and Company (import Penguin Nederland); * 70,00

ISBN 0 316 91146 1

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden